<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" ?>
<?xml-stylesheet href="/xslt/rss.xsl" type="text/xsl"?>
<rss version="2.0" xmlns:itunes="http://www.itunes.com/dtds/podcast-1.0.dtd"
     xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">

    <channel>


        <atom:link href="https://app.springcast.fm/podcast-xml/17077" rel="self" type="application/rss+xml"/>
        <title><![CDATA[Studio Veenweide | De Veldreportage]]></title>
        <link>https://app.springcast.fm/podcast/studio-veenweide-de-veldreportage</link>
        <language>nl</language>
        <copyright><![CDATA[© STOWA]]></copyright>
        <itunes:subtitle><![CDATA[]]></itunes:subtitle>
        <itunes:author>STOWA</itunes:author>
        <itunes:summary>
            <![CDATA[Studio Veenweide | De Veldreportage
            ]]>
        </itunes:summary>
        <itunes:owner>
            <itunes:name>STOWA</itunes:name>
            <itunes:email>post@popuppodcast.studio</itunes:email>
        </itunes:owner>
        <itunes:type>serial</itunes:type>
        <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
        <itunes:image href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/qcZnWIrYqd4pBA2PjVeCq4hSNc25zZOolMg1ZTeu.jpg"/>
        <podcast_image>https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/qcZnWIrYqd4pBA2PjVeCq4hSNc25zZOolMg1ZTeu.jpg</podcast_image>
                    <itunes:category text="Science">
                <itunes:category text="Earth Sciences"/>
            </itunes:category>
                                <description>
            <![CDATA[Studio Veenweide | De Veldreportage
            ]]>
        </description>
        <description_podcast_stripped>
            <![CDATA[Studio Veenweide | De Veldreportage
            ]]>
        </description_podcast_stripped>
                                    <item>
                    <episode_id>42305</episode_id>
                    <title>Broeikasgassen meten vanuit het vliegtuig</title>
                    <itunes:title>Broeikasgassen meten vanuit het vliegtuig
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/broeikasgassen-meten-vanuit-het-vliegtuig</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: We zijn net door een wirwar van vliegtuigen gelopen naar deze hangar en deze ziet er toch wel iets anders uit.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat is geen standaard vliegtuig, wat je misschien wel ziet. Het grootste verschil is eigenlijk dat de propeller achter zit.</p><p>Inge Diepman: Ja, laten we er even naartoe lopen.</p><p>Ronald Hutjes: Bij veruit de meeste vliegtuigen hebben we natuurlijk de propeller op de neus zitten, maar als je bij ons kijkt hebben we een speciale neus met de nodige apparatuur. De belangrijkste apparatuur zit voorop en dat moet niet storen met de motor met propeller samen, dus die hebben we uit elkaar getrokken en vandaar dat we dit speciale toestel hebben. Het tweede wat niet normaal is, is dat we als passagier en piloot achter elkaar zitten. In de meeste vliegtuigen die je ziet zitten ze naast elkaar.</p><p>Inge Diepman: En waarom is dat?</p><p>Ronald Hutjes: Dat heeft verder geen speciale reden, dat hoorde toevallig bij dit model.</p><p>Inge Diepman: Daar gaat een collega de lucht in.</p><p>Ronald Hutjes: Ja.</p><p>Inge Diepman: Laten wij ondertussen even naar de kap lopen en die eraf halen.</p><p>Ronald Hutjes: Ja. Dat gaan we eerst maar even doen.</p><p>Inge Diepman: De kap gaat van de neus. Zie je dan ook al onomiddelijk het meetinstrumentarium?</p><p>Ronald Hutjes: Ja. Het eerste wat je ziet is de 'gas analyser'. Dit is het instrument wat de CO2 meet, het onderzoeksdoel van het hele NOBV project. Dit ding meet CO2 concentraties.</p><p>Inge Diepman: Hoe ziet het eruit?</p><p>Ronald Hutjes: Het is een open pad censor dus eigenlijk is het een lichtbronnetje aan de onderkant en aan de bovenkant een sensor. De hoeveelheid licht die geabsorbeerd wordt door het CO2 is een maat voor wat er in de lucht zit aan CO2. Dat meet die wel 50 keer per seconde, dat is heel vaak. Alle instrumenten worden 50 keer per seconde uitgelezen omdat natuurlijk het vliegtuig vrij snel door die lucht beweegt, en als we alle variaties willen mee meten moet dat heel snel.</p><p>Inge Diepman: Maar dan meet die misschien ook wel CO2 wat die niet moet meten.</p><p>Ronald Hutjes: Een enkele keer gebeurt dat, als er een brandje op de grond is, bijvoorbeeld. Er wordt riet gebrand, in het veenweidegebied bijvoorbeeld, dat heb je wel eens bij Rouveen in de buurt. Als er riet wordt gebrand, dan vlieg je door rookpluim en dat zie je direct. Ja, dat zie je direct.</p><p>Inge Diepman: En dat corrigeren jullie achteraf?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat schrijven we dan op en achteraf knippen we dat stukje ertussenuit.</p><p>Ronald Hutjes: Dit is meest lullige instrumentje wat we hebben: een heel kleine thermokoppeltje, een thermometer, maar die is extreem belangrijk. Als dat ding kapot is hoeven we eigenlijk niet te vliegen, want die bol hier voorop, die meet de windsnelheid in drie richtingen. Maar doet die door luchtdruk te meten en om luchtdruk om te kunnen rekenen naar wind moet je ook de temperatuur weten. Luchtdruk is ook afhankelijk van temperatuur. Dus dat is het meest kwetsbare, meest simpele instrumentje wat we hebben, maar eigenlijk is het de kern van het hele meetsysteem.
</p><p>Inge Diepman: Dan lopen we naar een tweede groep.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, als je dan achterop de vleugel kijkt. Even eronderdoor.</p><p>Inge Diepman: Onder de vleugel door, bukken!</p><p>Ronald Hutjes: Kijk, dit vliegtuig heeft een hoge staartvleugel zoals je ziet, aan beide kanten hangt een sensor die de hoeveelheid zonnestraling meet. De één is meer voor de energie en de andere alleen voor het deel wat door planten wordt opgenomen. Want het probleem bij dit soort metingen, eigenlijk bij alle metingen die we in NOBV doen is dat wij de netto CO2 uitwisseling meten. Maar deels komt dat uit de bodem: de afbraak van het veen, maar deels ook van de vegetatie zelf: het gras en dergelijke neemt het op. En een CO2 opname van vegetatie wordt vooral gestuurd door licht. Als het licht is, dan begint het te groeien en dan begint het suiker te produceren. Dus het is heel belangrijk om die hoeveelheid zonneschijn ook mee te nemen. Daar zitten nog wat meer instrumenten, dat is de derde groep instrumenten. Die zitten daar onder de passagiersstoel. Een deel kijkt ook door de bodem naar beneden, naar het grondoppervlak.</p><p>Inge Diepman: En waar zit dat?</p><p>Ronald Hutjes: Dat zit hieronder, dan zal je echt even op de knieën moeten. Een speciaal gat in de romp, waardoor een aantal instrumenten naar beneden kunnen kijken. Dat is bijvoorbeeld een instrument om de oppervlaktetemperatuur te kunnen meten. We hopen binnenkort daar ook een camera te kunnen plaatsen die continu vegetatie-opnames maakt. Dit is verder niet beeldvorming, het is alleen maar een puntmeting. Er zit nog wat speciale apparatuur in voor de piloot, want het andere speciale waarom we dit vliegtuig hebben: we vliegen heel laag. We vliegen maar op 60 meter, 200 voet zoals dat in vliegtuigjargon heet, dus die piloot moet wel heel goed weten hoe hoog die precies zit, boven obstakels, boven een hoogspanningsleiding of een bosje, of een boerderij of iets dergelijks. Dus die heeft ook nog een extra hoogtemeter die preciezer is dan wat er normaal in een vliegtuig zit, omdat we zo laag vliegen.</p><p>Inge Diepman: Indrukwekkend, maar dan denk ik ook gelijk: waarom niet gewoon een drone? Die zijn tegenwoordig zo ontwikkeld!</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat kan ik me goed voorstellen, maar kijk, een drone heeft een grote beperking. Want een drone kan een kwartiertje in de lucht blijven, een hele grote misschien een half uurtje, en daar doe je een paar veldjes mee en wij vliegen honderden kilometers. Wij vliegen gewoon het hele Friese veenweidegebied in één dag. Dan hebben we 400 kilometer gevlogen, of zo. Dan heb je dus een veel groter gebied, dan kun je echt de hele gradient, bijvooarbeeld in veendiktes of veendieptes die je in dit gebied vindt, daarmee coveren. Dat kan je met een drone nooit, dan blijf je op één veldje beperkt. Dat is het grootste verschil eigenlijk.</p><p>Ronald Hutjes: We openen de cockpit. Zoals je ziet: twee stoelen achter elkaar. De voorste is voor de piloot. In principe kan de passagier ook sturen: alle instrumenten zitten ook achter. Al heeft die een beetje slecht zicht op de echte aeronautische apparatuur. En onze eigen apparatuur zit onder de stoel, dus dat zal ik zo eventjes blootleggen, dan kan ik daar ook even wat over vertellen. Het leuke van dit soort kleine vliegtuigjes: het is allemaal redelijk low-key. Dus je haalt gewoon de ruit eruit als je ergens bij wilt. Waar zit die nou?</p><p>Inge Diepman: Het is maar een akelig dun plastic ruitje!</p><p>Ronald Hutjes: Het is maar een heel simpel plastic ruitje, ja!</p><p>Inge Diepman: Wat zien we onder de stoel?</p><p>Ronald Hutjes: We klappen hem o. Hier zitten dus nog een paar instrumenten die door dat gat waar we het daarnet over hadden door de bodem naar beneden kijken. Dit is een hoogte meter voor hele precieze hoogtemetingen voor de piloot. En de tweede is die oppervlaktetemperatuur, binnenkort hopen we daar een camera te kunnen plaatsen om heel goed de vegetatie op te nemen. En de belangrijkste is eigenlijk de computer die alles registreert. Je begrijpt wel, met een stuk of 20 instrumenten die allemaal op vijftig keer per seconde worden gemeten, daar komen heel veel gegevens af. Dus je hebt echt wel een computertje nodig om dat allemaal op tijd vast te leggen, en zodat we het later kunnen analyseren.</p><p>Inge Diepman: En daar zit je dan bovenop als onderzoeker.</p><p>Ronald Hutjes: Daar zit je dan als onderzoeker bovenop.</p><p>Inge Diepman: Dat is goud!</p><p>Ronald Hutjes: Nogal.</p><p>Inge Diepman: De stoel kan terug, want je kan er op.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, die gaat weer terug.</p><p>Inge Diepman: Het vliegtuig wordt naar buiten gereden vanuit de hangaar, klaar gemaakt voor de vlucht naar Rouveen. Ronald gaat als enige mee met de piloot, want er kan er maar één mee. Ik zal hem mijn apparatuur geven en hij geeft ons een beschrijving van wat hij ziet als onderzoeker, vanuit de lucht van het gebied rondom Rouveen. Zijn observaties gaan dan weer mee met alle meetgegevens die de apparatuur ons gaat geven na de opname.</p><p>Ronald Hutjes: Vol gas voor take-off. We zijn hier net opgestegen van vliegveld Hilversum en we zien hier gelijk een veenweidegebied direct onder ons. Kletsnat gebied, het zit tussen Hilversum en de Vinkeveense plassen ingeklemd. We klimmen nu naar 1000 voet. Dan gaan we richting noord, langs de randmeren naar Zwolle, om van daar echt de meetvlucht te beginnen. We vliegen nu langs het randmeer ten noorden van Amersfoort, richting Nijkerk. Eigenlijk hebben we daar ook een stukje veenweidegebied waar we verder op dit moment geen metingen doen. De zogenaamde Arkemheen Polder, ook weer een prachtig gebied. Kletsnat, mooie natuur, wellicht al in de toekomst gaan ze daar ook metingen doen. We naderen nu zo ongeveer de westkant van Zwolle. Daar dalen we af. Onze meethoogte is circa 200 voet, dus slechts 60 meter, om zo goed mogelijk de metingen te kunnen doen en echt de emissies van CO2 van het oppervlak te kunnen meten. Als we dan op meethoogte zijn geef ik een signaaltje aan de computer dat we zover zijn, dan kunnen we dat later makkelijk terugvinden in de metingen.
</p><p>Ronald Hutjes: We zitten nu op meethoogte. We hebben uitstekend zicht op alles wat er onder ons gebeurt. Het is nog goed te zien dat het de afgelopen dagen erg nat is geweest. Op veel velden staan nog flinke plassen. De sloot staat natuurlijk altijd vrij hoog en het feit dat het zo nat is, is nog wel weer speciaal voor deze vlucht. Het is een prachtig gebied. We naderen nu de samenvloeiing van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water. Een paar weken geleden was het nog echt kletsnat, toen stond dat helemaal onder water. Nu ziet het er iets droger uit. Maar het is wel duidelijk waarom dit de Nederlandse wetlands heten.<br></p><p>Ronald Hutjes: We vliegen nu over de Olde Maten, een natuurgebiedje ten oosten van Zwarts...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Inge Diepman: We zijn net door een wirwar van vliegtuigen gelopen naar deze hangar en deze ziet er toch wel iets anders uit.Ronald Hutjes: Ja, dat is geen standaard vliegtuig, wat je misschien wel ziet. Het grootste verschil is eigenlijk dat de propeller achter zit.Inge Diepman: Ja, laten we er even naartoe lopen.Ronald Hutjes: Bij veruit de meeste vliegtuigen hebben we natuurlijk de propeller op de neus zitten, maar als je bij ons kijkt hebben we een speciale neus met de nodige apparatuur. De belangrijkste apparatuur zit voorop en dat moet niet storen met de motor met propeller samen, dus die hebben we uit elkaar getrokken en vandaar dat we dit speciale toestel hebben. Het tweede wat niet normaal is, is dat we als passagier en piloot achter elkaar zitten. In de meeste vliegtuigen die je ziet zitten ze naast elkaar.Inge Diepman: En waarom is dat?Ronald Hutjes: Dat heeft verder geen speciale reden, dat hoorde toevallig bij dit model.Inge Diepman: Daar gaat een collega de lucht in.Ronald Hutjes: Ja.Inge Diepman: Laten wij ondertussen even naar de kap lopen en die eraf halen.Ronald Hutjes: Ja. Dat gaan we eerst maar even doen.Inge Diepman: De kap gaat van de neus. Zie je dan ook al onomiddelijk het meetinstrumentarium?Ronald Hutjes: Ja. Het eerste wat je ziet is de 'gas analyser'. Dit is het instrument wat de CO2 meet, het onderzoeksdoel van het hele NOBV project. Dit ding meet CO2 concentraties.Inge Diepman: Hoe ziet het eruit?Ronald Hutjes: Het is een open pad censor dus eigenlijk is het een lichtbronnetje aan de onderkant en aan de bovenkant een sensor. De hoeveelheid licht die geabsorbeerd wordt door het CO2 is een maat voor wat er in de lucht zit aan CO2. Dat meet die wel 50 keer per seconde, dat is heel vaak. Alle instrumenten worden 50 keer per seconde uitgelezen omdat natuurlijk het vliegtuig vrij snel door die lucht beweegt, en als we alle variaties willen mee meten moet dat heel snel.Inge Diepman: Maar dan meet die misschien ook wel CO2 wat die niet moet meten.Ronald Hutjes: Een enkele keer gebeurt dat, als er een brandje op de grond is, bijvoorbeeld. Er wordt riet gebrand, in het veenweidegebied bijvoorbeeld, dat heb je wel eens bij Rouveen in de buurt. Als er riet wordt gebrand, dan vlieg je door rookpluim en dat zie je direct. Ja, dat zie je direct.Inge Diepman: En dat corrigeren jullie achteraf?Ronald Hutjes: Ja, dat schrijven we dan op en achteraf knippen we dat stukje ertussenuit.Ronald Hutjes: Dit is meest lullige instrumentje wat we hebben: een heel kleine thermokoppeltje, een thermometer, maar die is extreem belangrijk. Als dat ding kapot is hoeven we eigenlijk niet te vliegen, want die bol hier voorop, die meet de windsnelheid in drie richtingen. Maar doet die door luchtdruk te meten en om luchtdruk om te kunnen rekenen naar wind moet je ook de temperatuur weten. Luchtdruk is ook afhankelijk van temperatuur. Dus dat is het meest kwetsbare, meest simpele instrumentje wat we hebben, maar eigenlijk is het de kern van het hele meetsysteem.
Inge Diepman: Dan lopen we naar een tweede groep.Ronald Hutjes: Ja, als je dan achterop de vleugel kijkt. Even eronderdoor.Inge Diepman: Onder de vleugel door, bukken!Ronald Hutjes: Kijk, dit vliegtuig heeft een hoge staartvleugel zoals je ziet, aan beide kanten hangt een sensor die de hoeveelheid zonnestraling meet. De één is meer voor de energie en de andere alleen voor het deel wat door planten wordt opgenomen. Want het probleem bij dit soort metingen, eigenlijk bij alle metingen die we in NOBV doen is dat wij de netto CO2 uitwisseling meten. Maar deels komt dat uit de bodem: de afbraak van het veen, maar deels ook van de vegetatie zelf: het gras en dergelijke neemt het op. En een CO2 opname van vegetatie wordt vooral gestuurd door licht. Als het licht is, dan begint het te groeien en dan begint het suiker te produceren. Dus het is heel belangrijk om die hoeveelheid zonneschijn ook mee te nemen. Daar zitten nog wat meer instrumenten, dat is de derde groep instrumenten. Die zitten daar onder de passagiersstoel. Een deel kijkt ook door de bodem naar beneden, naar het grondoppervlak.Inge Diepman: En waar zit dat?Ronald Hutjes: Dat zit hieronder, dan zal je echt even op de knieën moeten. Een speciaal gat in de romp, waardoor een aantal instrumenten naar beneden kunnen kijken. Dat is bijvoorbeeld een instrument om de oppervlaktetemperatuur te kunnen meten. We hopen binnenkort daar ook een camera te kunnen plaatsen die continu vegetatie-opnames maakt. Dit is verder niet beeldvorming, het is alleen maar een puntmeting. Er zit nog wat speciale apparatuur in voor de piloot, want het andere speciale waarom we dit vliegtuig hebben: we vliegen heel laag. We vliegen maar op 60 meter, 200 voet zoals dat in vliegtuigjargon heet, dus die piloot moet wel heel goed weten hoe hoog die precies zit, boven obstakels, boven een hoogspanningsleiding of een bosje, of een boerderij of iets dergelijks. Dus die heeft ook nog een extra hoogtemeter die preciezer is dan wat er normaal in een vliegtuig zit, omdat we zo laag vliegen.Inge Diepman: Indrukwekkend, maar dan denk ik ook gelijk: waarom niet gewoon een drone? Die zijn tegenwoordig zo ontwikkeld!Ronald Hutjes: Ja, dat kan ik me goed voorstellen, maar kijk, een drone heeft een grote beperking. Want een drone kan een kwartiertje in de lucht blijven, een hele grote misschien een half uurtje, en daar doe je een paar veldjes mee en wij vliegen honderden kilometers. Wij vliegen gewoon het hele Friese veenweidegebied in één dag. Dan hebben we 400 kilometer gevlogen, of zo. Dan heb je dus een veel groter gebied, dan kun je echt de hele gradient, bijvooarbeeld in veendiktes of veendieptes die je in dit gebied vindt, daarmee coveren. Dat kan je met een drone nooit, dan blijf je op één veldje beperkt. Dat is het grootste verschil eigenlijk.Ronald Hutjes: We openen de cockpit. Zoals je ziet: twee stoelen achter elkaar. De voorste is voor de piloot. In principe kan de passagier ook sturen: alle instrumenten zitten ook achter. Al heeft die een beetje slecht zicht op de echte aeronautische apparatuur. En onze eigen apparatuur zit onder de stoel, dus dat zal ik zo eventjes blootleggen, dan kan ik daar ook even wat over vertellen. Het leuke van dit soort kleine vliegtuigjes: het is allemaal redelijk low-key. Dus je haalt gewoon de ruit eruit als je ergens bij wilt. Waar zit die nou?Inge Diepman: Het is maar een akelig dun plastic ruitje!Ronald Hutjes: Het is maar een heel simpel plastic ruitje, ja!Inge Diepman: Wat zien we onder de stoel?Ronald Hutjes: We klappen hem o. Hier zitten dus nog een paar instrumenten die door dat gat waar we het daarnet over hadden door de bodem naar beneden kijken. Dit is een hoogte meter voor hele precieze hoogtemetingen voor de piloot. En de tweede is die oppervlaktetemperatuur, binnenkort hopen we daar een camera te kunnen plaatsen om heel goed de vegetatie op te nemen. En de belangrijkste is eigenlijk de computer die alles registreert. Je begrijpt wel, met een stuk of 20 instrumenten die allemaal op vijftig keer per seconde worden gemeten, daar komen heel veel gegevens af. Dus je hebt echt wel een computertje nodig om dat allemaal op tijd vast te leggen, en zodat we het later kunnen analyseren.Inge Diepman: En daar zit je dan bovenop als onderzoeker.Ronald Hutjes: Daar zit je dan als onderzoeker bovenop.Inge Diepman: Dat is goud!Ronald Hutjes: Nogal.Inge Diepman: De stoel kan terug, want je kan er op.Ronald Hutjes: Ja, die gaat weer terug.Inge Diepman: Het vliegtuig wordt naar buiten gereden vanuit de hangaar, klaar gemaakt voor de vlucht naar Rouveen. Ronald gaat als enige mee met de piloot, want er kan er maar één mee. Ik zal hem mijn apparatuur geven en hij geeft ons een beschrijving van wat hij ziet als onderzoeker, vanuit de lucht van het gebied rondom Rouveen. Zijn observaties gaan dan weer mee met alle meetgegevens die de apparatuur ons gaat geven na de opname.Ronald Hutjes: Vol gas voor take-off. We zijn hier net opgestegen van vliegveld Hilversum en we zien hier gelijk een veenweidegebied direct onder ons. Kletsnat gebied, het zit tussen Hilversum en de Vinkeveense plassen ingeklemd. We klimmen nu naar 1000 voet. Dan gaan we richting noord, langs de randmeren naar Zwolle, om van daar echt de meetvlucht te beginnen. We vliegen nu langs het randmeer ten noorden van Amersfoort, richting Nijkerk. Eigenlijk hebben we daar ook een stukje veenweidegebied waar we verder op dit moment geen metingen doen. De zogenaamde Arkemheen Polder, ook weer een prachtig gebied. Kletsnat, mooie natuur, wellicht al in de toekomst gaan ze daar ook metingen doen. We naderen nu zo ongeveer de westkant van Zwolle. Daar dalen we af. Onze meethoogte is circa 200 voet, dus slechts 60 meter, om zo goed mogelijk de metingen te kunnen doen en echt de emissies van CO2 van het oppervlak te kunnen meten. Als we dan op meethoogte zijn geef ik een signaaltje aan de computer dat we zover zijn, dan kunnen we dat later makkelijk terugvinden in de metingen.
Ronald Hutjes: We zitten nu op meethoogte. We hebben uitstekend zicht op alles wat er onder ons gebeurt. Het is nog goed te zien dat het de afgelopen dagen erg nat is geweest. Op veel velden staan nog flinke plassen. De sloot staat natuurlijk altijd vrij hoog en het feit dat het zo nat is, is nog wel weer speciaal voor deze vlucht. Het is een prachtig gebied. We naderen nu de samenvloeiing van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water. Een paar weken geleden was het nog echt kletsnat, toen stond dat helemaal onder water. Nu ziet het er iets droger uit. Maar het is wel duidelijk waarom dit de Nederlandse wetlands heten.Ronald Hutjes: We vliegen nu over de Olde Maten, een natuurgebiedje ten oosten van Zwartsluis. We vliegen nu vrijwel recht over de locatie bij Rouveen. Daar komt de meetlocatie al in zicht. We zien een weiland ingeklemd tussen een paar sloten met ook twee meetplots, vanuit de lucht heel goed te zien. Met het vliegtuig zijn we daar natuurlijk in een oogwenk overheen, maar we meten...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: We zijn net door een wirwar van vliegtuigen gelopen naar deze hangar en deze ziet er toch wel iets anders uit.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat is geen standaard vliegtuig, wat je misschien wel ziet. Het grootste verschil is eigenlijk dat de propeller achter zit.</p><p>Inge Diepman: Ja, laten we er even naartoe lopen.</p><p>Ronald Hutjes: Bij veruit de meeste vliegtuigen hebben we natuurlijk de propeller op de neus zitten, maar als je bij ons kijkt hebben we een speciale neus met de nodige apparatuur. De belangrijkste apparatuur zit voorop en dat moet niet storen met de motor met propeller samen, dus die hebben we uit elkaar getrokken en vandaar dat we dit speciale toestel hebben. Het tweede wat niet normaal is, is dat we als passagier en piloot achter elkaar zitten. In de meeste vliegtuigen die je ziet zitten ze naast elkaar.</p><p>Inge Diepman: En waarom is dat?</p><p>Ronald Hutjes: Dat heeft verder geen speciale reden, dat hoorde toevallig bij dit model.</p><p>Inge Diepman: Daar gaat een collega de lucht in.</p><p>Ronald Hutjes: Ja.</p><p>Inge Diepman: Laten wij ondertussen even naar de kap lopen en die eraf halen.</p><p>Ronald Hutjes: Ja. Dat gaan we eerst maar even doen.</p><p>Inge Diepman: De kap gaat van de neus. Zie je dan ook al onomiddelijk het meetinstrumentarium?</p><p>Ronald Hutjes: Ja. Het eerste wat je ziet is de 'gas analyser'. Dit is het instrument wat de CO2 meet, het onderzoeksdoel van het hele NOBV project. Dit ding meet CO2 concentraties.</p><p>Inge Diepman: Hoe ziet het eruit?</p><p>Ronald Hutjes: Het is een open pad censor dus eigenlijk is het een lichtbronnetje aan de onderkant en aan de bovenkant een sensor. De hoeveelheid licht die geabsorbeerd wordt door het CO2 is een maat voor wat er in de lucht zit aan CO2. Dat meet die wel 50 keer per seconde, dat is heel vaak. Alle instrumenten worden 50 keer per seconde uitgelezen omdat natuurlijk het vliegtuig vrij snel door die lucht beweegt, en als we alle variaties willen mee meten moet dat heel snel.</p><p>Inge Diepman: Maar dan meet die misschien ook wel CO2 wat die niet moet meten.</p><p>Ronald Hutjes: Een enkele keer gebeurt dat, als er een brandje op de grond is, bijvoorbeeld. Er wordt riet gebrand, in het veenweidegebied bijvoorbeeld, dat heb je wel eens bij Rouveen in de buurt. Als er riet wordt gebrand, dan vlieg je door rookpluim en dat zie je direct. Ja, dat zie je direct.</p><p>Inge Diepman: En dat corrigeren jullie achteraf?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat schrijven we dan op en achteraf knippen we dat stukje ertussenuit.</p><p>Ronald Hutjes: Dit is meest lullige instrumentje wat we hebben: een heel kleine thermokoppeltje, een thermometer, maar die is extreem belangrijk. Als dat ding kapot is hoeven we eigenlijk niet te vliegen, want die bol hier voorop, die meet de windsnelheid in drie richtingen. Maar doet die door luchtdruk te meten en om luchtdruk om te kunnen rekenen naar wind moet je ook de temperatuur weten. Luchtdruk is ook afhankelijk van temperatuur. Dus dat is het meest kwetsbare, meest simpele instrumentje wat we hebben, maar eigenlijk is het de kern van het hele meetsysteem.
</p><p>Inge Diepman: Dan lopen we naar een tweede groep.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, als je dan achterop de vleugel kijkt. Even eronderdoor.</p><p>Inge Diepman: Onder de vleugel door, bukken!</p><p>Ronald Hutjes: Kijk, dit vliegtuig heeft een hoge staartvleugel zoals je ziet, aan beide kanten hangt een sensor die de hoeveelheid zonnestraling meet. De één is meer voor de energie en de andere alleen voor het deel wat door planten wordt opgenomen. Want het probleem bij dit soort metingen, eigenlijk bij alle metingen die we in NOBV doen is dat wij de netto CO2 uitwisseling meten. Maar deels komt dat uit de bodem: de afbraak van het veen, maar deels ook van de vegetatie zelf: het gras en dergelijke neemt het op. En een CO2 opname van vegetatie wordt vooral gestuurd door licht. Als het licht is, dan begint het te groeien en dan begint het suiker te produceren. Dus het is heel belangrijk om die hoeveelheid zonneschijn ook mee te nemen. Daar zitten nog wat meer instrumenten, dat is de derde groep instrumenten. Die zitten daar onder de passagiersstoel. Een deel kijkt ook door de bodem naar beneden, naar het grondoppervlak.</p><p>Inge Diepman: En waar zit dat?</p><p>Ronald Hutjes: Dat zit hieronder, dan zal je echt even op de knieën moeten. Een speciaal gat in de romp, waardoor een aantal instrumenten naar beneden kunnen kijken. Dat is bijvoorbeeld een instrument om de oppervlaktetemperatuur te kunnen meten. We hopen binnenkort daar ook een camera te kunnen plaatsen die continu vegetatie-opnames maakt. Dit is verder niet beeldvorming, het is alleen maar een puntmeting. Er zit nog wat speciale apparatuur in voor de piloot, want het andere speciale waarom we dit vliegtuig hebben: we vliegen heel laag. We vliegen maar op 60 meter, 200 voet zoals dat in vliegtuigjargon heet, dus die piloot moet wel heel goed weten hoe hoog die precies zit, boven obstakels, boven een hoogspanningsleiding of een bosje, of een boerderij of iets dergelijks. Dus die heeft ook nog een extra hoogtemeter die preciezer is dan wat er normaal in een vliegtuig zit, omdat we zo laag vliegen.</p><p>Inge Diepman: Indrukwekkend, maar dan denk ik ook gelijk: waarom niet gewoon een drone? Die zijn tegenwoordig zo ontwikkeld!</p><p>Ronald Hutjes: Ja, dat kan ik me goed voorstellen, maar kijk, een drone heeft een grote beperking. Want een drone kan een kwartiertje in de lucht blijven, een hele grote misschien een half uurtje, en daar doe je een paar veldjes mee en wij vliegen honderden kilometers. Wij vliegen gewoon het hele Friese veenweidegebied in één dag. Dan hebben we 400 kilometer gevlogen, of zo. Dan heb je dus een veel groter gebied, dan kun je echt de hele gradient, bijvooarbeeld in veendiktes of veendieptes die je in dit gebied vindt, daarmee coveren. Dat kan je met een drone nooit, dan blijf je op één veldje beperkt. Dat is het grootste verschil eigenlijk.</p><p>Ronald Hutjes: We openen de cockpit. Zoals je ziet: twee stoelen achter elkaar. De voorste is voor de piloot. In principe kan de passagier ook sturen: alle instrumenten zitten ook achter. Al heeft die een beetje slecht zicht op de echte aeronautische apparatuur. En onze eigen apparatuur zit onder de stoel, dus dat zal ik zo eventjes blootleggen, dan kan ik daar ook even wat over vertellen. Het leuke van dit soort kleine vliegtuigjes: het is allemaal redelijk low-key. Dus je haalt gewoon de ruit eruit als je ergens bij wilt. Waar zit die nou?</p><p>Inge Diepman: Het is maar een akelig dun plastic ruitje!</p><p>Ronald Hutjes: Het is maar een heel simpel plastic ruitje, ja!</p><p>Inge Diepman: Wat zien we onder de stoel?</p><p>Ronald Hutjes: We klappen hem o. Hier zitten dus nog een paar instrumenten die door dat gat waar we het daarnet over hadden door de bodem naar beneden kijken. Dit is een hoogte meter voor hele precieze hoogtemetingen voor de piloot. En de tweede is die oppervlaktetemperatuur, binnenkort hopen we daar een camera te kunnen plaatsen om heel goed de vegetatie op te nemen. En de belangrijkste is eigenlijk de computer die alles registreert. Je begrijpt wel, met een stuk of 20 instrumenten die allemaal op vijftig keer per seconde worden gemeten, daar komen heel veel gegevens af. Dus je hebt echt wel een computertje nodig om dat allemaal op tijd vast te leggen, en zodat we het later kunnen analyseren.</p><p>Inge Diepman: En daar zit je dan bovenop als onderzoeker.</p><p>Ronald Hutjes: Daar zit je dan als onderzoeker bovenop.</p><p>Inge Diepman: Dat is goud!</p><p>Ronald Hutjes: Nogal.</p><p>Inge Diepman: De stoel kan terug, want je kan er op.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, die gaat weer terug.</p><p>Inge Diepman: Het vliegtuig wordt naar buiten gereden vanuit de hangaar, klaar gemaakt voor de vlucht naar Rouveen. Ronald gaat als enige mee met de piloot, want er kan er maar één mee. Ik zal hem mijn apparatuur geven en hij geeft ons een beschrijving van wat hij ziet als onderzoeker, vanuit de lucht van het gebied rondom Rouveen. Zijn observaties gaan dan weer mee met alle meetgegevens die de apparatuur ons gaat geven na de opname.</p><p>Ronald Hutjes: Vol gas voor take-off. We zijn hier net opgestegen van vliegveld Hilversum en we zien hier gelijk een veenweidegebied direct onder ons. Kletsnat gebied, het zit tussen Hilversum en de Vinkeveense plassen ingeklemd. We klimmen nu naar 1000 voet. Dan gaan we richting noord, langs de randmeren naar Zwolle, om van daar echt de meetvlucht te beginnen. We vliegen nu langs het randmeer ten noorden van Amersfoort, richting Nijkerk. Eigenlijk hebben we daar ook een stukje veenweidegebied waar we verder op dit moment geen metingen doen. De zogenaamde Arkemheen Polder, ook weer een prachtig gebied. Kletsnat, mooie natuur, wellicht al in de toekomst gaan ze daar ook metingen doen. We naderen nu zo ongeveer de westkant van Zwolle. Daar dalen we af. Onze meethoogte is circa 200 voet, dus slechts 60 meter, om zo goed mogelijk de metingen te kunnen doen en echt de emissies van CO2 van het oppervlak te kunnen meten. Als we dan op meethoogte zijn geef ik een signaaltje aan de computer dat we zover zijn, dan kunnen we dat later makkelijk terugvinden in de metingen.
</p><p>Ronald Hutjes: We zitten nu op meethoogte. We hebben uitstekend zicht op alles wat er onder ons gebeurt. Het is nog goed te zien dat het de afgelopen dagen erg nat is geweest. Op veel velden staan nog flinke plassen. De sloot staat natuurlijk altijd vrij hoog en het feit dat het zo nat is, is nog wel weer speciaal voor deze vlucht. Het is een prachtig gebied. We naderen nu de samenvloeiing van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water. Een paar weken geleden was het nog echt kletsnat, toen stond dat helemaal onder water. Nu ziet het er iets droger uit. Maar het is wel duidelijk waarom dit de Nederlandse wetlands heten.<br></p><p>Ronald Hutjes: We vliegen nu over de Olde Maten, een natuurgebiedje ten oosten van Zwarts...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/Qr9orxcZqyQbfeJHbxyvelVHz6ET50ZkDdJYcLA5.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42305/R4qZ1v7hjz9M9yjHJ2flZcH5fvTrRts0.mp3"
                        length="19076449"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/broeikasgassen-meten-vanuit-het-vliegtuig</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>12</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:13:13</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42306</episode_id>
                    <title>Weidevogels als graadmeter in het landje van Gruijters</title>
                    <itunes:title>Weidevogels als graadmeter in het landje van Gruijters
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/weidevogels-als-graadmeter-in-het-landje-van-gruijters</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: We zijn hier op het land van boer Van Schie die hier het land in gebruikt heeft. Melkveebedrijf op veengrond. Als je veen wil gebruiken, moet je het ontwateren en als je iets wilt ontwateren moet je sloten maken. Dus die horen bij elkaar, als veen bij sloten, als een hak bij een schoen. Hier kunnen we wel doorheen denk ik, even open maken.</p><p>Inge Diepman: Naar het weiland in!</p><p>Bert de Groot: Die sloten zijn destijds al gegraven, dan praat je weer over zo rond 11-1200, dat het hier ontgonnen is. Dan moet je je voorstellen dat de mensen vanuit de lieden, die hoort bij het spanen weer, dat die daar woonde en dat ze het land introkken om het te gaan ontginnen. Dat deden ze dan in de vorm van het graven van greppels en sloten. Die percelen waren doorgaans een meter of 20 tot 40 breed. Ze werden goed uitgemeten. Die sloten zorgde voor het afvoeren van het water, dat land werd bruikbaar voor de landbouw. Het grappige is dat die slootkanten nu ook nog altijd bestaan. We hebben in Nederland iets van 200 duizend kilometer slootkant.</p><p>Inge Diepman: Als iets kenmerkend is voor Nederland zijn het wel slootkanten.</p><p>Bert de Groot: Daar kan je zo een beetje vijf of zes keer de wereld mee rond. Dus dat is hartstikke veel. En die slootkanten hebben ook nog de begroeiing die er al was van toen het ontgonnen werd, want dat was natuurlijk een moeras gebermde. Eigenlijk is dat moeras een beetje gebleven in de slootkant. We kijken dus een beetje door oogharen terug naar 1000 jaar terug in de slootkanten.</p><p>Inge Diepman: Maar deze sloot is geen rechte sloot meer. Dus de kant loopt als het ware over. Even kijken hoe ver ik kan komen. Ik zak bijna weg, nu al terwijl ik nog een halve meter van de sloot af sta. Het groeit ook door in de sloot.</p><p>Bert de Groot: Ja, je ziet inderdaad dat die kant niet heel strak is, maar hij gaat een beetje heen en weer. Maar dat is een beetje ook de tijd van het jaar dat we het zo zien, want het groeit uit en het zal ergens in het najaar worden geschoond. Dat doen ze met apparaten, dan ziet het er weer, in boeren termen, keurig, netjes en recht uit. Maar tegelijkertijd zeg je ook wel iets wat heel belangrijk is, want deze planten zijn natuurlijk nooit 1000 jaar oud. Die zijn één, twee of tien jaar oud, maar veel verder gaat het niet. Het is een opeenvolging van planten die hun eerste wortels hebben uit de ontginning, maar dat moeten we elk jaar weer opnieuw laten groeien. Als het milieu niet goed zou zijn, dan zijn ze zo weg. Het is niet iets wat zomaar blijft.</p><p>Inge Diepman: Het is een teken dat het hier goed is?</p><p>Bert de Groot: Ja, kijk maar met me mee. We zitten op het land. Dat land heeft kort gras, het is niet zo lang geleden gemaaid. En het is deze week de mest met zo een sleuven mest. Je ziet hier de riegels met mest. Dat houdt zo'n beetje ruim een meter van een slootkant op. Dus de dierlijke mest komt niet dichterbij dan een meter van een slootkant, dus dat laatste stukje; daar komt niet veel mest. En voor soorten rijkdom is het zo hoe minder mest, hoe meer soorten. Klinkt misschien een beetje vreemd, maar zo werkt het wel. Dus door het normaal als een bedrijf te gebruiken, komt er al wat betreft dierlijke mest heel weinig mest in de slootkant. Dus dat is een belangrijke factor dat het aardig blijft voor veel soorten. En dan zie je ook dat het vertrapt wordt door het vee, want die wil uit de sloot drinken. Die vertrapping geeft altijd weer een beetje dynamiek. Dus een stukje kale grond, vochtig met droog naast elkaar en voor de planten voor elk wat wils.</p><p>Inge Diepman: Ja, je ziet hier ook de hoefafdrukken waar links en rechts nog wat water in staat.</p><p>Bert de Groot: En die variatie is een motor voor verschillende soorten. Ik hou van droog, dus ik ga hier staan, ik hou van nat, ik ga daar staan, of ik kan het niet uithouden ik ga weg. Die variatie geeft ook meer soorten. Maar dat moet ook weer niet te zwaar vertrapt worden, want dan wordt het gewoon een bende. En dan heb je nog maar een paar soorten. Er blijft altijd nog wat over, maar die tussenmaat is heel mooi.</p><p>Inge Diepman: En zonder slootkant geen weidevogel?</p><p>Bert de Groot: Nee, die slootkanten die kunnen wel helpen met weidevogels. Maar een sloot zonder kant bestaat niet, want dan zitten we aan een zee.</p><p>Inge Diepman: Maar zo een slootkant als deze?</p><p>Bert de Groot: Dat is heel leuk! Het hangt een beetje van de soort af of die wat met slootkanten heeft. Tureluurs houden van slootkanten, die varen wel bij, want daar vinden ze ook precies die halve trap. Dat vinden zij prachtig, want dat is voor hun echt het milieu waar ze graag voedsel in zoeken. Grutto's die kunnen er ook gebruik van maken, maar zij ruiken liever het volle veld land voor hun voedsel. Maar als dat te ongunstig is, dan mogen ze ook graag aan een slootkant verblijven. En kieviten willen gewoon kort gras hebben, dat kan ook in een slootkant zijn. Ze hebben geen specifieke voorkeur voor de slootkant, maar het kan wel net een bijdrage zijn aan het totale milieu. Voor de tureluur dus helemaal, voor grutto's en de kievit een beetje. En de eenden soort ook, de slobeend of de zomertaling die kunnen er goed gebruik van maken.</p><p>Inge Diepman: En soms worden ook bepaalde kruidenmengsels gezaaid aan zo een slootkant, waarom?</p><p>Bert de Groot: Daar wil ik wel iets over zeggen, maar ik zou eerst eens met jou willen kijken. Moet je zien wat je hier al ziet. Hier wordt niks ingezaaid en je hoeft ze niet eens allemaal bij de naam te noemen, maar je ziet hoeveel soorten er staan. Je ziet daar knikkend tandzaad met die bredere bladeren.</p><p>Inge Diepman: Ja, ik durf niet meer dichterbij te komen, ik sta zo midden in het water.</p><p>Bert de Groot: Maar je ziet hier een paar grassoorten met die slappe bladeren in het water. Je ziet daar wat eigenwijs rechtopstaande sprietjes, dat is dan waterbies. En je ziet daar een soort propjes bloeien, ik kan dat niet voor je aanwijzen. Hier zie je nog pinksterbloem, kruipende boterbloem, scherpe boterbloem, varkensgras, een paar grassoorten, witbol, gewone klaver en kruipende witte klaver, zwanenbloem en egelskop.</p><p>Inge Diepman: Een enorme biodiversiteit!
</p><p>Bert de Groot: Als je gaat tellen, kom je op 40 meter kant op 30 á 40 soorten. Lidsteng, die aan de overkant, zie je, leuk hé?</p><p>Inge Diepman: Prachtig zo een waterplant!</p><p>Bert de Groot: Eigenlijk staat er van zichzelf al hartstikke veel, wat mij betreft hoeven we niet in te zaaien. Het gebeurt wel en dat kan heel goed zijn of een bijdrage leveren, maar uiteindelijk moet je het zonder bij zaaien kunnen. Als een situatie helemaal hopeloos is, van er staat helemaal niks meer, dan kan je een zetje geven met inzaaien. Als bioloog zeg ik erbij, gebruik dan graag zaden die uit de buurt komen. Zodat het een begroeiing is die past in het landschap waar we nu zijn. We hebben nu de slootkanten gehad, we hebben ook nog de sloten. Dat voel je ook al aan, dat hoort ook bij een ver verleden. Dat is eigenlijk 200 duizend kilometer openlucht zoetwater aquarium, daar gebeurt van alles in. Daar heb ik zelf niet zo heel veel verstand van, dus heel veel kan ik er niet over vertellen. Maar je hebt vissoorten, insectensoorten in combinatie met planten en libellen. Dat is allemaal gebonden aan slootleven, fantastisch! En natuurlijk foeragerende lepels, ooievaars, reigers, alles vliegt er rond. Die maken van andere kwaliteiten van de sloot gebruik, maar het is ook weer bruisend van leven.</p><p>Inge Diepman: Denk jij als bioloog ook in termen als: ecosysteemdiensten, dus datgene wat de natuur ons als mens levert?</p><p>Bert de Groot: Ja, ik vind het een handige truc om het te proberen in geld uit te drukken en een uitdaging voor degene die alleen maar in geldtermen kunnen denken. Maar daarna zei ik: hou er alsjeblieft toch mee op! Als we rekensommen gaan maken en zeggen: we kunnen het toch als ecosysteemdienst benutten, kost 100 euro, maar we kunnen het toch zelf maken is iets goedkoper. Die mag wel weg, helemaal fout! Dus ik vind het goed om mensen te verleiden van: natuur is niet waardeloos, het betekent heel veel voor ons. Maar ga het alsjeblieft niet in geld uitdrukken! Ik vind wel dat als je iets verandert je het ook moet opknappen. Je mag best iets gebruiken maar leg het geld neer in een spaarpot om het weer op te knappen. Dan kost het ook geld, maar dat is heel ander soort geld, een andere waarde. Het vervuilen is bij ons gratis, dat kan niet! Hoe dan ook, we zijn van onze omgeving en economie afhankelijk. We kennen een heel gebrekkig manier om waardes uit te drukken. Koersen; vandaag is iets veel waard, morgen weinig, terwijl het leven gewoon doorgaat. Dus dat is onze manier van dingen beheersbaar maken, maar onze omgeving is überhaupt datgene wat ons doet leven. Die som moeten we goed maken en dat moet je liever niet in geld uitdrukken. Geld is dan een middel en geen doel om te bewijzen dat iets veel veiliger gemaakt is. We zijn 100 procent afhankelijk van onze omgeving en daar moeten we opletten. Is dat nog gezond voor ons?
</p><p>Inge Diepman: Maar dat is wel de manier waarop wij tegenwoordig denken. Ik geloof dat het blad Nature er zelf ook aan heeft meegedaan, want die heeft er ooit een keer over gepubliceerd. Dat was een onderzoek, waarin werd gezegd: - ik meen dat jij het vast weet - dat 33 miljard per dag datgene is wat de natuur ons waard is?</p><p>Bert de Groot: Ja, het was een heel groot bedrag, vandaar dat ik het allang vergeten ben. Maar het was ongeveer even veel waard als de totale economische bedrijvigheid van de wereld.</p><p>Inge Diepman: Dat zegt wel wat.</p><p>Inge Diepman: Maar volgens mij is dat gewoon dezelfde min als die bij de plus hoort. Het doet heel veel bij mensen, maar ga er niet te serieus naar kijken, zeg ik maar. Stel je voor dat er geen geld was, dan was het niks waard. Het is onze talen die we gebruiken, het is een construct dus we verzinnen het. Natuurlijk begrijp ik wel...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Bert de Groot: We zijn hier op het land van boer Van Schie die hier het land in gebruikt heeft. Melkveebedrijf op veengrond. Als je veen wil gebruiken, moet je het ontwateren en als je iets wilt ontwateren moet je sloten maken. Dus die horen bij elkaar, als veen bij sloten, als een hak bij een schoen. Hier kunnen we wel doorheen denk ik, even open maken.Inge Diepman: Naar het weiland in!Bert de Groot: Die sloten zijn destijds al gegraven, dan praat je weer over zo rond 11-1200, dat het hier ontgonnen is. Dan moet je je voorstellen dat de mensen vanuit de lieden, die hoort bij het spanen weer, dat die daar woonde en dat ze het land introkken om het te gaan ontginnen. Dat deden ze dan in de vorm van het graven van greppels en sloten. Die percelen waren doorgaans een meter of 20 tot 40 breed. Ze werden goed uitgemeten. Die sloten zorgde voor het afvoeren van het water, dat land werd bruikbaar voor de landbouw. Het grappige is dat die slootkanten nu ook nog altijd bestaan. We hebben in Nederland iets van 200 duizend kilometer slootkant.Inge Diepman: Als iets kenmerkend is voor Nederland zijn het wel slootkanten.Bert de Groot: Daar kan je zo een beetje vijf of zes keer de wereld mee rond. Dus dat is hartstikke veel. En die slootkanten hebben ook nog de begroeiing die er al was van toen het ontgonnen werd, want dat was natuurlijk een moeras gebermde. Eigenlijk is dat moeras een beetje gebleven in de slootkant. We kijken dus een beetje door oogharen terug naar 1000 jaar terug in de slootkanten.Inge Diepman: Maar deze sloot is geen rechte sloot meer. Dus de kant loopt als het ware over. Even kijken hoe ver ik kan komen. Ik zak bijna weg, nu al terwijl ik nog een halve meter van de sloot af sta. Het groeit ook door in de sloot.Bert de Groot: Ja, je ziet inderdaad dat die kant niet heel strak is, maar hij gaat een beetje heen en weer. Maar dat is een beetje ook de tijd van het jaar dat we het zo zien, want het groeit uit en het zal ergens in het najaar worden geschoond. Dat doen ze met apparaten, dan ziet het er weer, in boeren termen, keurig, netjes en recht uit. Maar tegelijkertijd zeg je ook wel iets wat heel belangrijk is, want deze planten zijn natuurlijk nooit 1000 jaar oud. Die zijn één, twee of tien jaar oud, maar veel verder gaat het niet. Het is een opeenvolging van planten die hun eerste wortels hebben uit de ontginning, maar dat moeten we elk jaar weer opnieuw laten groeien. Als het milieu niet goed zou zijn, dan zijn ze zo weg. Het is niet iets wat zomaar blijft.Inge Diepman: Het is een teken dat het hier goed is?Bert de Groot: Ja, kijk maar met me mee. We zitten op het land. Dat land heeft kort gras, het is niet zo lang geleden gemaaid. En het is deze week de mest met zo een sleuven mest. Je ziet hier de riegels met mest. Dat houdt zo'n beetje ruim een meter van een slootkant op. Dus de dierlijke mest komt niet dichterbij dan een meter van een slootkant, dus dat laatste stukje; daar komt niet veel mest. En voor soorten rijkdom is het zo hoe minder mest, hoe meer soorten. Klinkt misschien een beetje vreemd, maar zo werkt het wel. Dus door het normaal als een bedrijf te gebruiken, komt er al wat betreft dierlijke mest heel weinig mest in de slootkant. Dus dat is een belangrijke factor dat het aardig blijft voor veel soorten. En dan zie je ook dat het vertrapt wordt door het vee, want die wil uit de sloot drinken. Die vertrapping geeft altijd weer een beetje dynamiek. Dus een stukje kale grond, vochtig met droog naast elkaar en voor de planten voor elk wat wils.Inge Diepman: Ja, je ziet hier ook de hoefafdrukken waar links en rechts nog wat water in staat.Bert de Groot: En die variatie is een motor voor verschillende soorten. Ik hou van droog, dus ik ga hier staan, ik hou van nat, ik ga daar staan, of ik kan het niet uithouden ik ga weg. Die variatie geeft ook meer soorten. Maar dat moet ook weer niet te zwaar vertrapt worden, want dan wordt het gewoon een bende. En dan heb je nog maar een paar soorten. Er blijft altijd nog wat over, maar die tussenmaat is heel mooi.Inge Diepman: En zonder slootkant geen weidevogel?Bert de Groot: Nee, die slootkanten die kunnen wel helpen met weidevogels. Maar een sloot zonder kant bestaat niet, want dan zitten we aan een zee.Inge Diepman: Maar zo een slootkant als deze?Bert de Groot: Dat is heel leuk! Het hangt een beetje van de soort af of die wat met slootkanten heeft. Tureluurs houden van slootkanten, die varen wel bij, want daar vinden ze ook precies die halve trap. Dat vinden zij prachtig, want dat is voor hun echt het milieu waar ze graag voedsel in zoeken. Grutto's die kunnen er ook gebruik van maken, maar zij ruiken liever het volle veld land voor hun voedsel. Maar als dat te ongunstig is, dan mogen ze ook graag aan een slootkant verblijven. En kieviten willen gewoon kort gras hebben, dat kan ook in een slootkant zijn. Ze hebben geen specifieke voorkeur voor de slootkant, maar het kan wel net een bijdrage zijn aan het totale milieu. Voor de tureluur dus helemaal, voor grutto's en de kievit een beetje. En de eenden soort ook, de slobeend of de zomertaling die kunnen er goed gebruik van maken.Inge Diepman: En soms worden ook bepaalde kruidenmengsels gezaaid aan zo een slootkant, waarom?Bert de Groot: Daar wil ik wel iets over zeggen, maar ik zou eerst eens met jou willen kijken. Moet je zien wat je hier al ziet. Hier wordt niks ingezaaid en je hoeft ze niet eens allemaal bij de naam te noemen, maar je ziet hoeveel soorten er staan. Je ziet daar knikkend tandzaad met die bredere bladeren.Inge Diepman: Ja, ik durf niet meer dichterbij te komen, ik sta zo midden in het water.Bert de Groot: Maar je ziet hier een paar grassoorten met die slappe bladeren in het water. Je ziet daar wat eigenwijs rechtopstaande sprietjes, dat is dan waterbies. En je ziet daar een soort propjes bloeien, ik kan dat niet voor je aanwijzen. Hier zie je nog pinksterbloem, kruipende boterbloem, scherpe boterbloem, varkensgras, een paar grassoorten, witbol, gewone klaver en kruipende witte klaver, zwanenbloem en egelskop.Inge Diepman: Een enorme biodiversiteit!
Bert de Groot: Als je gaat tellen, kom je op 40 meter kant op 30 á 40 soorten. Lidsteng, die aan de overkant, zie je, leuk hé?Inge Diepman: Prachtig zo een waterplant!Bert de Groot: Eigenlijk staat er van zichzelf al hartstikke veel, wat mij betreft hoeven we niet in te zaaien. Het gebeurt wel en dat kan heel goed zijn of een bijdrage leveren, maar uiteindelijk moet je het zonder bij zaaien kunnen. Als een situatie helemaal hopeloos is, van er staat helemaal niks meer, dan kan je een zetje geven met inzaaien. Als bioloog zeg ik erbij, gebruik dan graag zaden die uit de buurt komen. Zodat het een begroeiing is die past in het landschap waar we nu zijn. We hebben nu de slootkanten gehad, we hebben ook nog de sloten. Dat voel je ook al aan, dat hoort ook bij een ver verleden. Dat is eigenlijk 200 duizend kilometer openlucht zoetwater aquarium, daar gebeurt van alles in. Daar heb ik zelf niet zo heel veel verstand van, dus heel veel kan ik er niet over vertellen. Maar je hebt vissoorten, insectensoorten in combinatie met planten en libellen. Dat is allemaal gebonden aan slootleven, fantastisch! En natuurlijk foeragerende lepels, ooievaars, reigers, alles vliegt er rond. Die maken van andere kwaliteiten van de sloot gebruik, maar het is ook weer bruisend van leven.Inge Diepman: Denk jij als bioloog ook in termen als: ecosysteemdiensten, dus datgene wat de natuur ons als mens levert?Bert de Groot: Ja, ik vind het een handige truc om het te proberen in geld uit te drukken en een uitdaging voor degene die alleen maar in geldtermen kunnen denken. Maar daarna zei ik: hou er alsjeblieft toch mee op! Als we rekensommen gaan maken en zeggen: we kunnen het toch als ecosysteemdienst benutten, kost 100 euro, maar we kunnen het toch zelf maken is iets goedkoper. Die mag wel weg, helemaal fout! Dus ik vind het goed om mensen te verleiden van: natuur is niet waardeloos, het betekent heel veel voor ons. Maar ga het alsjeblieft niet in geld uitdrukken! Ik vind wel dat als je iets verandert je het ook moet opknappen. Je mag best iets gebruiken maar leg het geld neer in een spaarpot om het weer op te knappen. Dan kost het ook geld, maar dat is heel ander soort geld, een andere waarde. Het vervuilen is bij ons gratis, dat kan niet! Hoe dan ook, we zijn van onze omgeving en economie afhankelijk. We kennen een heel gebrekkig manier om waardes uit te drukken. Koersen; vandaag is iets veel waard, morgen weinig, terwijl het leven gewoon doorgaat. Dus dat is onze manier van dingen beheersbaar maken, maar onze omgeving is überhaupt datgene wat ons doet leven. Die som moeten we goed maken en dat moet je liever niet in geld uitdrukken. Geld is dan een middel en geen doel om te bewijzen dat iets veel veiliger gemaakt is. We zijn 100 procent afhankelijk van onze omgeving en daar moeten we opletten. Is dat nog gezond voor ons?
Inge Diepman: Maar dat is wel de manier waarop wij tegenwoordig denken. Ik geloof dat het blad Nature er zelf ook aan heeft meegedaan, want die heeft er ooit een keer over gepubliceerd. Dat was een onderzoek, waarin werd gezegd: - ik meen dat jij het vast weet - dat 33 miljard per dag datgene is wat de natuur ons waard is?Bert de Groot: Ja, het was een heel groot bedrag, vandaar dat ik het allang vergeten ben. Maar het was ongeveer even veel waard als de totale economische bedrijvigheid van de wereld.Inge Diepman: Dat zegt wel wat.Inge Diepman: Maar volgens mij is dat gewoon dezelfde min als die bij de plus hoort. Het doet heel veel bij mensen, maar ga er niet te serieus naar kijken, zeg ik maar. Stel je voor dat er geen geld was, dan was het niks waard. Het is onze talen die we gebruiken, het is een construct dus we verzinnen het. Natuurlijk begrijp ik wel dat je er veel mee kunt, zeker in een uit zijn verband gegroeide tijd waar we nu in leven. Het helpt ons om te corrigeren waar we heel veel risico's nemen, over onze duurzaamheid. Maar het is geen ei...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: We zijn hier op het land van boer Van Schie die hier het land in gebruikt heeft. Melkveebedrijf op veengrond. Als je veen wil gebruiken, moet je het ontwateren en als je iets wilt ontwateren moet je sloten maken. Dus die horen bij elkaar, als veen bij sloten, als een hak bij een schoen. Hier kunnen we wel doorheen denk ik, even open maken.</p><p>Inge Diepman: Naar het weiland in!</p><p>Bert de Groot: Die sloten zijn destijds al gegraven, dan praat je weer over zo rond 11-1200, dat het hier ontgonnen is. Dan moet je je voorstellen dat de mensen vanuit de lieden, die hoort bij het spanen weer, dat die daar woonde en dat ze het land introkken om het te gaan ontginnen. Dat deden ze dan in de vorm van het graven van greppels en sloten. Die percelen waren doorgaans een meter of 20 tot 40 breed. Ze werden goed uitgemeten. Die sloten zorgde voor het afvoeren van het water, dat land werd bruikbaar voor de landbouw. Het grappige is dat die slootkanten nu ook nog altijd bestaan. We hebben in Nederland iets van 200 duizend kilometer slootkant.</p><p>Inge Diepman: Als iets kenmerkend is voor Nederland zijn het wel slootkanten.</p><p>Bert de Groot: Daar kan je zo een beetje vijf of zes keer de wereld mee rond. Dus dat is hartstikke veel. En die slootkanten hebben ook nog de begroeiing die er al was van toen het ontgonnen werd, want dat was natuurlijk een moeras gebermde. Eigenlijk is dat moeras een beetje gebleven in de slootkant. We kijken dus een beetje door oogharen terug naar 1000 jaar terug in de slootkanten.</p><p>Inge Diepman: Maar deze sloot is geen rechte sloot meer. Dus de kant loopt als het ware over. Even kijken hoe ver ik kan komen. Ik zak bijna weg, nu al terwijl ik nog een halve meter van de sloot af sta. Het groeit ook door in de sloot.</p><p>Bert de Groot: Ja, je ziet inderdaad dat die kant niet heel strak is, maar hij gaat een beetje heen en weer. Maar dat is een beetje ook de tijd van het jaar dat we het zo zien, want het groeit uit en het zal ergens in het najaar worden geschoond. Dat doen ze met apparaten, dan ziet het er weer, in boeren termen, keurig, netjes en recht uit. Maar tegelijkertijd zeg je ook wel iets wat heel belangrijk is, want deze planten zijn natuurlijk nooit 1000 jaar oud. Die zijn één, twee of tien jaar oud, maar veel verder gaat het niet. Het is een opeenvolging van planten die hun eerste wortels hebben uit de ontginning, maar dat moeten we elk jaar weer opnieuw laten groeien. Als het milieu niet goed zou zijn, dan zijn ze zo weg. Het is niet iets wat zomaar blijft.</p><p>Inge Diepman: Het is een teken dat het hier goed is?</p><p>Bert de Groot: Ja, kijk maar met me mee. We zitten op het land. Dat land heeft kort gras, het is niet zo lang geleden gemaaid. En het is deze week de mest met zo een sleuven mest. Je ziet hier de riegels met mest. Dat houdt zo'n beetje ruim een meter van een slootkant op. Dus de dierlijke mest komt niet dichterbij dan een meter van een slootkant, dus dat laatste stukje; daar komt niet veel mest. En voor soorten rijkdom is het zo hoe minder mest, hoe meer soorten. Klinkt misschien een beetje vreemd, maar zo werkt het wel. Dus door het normaal als een bedrijf te gebruiken, komt er al wat betreft dierlijke mest heel weinig mest in de slootkant. Dus dat is een belangrijke factor dat het aardig blijft voor veel soorten. En dan zie je ook dat het vertrapt wordt door het vee, want die wil uit de sloot drinken. Die vertrapping geeft altijd weer een beetje dynamiek. Dus een stukje kale grond, vochtig met droog naast elkaar en voor de planten voor elk wat wils.</p><p>Inge Diepman: Ja, je ziet hier ook de hoefafdrukken waar links en rechts nog wat water in staat.</p><p>Bert de Groot: En die variatie is een motor voor verschillende soorten. Ik hou van droog, dus ik ga hier staan, ik hou van nat, ik ga daar staan, of ik kan het niet uithouden ik ga weg. Die variatie geeft ook meer soorten. Maar dat moet ook weer niet te zwaar vertrapt worden, want dan wordt het gewoon een bende. En dan heb je nog maar een paar soorten. Er blijft altijd nog wat over, maar die tussenmaat is heel mooi.</p><p>Inge Diepman: En zonder slootkant geen weidevogel?</p><p>Bert de Groot: Nee, die slootkanten die kunnen wel helpen met weidevogels. Maar een sloot zonder kant bestaat niet, want dan zitten we aan een zee.</p><p>Inge Diepman: Maar zo een slootkant als deze?</p><p>Bert de Groot: Dat is heel leuk! Het hangt een beetje van de soort af of die wat met slootkanten heeft. Tureluurs houden van slootkanten, die varen wel bij, want daar vinden ze ook precies die halve trap. Dat vinden zij prachtig, want dat is voor hun echt het milieu waar ze graag voedsel in zoeken. Grutto's die kunnen er ook gebruik van maken, maar zij ruiken liever het volle veld land voor hun voedsel. Maar als dat te ongunstig is, dan mogen ze ook graag aan een slootkant verblijven. En kieviten willen gewoon kort gras hebben, dat kan ook in een slootkant zijn. Ze hebben geen specifieke voorkeur voor de slootkant, maar het kan wel net een bijdrage zijn aan het totale milieu. Voor de tureluur dus helemaal, voor grutto's en de kievit een beetje. En de eenden soort ook, de slobeend of de zomertaling die kunnen er goed gebruik van maken.</p><p>Inge Diepman: En soms worden ook bepaalde kruidenmengsels gezaaid aan zo een slootkant, waarom?</p><p>Bert de Groot: Daar wil ik wel iets over zeggen, maar ik zou eerst eens met jou willen kijken. Moet je zien wat je hier al ziet. Hier wordt niks ingezaaid en je hoeft ze niet eens allemaal bij de naam te noemen, maar je ziet hoeveel soorten er staan. Je ziet daar knikkend tandzaad met die bredere bladeren.</p><p>Inge Diepman: Ja, ik durf niet meer dichterbij te komen, ik sta zo midden in het water.</p><p>Bert de Groot: Maar je ziet hier een paar grassoorten met die slappe bladeren in het water. Je ziet daar wat eigenwijs rechtopstaande sprietjes, dat is dan waterbies. En je ziet daar een soort propjes bloeien, ik kan dat niet voor je aanwijzen. Hier zie je nog pinksterbloem, kruipende boterbloem, scherpe boterbloem, varkensgras, een paar grassoorten, witbol, gewone klaver en kruipende witte klaver, zwanenbloem en egelskop.</p><p>Inge Diepman: Een enorme biodiversiteit!
</p><p>Bert de Groot: Als je gaat tellen, kom je op 40 meter kant op 30 á 40 soorten. Lidsteng, die aan de overkant, zie je, leuk hé?</p><p>Inge Diepman: Prachtig zo een waterplant!</p><p>Bert de Groot: Eigenlijk staat er van zichzelf al hartstikke veel, wat mij betreft hoeven we niet in te zaaien. Het gebeurt wel en dat kan heel goed zijn of een bijdrage leveren, maar uiteindelijk moet je het zonder bij zaaien kunnen. Als een situatie helemaal hopeloos is, van er staat helemaal niks meer, dan kan je een zetje geven met inzaaien. Als bioloog zeg ik erbij, gebruik dan graag zaden die uit de buurt komen. Zodat het een begroeiing is die past in het landschap waar we nu zijn. We hebben nu de slootkanten gehad, we hebben ook nog de sloten. Dat voel je ook al aan, dat hoort ook bij een ver verleden. Dat is eigenlijk 200 duizend kilometer openlucht zoetwater aquarium, daar gebeurt van alles in. Daar heb ik zelf niet zo heel veel verstand van, dus heel veel kan ik er niet over vertellen. Maar je hebt vissoorten, insectensoorten in combinatie met planten en libellen. Dat is allemaal gebonden aan slootleven, fantastisch! En natuurlijk foeragerende lepels, ooievaars, reigers, alles vliegt er rond. Die maken van andere kwaliteiten van de sloot gebruik, maar het is ook weer bruisend van leven.</p><p>Inge Diepman: Denk jij als bioloog ook in termen als: ecosysteemdiensten, dus datgene wat de natuur ons als mens levert?</p><p>Bert de Groot: Ja, ik vind het een handige truc om het te proberen in geld uit te drukken en een uitdaging voor degene die alleen maar in geldtermen kunnen denken. Maar daarna zei ik: hou er alsjeblieft toch mee op! Als we rekensommen gaan maken en zeggen: we kunnen het toch als ecosysteemdienst benutten, kost 100 euro, maar we kunnen het toch zelf maken is iets goedkoper. Die mag wel weg, helemaal fout! Dus ik vind het goed om mensen te verleiden van: natuur is niet waardeloos, het betekent heel veel voor ons. Maar ga het alsjeblieft niet in geld uitdrukken! Ik vind wel dat als je iets verandert je het ook moet opknappen. Je mag best iets gebruiken maar leg het geld neer in een spaarpot om het weer op te knappen. Dan kost het ook geld, maar dat is heel ander soort geld, een andere waarde. Het vervuilen is bij ons gratis, dat kan niet! Hoe dan ook, we zijn van onze omgeving en economie afhankelijk. We kennen een heel gebrekkig manier om waardes uit te drukken. Koersen; vandaag is iets veel waard, morgen weinig, terwijl het leven gewoon doorgaat. Dus dat is onze manier van dingen beheersbaar maken, maar onze omgeving is überhaupt datgene wat ons doet leven. Die som moeten we goed maken en dat moet je liever niet in geld uitdrukken. Geld is dan een middel en geen doel om te bewijzen dat iets veel veiliger gemaakt is. We zijn 100 procent afhankelijk van onze omgeving en daar moeten we opletten. Is dat nog gezond voor ons?
</p><p>Inge Diepman: Maar dat is wel de manier waarop wij tegenwoordig denken. Ik geloof dat het blad Nature er zelf ook aan heeft meegedaan, want die heeft er ooit een keer over gepubliceerd. Dat was een onderzoek, waarin werd gezegd: - ik meen dat jij het vast weet - dat 33 miljard per dag datgene is wat de natuur ons waard is?</p><p>Bert de Groot: Ja, het was een heel groot bedrag, vandaar dat ik het allang vergeten ben. Maar het was ongeveer even veel waard als de totale economische bedrijvigheid van de wereld.</p><p>Inge Diepman: Dat zegt wel wat.</p><p>Inge Diepman: Maar volgens mij is dat gewoon dezelfde min als die bij de plus hoort. Het doet heel veel bij mensen, maar ga er niet te serieus naar kijken, zeg ik maar. Stel je voor dat er geen geld was, dan was het niks waard. Het is onze talen die we gebruiken, het is een construct dus we verzinnen het. Natuurlijk begrijp ik wel...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/6HVhuCnLYOBu4jkPO4OLzfWdOvEvhNkfL9KLaDxE.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42306/DXHwzsb2ICCfoi8V2LVt1SqlzoQdpUjV.mp3"
                        length="15747381"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/weidevogels-als-graadmeter-in-het-landje-van-gruijters</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>9</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:10:54</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42307</episode_id>
                    <title>Onderzoek naar microbiële processen in het lab van de Universiteit Utrecht</title>
                    <itunes:title>Onderzoek naar microbiële processen in het lab van de Universiteit Utrecht
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/onderzoek-naar-microbiele-processen-in-het-lab-van-de-universiteit-utrecht</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Laura: Ik ben nu net de monsters uit de koelcel gaan halen. We bewaren die daar tijdens de nacht en we gaan nu die monsters in het lab uitzoeken. Dus ik ga nu een eerste monster nemen. Ze zijn allemaal verpakt in plastic zakjes.</p><p>Inge Diepman: Is gewoon een koelbox, waar je het uithaalt?</p><p>Laura: Ja, ze zijn allemaal bewaard in een koelbox zodanig dat het monster niet opwarmt. Het moet altijd koel blijven. Daarom leggen we nu ook het monster op een bak met ijs zodanig dat tijdens het uitzoeken het monster niet opwarmt.</p><p>Inge Diepman: Marit, waarom is Laura het veen aan het mishandelen, als ik het zo mag noemen, ze is aan het fijn knijpen.</p><p>Marit Hefting: Laura is het monster aan het fijn knijpen door het zakje heen. Dat heeft ermee te maken dat veen heel heterogeen is met de samenstelling dus heel erg wisselt van plek tot plek, en wat ze aan het doen is, is dat veen heel erg homogeen maken. Dus mengen. Dat heeft ermee te maken dat we een sub monstertje willen nemen, en dat moet representatief zijn voor dat hele veen wat we gemonsterd hebben, dus ze mengt het monster door het zakje heen, zodat er geen verontreinigingen in komen.</p><p>Laura: Ik ga nu ook handschoenen aandoen voor dezelfde reden, zodanig dat wanneer ik het veen aanraak dat het niet verontreinigd wordt. Daarna gaan we een sub stempel van het monster uit het zakje halen en hier op het ijs liggen om de wortels en ander ongewenst materiaal er uit te halen zoals bijvoorbeeld stukjes gras of zo, dat willen we niet meenemen.</p><p>Inge Diepman: Waarom is dat Marit? Want ook dat is toch organisch materiaal?</p><p>Marit Hefting: Dat is ook organisch materiaal. Het is alleen van de korte c-cyclus waar wij naar op zoek zijn, is hoe micro organismen, dus bacteriën, schimmels en archaea, hoe ze het veen eten, en wij willen vooral monsters hebben van het veen zelf en daar onderzoek aan doen, dus we kijken naar de afbraak van veen. De afbraak van de wortels, en de afbraak van het gras zelf. Dat interesseert ons in dit geval niet.</p><p>Laura: Dit is nu wel oké. Daarna neem ik zo een potje die al gelabeld is en dan ga ik dat afwegen dus ik wil ongeveer 20 gram. Moet niet heel precies zijn.</p><p>Inge Diepman: Waarom 20 gram? Waar gaat dit naartoe?</p><p>Laura: Deze potjes worden dan daarna aan de respirometer aangesloten, dus die worden dan in flessen gezet, zoals hier. Ik neem hier nu een fles.</p><p>Inge Diepman: Een hele bak met flessen. Wat jij net van worteltjes hebt ontdaan dat heb je dus in dat potje gedaan en dat gaat in die fles.</p><p>Laura: Ja, hierna wordt eerst nog het vochtgehalte van het monster bepaald dus we gaan het drooggewicht wegen van het monster en ook het gewicht van dit veen en daarna willen we het op zeventig procent het veldcapaciteit brengen.</p><p>Marit Hefting: Wij brengen het op 70 procent van die Veldcapaciteit. Zodat er voldoende zuurstof in de bodem aanwezig is voor de micro-organismen.</p><p>Inge Diepman: En dan is het vergelijkbaar met de omstandigheid in het veld.</p><p>Marit Hefting: Dan is het vergelijkbaar met een omstandigheid op een bepaald moment in het veld, want in het veld gaat dat vochtgehalte natuurlijk de hele tijd heen en weer. Het kan helemaal verzadigd zijn. Dat alle poriën vol zitten met water en het kan helemaal droog zijn, dat er bijna geen water meer aanwezig is, in een hele droge zomer. Wij brengen het op een bepaald vochtgehalte zodat we de verschillende monsters, van de verschillende momenten, tussen het veen kunnen vergelijken. Dus we willen eigenlijk een bepaald vochtgehalte standaard vastzetten zodat we de verschillende activiteiten kunnen vergelijken.</p><p>Inge Diepman: Dit veen wordt nu klaargemaakt voor al die proeven die hier in de rest van de gang plaatsvinden?</p><p>Marit Hefting: We hebben de labs ook gescheiden met verschillende metingen in verschillende labs.</p><p>Laura: Dit is echt de eerste stap, dus we moeten eerst het veen afwegen en die sub samples verdelen en we kunnen ook niet alles meteen in de respirometer opmeten omdat er een respirometer niet genoeg capaciteit heeft. Dus een deel van deze monsters gaat meteen in de respirometer en de rest gaat terug in de koelcel. Zodanig dat we één van de volgende dagen dan de respiratie daarvan kunnen meten.</p><p>Marit Hefting: We gaan nu naar het respirometer lab. Dat is een paar deuren verderop en daar is Joost om ons uit te leggen hoe de respirometer verder werkt.</p><p>Inge Diepman: Dag Joost!</p><p>Joost: Ik zal nu de naar de respirometer lopen, die gebruiken we om de ademhaling van micro organisme te meten.</p><p>Inge Diepman: Is dat te vergelijken met mensen die een longaandoening hebben en die respirometer heel goed kennen, omdat ze daar altijd in en uit moeten blazen?</p><p>Joost: Net zoiets, hierbij blazen de micro organisme kooldixoxide uit, net zoals dat bij mensen gemeten wordt. Alleen hier gaat het om hele kleine hoeveelheden, dus het kost ons wat meer tijd om dat goed te kunnen meten en dat doen we met deze respirometer dat zijn twee grote boxen die op mekaar staan, met in één de sensoren en daaronder een box die de sensoren koppelt aan flessen die we hier hebben staan, en in die flessen zitten verschillende bodemmonsters.</p><p>Inge Diepman: Wat hoor ik nu?
</p><p>Joost: Je hoort hem net schakelen naar het volgende monster. Het apparaat gaat nu lucht rondpompen tussen de sensor en een buisje met daarin bodem, en op die manier kunnen we meten hoeveel ademhaling eruit elk monster komt, elk bodemmonster. Dus in het veen. Het veen verdwijnt langzaam, omdat bacteriën het veen opeten en daarbij ademen ze CO2 uit. Door nu CO2 te meten weten we hoe snel er gegeten wordt.</p><p>Inge Diepman: Hoe sneller die eet, hoe meer ze ademhalen, mag ik dat zo zeggen?</p><p>Joost: Hoe sneller ze eten, hoe meer ze ademhalen. Het kan zijn dat ze gaan groeien. Dan zie je heel veel ademhaling, maar het kan ook zijn dat ze gewoon veen aan het verteren zijn, en één van de producten die daarbij vrijkomt is CO2.</p><p>Inge Diepman: En dit zijn ook monsters, waar klei in zit?</p><p>Joost: Dit zijn monsters afkomstig uit een pilotproef waarin we graag willen weten of het mogelijk is om met klei de afbraak van veen te verminderen. In dit geval hebben we die perfect door de klei, door het veen, heen gemengd, niet zoals je dat in het veld ziet maar hiermee kunnen we het maximale effect van klei in veen zien.</p><p>Inge Diepman: Wat doet klei met veen?</p><p>Joost: Als je kei door veen heen mengt dan gebeuren er allemaal dingen met de structuur, waardoor er minder zuurstof beschikbaar is voor micro-organismen. Er worden nutriënten weggevangen en het kan zijn dat sommige organismen, die heel goed zijn in het afbreken van veen, daar last van hebben. Het kan ook zijn dat er meer vocht vastgehouden wordt in het veen door het klei, en dat gaan we in de toekomst onderzoeken.
</p><p>Inge Diepman: Wat kunnen we hier nou uiteindelijk mee?<br></p><p>Joost: Wat je ermee kan, is heel precies zien wat er in het veen gebeurt. Dus naast de metingen die je buiten doet om te zien wat er in de echte wereld als het ware gebeurt, kan je hier heel mooi scheiden wat de planten verademen en wat er onder de grond gebeurt. Samen met de info van buiten kunnen we zo begrijpen wat er gebeurt als je een maatregel neemt in veen.</p><p>Inge Diepman: En dan kan je ook een beetje gaan manipuleren?</p><p>Joost: Ja, we kunnen hier heel goed gaan manipuleren. Klei en veen is daar een voorbeeld van. We kunnen ook zonder zuurstof meten of we kunnen er bijvoorbeeld een stof aan toevoegen waarvan we weten dat die in veen veel voorkomt en waarvan we denken dat dat helpt bij het voorkomen van de afbraak daarvan.</p><p>Inge Diepman: Joost, dank je wel.</p><p>Marit Hefting: We staan nu bij de incubator in het lab met de flowkamers en de eco plate reader. In de incubator is het 25 graden, dus dat is een soort koelkast, maar dan lekker warm. Laura gaat nu even dat monster pakken en het monster is een eco plate. Dat is een plastic bakje met 96 gaatjes daarin, en in die gaatjes zie je een soort vloeistof zitten en daar zie je ook een soort kleurtjes.</p><p>Laura: We hebben die plaatjes gevuld met een bepaald monster en in elk vakje zit een ander substraat en er zit ook een kleurstof. Wanneer de micro-organismen vanuit het bepaald tempo die substraat gaan afbreken, gaat dat gaatje van kleur veranderen en dat is wat we nu zien. We zien verschillende gaatje die paars zijn geworden en anderen zijn nog altijd gewoon doorzichtig. Dat wil zeggen dat enkel sommige substraten zijn afgebroken en anderen niet.</p><p>Inge Diepman: Dus ze vinden bepaalde dingen lekker en bepaalde dingen niet. Wat zijn die substraten dan? Je voert ze geen kaas en worst.</p><p>Marit Hefting: Substraten zijn koolstofbronnen die aanwezig zijn in het veen. Dat zijn gemakkelijker bronnen, dus bijvoorbeeld suikers, dat is voor de snelle snackers, zoals we dat noemen, de micro-organismen die alleen maar de snelle suikers willen en er zitten substraten in die wat moeilijker afbreekbaar zijn en waar je wat langer op moet kauwen, de volkoren boterham, waar je dus wat langer over moet doen. Dat zit dus in al die vakjes en we kunnen kijken of de micro-organismen die afkomstig zijn uit het veen of die deze substraten kunnen eten. We gaan dat nu meten want je kan het natuurlijk zien wat gegeten wordt door de kleuring maar sommige kleuring zie je niet helemaal zelf even goed, dus we gaan meten hoe die kleuring precies in de tijd ontwikkelt.</p><p>Inge Diepman: Laura we staan voor een soort van printer?</p><p>Laura: Dit is een plate reader. Ik heb die nu net aangezet en ik ga de eerste plaat daarin inlezen, het is eigenlijk een soort van Cd-speler of zo.</p><p>Inge Diepman: Bijna ouderwets maar goed, vakje gaat open.</p><p>Laura: Die plaat kan hier worden ingelegd zo, ik haal het dekseltje eraf en dan doe ik het terug dicht en nu kan de plate reader beginnen te werken en dan wordt de data doorgestuurd naar de computer en in een e...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Laura: Ik ben nu net de monsters uit de koelcel gaan halen. We bewaren die daar tijdens de nacht en we gaan nu die monsters in het lab uitzoeken. Dus ik ga nu een eerste monster nemen. Ze zijn allemaal verpakt in plastic zakjes.Inge Diepman: Is gewoon een koelbox, waar je het uithaalt?Laura: Ja, ze zijn allemaal bewaard in een koelbox zodanig dat het monster niet opwarmt. Het moet altijd koel blijven. Daarom leggen we nu ook het monster op een bak met ijs zodanig dat tijdens het uitzoeken het monster niet opwarmt.Inge Diepman: Marit, waarom is Laura het veen aan het mishandelen, als ik het zo mag noemen, ze is aan het fijn knijpen.Marit Hefting: Laura is het monster aan het fijn knijpen door het zakje heen. Dat heeft ermee te maken dat veen heel heterogeen is met de samenstelling dus heel erg wisselt van plek tot plek, en wat ze aan het doen is, is dat veen heel erg homogeen maken. Dus mengen. Dat heeft ermee te maken dat we een sub monstertje willen nemen, en dat moet representatief zijn voor dat hele veen wat we gemonsterd hebben, dus ze mengt het monster door het zakje heen, zodat er geen verontreinigingen in komen.Laura: Ik ga nu ook handschoenen aandoen voor dezelfde reden, zodanig dat wanneer ik het veen aanraak dat het niet verontreinigd wordt. Daarna gaan we een sub stempel van het monster uit het zakje halen en hier op het ijs liggen om de wortels en ander ongewenst materiaal er uit te halen zoals bijvoorbeeld stukjes gras of zo, dat willen we niet meenemen.Inge Diepman: Waarom is dat Marit? Want ook dat is toch organisch materiaal?Marit Hefting: Dat is ook organisch materiaal. Het is alleen van de korte c-cyclus waar wij naar op zoek zijn, is hoe micro organismen, dus bacteriën, schimmels en archaea, hoe ze het veen eten, en wij willen vooral monsters hebben van het veen zelf en daar onderzoek aan doen, dus we kijken naar de afbraak van veen. De afbraak van de wortels, en de afbraak van het gras zelf. Dat interesseert ons in dit geval niet.Laura: Dit is nu wel oké. Daarna neem ik zo een potje die al gelabeld is en dan ga ik dat afwegen dus ik wil ongeveer 20 gram. Moet niet heel precies zijn.Inge Diepman: Waarom 20 gram? Waar gaat dit naartoe?Laura: Deze potjes worden dan daarna aan de respirometer aangesloten, dus die worden dan in flessen gezet, zoals hier. Ik neem hier nu een fles.Inge Diepman: Een hele bak met flessen. Wat jij net van worteltjes hebt ontdaan dat heb je dus in dat potje gedaan en dat gaat in die fles.Laura: Ja, hierna wordt eerst nog het vochtgehalte van het monster bepaald dus we gaan het drooggewicht wegen van het monster en ook het gewicht van dit veen en daarna willen we het op zeventig procent het veldcapaciteit brengen.Marit Hefting: Wij brengen het op 70 procent van die Veldcapaciteit. Zodat er voldoende zuurstof in de bodem aanwezig is voor de micro-organismen.Inge Diepman: En dan is het vergelijkbaar met de omstandigheid in het veld.Marit Hefting: Dan is het vergelijkbaar met een omstandigheid op een bepaald moment in het veld, want in het veld gaat dat vochtgehalte natuurlijk de hele tijd heen en weer. Het kan helemaal verzadigd zijn. Dat alle poriën vol zitten met water en het kan helemaal droog zijn, dat er bijna geen water meer aanwezig is, in een hele droge zomer. Wij brengen het op een bepaald vochtgehalte zodat we de verschillende monsters, van de verschillende momenten, tussen het veen kunnen vergelijken. Dus we willen eigenlijk een bepaald vochtgehalte standaard vastzetten zodat we de verschillende activiteiten kunnen vergelijken.Inge Diepman: Dit veen wordt nu klaargemaakt voor al die proeven die hier in de rest van de gang plaatsvinden?Marit Hefting: We hebben de labs ook gescheiden met verschillende metingen in verschillende labs.Laura: Dit is echt de eerste stap, dus we moeten eerst het veen afwegen en die sub samples verdelen en we kunnen ook niet alles meteen in de respirometer opmeten omdat er een respirometer niet genoeg capaciteit heeft. Dus een deel van deze monsters gaat meteen in de respirometer en de rest gaat terug in de koelcel. Zodanig dat we één van de volgende dagen dan de respiratie daarvan kunnen meten.Marit Hefting: We gaan nu naar het respirometer lab. Dat is een paar deuren verderop en daar is Joost om ons uit te leggen hoe de respirometer verder werkt.Inge Diepman: Dag Joost!Joost: Ik zal nu de naar de respirometer lopen, die gebruiken we om de ademhaling van micro organisme te meten.Inge Diepman: Is dat te vergelijken met mensen die een longaandoening hebben en die respirometer heel goed kennen, omdat ze daar altijd in en uit moeten blazen?Joost: Net zoiets, hierbij blazen de micro organisme kooldixoxide uit, net zoals dat bij mensen gemeten wordt. Alleen hier gaat het om hele kleine hoeveelheden, dus het kost ons wat meer tijd om dat goed te kunnen meten en dat doen we met deze respirometer dat zijn twee grote boxen die op mekaar staan, met in één de sensoren en daaronder een box die de sensoren koppelt aan flessen die we hier hebben staan, en in die flessen zitten verschillende bodemmonsters.Inge Diepman: Wat hoor ik nu?
Joost: Je hoort hem net schakelen naar het volgende monster. Het apparaat gaat nu lucht rondpompen tussen de sensor en een buisje met daarin bodem, en op die manier kunnen we meten hoeveel ademhaling eruit elk monster komt, elk bodemmonster. Dus in het veen. Het veen verdwijnt langzaam, omdat bacteriën het veen opeten en daarbij ademen ze CO2 uit. Door nu CO2 te meten weten we hoe snel er gegeten wordt.Inge Diepman: Hoe sneller die eet, hoe meer ze ademhalen, mag ik dat zo zeggen?Joost: Hoe sneller ze eten, hoe meer ze ademhalen. Het kan zijn dat ze gaan groeien. Dan zie je heel veel ademhaling, maar het kan ook zijn dat ze gewoon veen aan het verteren zijn, en één van de producten die daarbij vrijkomt is CO2.Inge Diepman: En dit zijn ook monsters, waar klei in zit?Joost: Dit zijn monsters afkomstig uit een pilotproef waarin we graag willen weten of het mogelijk is om met klei de afbraak van veen te verminderen. In dit geval hebben we die perfect door de klei, door het veen, heen gemengd, niet zoals je dat in het veld ziet maar hiermee kunnen we het maximale effect van klei in veen zien.Inge Diepman: Wat doet klei met veen?Joost: Als je kei door veen heen mengt dan gebeuren er allemaal dingen met de structuur, waardoor er minder zuurstof beschikbaar is voor micro-organismen. Er worden nutriënten weggevangen en het kan zijn dat sommige organismen, die heel goed zijn in het afbreken van veen, daar last van hebben. Het kan ook zijn dat er meer vocht vastgehouden wordt in het veen door het klei, en dat gaan we in de toekomst onderzoeken.
Inge Diepman: Wat kunnen we hier nou uiteindelijk mee?Joost: Wat je ermee kan, is heel precies zien wat er in het veen gebeurt. Dus naast de metingen die je buiten doet om te zien wat er in de echte wereld als het ware gebeurt, kan je hier heel mooi scheiden wat de planten verademen en wat er onder de grond gebeurt. Samen met de info van buiten kunnen we zo begrijpen wat er gebeurt als je een maatregel neemt in veen.Inge Diepman: En dan kan je ook een beetje gaan manipuleren?Joost: Ja, we kunnen hier heel goed gaan manipuleren. Klei en veen is daar een voorbeeld van. We kunnen ook zonder zuurstof meten of we kunnen er bijvoorbeeld een stof aan toevoegen waarvan we weten dat die in veen veel voorkomt en waarvan we denken dat dat helpt bij het voorkomen van de afbraak daarvan.Inge Diepman: Joost, dank je wel.Marit Hefting: We staan nu bij de incubator in het lab met de flowkamers en de eco plate reader. In de incubator is het 25 graden, dus dat is een soort koelkast, maar dan lekker warm. Laura gaat nu even dat monster pakken en het monster is een eco plate. Dat is een plastic bakje met 96 gaatjes daarin, en in die gaatjes zie je een soort vloeistof zitten en daar zie je ook een soort kleurtjes.Laura: We hebben die plaatjes gevuld met een bepaald monster en in elk vakje zit een ander substraat en er zit ook een kleurstof. Wanneer de micro-organismen vanuit het bepaald tempo die substraat gaan afbreken, gaat dat gaatje van kleur veranderen en dat is wat we nu zien. We zien verschillende gaatje die paars zijn geworden en anderen zijn nog altijd gewoon doorzichtig. Dat wil zeggen dat enkel sommige substraten zijn afgebroken en anderen niet.Inge Diepman: Dus ze vinden bepaalde dingen lekker en bepaalde dingen niet. Wat zijn die substraten dan? Je voert ze geen kaas en worst.Marit Hefting: Substraten zijn koolstofbronnen die aanwezig zijn in het veen. Dat zijn gemakkelijker bronnen, dus bijvoorbeeld suikers, dat is voor de snelle snackers, zoals we dat noemen, de micro-organismen die alleen maar de snelle suikers willen en er zitten substraten in die wat moeilijker afbreekbaar zijn en waar je wat langer op moet kauwen, de volkoren boterham, waar je dus wat langer over moet doen. Dat zit dus in al die vakjes en we kunnen kijken of de micro-organismen die afkomstig zijn uit het veen of die deze substraten kunnen eten. We gaan dat nu meten want je kan het natuurlijk zien wat gegeten wordt door de kleuring maar sommige kleuring zie je niet helemaal zelf even goed, dus we gaan meten hoe die kleuring precies in de tijd ontwikkelt.Inge Diepman: Laura we staan voor een soort van printer?Laura: Dit is een plate reader. Ik heb die nu net aangezet en ik ga de eerste plaat daarin inlezen, het is eigenlijk een soort van Cd-speler of zo.Inge Diepman: Bijna ouderwets maar goed, vakje gaat open.Laura: Die plaat kan hier worden ingelegd zo, ik haal het dekseltje eraf en dan doe ik het terug dicht en nu kan de plate reader beginnen te werken en dan wordt de data doorgestuurd naar de computer en in een excel file gezet. Daarna kunnen we daar dan verder analyses op doen.Inge Diepman: Dat zegt ons wat over welke bacteriën erin zitten, wat ze lekker vinden. En wat kunnen we dan met die informatie?Eigenlijk is dit een soort vingerafdruk van de gemeenschap van de micro-organismen die daar zitten. Je hebt verschillende...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Laura: Ik ben nu net de monsters uit de koelcel gaan halen. We bewaren die daar tijdens de nacht en we gaan nu die monsters in het lab uitzoeken. Dus ik ga nu een eerste monster nemen. Ze zijn allemaal verpakt in plastic zakjes.</p><p>Inge Diepman: Is gewoon een koelbox, waar je het uithaalt?</p><p>Laura: Ja, ze zijn allemaal bewaard in een koelbox zodanig dat het monster niet opwarmt. Het moet altijd koel blijven. Daarom leggen we nu ook het monster op een bak met ijs zodanig dat tijdens het uitzoeken het monster niet opwarmt.</p><p>Inge Diepman: Marit, waarom is Laura het veen aan het mishandelen, als ik het zo mag noemen, ze is aan het fijn knijpen.</p><p>Marit Hefting: Laura is het monster aan het fijn knijpen door het zakje heen. Dat heeft ermee te maken dat veen heel heterogeen is met de samenstelling dus heel erg wisselt van plek tot plek, en wat ze aan het doen is, is dat veen heel erg homogeen maken. Dus mengen. Dat heeft ermee te maken dat we een sub monstertje willen nemen, en dat moet representatief zijn voor dat hele veen wat we gemonsterd hebben, dus ze mengt het monster door het zakje heen, zodat er geen verontreinigingen in komen.</p><p>Laura: Ik ga nu ook handschoenen aandoen voor dezelfde reden, zodanig dat wanneer ik het veen aanraak dat het niet verontreinigd wordt. Daarna gaan we een sub stempel van het monster uit het zakje halen en hier op het ijs liggen om de wortels en ander ongewenst materiaal er uit te halen zoals bijvoorbeeld stukjes gras of zo, dat willen we niet meenemen.</p><p>Inge Diepman: Waarom is dat Marit? Want ook dat is toch organisch materiaal?</p><p>Marit Hefting: Dat is ook organisch materiaal. Het is alleen van de korte c-cyclus waar wij naar op zoek zijn, is hoe micro organismen, dus bacteriën, schimmels en archaea, hoe ze het veen eten, en wij willen vooral monsters hebben van het veen zelf en daar onderzoek aan doen, dus we kijken naar de afbraak van veen. De afbraak van de wortels, en de afbraak van het gras zelf. Dat interesseert ons in dit geval niet.</p><p>Laura: Dit is nu wel oké. Daarna neem ik zo een potje die al gelabeld is en dan ga ik dat afwegen dus ik wil ongeveer 20 gram. Moet niet heel precies zijn.</p><p>Inge Diepman: Waarom 20 gram? Waar gaat dit naartoe?</p><p>Laura: Deze potjes worden dan daarna aan de respirometer aangesloten, dus die worden dan in flessen gezet, zoals hier. Ik neem hier nu een fles.</p><p>Inge Diepman: Een hele bak met flessen. Wat jij net van worteltjes hebt ontdaan dat heb je dus in dat potje gedaan en dat gaat in die fles.</p><p>Laura: Ja, hierna wordt eerst nog het vochtgehalte van het monster bepaald dus we gaan het drooggewicht wegen van het monster en ook het gewicht van dit veen en daarna willen we het op zeventig procent het veldcapaciteit brengen.</p><p>Marit Hefting: Wij brengen het op 70 procent van die Veldcapaciteit. Zodat er voldoende zuurstof in de bodem aanwezig is voor de micro-organismen.</p><p>Inge Diepman: En dan is het vergelijkbaar met de omstandigheid in het veld.</p><p>Marit Hefting: Dan is het vergelijkbaar met een omstandigheid op een bepaald moment in het veld, want in het veld gaat dat vochtgehalte natuurlijk de hele tijd heen en weer. Het kan helemaal verzadigd zijn. Dat alle poriën vol zitten met water en het kan helemaal droog zijn, dat er bijna geen water meer aanwezig is, in een hele droge zomer. Wij brengen het op een bepaald vochtgehalte zodat we de verschillende monsters, van de verschillende momenten, tussen het veen kunnen vergelijken. Dus we willen eigenlijk een bepaald vochtgehalte standaard vastzetten zodat we de verschillende activiteiten kunnen vergelijken.</p><p>Inge Diepman: Dit veen wordt nu klaargemaakt voor al die proeven die hier in de rest van de gang plaatsvinden?</p><p>Marit Hefting: We hebben de labs ook gescheiden met verschillende metingen in verschillende labs.</p><p>Laura: Dit is echt de eerste stap, dus we moeten eerst het veen afwegen en die sub samples verdelen en we kunnen ook niet alles meteen in de respirometer opmeten omdat er een respirometer niet genoeg capaciteit heeft. Dus een deel van deze monsters gaat meteen in de respirometer en de rest gaat terug in de koelcel. Zodanig dat we één van de volgende dagen dan de respiratie daarvan kunnen meten.</p><p>Marit Hefting: We gaan nu naar het respirometer lab. Dat is een paar deuren verderop en daar is Joost om ons uit te leggen hoe de respirometer verder werkt.</p><p>Inge Diepman: Dag Joost!</p><p>Joost: Ik zal nu de naar de respirometer lopen, die gebruiken we om de ademhaling van micro organisme te meten.</p><p>Inge Diepman: Is dat te vergelijken met mensen die een longaandoening hebben en die respirometer heel goed kennen, omdat ze daar altijd in en uit moeten blazen?</p><p>Joost: Net zoiets, hierbij blazen de micro organisme kooldixoxide uit, net zoals dat bij mensen gemeten wordt. Alleen hier gaat het om hele kleine hoeveelheden, dus het kost ons wat meer tijd om dat goed te kunnen meten en dat doen we met deze respirometer dat zijn twee grote boxen die op mekaar staan, met in één de sensoren en daaronder een box die de sensoren koppelt aan flessen die we hier hebben staan, en in die flessen zitten verschillende bodemmonsters.</p><p>Inge Diepman: Wat hoor ik nu?
</p><p>Joost: Je hoort hem net schakelen naar het volgende monster. Het apparaat gaat nu lucht rondpompen tussen de sensor en een buisje met daarin bodem, en op die manier kunnen we meten hoeveel ademhaling eruit elk monster komt, elk bodemmonster. Dus in het veen. Het veen verdwijnt langzaam, omdat bacteriën het veen opeten en daarbij ademen ze CO2 uit. Door nu CO2 te meten weten we hoe snel er gegeten wordt.</p><p>Inge Diepman: Hoe sneller die eet, hoe meer ze ademhalen, mag ik dat zo zeggen?</p><p>Joost: Hoe sneller ze eten, hoe meer ze ademhalen. Het kan zijn dat ze gaan groeien. Dan zie je heel veel ademhaling, maar het kan ook zijn dat ze gewoon veen aan het verteren zijn, en één van de producten die daarbij vrijkomt is CO2.</p><p>Inge Diepman: En dit zijn ook monsters, waar klei in zit?</p><p>Joost: Dit zijn monsters afkomstig uit een pilotproef waarin we graag willen weten of het mogelijk is om met klei de afbraak van veen te verminderen. In dit geval hebben we die perfect door de klei, door het veen, heen gemengd, niet zoals je dat in het veld ziet maar hiermee kunnen we het maximale effect van klei in veen zien.</p><p>Inge Diepman: Wat doet klei met veen?</p><p>Joost: Als je kei door veen heen mengt dan gebeuren er allemaal dingen met de structuur, waardoor er minder zuurstof beschikbaar is voor micro-organismen. Er worden nutriënten weggevangen en het kan zijn dat sommige organismen, die heel goed zijn in het afbreken van veen, daar last van hebben. Het kan ook zijn dat er meer vocht vastgehouden wordt in het veen door het klei, en dat gaan we in de toekomst onderzoeken.
</p><p>Inge Diepman: Wat kunnen we hier nou uiteindelijk mee?<br></p><p>Joost: Wat je ermee kan, is heel precies zien wat er in het veen gebeurt. Dus naast de metingen die je buiten doet om te zien wat er in de echte wereld als het ware gebeurt, kan je hier heel mooi scheiden wat de planten verademen en wat er onder de grond gebeurt. Samen met de info van buiten kunnen we zo begrijpen wat er gebeurt als je een maatregel neemt in veen.</p><p>Inge Diepman: En dan kan je ook een beetje gaan manipuleren?</p><p>Joost: Ja, we kunnen hier heel goed gaan manipuleren. Klei en veen is daar een voorbeeld van. We kunnen ook zonder zuurstof meten of we kunnen er bijvoorbeeld een stof aan toevoegen waarvan we weten dat die in veen veel voorkomt en waarvan we denken dat dat helpt bij het voorkomen van de afbraak daarvan.</p><p>Inge Diepman: Joost, dank je wel.</p><p>Marit Hefting: We staan nu bij de incubator in het lab met de flowkamers en de eco plate reader. In de incubator is het 25 graden, dus dat is een soort koelkast, maar dan lekker warm. Laura gaat nu even dat monster pakken en het monster is een eco plate. Dat is een plastic bakje met 96 gaatjes daarin, en in die gaatjes zie je een soort vloeistof zitten en daar zie je ook een soort kleurtjes.</p><p>Laura: We hebben die plaatjes gevuld met een bepaald monster en in elk vakje zit een ander substraat en er zit ook een kleurstof. Wanneer de micro-organismen vanuit het bepaald tempo die substraat gaan afbreken, gaat dat gaatje van kleur veranderen en dat is wat we nu zien. We zien verschillende gaatje die paars zijn geworden en anderen zijn nog altijd gewoon doorzichtig. Dat wil zeggen dat enkel sommige substraten zijn afgebroken en anderen niet.</p><p>Inge Diepman: Dus ze vinden bepaalde dingen lekker en bepaalde dingen niet. Wat zijn die substraten dan? Je voert ze geen kaas en worst.</p><p>Marit Hefting: Substraten zijn koolstofbronnen die aanwezig zijn in het veen. Dat zijn gemakkelijker bronnen, dus bijvoorbeeld suikers, dat is voor de snelle snackers, zoals we dat noemen, de micro-organismen die alleen maar de snelle suikers willen en er zitten substraten in die wat moeilijker afbreekbaar zijn en waar je wat langer op moet kauwen, de volkoren boterham, waar je dus wat langer over moet doen. Dat zit dus in al die vakjes en we kunnen kijken of de micro-organismen die afkomstig zijn uit het veen of die deze substraten kunnen eten. We gaan dat nu meten want je kan het natuurlijk zien wat gegeten wordt door de kleuring maar sommige kleuring zie je niet helemaal zelf even goed, dus we gaan meten hoe die kleuring precies in de tijd ontwikkelt.</p><p>Inge Diepman: Laura we staan voor een soort van printer?</p><p>Laura: Dit is een plate reader. Ik heb die nu net aangezet en ik ga de eerste plaat daarin inlezen, het is eigenlijk een soort van Cd-speler of zo.</p><p>Inge Diepman: Bijna ouderwets maar goed, vakje gaat open.</p><p>Laura: Die plaat kan hier worden ingelegd zo, ik haal het dekseltje eraf en dan doe ik het terug dicht en nu kan de plate reader beginnen te werken en dan wordt de data doorgestuurd naar de computer en in een e...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/mnTx39DRuj7EJ8Zzx3t8AJgd2i2K9UfHjkPL9yQt.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42307/sjxCPF55YuFvNxI6ncQ29pSN0O135oFd.mp3"
                        length="22880023"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/onderzoek-naar-microbiele-processen-in-het-lab-van-de-universiteit-utrecht</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>4</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:15:52</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42308</episode_id>
                    <title>Bodemmonsters steken in Lange Weide</title>
                    <itunes:title>Bodemmonsters steken in Lange Weide
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/bodemmonsters-steken-in-lange-weide</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Marit Hefting: We zijn hier lange weiden en we lopen richting de onderzoeksplot die hier ingericht gaat worden voor het NOBV, en daar gaan we dan bodemmonsters nemen die we daarna in het lab gaan bemeten om de microbiële samenstelling te bepalen.</p><p>Inge Diepman: Wat is het verschil tussen beestjes en micro organismen? Want het gaat hier niet om de beestjes.</p><p>Marit Hefting: Het gaat hier niet om de beestjes die het veen afbreken. Die zullen hooguit de organische stof in wat kleinere stukjes breken en de micro-organismen, dat zijn de de-composers die breken het veen af tot aan CO2. Natuurlijk omdat we geïnteresseerd zijn in de broeikasgasemissies willen we juist kijken naar de afbraak door micro-organismen.</p><p>Inge Diepman: Prachtig veenweidegebied.</p><p>Marit Hefting: Ja, het is heel mooi en we hebben ook nog heel technisch weer, zoals dat heet.</p><p>Inge Diepman: Hoezo technisch weer.</p><p>Marit Hefting: De zon schijnt en je kan heel fijn werken in het veld op dit moment en de koeien staan hier voor ons in de wei te grazen en het gras is gemaaid dus het ruikt heerlijk.</p><p>Inge Diepman: Staan hier voor een hek. Dat moet even open.</p><p>Marit Hefting: We lopen hier in het weiland waar de onderzoeksplot ligt. Je ziet dat de koeien de bovengrond behoorlijk al hebben ingetrapt omdat het een zeer natte plot is. Je zakt behoorlijk weg. En dit veen, wat we hier zien, dat is bosveen en dat zullen we straks gaan zien wanneer we een boring zetten. Er zitten nog stukken hout in dit veen die onafgebroken zijn. Die zullen we terug vinden.</p><p>Inge Diepman: Ja, maar je kunt niet zeggen veen is veen, je hebt allerlei soorten veen.</p><p>Marit Hefting: Ja, je hebt allerlei soorten veen. Je hebt veen wat is ontstaan uit riet, ophoping van riet materiaal, ophoping van zeggen materiaal, dat heet carex veen, zeggen veen, en je hebt bosveen en dat is een ophoping van houtachtig materiaal. Daarnaast heb je natuurlijk nog wat je veel ziet in de hoog venen, het veen wat bestaat uit veenmossen en dat is slaggen, veenmos veen.</p><p>Inge Diepman: We gaan steken. Het lijkt alsof je een tent gaat opzetten en hele ouderwetse.</p><p>Marit Hefting: Een canvaszak, heel sterk allemaal. Dit zijn de verschillende boren die we meenemen naar het veld om veenmonsters te nemen. We hebben nu op dit moment drie type boren bij ons. Dat is een brede guts, een edelman boor en daar hebben we nog een folie sampler. We gaan in de eerste instantie de edelman boor gebruiken en als we diep genoeg zijn en als we echt het mooie natte veen tegenkomen dan kunnen we overschakelen naar de brede guts want dan krijgen we 'm het veen in, want anders dan lukt het niet. De bovengrond is altijd iets kleiiger en ook wat lastiger om in te komen. Aan het werk zeker!</p><p>Inge Diepman: Hoe lang moet het nu zijn?</p><p>Marit Hefting: Dit is de eerste boring dus we hoeven alleen nog maar de bovengrond te boren, dus dit is te kortste lengte die we hebben. Deze boor is 1.20, maar we hoeven echt alleen maar de bovengrond te monsteren. We zetten hem hierin, draaien een paar keer rond.</p><p>Inge Diepman: En nu haal je een monster eruit?</p><p>Marit Hefting: Monster eruit en dat is de bovengrond en de bovengrond is geoxideerd dat kan je zien doordat eigenlijk het veen is heel erg mooi en kruimelig. Je ziet dat je eigenlijk nog geen planstructuur herkent behalve dan de worteltjes maar die zijn van het gras wat er hier groeit, en die kommetjes daar zie je eigenlijk verder geen herkenbaar plantmateriaal. Ik kan nu aan deze korreltjes niet zien wat de oorsprong is van dit veen, dus het is helemaal geoxideerd, dat is met zuurstof erbij zijn de bacteriën bezig om dit af te breken. Dit is eigenlijk al ver afgebroken veen. Er zijn in veenbodem heel veel lagen te vinden met verschillende vegetatie die je daar vindt, dus verschillende veentypen vaak. Dus een beetje rietveen en dan weer een laag bosveen dat kan zich ook afwisselen maar waar wij in onze microbiële metingen vooral op focussen is dat we de bovengrond bemonsteren, waar de zuurstof eigenlijk altijd aanwezig is, waar zuurstofindringing heel normaal is.</p><p>Inge Diepman: Dat kun je ook zien, aan dat hoopje wat je op het gras hebt gelegd?</p><p>Marit Hefting: Ja, dat is echt mooi, duidelijk, geoxideerd veen. Daarnaast focussen we op de laag waar de grondwaterstand regelmatig wisselt, dus waar het geoxideerd is, maar ook waar condities optreden dat er geen zuurstof is. Dus dat wisselt in de tijd. Als het nat is, zit daar geen zuurstof en als het droger is, dan komt daar af toe zuurstof. Dan nemen we een monster van de diepste laag waarvan we eigenlijk zeker weten dat er geen zuurstof komt.</p><p>Inge Diepman: Dan gaan we nu dieper.</p><p>Marit Hefting: Nu dieper, ik doe er denk ik nog één bij. Dat is makkelijk.</p><p>Inge Diepman: Nog steeds met die edelman boor?</p><p>Marit Hefting: Met die edelman boor en dan ga ik proberen te gutsen.</p><p>Inge Diepman: Flink draaien weer in hetzelfde gat.</p><p>Marit Hefting: Wel altijd in hetzelfde gat. Ik haal het los, ik haal het eruit en bij het veen beschrijven kijken we dan naar hoe het veen eruitziet, of er nog plantenresten tegenkomen, of er kleuren tegenkomen, welke kleur het heeft?</p><p>Inge Diepman: Beschrijf dit eens.</p><p>Marit Hefting: Het is zeer sterk geoxideerd. Het is wel kleiig veen hier en ik zag net, maar dat zie ik nu niet meer, een ijzer vlekje, rondom de worteltjes komt er geoxideerd ijzer, dat is een soort roest, want die worteltjes die brengen die zuurstof naar binnen in die bodem en dan begint het daaromheen, begint het ijzer uit die bodem te roesten.</p><p>Inge Diepman: Wat we hier dus zien, willen we eigenlijk niet zien?</p><p>Marit Hefting: Ja, inderdaad, dit is de oorsprong van die broeikasgassen uit deze laag, deze geoxideerde lagen komt heel veel CO2 vrij en dat breekt continu af. Het is eigenlijk een soort front, want dat gaat steeds dieper. Dus het is niet zo dat het op een gegeven moment stopt als het op is, maar die veenbodem, die wordt steeds dieper gedraineerd en brandt eigenlijk helemaal op.</p><p>Inge Diepman: En waar is die microbiële gemeenschap nou het meest actief?</p><p>Marit Hefting: Die microbiële gemeenschap is het meest actief in die bovenzone. Daar zitten ook de meeste micro-organismen want daar is het meeste te eten, want die planten, het gras, wat er opgroeit, de wortels, die brengen ook vers koolstof in de bodem en die zorgen er voor dat er makkelijk enzymen kunnen worden geproduceerd, waardoor het veen ook makkelijker kan afbreken.</p><p>Inge Diepman: Nou is die een stuk groter. Bijna twee keer jou lengte.</p><p>Marit Hefting: Dus ik ga eventjes deze uitdaging aan of ik nu al kan gutsen en zo niet, dan moet ik nog wat verder met de edelman boor.</p><p>Inge Diepman: Je gaat er aan de hangen bijna!</p><p>Marit Hefting: Ik ga er zeker aan hangen, want anders dan krijg ik hem absoluut die bodem niet in. Ik weet niet hoe ver we komen met deze eerste slag. Ik ga hem er toch alvast maar even uithalen.</p><p>Inge Diepman: Hij komt eruit.</p><p>Marit Hefting: Ja, dat is echt nog maar een klein laagje.</p><p>Inge Diepman: Welke hulptroepen heb je nou uit die emmer gehaald?</p><p>Marit Hefting: Dit is een gutsmes en dit is een beetje zoutzuur. Over de guts snijd ik de bodem weg en dan kan je een heel mooi profiel zien van het veen. Dit is nog die geoxideerde laag en hier begint het veen al iets te veranderen. Zwart, bruin met wat zoutzuur kan je zien als dat gaat bubbelen of er kalk aanwezig is. Als er kalk aanwezig is, dan zie je dat een beetje bubbelen dan komt er namelijk ook CO2 vrij. De kalk, die wordt dan afgebroken. Dat reageert met het zuur. Dit is de eerste laag onder de wortelzone, en die monsteren we als geoxideerde veenlaag.</p><p>Inge Diepman: Die neem jij Laura straks mee naar het lab?</p><p>Laura: Ja, inderdaad. Die gaan mee naar de Universiteit Utrecht.</p><p>Inge Diepman: En die ga je onderzoeken?</p><p>Laura: Ja.</p><p>Inge Diepman: De guts wordt weer overeind gezet. Leeg. Er is een monster in een plastic zakje gedaan. Wat ga je nu doen?</p><p>Marit Hefting: Ik ga verder. Ik ga in hetzelfde gat weer verder boren om een bodemmonster te nemen en ik hoop dat ik nu weer wat verder in het veen kan komen.</p><p>Inge Diepman: Er zit nu bijna een meter guts in de grond. Nu begint het kracht werk, want nu moet 'ie er ook nog een keer weer uit. We zaten behoorlijk diep, want het grondwater was te horen.</p><p>Marit Hefting: Ja, we zitten nu op twee meter diepte. We hebben dus de diepste steek genomen en dit is de permanent gereduceerde zone waar we nu in zitten. Nou zelfde procedure, snijden hem af en we kijken naar het veen. Kijken wat we daar [onhoorbaar]. En dat betekent dus dat dit veen ook wordt afgebroken zonder zuurstof, en dat is dan met behulp van sulfaat wat in de bodem zit. Dus dit veen, dat ruikt naar rotte eieren, dat betekent dat die bacteriën daar actief zijn. Die zijn het aan het afbreken. Hier is een heel groot stuk hout, dat is gewoon nog in het veen helemaal aanwezig, is niet aangetast, en door de kleur kan je al zien dat dit elzenhout is. Dus elzenhout wat aan de basis heeft gestaan voor dit veen.</p><p>Inge Diepman: Dat vind je natuurlijk niet overal.</p><p>Marit Hefting: Nou in heel veel bosvijver vind je dus els en wilg. Dat zijn soorten die groeien onder natte condities, zie je ook hier achter, hebben we elsen en wilgen en dat was vroeger ook zo, alleen onder veel natuurlijke condities.</p><p>Inge Diepman: Waarom moeten we dit weten? Waarom moeten we dit kunnen identificeren?</p><p>Marit Hefting: Dat is goed om te identificeren om de botanische verschillen te snappen van het veen, zodat we ook weten waar het precies uit opgebouwd is. Bepaalde planten, die weren zich tegen herbivoren, tegen vraat, en daar maken ze allemaal gifstoffen, en die gifstoffen die zitten eigenlijk nog steeds in dat materiaal en die zorgen ervoor dat het materiaal minder makkelijk kan worden afgebroken. Het verschil is m...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Marit Hefting: We zijn hier lange weiden en we lopen richting de onderzoeksplot die hier ingericht gaat worden voor het NOBV, en daar gaan we dan bodemmonsters nemen die we daarna in het lab gaan bemeten om de microbiële samenstelling te bepalen.Inge Diepman: Wat is het verschil tussen beestjes en micro organismen? Want het gaat hier niet om de beestjes.Marit Hefting: Het gaat hier niet om de beestjes die het veen afbreken. Die zullen hooguit de organische stof in wat kleinere stukjes breken en de micro-organismen, dat zijn de de-composers die breken het veen af tot aan CO2. Natuurlijk omdat we geïnteresseerd zijn in de broeikasgasemissies willen we juist kijken naar de afbraak door micro-organismen.Inge Diepman: Prachtig veenweidegebied.Marit Hefting: Ja, het is heel mooi en we hebben ook nog heel technisch weer, zoals dat heet.Inge Diepman: Hoezo technisch weer.Marit Hefting: De zon schijnt en je kan heel fijn werken in het veld op dit moment en de koeien staan hier voor ons in de wei te grazen en het gras is gemaaid dus het ruikt heerlijk.Inge Diepman: Staan hier voor een hek. Dat moet even open.Marit Hefting: We lopen hier in het weiland waar de onderzoeksplot ligt. Je ziet dat de koeien de bovengrond behoorlijk al hebben ingetrapt omdat het een zeer natte plot is. Je zakt behoorlijk weg. En dit veen, wat we hier zien, dat is bosveen en dat zullen we straks gaan zien wanneer we een boring zetten. Er zitten nog stukken hout in dit veen die onafgebroken zijn. Die zullen we terug vinden.Inge Diepman: Ja, maar je kunt niet zeggen veen is veen, je hebt allerlei soorten veen.Marit Hefting: Ja, je hebt allerlei soorten veen. Je hebt veen wat is ontstaan uit riet, ophoping van riet materiaal, ophoping van zeggen materiaal, dat heet carex veen, zeggen veen, en je hebt bosveen en dat is een ophoping van houtachtig materiaal. Daarnaast heb je natuurlijk nog wat je veel ziet in de hoog venen, het veen wat bestaat uit veenmossen en dat is slaggen, veenmos veen.Inge Diepman: We gaan steken. Het lijkt alsof je een tent gaat opzetten en hele ouderwetse.Marit Hefting: Een canvaszak, heel sterk allemaal. Dit zijn de verschillende boren die we meenemen naar het veld om veenmonsters te nemen. We hebben nu op dit moment drie type boren bij ons. Dat is een brede guts, een edelman boor en daar hebben we nog een folie sampler. We gaan in de eerste instantie de edelman boor gebruiken en als we diep genoeg zijn en als we echt het mooie natte veen tegenkomen dan kunnen we overschakelen naar de brede guts want dan krijgen we 'm het veen in, want anders dan lukt het niet. De bovengrond is altijd iets kleiiger en ook wat lastiger om in te komen. Aan het werk zeker!Inge Diepman: Hoe lang moet het nu zijn?Marit Hefting: Dit is de eerste boring dus we hoeven alleen nog maar de bovengrond te boren, dus dit is te kortste lengte die we hebben. Deze boor is 1.20, maar we hoeven echt alleen maar de bovengrond te monsteren. We zetten hem hierin, draaien een paar keer rond.Inge Diepman: En nu haal je een monster eruit?Marit Hefting: Monster eruit en dat is de bovengrond en de bovengrond is geoxideerd dat kan je zien doordat eigenlijk het veen is heel erg mooi en kruimelig. Je ziet dat je eigenlijk nog geen planstructuur herkent behalve dan de worteltjes maar die zijn van het gras wat er hier groeit, en die kommetjes daar zie je eigenlijk verder geen herkenbaar plantmateriaal. Ik kan nu aan deze korreltjes niet zien wat de oorsprong is van dit veen, dus het is helemaal geoxideerd, dat is met zuurstof erbij zijn de bacteriën bezig om dit af te breken. Dit is eigenlijk al ver afgebroken veen. Er zijn in veenbodem heel veel lagen te vinden met verschillende vegetatie die je daar vindt, dus verschillende veentypen vaak. Dus een beetje rietveen en dan weer een laag bosveen dat kan zich ook afwisselen maar waar wij in onze microbiële metingen vooral op focussen is dat we de bovengrond bemonsteren, waar de zuurstof eigenlijk altijd aanwezig is, waar zuurstofindringing heel normaal is.Inge Diepman: Dat kun je ook zien, aan dat hoopje wat je op het gras hebt gelegd?Marit Hefting: Ja, dat is echt mooi, duidelijk, geoxideerd veen. Daarnaast focussen we op de laag waar de grondwaterstand regelmatig wisselt, dus waar het geoxideerd is, maar ook waar condities optreden dat er geen zuurstof is. Dus dat wisselt in de tijd. Als het nat is, zit daar geen zuurstof en als het droger is, dan komt daar af toe zuurstof. Dan nemen we een monster van de diepste laag waarvan we eigenlijk zeker weten dat er geen zuurstof komt.Inge Diepman: Dan gaan we nu dieper.Marit Hefting: Nu dieper, ik doe er denk ik nog één bij. Dat is makkelijk.Inge Diepman: Nog steeds met die edelman boor?Marit Hefting: Met die edelman boor en dan ga ik proberen te gutsen.Inge Diepman: Flink draaien weer in hetzelfde gat.Marit Hefting: Wel altijd in hetzelfde gat. Ik haal het los, ik haal het eruit en bij het veen beschrijven kijken we dan naar hoe het veen eruitziet, of er nog plantenresten tegenkomen, of er kleuren tegenkomen, welke kleur het heeft?Inge Diepman: Beschrijf dit eens.Marit Hefting: Het is zeer sterk geoxideerd. Het is wel kleiig veen hier en ik zag net, maar dat zie ik nu niet meer, een ijzer vlekje, rondom de worteltjes komt er geoxideerd ijzer, dat is een soort roest, want die worteltjes die brengen die zuurstof naar binnen in die bodem en dan begint het daaromheen, begint het ijzer uit die bodem te roesten.Inge Diepman: Wat we hier dus zien, willen we eigenlijk niet zien?Marit Hefting: Ja, inderdaad, dit is de oorsprong van die broeikasgassen uit deze laag, deze geoxideerde lagen komt heel veel CO2 vrij en dat breekt continu af. Het is eigenlijk een soort front, want dat gaat steeds dieper. Dus het is niet zo dat het op een gegeven moment stopt als het op is, maar die veenbodem, die wordt steeds dieper gedraineerd en brandt eigenlijk helemaal op.Inge Diepman: En waar is die microbiële gemeenschap nou het meest actief?Marit Hefting: Die microbiële gemeenschap is het meest actief in die bovenzone. Daar zitten ook de meeste micro-organismen want daar is het meeste te eten, want die planten, het gras, wat er opgroeit, de wortels, die brengen ook vers koolstof in de bodem en die zorgen er voor dat er makkelijk enzymen kunnen worden geproduceerd, waardoor het veen ook makkelijker kan afbreken.Inge Diepman: Nou is die een stuk groter. Bijna twee keer jou lengte.Marit Hefting: Dus ik ga eventjes deze uitdaging aan of ik nu al kan gutsen en zo niet, dan moet ik nog wat verder met de edelman boor.Inge Diepman: Je gaat er aan de hangen bijna!Marit Hefting: Ik ga er zeker aan hangen, want anders dan krijg ik hem absoluut die bodem niet in. Ik weet niet hoe ver we komen met deze eerste slag. Ik ga hem er toch alvast maar even uithalen.Inge Diepman: Hij komt eruit.Marit Hefting: Ja, dat is echt nog maar een klein laagje.Inge Diepman: Welke hulptroepen heb je nou uit die emmer gehaald?Marit Hefting: Dit is een gutsmes en dit is een beetje zoutzuur. Over de guts snijd ik de bodem weg en dan kan je een heel mooi profiel zien van het veen. Dit is nog die geoxideerde laag en hier begint het veen al iets te veranderen. Zwart, bruin met wat zoutzuur kan je zien als dat gaat bubbelen of er kalk aanwezig is. Als er kalk aanwezig is, dan zie je dat een beetje bubbelen dan komt er namelijk ook CO2 vrij. De kalk, die wordt dan afgebroken. Dat reageert met het zuur. Dit is de eerste laag onder de wortelzone, en die monsteren we als geoxideerde veenlaag.Inge Diepman: Die neem jij Laura straks mee naar het lab?Laura: Ja, inderdaad. Die gaan mee naar de Universiteit Utrecht.Inge Diepman: En die ga je onderzoeken?Laura: Ja.Inge Diepman: De guts wordt weer overeind gezet. Leeg. Er is een monster in een plastic zakje gedaan. Wat ga je nu doen?Marit Hefting: Ik ga verder. Ik ga in hetzelfde gat weer verder boren om een bodemmonster te nemen en ik hoop dat ik nu weer wat verder in het veen kan komen.Inge Diepman: Er zit nu bijna een meter guts in de grond. Nu begint het kracht werk, want nu moet 'ie er ook nog een keer weer uit. We zaten behoorlijk diep, want het grondwater was te horen.Marit Hefting: Ja, we zitten nu op twee meter diepte. We hebben dus de diepste steek genomen en dit is de permanent gereduceerde zone waar we nu in zitten. Nou zelfde procedure, snijden hem af en we kijken naar het veen. Kijken wat we daar [onhoorbaar]. En dat betekent dus dat dit veen ook wordt afgebroken zonder zuurstof, en dat is dan met behulp van sulfaat wat in de bodem zit. Dus dit veen, dat ruikt naar rotte eieren, dat betekent dat die bacteriën daar actief zijn. Die zijn het aan het afbreken. Hier is een heel groot stuk hout, dat is gewoon nog in het veen helemaal aanwezig, is niet aangetast, en door de kleur kan je al zien dat dit elzenhout is. Dus elzenhout wat aan de basis heeft gestaan voor dit veen.Inge Diepman: Dat vind je natuurlijk niet overal.Marit Hefting: Nou in heel veel bosvijver vind je dus els en wilg. Dat zijn soorten die groeien onder natte condities, zie je ook hier achter, hebben we elsen en wilgen en dat was vroeger ook zo, alleen onder veel natuurlijke condities.Inge Diepman: Waarom moeten we dit weten? Waarom moeten we dit kunnen identificeren?Marit Hefting: Dat is goed om te identificeren om de botanische verschillen te snappen van het veen, zodat we ook weten waar het precies uit opgebouwd is. Bepaalde planten, die weren zich tegen herbivoren, tegen vraat, en daar maken ze allemaal gifstoffen, en die gifstoffen die zitten eigenlijk nog steeds in dat materiaal en die zorgen ervoor dat het materiaal minder makkelijk kan worden afgebroken. Het verschil is met wanneer we in rietveen en zeggenveen gaan monsteren. Dan zie je eigenlijk bijna tabakskleur veen, dat ziet er heel ongestoord uit. Dat zie je bijvoorbeeld in rouwveen, zie je heel mooi tabakskleurig zeggenveen, maar een bosveen dat bestaat eigenlijk uit de bladeren van die bomen en een beetje riet en zeggen er doorheen gemengd en het hout zelf en h...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Marit Hefting: We zijn hier lange weiden en we lopen richting de onderzoeksplot die hier ingericht gaat worden voor het NOBV, en daar gaan we dan bodemmonsters nemen die we daarna in het lab gaan bemeten om de microbiële samenstelling te bepalen.</p><p>Inge Diepman: Wat is het verschil tussen beestjes en micro organismen? Want het gaat hier niet om de beestjes.</p><p>Marit Hefting: Het gaat hier niet om de beestjes die het veen afbreken. Die zullen hooguit de organische stof in wat kleinere stukjes breken en de micro-organismen, dat zijn de de-composers die breken het veen af tot aan CO2. Natuurlijk omdat we geïnteresseerd zijn in de broeikasgasemissies willen we juist kijken naar de afbraak door micro-organismen.</p><p>Inge Diepman: Prachtig veenweidegebied.</p><p>Marit Hefting: Ja, het is heel mooi en we hebben ook nog heel technisch weer, zoals dat heet.</p><p>Inge Diepman: Hoezo technisch weer.</p><p>Marit Hefting: De zon schijnt en je kan heel fijn werken in het veld op dit moment en de koeien staan hier voor ons in de wei te grazen en het gras is gemaaid dus het ruikt heerlijk.</p><p>Inge Diepman: Staan hier voor een hek. Dat moet even open.</p><p>Marit Hefting: We lopen hier in het weiland waar de onderzoeksplot ligt. Je ziet dat de koeien de bovengrond behoorlijk al hebben ingetrapt omdat het een zeer natte plot is. Je zakt behoorlijk weg. En dit veen, wat we hier zien, dat is bosveen en dat zullen we straks gaan zien wanneer we een boring zetten. Er zitten nog stukken hout in dit veen die onafgebroken zijn. Die zullen we terug vinden.</p><p>Inge Diepman: Ja, maar je kunt niet zeggen veen is veen, je hebt allerlei soorten veen.</p><p>Marit Hefting: Ja, je hebt allerlei soorten veen. Je hebt veen wat is ontstaan uit riet, ophoping van riet materiaal, ophoping van zeggen materiaal, dat heet carex veen, zeggen veen, en je hebt bosveen en dat is een ophoping van houtachtig materiaal. Daarnaast heb je natuurlijk nog wat je veel ziet in de hoog venen, het veen wat bestaat uit veenmossen en dat is slaggen, veenmos veen.</p><p>Inge Diepman: We gaan steken. Het lijkt alsof je een tent gaat opzetten en hele ouderwetse.</p><p>Marit Hefting: Een canvaszak, heel sterk allemaal. Dit zijn de verschillende boren die we meenemen naar het veld om veenmonsters te nemen. We hebben nu op dit moment drie type boren bij ons. Dat is een brede guts, een edelman boor en daar hebben we nog een folie sampler. We gaan in de eerste instantie de edelman boor gebruiken en als we diep genoeg zijn en als we echt het mooie natte veen tegenkomen dan kunnen we overschakelen naar de brede guts want dan krijgen we 'm het veen in, want anders dan lukt het niet. De bovengrond is altijd iets kleiiger en ook wat lastiger om in te komen. Aan het werk zeker!</p><p>Inge Diepman: Hoe lang moet het nu zijn?</p><p>Marit Hefting: Dit is de eerste boring dus we hoeven alleen nog maar de bovengrond te boren, dus dit is te kortste lengte die we hebben. Deze boor is 1.20, maar we hoeven echt alleen maar de bovengrond te monsteren. We zetten hem hierin, draaien een paar keer rond.</p><p>Inge Diepman: En nu haal je een monster eruit?</p><p>Marit Hefting: Monster eruit en dat is de bovengrond en de bovengrond is geoxideerd dat kan je zien doordat eigenlijk het veen is heel erg mooi en kruimelig. Je ziet dat je eigenlijk nog geen planstructuur herkent behalve dan de worteltjes maar die zijn van het gras wat er hier groeit, en die kommetjes daar zie je eigenlijk verder geen herkenbaar plantmateriaal. Ik kan nu aan deze korreltjes niet zien wat de oorsprong is van dit veen, dus het is helemaal geoxideerd, dat is met zuurstof erbij zijn de bacteriën bezig om dit af te breken. Dit is eigenlijk al ver afgebroken veen. Er zijn in veenbodem heel veel lagen te vinden met verschillende vegetatie die je daar vindt, dus verschillende veentypen vaak. Dus een beetje rietveen en dan weer een laag bosveen dat kan zich ook afwisselen maar waar wij in onze microbiële metingen vooral op focussen is dat we de bovengrond bemonsteren, waar de zuurstof eigenlijk altijd aanwezig is, waar zuurstofindringing heel normaal is.</p><p>Inge Diepman: Dat kun je ook zien, aan dat hoopje wat je op het gras hebt gelegd?</p><p>Marit Hefting: Ja, dat is echt mooi, duidelijk, geoxideerd veen. Daarnaast focussen we op de laag waar de grondwaterstand regelmatig wisselt, dus waar het geoxideerd is, maar ook waar condities optreden dat er geen zuurstof is. Dus dat wisselt in de tijd. Als het nat is, zit daar geen zuurstof en als het droger is, dan komt daar af toe zuurstof. Dan nemen we een monster van de diepste laag waarvan we eigenlijk zeker weten dat er geen zuurstof komt.</p><p>Inge Diepman: Dan gaan we nu dieper.</p><p>Marit Hefting: Nu dieper, ik doe er denk ik nog één bij. Dat is makkelijk.</p><p>Inge Diepman: Nog steeds met die edelman boor?</p><p>Marit Hefting: Met die edelman boor en dan ga ik proberen te gutsen.</p><p>Inge Diepman: Flink draaien weer in hetzelfde gat.</p><p>Marit Hefting: Wel altijd in hetzelfde gat. Ik haal het los, ik haal het eruit en bij het veen beschrijven kijken we dan naar hoe het veen eruitziet, of er nog plantenresten tegenkomen, of er kleuren tegenkomen, welke kleur het heeft?</p><p>Inge Diepman: Beschrijf dit eens.</p><p>Marit Hefting: Het is zeer sterk geoxideerd. Het is wel kleiig veen hier en ik zag net, maar dat zie ik nu niet meer, een ijzer vlekje, rondom de worteltjes komt er geoxideerd ijzer, dat is een soort roest, want die worteltjes die brengen die zuurstof naar binnen in die bodem en dan begint het daaromheen, begint het ijzer uit die bodem te roesten.</p><p>Inge Diepman: Wat we hier dus zien, willen we eigenlijk niet zien?</p><p>Marit Hefting: Ja, inderdaad, dit is de oorsprong van die broeikasgassen uit deze laag, deze geoxideerde lagen komt heel veel CO2 vrij en dat breekt continu af. Het is eigenlijk een soort front, want dat gaat steeds dieper. Dus het is niet zo dat het op een gegeven moment stopt als het op is, maar die veenbodem, die wordt steeds dieper gedraineerd en brandt eigenlijk helemaal op.</p><p>Inge Diepman: En waar is die microbiële gemeenschap nou het meest actief?</p><p>Marit Hefting: Die microbiële gemeenschap is het meest actief in die bovenzone. Daar zitten ook de meeste micro-organismen want daar is het meeste te eten, want die planten, het gras, wat er opgroeit, de wortels, die brengen ook vers koolstof in de bodem en die zorgen er voor dat er makkelijk enzymen kunnen worden geproduceerd, waardoor het veen ook makkelijker kan afbreken.</p><p>Inge Diepman: Nou is die een stuk groter. Bijna twee keer jou lengte.</p><p>Marit Hefting: Dus ik ga eventjes deze uitdaging aan of ik nu al kan gutsen en zo niet, dan moet ik nog wat verder met de edelman boor.</p><p>Inge Diepman: Je gaat er aan de hangen bijna!</p><p>Marit Hefting: Ik ga er zeker aan hangen, want anders dan krijg ik hem absoluut die bodem niet in. Ik weet niet hoe ver we komen met deze eerste slag. Ik ga hem er toch alvast maar even uithalen.</p><p>Inge Diepman: Hij komt eruit.</p><p>Marit Hefting: Ja, dat is echt nog maar een klein laagje.</p><p>Inge Diepman: Welke hulptroepen heb je nou uit die emmer gehaald?</p><p>Marit Hefting: Dit is een gutsmes en dit is een beetje zoutzuur. Over de guts snijd ik de bodem weg en dan kan je een heel mooi profiel zien van het veen. Dit is nog die geoxideerde laag en hier begint het veen al iets te veranderen. Zwart, bruin met wat zoutzuur kan je zien als dat gaat bubbelen of er kalk aanwezig is. Als er kalk aanwezig is, dan zie je dat een beetje bubbelen dan komt er namelijk ook CO2 vrij. De kalk, die wordt dan afgebroken. Dat reageert met het zuur. Dit is de eerste laag onder de wortelzone, en die monsteren we als geoxideerde veenlaag.</p><p>Inge Diepman: Die neem jij Laura straks mee naar het lab?</p><p>Laura: Ja, inderdaad. Die gaan mee naar de Universiteit Utrecht.</p><p>Inge Diepman: En die ga je onderzoeken?</p><p>Laura: Ja.</p><p>Inge Diepman: De guts wordt weer overeind gezet. Leeg. Er is een monster in een plastic zakje gedaan. Wat ga je nu doen?</p><p>Marit Hefting: Ik ga verder. Ik ga in hetzelfde gat weer verder boren om een bodemmonster te nemen en ik hoop dat ik nu weer wat verder in het veen kan komen.</p><p>Inge Diepman: Er zit nu bijna een meter guts in de grond. Nu begint het kracht werk, want nu moet 'ie er ook nog een keer weer uit. We zaten behoorlijk diep, want het grondwater was te horen.</p><p>Marit Hefting: Ja, we zitten nu op twee meter diepte. We hebben dus de diepste steek genomen en dit is de permanent gereduceerde zone waar we nu in zitten. Nou zelfde procedure, snijden hem af en we kijken naar het veen. Kijken wat we daar [onhoorbaar]. En dat betekent dus dat dit veen ook wordt afgebroken zonder zuurstof, en dat is dan met behulp van sulfaat wat in de bodem zit. Dus dit veen, dat ruikt naar rotte eieren, dat betekent dat die bacteriën daar actief zijn. Die zijn het aan het afbreken. Hier is een heel groot stuk hout, dat is gewoon nog in het veen helemaal aanwezig, is niet aangetast, en door de kleur kan je al zien dat dit elzenhout is. Dus elzenhout wat aan de basis heeft gestaan voor dit veen.</p><p>Inge Diepman: Dat vind je natuurlijk niet overal.</p><p>Marit Hefting: Nou in heel veel bosvijver vind je dus els en wilg. Dat zijn soorten die groeien onder natte condities, zie je ook hier achter, hebben we elsen en wilgen en dat was vroeger ook zo, alleen onder veel natuurlijke condities.</p><p>Inge Diepman: Waarom moeten we dit weten? Waarom moeten we dit kunnen identificeren?</p><p>Marit Hefting: Dat is goed om te identificeren om de botanische verschillen te snappen van het veen, zodat we ook weten waar het precies uit opgebouwd is. Bepaalde planten, die weren zich tegen herbivoren, tegen vraat, en daar maken ze allemaal gifstoffen, en die gifstoffen die zitten eigenlijk nog steeds in dat materiaal en die zorgen ervoor dat het materiaal minder makkelijk kan worden afgebroken. Het verschil is m...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/K9nEoyhdDLBMW1kCsuwqNN3R3v9rEV4CAhSmTvhS.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42308/zdRU1gPb4iY7NmlYonjWYYaiSgaoXiaP.mp3"
                        length="24583369"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/bodemmonsters-steken-in-lange-weide</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>3</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:17:03</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42309</episode_id>
                    <title>CO2 kamers op de meetlocatie in Aldeboarn</title>
                    <itunes:title>CO2 kamers op de meetlocatie in Aldeboarn
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/co2-kamers-op-de-meetlocatie-in-aldeboarn</link>
                    <description>
                        <![CDATA[
        <p>Inge Diepman: Ja, hier is er eentje open.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, hij is opengegaan. Hij heeft een paar minuten gemeten. En als hij dicht zit, dan vangt hij eigenlijk alle CO2 op die in de bodem wordt geproduceerd.<br> <br>Inge Diepman: Het is eigenlijk een soort klein broeikasje, een oester die open en dichtgaat.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, dat is het. En hij is dus ook transparant. Dus het is zo, dat het licht er doorheen komt en die gas nog wel gewoon kan groeien en zijn ding kan doen. Het is een soort broeikas, dus dat betekent ook dat de temperatuur hoger wordt. Dus je moet hem ook niet te lang dicht hebben. En dan kan hij weer open. En dan kan hij weer op adem komen, zou ik bijna zeggen.<br> <br>Inge Diepman: Nu zijn dit automatische kamers. Dat is wel fijn, want in het begin waren het handmatige en dan moet je er eigenlijk volgens mij met een tentje naast slapen, omdat 's nachts in verband met het niet aanwezig zijn van fotosynthese, er natuurlijk anders gemeten wordt.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, daar waren dan geen transparante kamers, maar donkere kamers voor die overdag ingezet werden. Dus het was niet dat je midden in de nacht ging meten maar je zorgt ervoor dat er geen licht bijkwam kwam door gewoon de kamers niet transparant te hebben. Je ziet heel duidelijk 's nachts, dan is er dus geen licht en dan is er geen fotosynthese en dan zie je dat er telkens een toename is in je CO2. En overdag nemen die planten dus die CO2 op en dan zie je weer een afname in de CO2, dat kan je heel mooi in die data zien, dat dag en nacht ritme.<br> <br>Inge Diepman: Deze kamers geven ons dus duidelijkheid over de CO2 vorming. Waardoor precies?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, het moeilijke van CO2 meting is, is dat dat altijd een combinatie van alles is. Dus je hebt je veenoxidatie daar komt CO2 vrij. Dan heb je je planten, die nemen CO2 op en via de wortels komt er weer koolstof in de bovenste laag van de grond en dat gaat ook weer uiteindelijk een keer ook de lucht in. Dus dat is eigenlijk een kort cyclische vorm van CO2. Koolstof wordt opgenomen door planten, komt in de bodem, wordt weer gerespireerd. Dan heb je die lang cyclische dat is eigenlijk een veenoxidatie. En dan heb je ook nog op een gegeven moment wordt dat gas ook weggehaald, dus je neemt ook koolstof weer uit je systeem en dat moet je dus ook bepalen om uiteindelijk je totale balans te maken van: wat komt er nu uit je systeem en wat gaat erin?<br> <br>Inge Diepman: Moet je dan niet de vegetatie eruit halen. Hoe zou je dat dan moeten doen?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, je kan dat eigenlijk op twee manieren doen door te bepalen: wat is nou het effect van je vegetatie? Enerzijds is dus als je lang genoeg meet dan is eigenlijk die kort cyclus, koolstofcyclus, niet zo belangrijk dan meer. Op een lange termijn kun je wel, de netto CO2-emissie is dan je veen oxidatie.<br> <br>Inge Diepman: Ze zijn lekker actief.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, ze gaan om de drie minuten open en dicht. En een andere idee is om dat met een model te doen. Dus dan heb je een model waarin zowel je veengrond wordt gemodelleerd als de vegetatie. En als je die goed parametriseert, dan kan je dus ook bepalen welk deel van je totale flux van die planten komt en welk deel komt van je veen. Maar er is nog een ander idee nu en dat is, dat zien we hier, dat is een experiment waarbij het gras weg is gehaald en er is een nog een variant waarbij ook nog een deel van de bodem weg is gehaald. En nog een deel waar nog meer bodem is weggehaald om gewoon te zien: wat is dat effect van planten en de bovenste laag van je bodem?<br> <br>Inge Diepman: Is het alleen zuurstof dat zorgt voor afbraak van veen?<br> <br>Merit van den Berg:Nee, het is niet alleen een zuurstof. Eigenlijk alles wat met veenafbraak te maken heeft, zijn de redoxreacties. Dat betekent dat het organische materiaal levert elektronen en je hebt een oxidator nodig die dat opneemt. Zuurstof is een hele sterke oxidator, dus die neemt heel goed elektronen op. En daar komt de meeste energie bij vrij. Maar je hebt bijvoorbeeld ook nitraat, sulfaat of ijzer, dat kan ook elektronen opnemen en dat kan ook dat organische materiaal afbreken. Dus op het moment dat je veel van nitraat of sulfaat in je bodem hebt, dan krijg je alsnog dus snel weer die veen afbraak, ondanks dat je bijvoorbeeld geen zuurstof hebt. En dat is dan de 'anaerobe veenafbraak' wat we zo noemen. En dat weten we nu niet direct hoeveel dat is. Dus dat is nog wel een uitdaging om te bepalen: hoeveel is anaerobe? Hoeveel is inrobe veenafbraak? Maar we weten wel redox potentiaal en dat is eigenlijk een soort maat van welke oxidator er in de bodem zit, op welke diepte. Dus dat kan wel iets zeggen over waar er potentieel anaerobe veenafbraak plaatsvindt.<br> <br> Inge Diepman: Zijn deze CO2 flux kamers het hart van dit meet plot? Want ik zie veel meer, ik zie stokjes uit het gras naar boven komen. Ik zie kastjes, ik zie meters van twee meter hoog.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, we weten echt alles, ongeveer wat mogelijk. Dus naast dat --<br> <br>Inge Diepman: Alles heeft met alles te maken.<br> <br>Merit van den Berg: Alles heeft met alles te maken. Dus uiteindelijk je grondwaterstand verander je met een maatregel, dus die grondwaterstand wordt gemeten. Uiteindelijk verandert de grondwaterstand je bodemvocht dus dat wordt ook gemeten. Temperatuur is een hele belangrijke voor afbraak van veen en überhaupt van afbraak van organische materiaal, dus dat wordt gemeten. We zien daar een kast staan, dat iets hoger is, dat logt de data van de Extenso meter. De Extens-meter zie je daarnaast staan. Dat is dat grijze ding op de grond en dat is eigenlijk, simpel gezegd, een soort pin wat in de bodem gaat, met ankers eraan op verschillende diepten, en hij meet eigenlijk die beweging van de bodem op verschillende dieptes heel nauwkeurig over de tijd.<br> <br>Inge Diepman: En waarom is dat belangrijk voor het meten van de uitstoot van broeikasgas?<br> <br>Merit van den Berg: Uiteindelijk, wat er op dit moment wordt gedaan, is dat bodemdaling metingen zijn direct gerelateerd aan CO2 metingen en daar is eigenlijk het beleid op gebaseerd. En wat we zien is dat bodemdaling ook niet alleen maar afhankelijk is van die veenoxidatie. De bodemdaling zelf wel, maar de beweging varieert behoorlijk over tijd en dat heeft dan weer te maken met je grondwaterstand. Als je een hele hoge waterstand hebt, het veen is een soort spons en dat zet dan weer uit. Dus dan krijg je dat je bodem weer omhooggaat. En als de waterstand weer lager gaat, dan zakt hij weer. Dat kan tien centimeter per jaar op en neergaan zonder dat dat echt CO2-emissie oplevert. Dus die beweging wil je heel nauwkeurig weten om uiteindelijk dus op de lange termijn bodemdaling daaruit te kunnen halen en ook die link dan weer te maken met je CO2-flux. En als je die link goed kan leggen, dan kun je ook bodemdaling bijvoorbeeld gebruiken als proxy voor je CO2-flux. De paal die we hier zien, daar zie je een soort sensor op staan en die meet temperatuur en luchtvochtigheid. Je ziet een zwarte sensor, nog iets daarvoor die meet de straling die van boven komt en weer teruggekaatst wordt. Er staat een regen meter, dat lijkt een beetje op een grote beker die je daar ziet, daar wordt regen gemeten.<br> <br>Inge Diepman: En die stokjes die hier uit de grond komen?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, die stokjes die zitten op verschillende diepte in de bodem. Daar zit aan de onderkant een keramische cup, zoals dat heet, verbonden aan een slangetje en die komt boven uit de grond. En uit dat slangetje daar kun je water uit zuigen en dat is eigenlijk het water van de bodem. Dus op verschillende dieptes kun je dan dat bodemwater er uithalen. En dan kun je zien: wat is de samenstelling? Hoeveel nitraat zit erin? Hoeveel koolstof zit erin? En dat kan bijvoorbeeld ook iets zeggen over die drainage buizen, die voeren bijvoorbeeld water weer aan en zorgt dat dan voor een andere samenstelling van nitraat in de bodem? En neemt dat koolstof mee? En dat soort dingen.<br> <br>Inge Diepman: Als je dit plot nu 100 meter verderop zet, krijg je dan andere metingen?<br> <br>Merit van den Berg: Dat weet ik niet. Je kiest een locatie en we hebben wel natuurlijk gekeken hoe is de samenstelling van die bodem, er zijn wel van voor boringen gedaan om te zien: is dit een juiste locatie of niet? Of zitten hier rare dingen in de bodem die we niet willen weten. Maar je hebt altijd variaties en we zorgen ook voor variatie en om die te bepalen, hebben we geen één kamer, maar hebben we hier vijf kamers op een rij staan. Dus daarmee wil je die variatie ook al een beetje wegnemen en dat doen we doordat alle sensoren altijd in meervoud aanwezig zijn. En daarnaast hebben we hier ook nog een Eddy Covering toren staan en die meet eigenlijk de flux van dat hele perceel. Dus die vergelijking kan je dan ook nog maken en zien: was dit het eigenlijk wel? Hebben we het goed gedaan? Weten we het juiste hier?<br> <br>Inge Diepman: Dus dit plot blijft waar het is. Dat gaan we niet verplaatsen. Het lijkt me wel een goed idee als we onszelf gaan verplaatsen, want als we de lucht bekijken, komt er een enorme bui.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, goed, laten we gaan.</p>
      
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[
        Inge Diepman: Ja, hier is er eentje open. Merit van den Berg: Ja, hij is opengegaan. Hij heeft een paar minuten gemeten. En als hij dicht zit, dan vangt hij eigenlijk alle CO2 op die in de bodem wordt geproduceerd. Inge Diepman: Het is eigenlijk een soort klein broeikasje, een oester die open en dichtgaat. Merit van den Berg: Ja, dat is het. En hij is dus ook transparant. Dus het is zo, dat het licht er doorheen komt en die gas nog wel gewoon kan groeien en zijn ding kan doen. Het is een soort broeikas, dus dat betekent ook dat de temperatuur hoger wordt. Dus je moet hem ook niet te lang dicht hebben. En dan kan hij weer open. En dan kan hij weer op adem komen, zou ik bijna zeggen. Inge Diepman: Nu zijn dit automatische kamers. Dat is wel fijn, want in het begin waren het handmatige en dan moet je er eigenlijk volgens mij met een tentje naast slapen, omdat 's nachts in verband met het niet aanwezig zijn van fotosynthese, er natuurlijk anders gemeten wordt. Merit van den Berg: Ja, daar waren dan geen transparante kamers, maar donkere kamers voor die overdag ingezet werden. Dus het was niet dat je midden in de nacht ging meten maar je zorgt ervoor dat er geen licht bijkwam kwam door gewoon de kamers niet transparant te hebben. Je ziet heel duidelijk 's nachts, dan is er dus geen licht en dan is er geen fotosynthese en dan zie je dat er telkens een toename is in je CO2. En overdag nemen die planten dus die CO2 op en dan zie je weer een afname in de CO2, dat kan je heel mooi in die data zien, dat dag en nacht ritme. Inge Diepman: Deze kamers geven ons dus duidelijkheid over de CO2 vorming. Waardoor precies? Merit van den Berg: Ja, het moeilijke van CO2 meting is, is dat dat altijd een combinatie van alles is. Dus je hebt je veenoxidatie daar komt CO2 vrij. Dan heb je je planten, die nemen CO2 op en via de wortels komt er weer koolstof in de bovenste laag van de grond en dat gaat ook weer uiteindelijk een keer ook de lucht in. Dus dat is eigenlijk een kort cyclische vorm van CO2. Koolstof wordt opgenomen door planten, komt in de bodem, wordt weer gerespireerd. Dan heb je die lang cyclische dat is eigenlijk een veenoxidatie. En dan heb je ook nog op een gegeven moment wordt dat gas ook weggehaald, dus je neemt ook koolstof weer uit je systeem en dat moet je dus ook bepalen om uiteindelijk je totale balans te maken van: wat komt er nu uit je systeem en wat gaat erin? Inge Diepman: Moet je dan niet de vegetatie eruit halen. Hoe zou je dat dan moeten doen? Merit van den Berg: Ja, je kan dat eigenlijk op twee manieren doen door te bepalen: wat is nou het effect van je vegetatie? Enerzijds is dus als je lang genoeg meet dan is eigenlijk die kort cyclus, koolstofcyclus, niet zo belangrijk dan meer. Op een lange termijn kun je wel, de netto CO2-emissie is dan je veen oxidatie. Inge Diepman: Ze zijn lekker actief. Merit van den Berg: Ja, ze gaan om de drie minuten open en dicht. En een andere idee is om dat met een model te doen. Dus dan heb je een model waarin zowel je veengrond wordt gemodelleerd als de vegetatie. En als je die goed parametriseert, dan kan je dus ook bepalen welk deel van je totale flux van die planten komt en welk deel komt van je veen. Maar er is nog een ander idee nu en dat is, dat zien we hier, dat is een experiment waarbij het gras weg is gehaald en er is een nog een variant waarbij ook nog een deel van de bodem weg is gehaald. En nog een deel waar nog meer bodem is weggehaald om gewoon te zien: wat is dat effect van planten en de bovenste laag van je bodem? Inge Diepman: Is het alleen zuurstof dat zorgt voor afbraak van veen? Merit van den Berg:Nee, het is niet alleen een zuurstof. Eigenlijk alles wat met veenafbraak te maken heeft, zijn de redoxreacties. Dat betekent dat het organische materiaal levert elektronen en je hebt een oxidator nodig die dat opneemt. Zuurstof is een hele sterke oxidator, dus die neemt heel goed elektronen op. En daar komt de meeste energie bij vrij. Maar je hebt bijvoorbeeld ook nitraat, sulfaat of ijzer, dat kan ook elektronen opnemen en dat kan ook dat organische materiaal afbreken. Dus op het moment dat je veel van nitraat of sulfaat in je bodem hebt, dan krijg je alsnog dus snel weer die veen afbraak, ondanks dat je bijvoorbeeld geen zuurstof hebt. En dat is dan de 'anaerobe veenafbraak' wat we zo noemen. En dat weten we nu niet direct hoeveel dat is. Dus dat is nog wel een uitdaging om te bepalen: hoeveel is anaerobe? Hoeveel is inrobe veenafbraak? Maar we weten wel redox potentiaal en dat is eigenlijk een soort maat van welke oxidator er in de bodem zit, op welke diepte. Dus dat kan wel iets zeggen over waar er potentieel anaerobe veenafbraak plaatsvindt.  Inge Diepman: Zijn deze CO2 flux kamers het hart van dit meet plot? Want ik zie veel meer, ik zie stokjes uit het gras naar boven komen. Ik zie kastjes, ik zie meters van twee meter hoog. Merit van den Berg: Ja, we weten echt alles, ongeveer wat mogelijk. Dus naast dat -- Inge Diepman: Alles heeft met alles te maken. Merit van den Berg: Alles heeft met alles te maken. Dus uiteindelijk je grondwaterstand verander je met een maatregel, dus die grondwaterstand wordt gemeten. Uiteindelijk verandert de grondwaterstand je bodemvocht dus dat wordt ook gemeten. Temperatuur is een hele belangrijke voor afbraak van veen en überhaupt van afbraak van organische materiaal, dus dat wordt gemeten. We zien daar een kast staan, dat iets hoger is, dat logt de data van de Extenso meter. De Extens-meter zie je daarnaast staan. Dat is dat grijze ding op de grond en dat is eigenlijk, simpel gezegd, een soort pin wat in de bodem gaat, met ankers eraan op verschillende diepten, en hij meet eigenlijk die beweging van de bodem op verschillende dieptes heel nauwkeurig over de tijd. Inge Diepman: En waarom is dat belangrijk voor het meten van de uitstoot van broeikasgas? Merit van den Berg: Uiteindelijk, wat er op dit moment wordt gedaan, is dat bodemdaling metingen zijn direct gerelateerd aan CO2 metingen en daar is eigenlijk het beleid op gebaseerd. En wat we zien is dat bodemdaling ook niet alleen maar afhankelijk is van die veenoxidatie. De bodemdaling zelf wel, maar de beweging varieert behoorlijk over tijd en dat heeft dan weer te maken met je grondwaterstand. Als je een hele hoge waterstand hebt, het veen is een soort spons en dat zet dan weer uit. Dus dan krijg je dat je bodem weer omhooggaat. En als de waterstand weer lager gaat, dan zakt hij weer. Dat kan tien centimeter per jaar op en neergaan zonder dat dat echt CO2-emissie oplevert. Dus die beweging wil je heel nauwkeurig weten om uiteindelijk dus op de lange termijn bodemdaling daaruit te kunnen halen en ook die link dan weer te maken met je CO2-flux. En als je die link goed kan leggen, dan kun je ook bodemdaling bijvoorbeeld gebruiken als proxy voor je CO2-flux. De paal die we hier zien, daar zie je een soort sensor op staan en die meet temperatuur en luchtvochtigheid. Je ziet een zwarte sensor, nog iets daarvoor die meet de straling die van boven komt en weer teruggekaatst wordt. Er staat een regen meter, dat lijkt een beetje op een grote beker die je daar ziet, daar wordt regen gemeten. Inge Diepman: En die stokjes die hier uit de grond komen? Merit van den Berg: Ja, die stokjes die zitten op verschillende diepte in de bodem. Daar zit aan de onderkant een keramische cup, zoals dat heet, verbonden aan een slangetje en die komt boven uit de grond. En uit dat slangetje daar kun je water uit zuigen en dat is eigenlijk het water van de bodem. Dus op verschillende dieptes kun je dan dat bodemwater er uithalen. En dan kun je zien: wat is de samenstelling? Hoeveel nitraat zit erin? Hoeveel koolstof zit erin? En dat kan bijvoorbeeld ook iets zeggen over die drainage buizen, die voeren bijvoorbeeld water weer aan en zorgt dat dan voor een andere samenstelling van nitraat in de bodem? En neemt dat koolstof mee? En dat soort dingen. Inge Diepman: Als je dit plot nu 100 meter verderop zet, krijg je dan andere metingen? Merit van den Berg: Dat weet ik niet. Je kiest een locatie en we hebben wel natuurlijk gekeken hoe is de samenstelling van die bodem, er zijn wel van voor boringen gedaan om te zien: is dit een juiste locatie of niet? Of zitten hier rare dingen in de bodem die we niet willen weten. Maar je hebt altijd variaties en we zorgen ook voor variatie en om die te bepalen, hebben we geen één kamer, maar hebben we hier vijf kamers op een rij staan. Dus daarmee wil je die variatie ook al een beetje wegnemen en dat doen we doordat alle sensoren altijd in meervoud aanwezig zijn. En daarnaast hebben we hier ook nog een Eddy Covering toren staan en die meet eigenlijk de flux van dat hele perceel. Dus die vergelijking kan je dan ook nog maken en zien: was dit het eigenlijk wel? Hebben we het goed gedaan? Weten we het juiste hier? Inge Diepman: Dus dit plot blijft waar het is. Dat gaan we niet verplaatsen. Het lijkt me wel een goed idee als we onszelf gaan verplaatsen, want als we de lucht bekijken, komt er een enorme bui. Merit van den Berg: Ja, goed, laten we gaan.
      
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[
        <p>Inge Diepman: Ja, hier is er eentje open.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, hij is opengegaan. Hij heeft een paar minuten gemeten. En als hij dicht zit, dan vangt hij eigenlijk alle CO2 op die in de bodem wordt geproduceerd.<br> <br>Inge Diepman: Het is eigenlijk een soort klein broeikasje, een oester die open en dichtgaat.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, dat is het. En hij is dus ook transparant. Dus het is zo, dat het licht er doorheen komt en die gas nog wel gewoon kan groeien en zijn ding kan doen. Het is een soort broeikas, dus dat betekent ook dat de temperatuur hoger wordt. Dus je moet hem ook niet te lang dicht hebben. En dan kan hij weer open. En dan kan hij weer op adem komen, zou ik bijna zeggen.<br> <br>Inge Diepman: Nu zijn dit automatische kamers. Dat is wel fijn, want in het begin waren het handmatige en dan moet je er eigenlijk volgens mij met een tentje naast slapen, omdat 's nachts in verband met het niet aanwezig zijn van fotosynthese, er natuurlijk anders gemeten wordt.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, daar waren dan geen transparante kamers, maar donkere kamers voor die overdag ingezet werden. Dus het was niet dat je midden in de nacht ging meten maar je zorgt ervoor dat er geen licht bijkwam kwam door gewoon de kamers niet transparant te hebben. Je ziet heel duidelijk 's nachts, dan is er dus geen licht en dan is er geen fotosynthese en dan zie je dat er telkens een toename is in je CO2. En overdag nemen die planten dus die CO2 op en dan zie je weer een afname in de CO2, dat kan je heel mooi in die data zien, dat dag en nacht ritme.<br> <br>Inge Diepman: Deze kamers geven ons dus duidelijkheid over de CO2 vorming. Waardoor precies?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, het moeilijke van CO2 meting is, is dat dat altijd een combinatie van alles is. Dus je hebt je veenoxidatie daar komt CO2 vrij. Dan heb je je planten, die nemen CO2 op en via de wortels komt er weer koolstof in de bovenste laag van de grond en dat gaat ook weer uiteindelijk een keer ook de lucht in. Dus dat is eigenlijk een kort cyclische vorm van CO2. Koolstof wordt opgenomen door planten, komt in de bodem, wordt weer gerespireerd. Dan heb je die lang cyclische dat is eigenlijk een veenoxidatie. En dan heb je ook nog op een gegeven moment wordt dat gas ook weggehaald, dus je neemt ook koolstof weer uit je systeem en dat moet je dus ook bepalen om uiteindelijk je totale balans te maken van: wat komt er nu uit je systeem en wat gaat erin?<br> <br>Inge Diepman: Moet je dan niet de vegetatie eruit halen. Hoe zou je dat dan moeten doen?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, je kan dat eigenlijk op twee manieren doen door te bepalen: wat is nou het effect van je vegetatie? Enerzijds is dus als je lang genoeg meet dan is eigenlijk die kort cyclus, koolstofcyclus, niet zo belangrijk dan meer. Op een lange termijn kun je wel, de netto CO2-emissie is dan je veen oxidatie.<br> <br>Inge Diepman: Ze zijn lekker actief.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, ze gaan om de drie minuten open en dicht. En een andere idee is om dat met een model te doen. Dus dan heb je een model waarin zowel je veengrond wordt gemodelleerd als de vegetatie. En als je die goed parametriseert, dan kan je dus ook bepalen welk deel van je totale flux van die planten komt en welk deel komt van je veen. Maar er is nog een ander idee nu en dat is, dat zien we hier, dat is een experiment waarbij het gras weg is gehaald en er is een nog een variant waarbij ook nog een deel van de bodem weg is gehaald. En nog een deel waar nog meer bodem is weggehaald om gewoon te zien: wat is dat effect van planten en de bovenste laag van je bodem?<br> <br>Inge Diepman: Is het alleen zuurstof dat zorgt voor afbraak van veen?<br> <br>Merit van den Berg:Nee, het is niet alleen een zuurstof. Eigenlijk alles wat met veenafbraak te maken heeft, zijn de redoxreacties. Dat betekent dat het organische materiaal levert elektronen en je hebt een oxidator nodig die dat opneemt. Zuurstof is een hele sterke oxidator, dus die neemt heel goed elektronen op. En daar komt de meeste energie bij vrij. Maar je hebt bijvoorbeeld ook nitraat, sulfaat of ijzer, dat kan ook elektronen opnemen en dat kan ook dat organische materiaal afbreken. Dus op het moment dat je veel van nitraat of sulfaat in je bodem hebt, dan krijg je alsnog dus snel weer die veen afbraak, ondanks dat je bijvoorbeeld geen zuurstof hebt. En dat is dan de 'anaerobe veenafbraak' wat we zo noemen. En dat weten we nu niet direct hoeveel dat is. Dus dat is nog wel een uitdaging om te bepalen: hoeveel is anaerobe? Hoeveel is inrobe veenafbraak? Maar we weten wel redox potentiaal en dat is eigenlijk een soort maat van welke oxidator er in de bodem zit, op welke diepte. Dus dat kan wel iets zeggen over waar er potentieel anaerobe veenafbraak plaatsvindt.<br> <br> Inge Diepman: Zijn deze CO2 flux kamers het hart van dit meet plot? Want ik zie veel meer, ik zie stokjes uit het gras naar boven komen. Ik zie kastjes, ik zie meters van twee meter hoog.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, we weten echt alles, ongeveer wat mogelijk. Dus naast dat --<br> <br>Inge Diepman: Alles heeft met alles te maken.<br> <br>Merit van den Berg: Alles heeft met alles te maken. Dus uiteindelijk je grondwaterstand verander je met een maatregel, dus die grondwaterstand wordt gemeten. Uiteindelijk verandert de grondwaterstand je bodemvocht dus dat wordt ook gemeten. Temperatuur is een hele belangrijke voor afbraak van veen en überhaupt van afbraak van organische materiaal, dus dat wordt gemeten. We zien daar een kast staan, dat iets hoger is, dat logt de data van de Extenso meter. De Extens-meter zie je daarnaast staan. Dat is dat grijze ding op de grond en dat is eigenlijk, simpel gezegd, een soort pin wat in de bodem gaat, met ankers eraan op verschillende diepten, en hij meet eigenlijk die beweging van de bodem op verschillende dieptes heel nauwkeurig over de tijd.<br> <br>Inge Diepman: En waarom is dat belangrijk voor het meten van de uitstoot van broeikasgas?<br> <br>Merit van den Berg: Uiteindelijk, wat er op dit moment wordt gedaan, is dat bodemdaling metingen zijn direct gerelateerd aan CO2 metingen en daar is eigenlijk het beleid op gebaseerd. En wat we zien is dat bodemdaling ook niet alleen maar afhankelijk is van die veenoxidatie. De bodemdaling zelf wel, maar de beweging varieert behoorlijk over tijd en dat heeft dan weer te maken met je grondwaterstand. Als je een hele hoge waterstand hebt, het veen is een soort spons en dat zet dan weer uit. Dus dan krijg je dat je bodem weer omhooggaat. En als de waterstand weer lager gaat, dan zakt hij weer. Dat kan tien centimeter per jaar op en neergaan zonder dat dat echt CO2-emissie oplevert. Dus die beweging wil je heel nauwkeurig weten om uiteindelijk dus op de lange termijn bodemdaling daaruit te kunnen halen en ook die link dan weer te maken met je CO2-flux. En als je die link goed kan leggen, dan kun je ook bodemdaling bijvoorbeeld gebruiken als proxy voor je CO2-flux. De paal die we hier zien, daar zie je een soort sensor op staan en die meet temperatuur en luchtvochtigheid. Je ziet een zwarte sensor, nog iets daarvoor die meet de straling die van boven komt en weer teruggekaatst wordt. Er staat een regen meter, dat lijkt een beetje op een grote beker die je daar ziet, daar wordt regen gemeten.<br> <br>Inge Diepman: En die stokjes die hier uit de grond komen?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, die stokjes die zitten op verschillende diepte in de bodem. Daar zit aan de onderkant een keramische cup, zoals dat heet, verbonden aan een slangetje en die komt boven uit de grond. En uit dat slangetje daar kun je water uit zuigen en dat is eigenlijk het water van de bodem. Dus op verschillende dieptes kun je dan dat bodemwater er uithalen. En dan kun je zien: wat is de samenstelling? Hoeveel nitraat zit erin? Hoeveel koolstof zit erin? En dat kan bijvoorbeeld ook iets zeggen over die drainage buizen, die voeren bijvoorbeeld water weer aan en zorgt dat dan voor een andere samenstelling van nitraat in de bodem? En neemt dat koolstof mee? En dat soort dingen.<br> <br>Inge Diepman: Als je dit plot nu 100 meter verderop zet, krijg je dan andere metingen?<br> <br>Merit van den Berg: Dat weet ik niet. Je kiest een locatie en we hebben wel natuurlijk gekeken hoe is de samenstelling van die bodem, er zijn wel van voor boringen gedaan om te zien: is dit een juiste locatie of niet? Of zitten hier rare dingen in de bodem die we niet willen weten. Maar je hebt altijd variaties en we zorgen ook voor variatie en om die te bepalen, hebben we geen één kamer, maar hebben we hier vijf kamers op een rij staan. Dus daarmee wil je die variatie ook al een beetje wegnemen en dat doen we doordat alle sensoren altijd in meervoud aanwezig zijn. En daarnaast hebben we hier ook nog een Eddy Covering toren staan en die meet eigenlijk de flux van dat hele perceel. Dus die vergelijking kan je dan ook nog maken en zien: was dit het eigenlijk wel? Hebben we het goed gedaan? Weten we het juiste hier?<br> <br>Inge Diepman: Dus dit plot blijft waar het is. Dat gaan we niet verplaatsen. Het lijkt me wel een goed idee als we onszelf gaan verplaatsen, want als we de lucht bekijken, komt er een enorme bui.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, goed, laten we gaan.</p>
      
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/F5BGe1ke8eRp7JetWu2QQc2ceFkCOGJ85adtnf7e.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42309/CnH0431l9NEPCZNBXqk6HQ3vLVbSEc5c.mp3"
                        length="15929544"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/co2-kamers-op-de-meetlocatie-in-aldeboarn</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>2</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:11:02</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42310</episode_id>
                    <title>Boer Marten Dijkstra over noodzaak van meten</title>
                    <itunes:title>Boer Marten Dijkstra over noodzaak van meten
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/boer-marten-dijkstra-over-noodzaak-van-meten</link>
                    <description>
                        <![CDATA[
        <p>Marten Dijkstra: We hebben twee kavels. Een thuis kavel waar we nu staan van 37 hectaren, en een veld kavel van zeventien hectaren. De meet plots, de ene ligt op vier hectaren, die ligt hier recht achter. In 2016 is die onderwater drainage toegepast. En het schaduwperceel; daarop ligt het andere meetplot, dat ligt ernaast.<br> <br>Inge Diepman: Zet jij even de trekker uit?<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, ga ik doen.<br> <br>Inge Diepman: Dank je. Merit, jij komt hier wel vaker?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, niet meer zo vaak. Maar ik kwam hier wel wat regelmatiger voor een proef wat al eerder liep in Friesland. En sinds anderhalf jaar zijn we dus bezig het NOBV hier ook te meten. Maar eigenlijk, collega's uit Nijmegen zijn hier heel veel vaker. Die zijn hier om de week om hier de week plots te onderhouden.<br> <br>Inge Diepman: Tot jouw spijt, volgens mij. Beschrijf die meetplots eens, waar wij nu eigenlijk op uitkijken.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, de meet plots zijn zo'n 10 bij 20 meter groot, dus dat is best wel flink. En in die meetplots proberen we alles te meten wat met CO2-emissie te maken heeft. Dus we meten de CO2 wat uit de bodem komt en alles wat daarvoor zorgt dat die CO2 eruit komt en alles wat daarmee te maken heeft, meten we ook, zoals: temperatuur, zuurstofgehalte in de bodem en bodemvocht, maar ook de samenstelling van de bodem wordt gemeten. Een ander belangrijk ding is bodemdaling natuurlijk. Dat heeft heel erg met elkaar te maken. Dat wordt ook gemeten. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste metingen en dat wordt heel intensief gemeten, continu, elke minuut.<br> <br>Inge Diepman: Waarom doe jij mee, Marten? Is dat vanwege de bodemdaling of is dat vanwege de broeikasgassen?<br> <br>Marten Dijkstra: Ik ben hier geboren. Ik slaap nu op precies dezelfde plek als waar ik ben geboren. Dus ik zie sinds de jaren '80, ik ben nu 39 jaar, de bodem dalen om de boerderijen heen. En wat voor mij het belangrijkste is als boer zijnde is om de bodemdaling te remmen. De Fries Veenweiden Visie is in 2015 gestart, en toen hadden we het eigenlijk alleen maar over bodemdaling. CO2 is er later bijgekomen vanwege het Klimaatakkoord. Dat is voor mij niet de hoofdreden. Bodemdaling is echt een bedreiging voor het bedrijf, omdat je steeds lagere waterpijlen moet hebben. Je moet de fundering- De kavelpaden verzakken, dus die bodemdaling staat voor mij echt op nummer één. Ik zie CO2-reductie wel als kans om de financiering rond te krijgen.<br> <br>Inge Diepman: Wat is jullie uitgangspunt?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, het uitgangspunt is om de effectiviteit te bepalen van dus die onderwater drainage op de CO2. Dat is wel het hoofddoel, en dat is ook waaruit de financiering van dit project voortkomt. Dat komt echt vanuit de klimaattafels om dus die één megaton CO2 in 2030 te bereiken en te zien welke maatregelen zijn dan effectief om dat doel te halen? Dat is wel het uitgangspunt van de financiering voor dit onderzoek.<br> <br>Inge Diepman: Hoe groot is de kans dat we nu maatregelen nemen, ook onder politieke druk. Politici willen, als ze uiteindelijk het licht hebben gezien, resultaat zien. Hoe groot is de kans dat we hier misschien iets meten wat we niet hadden verwacht?<br> <br>Gilles Erkens: Ja, dat is dus wel de reden waarom we nu zo intensief meten. Omdat we al eerder in de proef hier in Friesland, waar deze locatie ook bij hoorde, hadden gezien dat we bijna geen reductie hebben gemeten met deze onderwater drainage. En toen dachten we: ja, hoe kan dat dan? Want je verhoogt wel die grondwaterstand in de zomer. Maar we zien geen verschillen in de CO2, en dat is wel iets wat we echt moeten begrijpen. We zien ondertussen dat er op andere locaties wel effect is. Dus waar het allemaal mee te maken kan hebben, is onder andere de bodemstructuur of ook hoe hoog ga je dan verhogen? Want het is hier nog vrij laag, tot min 60 blijf je nog. Is dat dan voldoende? En wat gebeurt dan in die bodem? Dus komt zuurstof werkelijk tot zo diep in de bodem? En dat soort dingen, dat zijn allemaal vragen die je wil beantwoorden om ook uiteindelijk, als je die processen heel goed begrijpt, het kunt extrapoleren naar andere gebieden en kun je dus ook uitspraken doen over een veel groter gebied dan alleen maar deze ene perceel.<br> <br>Inge Diepman: En dan moet je continu meten, en dat doen ze hier.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, want we hebben wel gezien in de vorige proef dat als je niet continu meet dat je best wel veel onzekerheid creëert, omdat de momenten dat je niet meet moet gaan inschatten op basis van die paar meetmomenten in het jaar. En daarom hebben we gezegd dat vooral die CO2 flux continu meten heel belangrijk is.<br> <br>Inge Diepman: Nu staan die plots midden in het weiland. De koeien hier staan eigenlijk te wachten en verbaasd te kijken, denkende: waar is die kar met voer? Die is hier toch binnen komen rijden? Wanneer komt hij nu met dat voer? Zijn die een beetje gewend aan die twee meetplots die gewoon midden op hun land staan?<br> <br>Marten Dijkstra: Plompverloren. De meetplots zijn hermetisch afgesloten. Daar zit ook een stroomdraadje omheen. Dus die koeien blijven daar wel weg. Ja, absoluut. Dat gaat goed.<br> <br>Inge Diepman: Hij wil eten.<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, klopt. En ook even op aanvullingen van dat CO2 verhaal en de bodemdaling: je kunt het niet los van elkaar zien. Dus bij de oxidatie van veen daalt de bodem en komt CO2 vrij. Dus het hang heel nauw samen maar waar ik vooral als ondernemer naar op zoek ben, is toekomstperspectief. We hebben hier een prachtig mooie omgeving, het open landschap, veel weidevogels. Ik ben van de zesde generatie, ik zou het graag willen verdubbelen naar twaalf generaties natuurlijk, dus vandaar die intrinsieke motivatie.<br> <br>Inge Diepman: Ze zijn heel geduldig. Maar ze kijken verlangend naar je, dus ik zou zeggen: "Ga maar voeren! Het is voertijd." Dankjewel, Marten.<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, graag gedaan.<br> <br>Inge Diepman: Fijne dag nog!</p>
      
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[
        Marten Dijkstra: We hebben twee kavels. Een thuis kavel waar we nu staan van 37 hectaren, en een veld kavel van zeventien hectaren. De meet plots, de ene ligt op vier hectaren, die ligt hier recht achter. In 2016 is die onderwater drainage toegepast. En het schaduwperceel; daarop ligt het andere meetplot, dat ligt ernaast. Inge Diepman: Zet jij even de trekker uit? Marten Dijkstra: Ja, ga ik doen. Inge Diepman: Dank je. Merit, jij komt hier wel vaker? Merit van den Berg: Ja, niet meer zo vaak. Maar ik kwam hier wel wat regelmatiger voor een proef wat al eerder liep in Friesland. En sinds anderhalf jaar zijn we dus bezig het NOBV hier ook te meten. Maar eigenlijk, collega's uit Nijmegen zijn hier heel veel vaker. Die zijn hier om de week om hier de week plots te onderhouden. Inge Diepman: Tot jouw spijt, volgens mij. Beschrijf die meetplots eens, waar wij nu eigenlijk op uitkijken. Merit van den Berg: Ja, de meet plots zijn zo'n 10 bij 20 meter groot, dus dat is best wel flink. En in die meetplots proberen we alles te meten wat met CO2-emissie te maken heeft. Dus we meten de CO2 wat uit de bodem komt en alles wat daarvoor zorgt dat die CO2 eruit komt en alles wat daarmee te maken heeft, meten we ook, zoals: temperatuur, zuurstofgehalte in de bodem en bodemvocht, maar ook de samenstelling van de bodem wordt gemeten. Een ander belangrijk ding is bodemdaling natuurlijk. Dat heeft heel erg met elkaar te maken. Dat wordt ook gemeten. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste metingen en dat wordt heel intensief gemeten, continu, elke minuut. Inge Diepman: Waarom doe jij mee, Marten? Is dat vanwege de bodemdaling of is dat vanwege de broeikasgassen? Marten Dijkstra: Ik ben hier geboren. Ik slaap nu op precies dezelfde plek als waar ik ben geboren. Dus ik zie sinds de jaren '80, ik ben nu 39 jaar, de bodem dalen om de boerderijen heen. En wat voor mij het belangrijkste is als boer zijnde is om de bodemdaling te remmen. De Fries Veenweiden Visie is in 2015 gestart, en toen hadden we het eigenlijk alleen maar over bodemdaling. CO2 is er later bijgekomen vanwege het Klimaatakkoord. Dat is voor mij niet de hoofdreden. Bodemdaling is echt een bedreiging voor het bedrijf, omdat je steeds lagere waterpijlen moet hebben. Je moet de fundering- De kavelpaden verzakken, dus die bodemdaling staat voor mij echt op nummer één. Ik zie CO2-reductie wel als kans om de financiering rond te krijgen. Inge Diepman: Wat is jullie uitgangspunt? Merit van den Berg: Ja, het uitgangspunt is om de effectiviteit te bepalen van dus die onderwater drainage op de CO2. Dat is wel het hoofddoel, en dat is ook waaruit de financiering van dit project voortkomt. Dat komt echt vanuit de klimaattafels om dus die één megaton CO2 in 2030 te bereiken en te zien welke maatregelen zijn dan effectief om dat doel te halen? Dat is wel het uitgangspunt van de financiering voor dit onderzoek. Inge Diepman: Hoe groot is de kans dat we nu maatregelen nemen, ook onder politieke druk. Politici willen, als ze uiteindelijk het licht hebben gezien, resultaat zien. Hoe groot is de kans dat we hier misschien iets meten wat we niet hadden verwacht? Gilles Erkens: Ja, dat is dus wel de reden waarom we nu zo intensief meten. Omdat we al eerder in de proef hier in Friesland, waar deze locatie ook bij hoorde, hadden gezien dat we bijna geen reductie hebben gemeten met deze onderwater drainage. En toen dachten we: ja, hoe kan dat dan? Want je verhoogt wel die grondwaterstand in de zomer. Maar we zien geen verschillen in de CO2, en dat is wel iets wat we echt moeten begrijpen. We zien ondertussen dat er op andere locaties wel effect is. Dus waar het allemaal mee te maken kan hebben, is onder andere de bodemstructuur of ook hoe hoog ga je dan verhogen? Want het is hier nog vrij laag, tot min 60 blijf je nog. Is dat dan voldoende? En wat gebeurt dan in die bodem? Dus komt zuurstof werkelijk tot zo diep in de bodem? En dat soort dingen, dat zijn allemaal vragen die je wil beantwoorden om ook uiteindelijk, als je die processen heel goed begrijpt, het kunt extrapoleren naar andere gebieden en kun je dus ook uitspraken doen over een veel groter gebied dan alleen maar deze ene perceel. Inge Diepman: En dan moet je continu meten, en dat doen ze hier. Merit van den Berg: Ja, want we hebben wel gezien in de vorige proef dat als je niet continu meet dat je best wel veel onzekerheid creëert, omdat de momenten dat je niet meet moet gaan inschatten op basis van die paar meetmomenten in het jaar. En daarom hebben we gezegd dat vooral die CO2 flux continu meten heel belangrijk is. Inge Diepman: Nu staan die plots midden in het weiland. De koeien hier staan eigenlijk te wachten en verbaasd te kijken, denkende: waar is die kar met voer? Die is hier toch binnen komen rijden? Wanneer komt hij nu met dat voer? Zijn die een beetje gewend aan die twee meetplots die gewoon midden op hun land staan? Marten Dijkstra: Plompverloren. De meetplots zijn hermetisch afgesloten. Daar zit ook een stroomdraadje omheen. Dus die koeien blijven daar wel weg. Ja, absoluut. Dat gaat goed. Inge Diepman: Hij wil eten. Marten Dijkstra: Ja, klopt. En ook even op aanvullingen van dat CO2 verhaal en de bodemdaling: je kunt het niet los van elkaar zien. Dus bij de oxidatie van veen daalt de bodem en komt CO2 vrij. Dus het hang heel nauw samen maar waar ik vooral als ondernemer naar op zoek ben, is toekomstperspectief. We hebben hier een prachtig mooie omgeving, het open landschap, veel weidevogels. Ik ben van de zesde generatie, ik zou het graag willen verdubbelen naar twaalf generaties natuurlijk, dus vandaar die intrinsieke motivatie. Inge Diepman: Ze zijn heel geduldig. Maar ze kijken verlangend naar je, dus ik zou zeggen: "Ga maar voeren! Het is voertijd." Dankjewel, Marten. Marten Dijkstra: Ja, graag gedaan. Inge Diepman: Fijne dag nog!
      
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[
        <p>Marten Dijkstra: We hebben twee kavels. Een thuis kavel waar we nu staan van 37 hectaren, en een veld kavel van zeventien hectaren. De meet plots, de ene ligt op vier hectaren, die ligt hier recht achter. In 2016 is die onderwater drainage toegepast. En het schaduwperceel; daarop ligt het andere meetplot, dat ligt ernaast.<br> <br>Inge Diepman: Zet jij even de trekker uit?<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, ga ik doen.<br> <br>Inge Diepman: Dank je. Merit, jij komt hier wel vaker?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, niet meer zo vaak. Maar ik kwam hier wel wat regelmatiger voor een proef wat al eerder liep in Friesland. En sinds anderhalf jaar zijn we dus bezig het NOBV hier ook te meten. Maar eigenlijk, collega's uit Nijmegen zijn hier heel veel vaker. Die zijn hier om de week om hier de week plots te onderhouden.<br> <br>Inge Diepman: Tot jouw spijt, volgens mij. Beschrijf die meetplots eens, waar wij nu eigenlijk op uitkijken.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, de meet plots zijn zo'n 10 bij 20 meter groot, dus dat is best wel flink. En in die meetplots proberen we alles te meten wat met CO2-emissie te maken heeft. Dus we meten de CO2 wat uit de bodem komt en alles wat daarvoor zorgt dat die CO2 eruit komt en alles wat daarmee te maken heeft, meten we ook, zoals: temperatuur, zuurstofgehalte in de bodem en bodemvocht, maar ook de samenstelling van de bodem wordt gemeten. Een ander belangrijk ding is bodemdaling natuurlijk. Dat heeft heel erg met elkaar te maken. Dat wordt ook gemeten. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste metingen en dat wordt heel intensief gemeten, continu, elke minuut.<br> <br>Inge Diepman: Waarom doe jij mee, Marten? Is dat vanwege de bodemdaling of is dat vanwege de broeikasgassen?<br> <br>Marten Dijkstra: Ik ben hier geboren. Ik slaap nu op precies dezelfde plek als waar ik ben geboren. Dus ik zie sinds de jaren '80, ik ben nu 39 jaar, de bodem dalen om de boerderijen heen. En wat voor mij het belangrijkste is als boer zijnde is om de bodemdaling te remmen. De Fries Veenweiden Visie is in 2015 gestart, en toen hadden we het eigenlijk alleen maar over bodemdaling. CO2 is er later bijgekomen vanwege het Klimaatakkoord. Dat is voor mij niet de hoofdreden. Bodemdaling is echt een bedreiging voor het bedrijf, omdat je steeds lagere waterpijlen moet hebben. Je moet de fundering- De kavelpaden verzakken, dus die bodemdaling staat voor mij echt op nummer één. Ik zie CO2-reductie wel als kans om de financiering rond te krijgen.<br> <br>Inge Diepman: Wat is jullie uitgangspunt?<br> <br>Merit van den Berg: Ja, het uitgangspunt is om de effectiviteit te bepalen van dus die onderwater drainage op de CO2. Dat is wel het hoofddoel, en dat is ook waaruit de financiering van dit project voortkomt. Dat komt echt vanuit de klimaattafels om dus die één megaton CO2 in 2030 te bereiken en te zien welke maatregelen zijn dan effectief om dat doel te halen? Dat is wel het uitgangspunt van de financiering voor dit onderzoek.<br> <br>Inge Diepman: Hoe groot is de kans dat we nu maatregelen nemen, ook onder politieke druk. Politici willen, als ze uiteindelijk het licht hebben gezien, resultaat zien. Hoe groot is de kans dat we hier misschien iets meten wat we niet hadden verwacht?<br> <br>Gilles Erkens: Ja, dat is dus wel de reden waarom we nu zo intensief meten. Omdat we al eerder in de proef hier in Friesland, waar deze locatie ook bij hoorde, hadden gezien dat we bijna geen reductie hebben gemeten met deze onderwater drainage. En toen dachten we: ja, hoe kan dat dan? Want je verhoogt wel die grondwaterstand in de zomer. Maar we zien geen verschillen in de CO2, en dat is wel iets wat we echt moeten begrijpen. We zien ondertussen dat er op andere locaties wel effect is. Dus waar het allemaal mee te maken kan hebben, is onder andere de bodemstructuur of ook hoe hoog ga je dan verhogen? Want het is hier nog vrij laag, tot min 60 blijf je nog. Is dat dan voldoende? En wat gebeurt dan in die bodem? Dus komt zuurstof werkelijk tot zo diep in de bodem? En dat soort dingen, dat zijn allemaal vragen die je wil beantwoorden om ook uiteindelijk, als je die processen heel goed begrijpt, het kunt extrapoleren naar andere gebieden en kun je dus ook uitspraken doen over een veel groter gebied dan alleen maar deze ene perceel.<br> <br>Inge Diepman: En dan moet je continu meten, en dat doen ze hier.<br> <br>Merit van den Berg: Ja, want we hebben wel gezien in de vorige proef dat als je niet continu meet dat je best wel veel onzekerheid creëert, omdat de momenten dat je niet meet moet gaan inschatten op basis van die paar meetmomenten in het jaar. En daarom hebben we gezegd dat vooral die CO2 flux continu meten heel belangrijk is.<br> <br>Inge Diepman: Nu staan die plots midden in het weiland. De koeien hier staan eigenlijk te wachten en verbaasd te kijken, denkende: waar is die kar met voer? Die is hier toch binnen komen rijden? Wanneer komt hij nu met dat voer? Zijn die een beetje gewend aan die twee meetplots die gewoon midden op hun land staan?<br> <br>Marten Dijkstra: Plompverloren. De meetplots zijn hermetisch afgesloten. Daar zit ook een stroomdraadje omheen. Dus die koeien blijven daar wel weg. Ja, absoluut. Dat gaat goed.<br> <br>Inge Diepman: Hij wil eten.<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, klopt. En ook even op aanvullingen van dat CO2 verhaal en de bodemdaling: je kunt het niet los van elkaar zien. Dus bij de oxidatie van veen daalt de bodem en komt CO2 vrij. Dus het hang heel nauw samen maar waar ik vooral als ondernemer naar op zoek ben, is toekomstperspectief. We hebben hier een prachtig mooie omgeving, het open landschap, veel weidevogels. Ik ben van de zesde generatie, ik zou het graag willen verdubbelen naar twaalf generaties natuurlijk, dus vandaar die intrinsieke motivatie.<br> <br>Inge Diepman: Ze zijn heel geduldig. Maar ze kijken verlangend naar je, dus ik zou zeggen: "Ga maar voeren! Het is voertijd." Dankjewel, Marten.<br> <br>Marten Dijkstra: Ja, graag gedaan.<br> <br>Inge Diepman: Fijne dag nog!</p>
      
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/gWUemPEamzVJ9p3uWVscKme1oFBjf9G2sgvGN0ex.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42310/ZjRZMwzxqsW0JGZetx7I1ElN1s0u2BbW.mp3"
                        length="11222024"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/boer-marten-dijkstra-over-noodzaak-van-meten</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>1</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:07:46</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42311</episode_id>
                    <title>Proefvelden met waterinfiltratiesystemen in Zegveld</title>
                    <itunes:title>Proefvelden met waterinfiltratiesystemen in Zegveld
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/proefvelden-met-waterinfiltratiesystemen-in-zegveld</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Youri Egas: Kijk, nu hoor je de put net aanslaan. Dus dit is de put waar het water in gaat, en dan gaat het naar de drains toe. Dus dat is de put van het waterinfiltratiesysteem hier op dit perceel. Het water gaat het perceel in, normaal gaat het vanuit de sloot heel slecht het perceel in, omdat veen heel slecht water doorlaat en doordat we buizen in het perceel hebben liggen, en die aangesloten zijn op deze put, kunnen we zo het water een beetje helpen het perceel in te gaan.</p><p>Inge Diepman: Want hoeveel buizen liggen er hier onder de grond?</p><p>Youri Egas: Ongeveer om de vier á zes meter ligt er hier een buis in de lengte van het perceel. Dus eigenlijk heb je mini slootjes, maar dan onder de grond, zitten.</p><p>Inge Diepman: En in de put zelf kun je laten afstemmen op welk grondwaterstand je hem wil laten vollopen?</p><p>Youri Egas: In deze put kunnen we nu water vanuit de sloop pompen, maar we kunnen hem eigenlijk hoger zetten dan het water in de sloop, dus we kunnen druk zetten, zodat er meer water het perceel in gaat. Dus als het straks weer droog wordt in de zomer, dan kunnen we zeggen: 'hé, hij moet wat omhoog!', en wordt het weer wat natter of gaat het veel regenen, dan kunnen we zeggen: we doen hem weer wat lager, of we pompen er minder in, of we pompen er helemaal niks in.</p><p>Inge Diepman: Want de sloot heeft een beetje hulp nodig, omdat veen moeilijk doordringbaar is?</p><p>Youri Egas: Ja, en het slootpeil kan je maar tot een bepaald niveau opzetten natuurlijk, want anders loopt het de sloot uit. En in die put kunnen we dus zelfs boven het land, boven het maaiveld nog wat water opzetten.</p><p>Inge Diepman: Ja. En hij slaat vanzelf af, want ik weet niet op welke stand hij nu is ingesteld?</p><p>Youri Egas: Ja, hij slaat vanzelf als het goed is weer af. Er zit een vlot in. Dus als die het niveau heeft bereikt waar die op ingesteld is, dan slaat hij weer af en dan zakt hij rustig uit tot hij weer te laag komt. En dan slaat hij weer aan.</p><p>Inge Diepman: Wat is het verschil met wat verderop in het perceel ligt? Ik zou bijna zeggen de ouderwetse, maar zo oud is het ook nog weer niet, onderwaterdrainage, of het gewone waterinfiltratiesysteem?</p><p>Youri Egas: Dat systeem is dus rechtstreeks op de sloot aangesloten, dus het slootniveau bepaalt de druk waarmee het water het perceel inloopt.</p><p>Inge Diepman: Hij slaat nu af.</p><p>Youri Egas: Ja, als het goed is is het niveau dan in de put bereikt.</p><p>Inge Diepman: En als we omkijken, wij staan op een heel smal plankje dus kijk uit, want anders vallen we hier in deze sloot.
</p><p>Youri Egas: En glad!</p><p>Inge Diepman: Dan zien we verschillende percelen en op al die percelen staan NOBV meetplots?</p><p>Youri Egas: Ja, hier links van ons, dat is perceel zestien, daar zijn de meeste plots, of daar wordt het meest intensief gemeten. Maar we hebben hier vier percelen naast elkaar waar we met dit systeem werken en waar we alles ook monitoren.</p><p>Inge Diepman: Wat is de verwachting van de grondwaterstand, welk effect zal het hebben op de broeikasgasuitstoot?</p><p>Youri Egas: Nou wat we hier in ieder geval zien is dat het ons lukt om in de zomer de grondwaterstand hoger te houden bij de stukken met het waterinfiltratiesysteem, ten opzichte van waar niks ligt. Dus waar je niks doet, daar zakt die gewoon verder uit. En als het grondwater verder uitzakt kan daar zuurstof bij komen, wat weer de veenafbraak kan stimuleren. We verwachten dat als we het natte houden, wat ons lukt, dat het ook minder zou worden.</p><p>Inge Diepman: Laten we heel even van dat plankje afgaan en naar het weggetje-- Je bent volgens mij heel blij als je van dit plankje af mag.</p><p>Youri Egas: Hij is een beetje glad.</p><p>Inge Diepman: Want hier liggen twee sloten, en het is wel een groot verschil tussen de ene sloot en de andere sloot.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt.</p><p>Inge Diepman: Kun je even kijken wat het sloot waterpeil hier is?</p><p>Youri Egas: Ja, als we op deze schaal kijken, dan zien we dat die ongeveer op 2.85 meter onder NAP zit, het slootpeil hier. Aan deze kant hebben we een laag slootpeil en aan de andere kant hebben we hoog slootpeil. Als we deze sloot zien, die staat een stuk hoger. En hier hebben we een slootpeil van ongeveer 20 centimeter onder maaiveld en aan de andere kant is het ongeveer 55 centimeter onder maaiveld.</p><p>Inge Diepman: Wat is de verwachting dan?</p><p>Youri Egas: Wat we bij het laag slootpeil doen, is de grondwaterstand hoger houden dan het slootpeil is. En dan kun je kijken: wat gebeurt er dan? En aan deze kant hebben we dus het slootpeil zelfs hoger dan de grondwaterstand, dus dan verwacht je natuurlijk dat dat makkelijker gaat, dat de grondwaterstand makkelijker omhoog gaat dan aan de andere kant. Dus dat zijn we hier aan het monitoren.</p><p>Inge Diepman: Nu ligt er pakweg 400 meter verderop de hoogwater boerderij. Daar zijn jullie in 2020 mee begonnen. Want je kunt kijken wat dit soort systemen doen voor de bodemdaling, voor de uitstoot van broeikasgassen. Maar daar moet natuurlijk ook nog een verdienmodel aan hangen, voor de agrariër?</p><p>Youri Egas: Wat we daar doen is--</p><p>Inge Diepman: Laten we daar maar even naartoe lopen.
</p><p>Youri Egas: Ja, gaan we doen.<br></p><p>Youri Egas: Bij de hoogwater boerderij gaan we nog een stap verder dan bij de percelen waar we net stonden, want daar gaan we dus sturen op een grondwaterstaat van 20 centimeter onder maaiveld en dat is natuurlijk best wel hoog, hoger dan we gewend zijn. En dan is het natuurlijk spannend: wat gebeurt er, wat gebeurt er met je land, met je gras en dan uiteindelijk, wat kan die koe er dan nog mee? En wat kan je daar aan verdienen?</p><p>Youri Egas: We passeren weer zo'n mooie meetplot. Van de NOBV of op welk perceel staat deze?</p><p>Youri Egas: Dit is dus perceel zestien, dus hier wordt er heel intensief gemeten, in al die vakken die allemaal afgezet zijn met hekken. Bij het eerste stukje houden we dus de grondwaterstand op zo'n 40 centimeter onder maaiveld en bij het tweede vak, wat je achterin ziet doen we eigenlijk niets. Dus dan zakt het gewoon zo ver weg als dat het wegzakt in de zomer.</p><p>Inge Diepman: En hoe lang staan deze plots er nu?</p><p>Youri Egas: Deze zijn vorig jaar aangelegd, dus in 2020.</p><p>Inge Diepman: Wanneer weten we dan wat?</p><p>Youri Egas: Dat is zeker een aantal jaren meten, elk jaar is weer anders. Dus we hebben vorig jaar een droog jaar gehad, dit jaar tot nu toe hebben we steeds regen, dus het kan zomaar een nat jaar zijn. Dan heb je volgend jaar weer een ander jaar. En als je dan vijf jaar verder bent, kan je misschien een eerste inschatting maken hoe goed zo'n maatregel werkt.</p><p>Inge Diepman: We kwamen net van de put vandaan, van een perceel waar putdrainage wordt toegepast. Dat is natuurlijk op een klein oppervlak. En wat jullie hier doen is het eigenlijk opschalen.</p><p>Youri Egas: Ja dat klopt, dat doen we met één put één perceel aansturen, en wat we hier op die hoogwater boerderij doen, dan heb je opeens een veel groter oppervlak die je moet sturen op grondwater. Dat vraagt ook wel wat van de doorontwikkeling van je waterinfiltratiesysteem. Dus in plaats van één perceel zitten de er opeens zes percelen aan de put die allemaal weer anders reageren. En dat vraagt ook wel wat van de sturing. Wat ik nu in m'n handen heb, ik heb de bovenste vijftien centimeter in mijn handen, dat is eigenlijk de grasmat, die wordt natuurlijk steeds belangrijker. Want je kan je voorstellen, als jij een grondwaterstand van min 20 gaat hanteren, dan wordt die bodem daaronder ook steeds weker of natter en dan moet je het hebben van die bovenlaag om überhaupt nog op dat land te kunnen komen. Want als je hier doorheen zakt of je zou deze toplaag over een paar jaar verwijderen, dat betekent dat je net als bij het lisdoddeveld er misschien wel in één keer helemaal wegzakt.</p><p>Youri Egas: Dit is één van de percelen die het langst al hoogwater is. We gaan nu het derde seizoen in dat we hier hoog water hanteren en je voelt het eigenlijk al. We zitten nu op vijftien centimeter, die grond is al heel vochtig. Maar als we hier door dat land zelf gaan lopen, dat zou je bijna met je sokken kunnen doen, zo droog is toch het top laagje.</p><p>Inge Diepman: Je zei dat het grondwaterpeil hoogstwaarschijnlijk op min twintig staat nu.</p><p>Youri Egas: Dat klopt, maar je merkt, je zakt helemaal niet weg, je hebt er helemaal geen last van, en die bodem is heel vochtig en heel compact. Kijk maar hoe stevig dit blok is.</p><p>Inge Diepman: Waarom min 20?</p><p>Youri Egas: Uit de literatuur blijkt dat min 20 wel eens het optimum kan zijn voor broeikasgasuitstoot, dus dat daar de minste broeikasgassen uit het veen komen. Dat probeerden we op de hoogwater boerderij uit. Dus is dat echt zo, als we op min 20 gaan zitten, hebben we dan de minste uitstoot?</p><p>Inge Diepman: We lopen het deel op.</p><p>Youri Egas: Ja, hier lopen we de hoogwater boerderij binnen. Je ziet hier, de koeien staan nu allemaal te wachten om naar buiten te mogen.</p><p>Inge Diepman: Ik zie twee soorten. De Holsteiner, de Friese Holsteiner en wat is dat bruine koetje daartussen, die is een stuk kleiner?</p><p>Youri Egas: Dat zijn de Jersey's. Een ander koeienras die inderdaad een stuk kleiner is. Onze kleinste Jersey weegt de helft van onze grootste Holsteiner.</p><p>Inge Diepman: Is dat een oplossing?</p><p>Youri Egas: Nou het is natuurlijk wel interessant, als jij je grondwaterstand omhoog gaat zetten, waarbij de verwachting is dat de draagkracht minder wordt, om te kijken naar wat doet het beter. Is dat zo'n grote koe die daar loopt, of juist zo'n kleine koe? Dus welk type koe past daar het beste bij? En dat is de reden dat wij onderscheid maken in verschillende koeienrassen binnen de hoogwater boerderij.</p><p>Inge Diepman: Want als deze koeien naar buiten gaan, dan hebben ze allemaal hun eigen perceel, en die kun je gaan vergelijken?</p><p>Youri Egas: Ja, dus a...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Youri Egas: Kijk, nu hoor je de put net aanslaan. Dus dit is de put waar het water in gaat, en dan gaat het naar de drains toe. Dus dat is de put van het waterinfiltratiesysteem hier op dit perceel. Het water gaat het perceel in, normaal gaat het vanuit de sloot heel slecht het perceel in, omdat veen heel slecht water doorlaat en doordat we buizen in het perceel hebben liggen, en die aangesloten zijn op deze put, kunnen we zo het water een beetje helpen het perceel in te gaan.Inge Diepman: Want hoeveel buizen liggen er hier onder de grond?Youri Egas: Ongeveer om de vier á zes meter ligt er hier een buis in de lengte van het perceel. Dus eigenlijk heb je mini slootjes, maar dan onder de grond, zitten.Inge Diepman: En in de put zelf kun je laten afstemmen op welk grondwaterstand je hem wil laten vollopen?Youri Egas: In deze put kunnen we nu water vanuit de sloop pompen, maar we kunnen hem eigenlijk hoger zetten dan het water in de sloop, dus we kunnen druk zetten, zodat er meer water het perceel in gaat. Dus als het straks weer droog wordt in de zomer, dan kunnen we zeggen: 'hé, hij moet wat omhoog!', en wordt het weer wat natter of gaat het veel regenen, dan kunnen we zeggen: we doen hem weer wat lager, of we pompen er minder in, of we pompen er helemaal niks in.Inge Diepman: Want de sloot heeft een beetje hulp nodig, omdat veen moeilijk doordringbaar is?Youri Egas: Ja, en het slootpeil kan je maar tot een bepaald niveau opzetten natuurlijk, want anders loopt het de sloot uit. En in die put kunnen we dus zelfs boven het land, boven het maaiveld nog wat water opzetten.Inge Diepman: Ja. En hij slaat vanzelf af, want ik weet niet op welke stand hij nu is ingesteld?Youri Egas: Ja, hij slaat vanzelf als het goed is weer af. Er zit een vlot in. Dus als die het niveau heeft bereikt waar die op ingesteld is, dan slaat hij weer af en dan zakt hij rustig uit tot hij weer te laag komt. En dan slaat hij weer aan.Inge Diepman: Wat is het verschil met wat verderop in het perceel ligt? Ik zou bijna zeggen de ouderwetse, maar zo oud is het ook nog weer niet, onderwaterdrainage, of het gewone waterinfiltratiesysteem?Youri Egas: Dat systeem is dus rechtstreeks op de sloot aangesloten, dus het slootniveau bepaalt de druk waarmee het water het perceel inloopt.Inge Diepman: Hij slaat nu af.Youri Egas: Ja, als het goed is is het niveau dan in de put bereikt.Inge Diepman: En als we omkijken, wij staan op een heel smal plankje dus kijk uit, want anders vallen we hier in deze sloot.
Youri Egas: En glad!Inge Diepman: Dan zien we verschillende percelen en op al die percelen staan NOBV meetplots?Youri Egas: Ja, hier links van ons, dat is perceel zestien, daar zijn de meeste plots, of daar wordt het meest intensief gemeten. Maar we hebben hier vier percelen naast elkaar waar we met dit systeem werken en waar we alles ook monitoren.Inge Diepman: Wat is de verwachting van de grondwaterstand, welk effect zal het hebben op de broeikasgasuitstoot?Youri Egas: Nou wat we hier in ieder geval zien is dat het ons lukt om in de zomer de grondwaterstand hoger te houden bij de stukken met het waterinfiltratiesysteem, ten opzichte van waar niks ligt. Dus waar je niks doet, daar zakt die gewoon verder uit. En als het grondwater verder uitzakt kan daar zuurstof bij komen, wat weer de veenafbraak kan stimuleren. We verwachten dat als we het natte houden, wat ons lukt, dat het ook minder zou worden.Inge Diepman: Laten we heel even van dat plankje afgaan en naar het weggetje-- Je bent volgens mij heel blij als je van dit plankje af mag.Youri Egas: Hij is een beetje glad.Inge Diepman: Want hier liggen twee sloten, en het is wel een groot verschil tussen de ene sloot en de andere sloot.Youri Egas: Ja, dat klopt.Inge Diepman: Kun je even kijken wat het sloot waterpeil hier is?Youri Egas: Ja, als we op deze schaal kijken, dan zien we dat die ongeveer op 2.85 meter onder NAP zit, het slootpeil hier. Aan deze kant hebben we een laag slootpeil en aan de andere kant hebben we hoog slootpeil. Als we deze sloot zien, die staat een stuk hoger. En hier hebben we een slootpeil van ongeveer 20 centimeter onder maaiveld en aan de andere kant is het ongeveer 55 centimeter onder maaiveld.Inge Diepman: Wat is de verwachting dan?Youri Egas: Wat we bij het laag slootpeil doen, is de grondwaterstand hoger houden dan het slootpeil is. En dan kun je kijken: wat gebeurt er dan? En aan deze kant hebben we dus het slootpeil zelfs hoger dan de grondwaterstand, dus dan verwacht je natuurlijk dat dat makkelijker gaat, dat de grondwaterstand makkelijker omhoog gaat dan aan de andere kant. Dus dat zijn we hier aan het monitoren.Inge Diepman: Nu ligt er pakweg 400 meter verderop de hoogwater boerderij. Daar zijn jullie in 2020 mee begonnen. Want je kunt kijken wat dit soort systemen doen voor de bodemdaling, voor de uitstoot van broeikasgassen. Maar daar moet natuurlijk ook nog een verdienmodel aan hangen, voor de agrariër?Youri Egas: Wat we daar doen is--Inge Diepman: Laten we daar maar even naartoe lopen.
Youri Egas: Ja, gaan we doen.Youri Egas: Bij de hoogwater boerderij gaan we nog een stap verder dan bij de percelen waar we net stonden, want daar gaan we dus sturen op een grondwaterstaat van 20 centimeter onder maaiveld en dat is natuurlijk best wel hoog, hoger dan we gewend zijn. En dan is het natuurlijk spannend: wat gebeurt er, wat gebeurt er met je land, met je gras en dan uiteindelijk, wat kan die koe er dan nog mee? En wat kan je daar aan verdienen?Youri Egas: We passeren weer zo'n mooie meetplot. Van de NOBV of op welk perceel staat deze?Youri Egas: Dit is dus perceel zestien, dus hier wordt er heel intensief gemeten, in al die vakken die allemaal afgezet zijn met hekken. Bij het eerste stukje houden we dus de grondwaterstand op zo'n 40 centimeter onder maaiveld en bij het tweede vak, wat je achterin ziet doen we eigenlijk niets. Dus dan zakt het gewoon zo ver weg als dat het wegzakt in de zomer.Inge Diepman: En hoe lang staan deze plots er nu?Youri Egas: Deze zijn vorig jaar aangelegd, dus in 2020.Inge Diepman: Wanneer weten we dan wat?Youri Egas: Dat is zeker een aantal jaren meten, elk jaar is weer anders. Dus we hebben vorig jaar een droog jaar gehad, dit jaar tot nu toe hebben we steeds regen, dus het kan zomaar een nat jaar zijn. Dan heb je volgend jaar weer een ander jaar. En als je dan vijf jaar verder bent, kan je misschien een eerste inschatting maken hoe goed zo'n maatregel werkt.Inge Diepman: We kwamen net van de put vandaan, van een perceel waar putdrainage wordt toegepast. Dat is natuurlijk op een klein oppervlak. En wat jullie hier doen is het eigenlijk opschalen.Youri Egas: Ja dat klopt, dat doen we met één put één perceel aansturen, en wat we hier op die hoogwater boerderij doen, dan heb je opeens een veel groter oppervlak die je moet sturen op grondwater. Dat vraagt ook wel wat van de doorontwikkeling van je waterinfiltratiesysteem. Dus in plaats van één perceel zitten de er opeens zes percelen aan de put die allemaal weer anders reageren. En dat vraagt ook wel wat van de sturing. Wat ik nu in m'n handen heb, ik heb de bovenste vijftien centimeter in mijn handen, dat is eigenlijk de grasmat, die wordt natuurlijk steeds belangrijker. Want je kan je voorstellen, als jij een grondwaterstand van min 20 gaat hanteren, dan wordt die bodem daaronder ook steeds weker of natter en dan moet je het hebben van die bovenlaag om überhaupt nog op dat land te kunnen komen. Want als je hier doorheen zakt of je zou deze toplaag over een paar jaar verwijderen, dat betekent dat je net als bij het lisdoddeveld er misschien wel in één keer helemaal wegzakt.Youri Egas: Dit is één van de percelen die het langst al hoogwater is. We gaan nu het derde seizoen in dat we hier hoog water hanteren en je voelt het eigenlijk al. We zitten nu op vijftien centimeter, die grond is al heel vochtig. Maar als we hier door dat land zelf gaan lopen, dat zou je bijna met je sokken kunnen doen, zo droog is toch het top laagje.Inge Diepman: Je zei dat het grondwaterpeil hoogstwaarschijnlijk op min twintig staat nu.Youri Egas: Dat klopt, maar je merkt, je zakt helemaal niet weg, je hebt er helemaal geen last van, en die bodem is heel vochtig en heel compact. Kijk maar hoe stevig dit blok is.Inge Diepman: Waarom min 20?Youri Egas: Uit de literatuur blijkt dat min 20 wel eens het optimum kan zijn voor broeikasgasuitstoot, dus dat daar de minste broeikasgassen uit het veen komen. Dat probeerden we op de hoogwater boerderij uit. Dus is dat echt zo, als we op min 20 gaan zitten, hebben we dan de minste uitstoot?Inge Diepman: We lopen het deel op.Youri Egas: Ja, hier lopen we de hoogwater boerderij binnen. Je ziet hier, de koeien staan nu allemaal te wachten om naar buiten te mogen.Inge Diepman: Ik zie twee soorten. De Holsteiner, de Friese Holsteiner en wat is dat bruine koetje daartussen, die is een stuk kleiner?Youri Egas: Dat zijn de Jersey's. Een ander koeienras die inderdaad een stuk kleiner is. Onze kleinste Jersey weegt de helft van onze grootste Holsteiner.Inge Diepman: Is dat een oplossing?Youri Egas: Nou het is natuurlijk wel interessant, als jij je grondwaterstand omhoog gaat zetten, waarbij de verwachting is dat de draagkracht minder wordt, om te kijken naar wat doet het beter. Is dat zo'n grote koe die daar loopt, of juist zo'n kleine koe? Dus welk type koe past daar het beste bij? En dat is de reden dat wij onderscheid maken in verschillende koeienrassen binnen de hoogwater boerderij.Inge Diepman: Want als deze koeien naar buiten gaan, dan hebben ze allemaal hun eigen perceel, en die kun je gaan vergelijken?Youri Egas: Ja, dus al die Jersey's die je hier ziet staan gaan naar de eigen Jersey percelen. Dus daar lopen alleen Jersey's op.Inge Diepman: En dat is op min twintig?Youri Egas: Ja, bij min 20. Maar die zwarte bonten, die Holsteiners, hebben ook hoogwater percelen. Maar die hebben wel weer hun eigen percelen. Dus als je vijf jaar verder bent, dan kan je zien: hoe zien die percelen er na...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Youri Egas: Kijk, nu hoor je de put net aanslaan. Dus dit is de put waar het water in gaat, en dan gaat het naar de drains toe. Dus dat is de put van het waterinfiltratiesysteem hier op dit perceel. Het water gaat het perceel in, normaal gaat het vanuit de sloot heel slecht het perceel in, omdat veen heel slecht water doorlaat en doordat we buizen in het perceel hebben liggen, en die aangesloten zijn op deze put, kunnen we zo het water een beetje helpen het perceel in te gaan.</p><p>Inge Diepman: Want hoeveel buizen liggen er hier onder de grond?</p><p>Youri Egas: Ongeveer om de vier á zes meter ligt er hier een buis in de lengte van het perceel. Dus eigenlijk heb je mini slootjes, maar dan onder de grond, zitten.</p><p>Inge Diepman: En in de put zelf kun je laten afstemmen op welk grondwaterstand je hem wil laten vollopen?</p><p>Youri Egas: In deze put kunnen we nu water vanuit de sloop pompen, maar we kunnen hem eigenlijk hoger zetten dan het water in de sloop, dus we kunnen druk zetten, zodat er meer water het perceel in gaat. Dus als het straks weer droog wordt in de zomer, dan kunnen we zeggen: 'hé, hij moet wat omhoog!', en wordt het weer wat natter of gaat het veel regenen, dan kunnen we zeggen: we doen hem weer wat lager, of we pompen er minder in, of we pompen er helemaal niks in.</p><p>Inge Diepman: Want de sloot heeft een beetje hulp nodig, omdat veen moeilijk doordringbaar is?</p><p>Youri Egas: Ja, en het slootpeil kan je maar tot een bepaald niveau opzetten natuurlijk, want anders loopt het de sloot uit. En in die put kunnen we dus zelfs boven het land, boven het maaiveld nog wat water opzetten.</p><p>Inge Diepman: Ja. En hij slaat vanzelf af, want ik weet niet op welke stand hij nu is ingesteld?</p><p>Youri Egas: Ja, hij slaat vanzelf als het goed is weer af. Er zit een vlot in. Dus als die het niveau heeft bereikt waar die op ingesteld is, dan slaat hij weer af en dan zakt hij rustig uit tot hij weer te laag komt. En dan slaat hij weer aan.</p><p>Inge Diepman: Wat is het verschil met wat verderop in het perceel ligt? Ik zou bijna zeggen de ouderwetse, maar zo oud is het ook nog weer niet, onderwaterdrainage, of het gewone waterinfiltratiesysteem?</p><p>Youri Egas: Dat systeem is dus rechtstreeks op de sloot aangesloten, dus het slootniveau bepaalt de druk waarmee het water het perceel inloopt.</p><p>Inge Diepman: Hij slaat nu af.</p><p>Youri Egas: Ja, als het goed is is het niveau dan in de put bereikt.</p><p>Inge Diepman: En als we omkijken, wij staan op een heel smal plankje dus kijk uit, want anders vallen we hier in deze sloot.
</p><p>Youri Egas: En glad!</p><p>Inge Diepman: Dan zien we verschillende percelen en op al die percelen staan NOBV meetplots?</p><p>Youri Egas: Ja, hier links van ons, dat is perceel zestien, daar zijn de meeste plots, of daar wordt het meest intensief gemeten. Maar we hebben hier vier percelen naast elkaar waar we met dit systeem werken en waar we alles ook monitoren.</p><p>Inge Diepman: Wat is de verwachting van de grondwaterstand, welk effect zal het hebben op de broeikasgasuitstoot?</p><p>Youri Egas: Nou wat we hier in ieder geval zien is dat het ons lukt om in de zomer de grondwaterstand hoger te houden bij de stukken met het waterinfiltratiesysteem, ten opzichte van waar niks ligt. Dus waar je niks doet, daar zakt die gewoon verder uit. En als het grondwater verder uitzakt kan daar zuurstof bij komen, wat weer de veenafbraak kan stimuleren. We verwachten dat als we het natte houden, wat ons lukt, dat het ook minder zou worden.</p><p>Inge Diepman: Laten we heel even van dat plankje afgaan en naar het weggetje-- Je bent volgens mij heel blij als je van dit plankje af mag.</p><p>Youri Egas: Hij is een beetje glad.</p><p>Inge Diepman: Want hier liggen twee sloten, en het is wel een groot verschil tussen de ene sloot en de andere sloot.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt.</p><p>Inge Diepman: Kun je even kijken wat het sloot waterpeil hier is?</p><p>Youri Egas: Ja, als we op deze schaal kijken, dan zien we dat die ongeveer op 2.85 meter onder NAP zit, het slootpeil hier. Aan deze kant hebben we een laag slootpeil en aan de andere kant hebben we hoog slootpeil. Als we deze sloot zien, die staat een stuk hoger. En hier hebben we een slootpeil van ongeveer 20 centimeter onder maaiveld en aan de andere kant is het ongeveer 55 centimeter onder maaiveld.</p><p>Inge Diepman: Wat is de verwachting dan?</p><p>Youri Egas: Wat we bij het laag slootpeil doen, is de grondwaterstand hoger houden dan het slootpeil is. En dan kun je kijken: wat gebeurt er dan? En aan deze kant hebben we dus het slootpeil zelfs hoger dan de grondwaterstand, dus dan verwacht je natuurlijk dat dat makkelijker gaat, dat de grondwaterstand makkelijker omhoog gaat dan aan de andere kant. Dus dat zijn we hier aan het monitoren.</p><p>Inge Diepman: Nu ligt er pakweg 400 meter verderop de hoogwater boerderij. Daar zijn jullie in 2020 mee begonnen. Want je kunt kijken wat dit soort systemen doen voor de bodemdaling, voor de uitstoot van broeikasgassen. Maar daar moet natuurlijk ook nog een verdienmodel aan hangen, voor de agrariër?</p><p>Youri Egas: Wat we daar doen is--</p><p>Inge Diepman: Laten we daar maar even naartoe lopen.
</p><p>Youri Egas: Ja, gaan we doen.<br></p><p>Youri Egas: Bij de hoogwater boerderij gaan we nog een stap verder dan bij de percelen waar we net stonden, want daar gaan we dus sturen op een grondwaterstaat van 20 centimeter onder maaiveld en dat is natuurlijk best wel hoog, hoger dan we gewend zijn. En dan is het natuurlijk spannend: wat gebeurt er, wat gebeurt er met je land, met je gras en dan uiteindelijk, wat kan die koe er dan nog mee? En wat kan je daar aan verdienen?</p><p>Youri Egas: We passeren weer zo'n mooie meetplot. Van de NOBV of op welk perceel staat deze?</p><p>Youri Egas: Dit is dus perceel zestien, dus hier wordt er heel intensief gemeten, in al die vakken die allemaal afgezet zijn met hekken. Bij het eerste stukje houden we dus de grondwaterstand op zo'n 40 centimeter onder maaiveld en bij het tweede vak, wat je achterin ziet doen we eigenlijk niets. Dus dan zakt het gewoon zo ver weg als dat het wegzakt in de zomer.</p><p>Inge Diepman: En hoe lang staan deze plots er nu?</p><p>Youri Egas: Deze zijn vorig jaar aangelegd, dus in 2020.</p><p>Inge Diepman: Wanneer weten we dan wat?</p><p>Youri Egas: Dat is zeker een aantal jaren meten, elk jaar is weer anders. Dus we hebben vorig jaar een droog jaar gehad, dit jaar tot nu toe hebben we steeds regen, dus het kan zomaar een nat jaar zijn. Dan heb je volgend jaar weer een ander jaar. En als je dan vijf jaar verder bent, kan je misschien een eerste inschatting maken hoe goed zo'n maatregel werkt.</p><p>Inge Diepman: We kwamen net van de put vandaan, van een perceel waar putdrainage wordt toegepast. Dat is natuurlijk op een klein oppervlak. En wat jullie hier doen is het eigenlijk opschalen.</p><p>Youri Egas: Ja dat klopt, dat doen we met één put één perceel aansturen, en wat we hier op die hoogwater boerderij doen, dan heb je opeens een veel groter oppervlak die je moet sturen op grondwater. Dat vraagt ook wel wat van de doorontwikkeling van je waterinfiltratiesysteem. Dus in plaats van één perceel zitten de er opeens zes percelen aan de put die allemaal weer anders reageren. En dat vraagt ook wel wat van de sturing. Wat ik nu in m'n handen heb, ik heb de bovenste vijftien centimeter in mijn handen, dat is eigenlijk de grasmat, die wordt natuurlijk steeds belangrijker. Want je kan je voorstellen, als jij een grondwaterstand van min 20 gaat hanteren, dan wordt die bodem daaronder ook steeds weker of natter en dan moet je het hebben van die bovenlaag om überhaupt nog op dat land te kunnen komen. Want als je hier doorheen zakt of je zou deze toplaag over een paar jaar verwijderen, dat betekent dat je net als bij het lisdoddeveld er misschien wel in één keer helemaal wegzakt.</p><p>Youri Egas: Dit is één van de percelen die het langst al hoogwater is. We gaan nu het derde seizoen in dat we hier hoog water hanteren en je voelt het eigenlijk al. We zitten nu op vijftien centimeter, die grond is al heel vochtig. Maar als we hier door dat land zelf gaan lopen, dat zou je bijna met je sokken kunnen doen, zo droog is toch het top laagje.</p><p>Inge Diepman: Je zei dat het grondwaterpeil hoogstwaarschijnlijk op min twintig staat nu.</p><p>Youri Egas: Dat klopt, maar je merkt, je zakt helemaal niet weg, je hebt er helemaal geen last van, en die bodem is heel vochtig en heel compact. Kijk maar hoe stevig dit blok is.</p><p>Inge Diepman: Waarom min 20?</p><p>Youri Egas: Uit de literatuur blijkt dat min 20 wel eens het optimum kan zijn voor broeikasgasuitstoot, dus dat daar de minste broeikasgassen uit het veen komen. Dat probeerden we op de hoogwater boerderij uit. Dus is dat echt zo, als we op min 20 gaan zitten, hebben we dan de minste uitstoot?</p><p>Inge Diepman: We lopen het deel op.</p><p>Youri Egas: Ja, hier lopen we de hoogwater boerderij binnen. Je ziet hier, de koeien staan nu allemaal te wachten om naar buiten te mogen.</p><p>Inge Diepman: Ik zie twee soorten. De Holsteiner, de Friese Holsteiner en wat is dat bruine koetje daartussen, die is een stuk kleiner?</p><p>Youri Egas: Dat zijn de Jersey's. Een ander koeienras die inderdaad een stuk kleiner is. Onze kleinste Jersey weegt de helft van onze grootste Holsteiner.</p><p>Inge Diepman: Is dat een oplossing?</p><p>Youri Egas: Nou het is natuurlijk wel interessant, als jij je grondwaterstand omhoog gaat zetten, waarbij de verwachting is dat de draagkracht minder wordt, om te kijken naar wat doet het beter. Is dat zo'n grote koe die daar loopt, of juist zo'n kleine koe? Dus welk type koe past daar het beste bij? En dat is de reden dat wij onderscheid maken in verschillende koeienrassen binnen de hoogwater boerderij.</p><p>Inge Diepman: Want als deze koeien naar buiten gaan, dan hebben ze allemaal hun eigen perceel, en die kun je gaan vergelijken?</p><p>Youri Egas: Ja, dus a...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/vqNhkKhGhDERvjcqKYiZppQiO6ViUEstzzDbEg6a.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42311/hqSQg2mIZeq28plhiIo3MziDO3EDj1la.mp3"
                        length="17674209"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/proefvelden-met-waterinfiltratiesystemen-in-zegveld</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>10</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:12:15</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42312</episode_id>
                    <title>De waarde van slootkanten - Stompe Toren</title>
                    <itunes:title>De waarde van slootkanten - Stompe Toren
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/de-waarde-van-slootkanten-stompe-toren</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: Ik denk dat wij niet de maatschappelijke kosten en baten toepassen. Wij kijken op bedrijfsniveau van wat is economisch voor ons en als agrariër interessant? Aan de andere kant zit in het achterhoofd ook altijd: wordt dit geaccepteerd en is dit maatschappelijk verantwoord? Iets kan heel maatschappelijk verantwoord zijn, maar als het je niets oplevert, alleen geld of arbeid kost, dan is het niet duurzaam in mijn ogen. Dan houden we dat namelijk niet vol.</p><p>Inge Diepman: Is dat anders voor jou als je de pet van waterschapbestuurder opzet? Want jullie hebben volgens mij zeven of acht jaar geleden als waterschap gezegd van jongens we hebben een probleem: bodemdaling. Daarnaast hebben we een bijkomend probleem dat is CO2-uitstoot, wij gaan wat aan dat waterpeil doen.</p><p>Bert de Groot: Nee, wij hebben gezegd: we gaan wat aan het bodemdaling doen. We proberen dat op die manier te doen. Dan kom je misschien wel in het verdienmodel, want wij kunnen dat natuurlijk dwingend opleggen en dan krijgen wij heel veel weerstand. Dan gebeurt er niks in de eerste twee bestuursperiodes, dan zit je voor de rechter en ben je aan het vechten. Dus het is veel handiger om om te draaien en te zeggen: dit is onze doelstelling, we gaan praten met de ondernemers en vragen: kunnen jullie ons helpen en wat hebben jullie nodig? De waterinfiltratiesysteem blijkt lijkt er één te zijn. Zeggen van: als jullie dat nu als waterschap of overheden betalen, want voor ons zit er niet een verdienmodel in, willen wij dat wel toepassen om die bodemdaling te remmen. Dat is dan één maatregel waar je merkt, daar is draagvlak voor. En zoals tot nog toe uitgerekend kost acht jaren geen geld. Het levert hem ook niet zo veel op. Men zegt altijd: de ene verdient er wat aan en bij de ander kost het wat. Maar dat hoort bij het spel.</p><p>Inge Diepman: Als we deze stal uitlopen zien we het prachtige land liggen wat van jou is, hoeveel hectare hebben jullie?</p><p>Bert de Groot: Wij beheren in totaal 250 hectare, dus ongeveer één koe per hectare.</p><p>Inge Diepman: We lopen even om de trekker heen.
</p><p>Bert de Groot: Er wordt gewerkt zoals je ziet en hoort. Als je de stal uitloopt geen weiland en nieuwe stal he! Mijn opa, mijn vader, mijn zoon en ik hebben een nieuwe stal gebouwd en iedere keer was de stal twee keer zo groot als de vorige.<br></p><p>Inge Diepman: Waar eindigt dat? Want is dit dan intensivering of extensivering?</p><p>Bert de Groot: Het is extensieve schaalvergroting.</p><p>Inge Diepman: Leg uit!</p><p>Bert de Groot: Ik merk dat grotere bedrijven veel beter maatschappelijke doelen kunnen inpassen. Als je een bedrijf hebt wat klein is en een paar hectares heeft, 30, 40, en je zegt kan je voor de weide fonds twee hectare onder water zetten? Zegt hij: maar ik kan dat allemaal niet missen, want ik heb dat nodig voor m'n koeien. Wij hebben 250 hectare in beheer en als de veldcoördinator van de weideveld zegt: kan je hier wat later maaien? Dan is dat niet zo een probleem, want we hebben nog zoveel ander land waar je wel weer goed voedsel van af kan houden. Ik geloof er wel in dat grote bedrijven extensivering niet hoeft te botsen, het kan ook met klein.</p><p>Inge Diepman: Wel gezellig hier!</p><p>Bert de Groot: Ja, dat is de radio van de melkers. Want mijn zoon zei: ik wil geen melkrobot, ik ga met personeel werken, want dan kan ik af en toe gewoon het weekend vrij hebben. Hij is nu ook op vakantie, want het personeel doet het werk en dat gaat door. Als je grote investeringen doet op melkrobots, is dat wat lastiger.</p><p>Inge Diepman: Ze liggen hier heerlijk in het stro, een stuk of zes.</p><p>Bert de Groot: Ja, dit zijn de koeien die hoog drachtig zijn, die vandaag, morgen of overmorgen een kalfje krijgt.</p><p>Inge Diepman: En waar hebben we uitzicht op het land van jou?</p><p>Bert de Groot: Dan moeten we nog achter de stal gaan wandelen.</p><p>Inge Diepman: Even over het schietdraad heen. Er staat geen stroom op.</p><p>Bert de Groot: Onze koeien zie je doordat je best groot bent. We hebben hier voor de koeien een ruim 100 hectare land om te weiden. Die lopen dan allemaal in een groep ver weg.</p><p>Inge Diepman: Ja, loop maar even een stukje die kant op!</p><p>Bert de Groot: En in deze polder zie je eigenlijk nog maar twee koppels koeien van twee boeren. Links is van de buurman die heeft een kleine 200 koeien en wij 250, dus twee flinke boeren, beiden ook biologisch. Daardoor zie je ook wat biodivers land. Er staat een hartijzer in. De meeste boeren zijn er helemaal niet blij mee. Ik ook niet, maar een enkele is niet erg. Verder zie je wat begroeiing. Dat proberen wij ook als bedrijf, een stuk productief grasland en een stuk biodiversiteit natuur. Ik denk dat wij op langere termijn die verhouding iets anders moeten maken dan het nu is.</p><p>Inge Diepman: Vanwege de opgave die hier ook ligt?</p><p>Bert de Groot: De totale opgave; CO2 in het veen--</p><p>Inge Diepman: We hebben het dossier stikstof, we hebben bodemdaling.</p><p>Bert de Groot: Dus waterpeil omhoog, dossier stikstof. Ik denk dat het ook kan alleen dat vereist van alle partijen dat ze echt luisteren naar elkaar waar de verlangens liggen. Nu is het vaak dat de boeren zeggen van: ja, maar wat jullie zeggen dat kan allemaal niet, dat willen we niet en wij doen het al goed. De overheid zegt: ja, maar er moet al begonnen worden met de koeien te halveren en het peil moet omhoog. Nee, je moet met elkaar in gesprek gaan van: ons probleem is CO2/ons probleem is biodiversiteit/ons probleem is stikstof en elkaar de ruimte geven om de oplossing te zoeken.
</p><p>Inge Diepman: Komt de nadruk dan te liggen op de baten of de kosten? Want uiteindelijk moet je eruit komen samen, maar hoe?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat als een agrariër die op dit moment het land beheert zijn boterham verdient met het melken van koeien. En daardoor een bepaalde productie nodig heeft van zijn land, wat gewoon 60 a 70 duizend euro hectare kost. Je kan dan moeilijk zeggen: betaal dat maar, maar haal er maar niks van af. Hij moet er wat van af halen, dus voor mijn gevoel zit daar ook de crux. Je moet als overheden zorgen dat er ook een ander verdienmodel op een hectare komt. Dus niet alleen melk, maar wellicht ook landschap of CO2.</p><p>Inge Diepman: Oké, wij kijken om ons heen is het is 2021. Ik doe even mijn ogen dicht. Joke doet ze weer open. Het is 2050. Wat zien we hier dan?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat er nog best een heel aantal van dit soort plekken in het gebied zijn.</p><p>Inge Diepman: Beschrijf dat eens.</p><p>Bert de Groot: Gras, water en wellicht wat meer biodiversiteit. Ik hoop ook echt koeien in het weiland en agrariërs die dat beheren. Aan de andere kant zie ik ook velden met zonnepanelen, meer recreatiegebieden, want er komen steeds meer mensen in dit gebied wonen. Die zullen ook ergens moeten recreëren, dus het wordt nog meer divers en de agrarische sector zal zeker een rol hebben. En ik hoop ook echt dat er een aantal van dit soort mooie, unieke polderlandschap op de wereld overblijven en daar moeten we hard voor werken.</p><p>Inge Diepman: Ik zie daar verder op mijn geliefde lakenvelders velden staan. Die moet wel blijven.</p><p>Bert de Groot: De Lakenvelders, daar zien we een aantal van in Nederland. Die zijn vaak van de oudere boeren die opgehouden zijn met boeren. En die zeggen: Ik vind het toch wel leuk om een paar koeien te houden, die houden dan een lakenvelder.</p><p>Inge Diepman: Welke waarde heeft die lakenvelder dan nu? Voor mij heeft die zowel maatschappelijk als psychische waarde.</p><p>Bert de Groot: Ja, het heeft waarde. De agrariër, als die hem wil houden kost dat hem geld. Als die zegt; maar ik vind het ook leuk om wat te houden en hij heeft nog een hectare land over, dan houden die een paar lakenvelders. Daar zit geen economische voordeel aan. Hij kan alleen zijn vlees verkopen eens in het leven, want melk geven doet hij te weinig in verhouding met de kosten die hij heeft. Het is dus een soort hobbydier. Dat zou wel een mooi item kunnen zijn, dat je zegt: dat willen we houden, adopteer dan een lakenvelder! Adopteer een koe heb je, dat is bij de reguliere melkveehouderij. Maar als er wordt gezegd: zo een lakenvelder die willen we hier in deze omgeving houden, dan hadden ze een andere baten tegenover moeten laten staan. Wij zijn biologisch geworden, dan word je al extensiever en dat lukte door de meerprijs op de melk. Net hadden we het over adopteer een koe. Maar je kan ook valuta voor veen CO2 betalen. Ik kan ook zeggen: zijn die maatschappelijke diensten om te zetten in extra waarde op je product? Biologisch is eigenlijk tot nog toe de enige die gelukt heeft. Het is een hele kleine markt gebleven tot nog toe, een nichemarkt. Nu zien we daar wel een groei in. Dus dat zou ook een kans zijn om het in je product te verwaarden, want dan hoef je niet iedere dienst afzonderlijk te doen. Dat is op dit moment heel lastig. Dat zou ook een mogelijkheid zijn, maar die is ingewikkeld. Planet-proof melk gaat om één of twee centjes, en dat is eigenlijk te kort. Je moet echt op meerdere centen gaan per liter.</p>
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Bert de Groot: Ik denk dat wij niet de maatschappelijke kosten en baten toepassen. Wij kijken op bedrijfsniveau van wat is economisch voor ons en als agrariër interessant? Aan de andere kant zit in het achterhoofd ook altijd: wordt dit geaccepteerd en is dit maatschappelijk verantwoord? Iets kan heel maatschappelijk verantwoord zijn, maar als het je niets oplevert, alleen geld of arbeid kost, dan is het niet duurzaam in mijn ogen. Dan houden we dat namelijk niet vol.Inge Diepman: Is dat anders voor jou als je de pet van waterschapbestuurder opzet? Want jullie hebben volgens mij zeven of acht jaar geleden als waterschap gezegd van jongens we hebben een probleem: bodemdaling. Daarnaast hebben we een bijkomend probleem dat is CO2-uitstoot, wij gaan wat aan dat waterpeil doen.Bert de Groot: Nee, wij hebben gezegd: we gaan wat aan het bodemdaling doen. We proberen dat op die manier te doen. Dan kom je misschien wel in het verdienmodel, want wij kunnen dat natuurlijk dwingend opleggen en dan krijgen wij heel veel weerstand. Dan gebeurt er niks in de eerste twee bestuursperiodes, dan zit je voor de rechter en ben je aan het vechten. Dus het is veel handiger om om te draaien en te zeggen: dit is onze doelstelling, we gaan praten met de ondernemers en vragen: kunnen jullie ons helpen en wat hebben jullie nodig? De waterinfiltratiesysteem blijkt lijkt er één te zijn. Zeggen van: als jullie dat nu als waterschap of overheden betalen, want voor ons zit er niet een verdienmodel in, willen wij dat wel toepassen om die bodemdaling te remmen. Dat is dan één maatregel waar je merkt, daar is draagvlak voor. En zoals tot nog toe uitgerekend kost acht jaren geen geld. Het levert hem ook niet zo veel op. Men zegt altijd: de ene verdient er wat aan en bij de ander kost het wat. Maar dat hoort bij het spel.Inge Diepman: Als we deze stal uitlopen zien we het prachtige land liggen wat van jou is, hoeveel hectare hebben jullie?Bert de Groot: Wij beheren in totaal 250 hectare, dus ongeveer één koe per hectare.Inge Diepman: We lopen even om de trekker heen.
Bert de Groot: Er wordt gewerkt zoals je ziet en hoort. Als je de stal uitloopt geen weiland en nieuwe stal he! Mijn opa, mijn vader, mijn zoon en ik hebben een nieuwe stal gebouwd en iedere keer was de stal twee keer zo groot als de vorige.Inge Diepman: Waar eindigt dat? Want is dit dan intensivering of extensivering?Bert de Groot: Het is extensieve schaalvergroting.Inge Diepman: Leg uit!Bert de Groot: Ik merk dat grotere bedrijven veel beter maatschappelijke doelen kunnen inpassen. Als je een bedrijf hebt wat klein is en een paar hectares heeft, 30, 40, en je zegt kan je voor de weide fonds twee hectare onder water zetten? Zegt hij: maar ik kan dat allemaal niet missen, want ik heb dat nodig voor m'n koeien. Wij hebben 250 hectare in beheer en als de veldcoördinator van de weideveld zegt: kan je hier wat later maaien? Dan is dat niet zo een probleem, want we hebben nog zoveel ander land waar je wel weer goed voedsel van af kan houden. Ik geloof er wel in dat grote bedrijven extensivering niet hoeft te botsen, het kan ook met klein.Inge Diepman: Wel gezellig hier!Bert de Groot: Ja, dat is de radio van de melkers. Want mijn zoon zei: ik wil geen melkrobot, ik ga met personeel werken, want dan kan ik af en toe gewoon het weekend vrij hebben. Hij is nu ook op vakantie, want het personeel doet het werk en dat gaat door. Als je grote investeringen doet op melkrobots, is dat wat lastiger.Inge Diepman: Ze liggen hier heerlijk in het stro, een stuk of zes.Bert de Groot: Ja, dit zijn de koeien die hoog drachtig zijn, die vandaag, morgen of overmorgen een kalfje krijgt.Inge Diepman: En waar hebben we uitzicht op het land van jou?Bert de Groot: Dan moeten we nog achter de stal gaan wandelen.Inge Diepman: Even over het schietdraad heen. Er staat geen stroom op.Bert de Groot: Onze koeien zie je doordat je best groot bent. We hebben hier voor de koeien een ruim 100 hectare land om te weiden. Die lopen dan allemaal in een groep ver weg.Inge Diepman: Ja, loop maar even een stukje die kant op!Bert de Groot: En in deze polder zie je eigenlijk nog maar twee koppels koeien van twee boeren. Links is van de buurman die heeft een kleine 200 koeien en wij 250, dus twee flinke boeren, beiden ook biologisch. Daardoor zie je ook wat biodivers land. Er staat een hartijzer in. De meeste boeren zijn er helemaal niet blij mee. Ik ook niet, maar een enkele is niet erg. Verder zie je wat begroeiing. Dat proberen wij ook als bedrijf, een stuk productief grasland en een stuk biodiversiteit natuur. Ik denk dat wij op langere termijn die verhouding iets anders moeten maken dan het nu is.Inge Diepman: Vanwege de opgave die hier ook ligt?Bert de Groot: De totale opgave; CO2 in het veen--Inge Diepman: We hebben het dossier stikstof, we hebben bodemdaling.Bert de Groot: Dus waterpeil omhoog, dossier stikstof. Ik denk dat het ook kan alleen dat vereist van alle partijen dat ze echt luisteren naar elkaar waar de verlangens liggen. Nu is het vaak dat de boeren zeggen van: ja, maar wat jullie zeggen dat kan allemaal niet, dat willen we niet en wij doen het al goed. De overheid zegt: ja, maar er moet al begonnen worden met de koeien te halveren en het peil moet omhoog. Nee, je moet met elkaar in gesprek gaan van: ons probleem is CO2/ons probleem is biodiversiteit/ons probleem is stikstof en elkaar de ruimte geven om de oplossing te zoeken.
Inge Diepman: Komt de nadruk dan te liggen op de baten of de kosten? Want uiteindelijk moet je eruit komen samen, maar hoe?Bert de Groot: Ik denk dat als een agrariër die op dit moment het land beheert zijn boterham verdient met het melken van koeien. En daardoor een bepaalde productie nodig heeft van zijn land, wat gewoon 60 a 70 duizend euro hectare kost. Je kan dan moeilijk zeggen: betaal dat maar, maar haal er maar niks van af. Hij moet er wat van af halen, dus voor mijn gevoel zit daar ook de crux. Je moet als overheden zorgen dat er ook een ander verdienmodel op een hectare komt. Dus niet alleen melk, maar wellicht ook landschap of CO2.Inge Diepman: Oké, wij kijken om ons heen is het is 2021. Ik doe even mijn ogen dicht. Joke doet ze weer open. Het is 2050. Wat zien we hier dan?Bert de Groot: Ik denk dat er nog best een heel aantal van dit soort plekken in het gebied zijn.Inge Diepman: Beschrijf dat eens.Bert de Groot: Gras, water en wellicht wat meer biodiversiteit. Ik hoop ook echt koeien in het weiland en agrariërs die dat beheren. Aan de andere kant zie ik ook velden met zonnepanelen, meer recreatiegebieden, want er komen steeds meer mensen in dit gebied wonen. Die zullen ook ergens moeten recreëren, dus het wordt nog meer divers en de agrarische sector zal zeker een rol hebben. En ik hoop ook echt dat er een aantal van dit soort mooie, unieke polderlandschap op de wereld overblijven en daar moeten we hard voor werken.Inge Diepman: Ik zie daar verder op mijn geliefde lakenvelders velden staan. Die moet wel blijven.Bert de Groot: De Lakenvelders, daar zien we een aantal van in Nederland. Die zijn vaak van de oudere boeren die opgehouden zijn met boeren. En die zeggen: Ik vind het toch wel leuk om een paar koeien te houden, die houden dan een lakenvelder.Inge Diepman: Welke waarde heeft die lakenvelder dan nu? Voor mij heeft die zowel maatschappelijk als psychische waarde.Bert de Groot: Ja, het heeft waarde. De agrariër, als die hem wil houden kost dat hem geld. Als die zegt; maar ik vind het ook leuk om wat te houden en hij heeft nog een hectare land over, dan houden die een paar lakenvelders. Daar zit geen economische voordeel aan. Hij kan alleen zijn vlees verkopen eens in het leven, want melk geven doet hij te weinig in verhouding met de kosten die hij heeft. Het is dus een soort hobbydier. Dat zou wel een mooi item kunnen zijn, dat je zegt: dat willen we houden, adopteer dan een lakenvelder! Adopteer een koe heb je, dat is bij de reguliere melkveehouderij. Maar als er wordt gezegd: zo een lakenvelder die willen we hier in deze omgeving houden, dan hadden ze een andere baten tegenover moeten laten staan. Wij zijn biologisch geworden, dan word je al extensiever en dat lukte door de meerprijs op de melk. Net hadden we het over adopteer een koe. Maar je kan ook valuta voor veen CO2 betalen. Ik kan ook zeggen: zijn die maatschappelijke diensten om te zetten in extra waarde op je product? Biologisch is eigenlijk tot nog toe de enige die gelukt heeft. Het is een hele kleine markt gebleven tot nog toe, een nichemarkt. Nu zien we daar wel een groei in. Dus dat zou ook een kans zijn om het in je product te verwaarden, want dan hoef je niet iedere dienst afzonderlijk te doen. Dat is op dit moment heel lastig. Dat zou ook een mogelijkheid zijn, maar die is ingewikkeld. Planet-proof melk gaat om één of twee centjes, en dat is eigenlijk te kort. Je moet echt op meerdere centen gaan per liter.
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: Ik denk dat wij niet de maatschappelijke kosten en baten toepassen. Wij kijken op bedrijfsniveau van wat is economisch voor ons en als agrariër interessant? Aan de andere kant zit in het achterhoofd ook altijd: wordt dit geaccepteerd en is dit maatschappelijk verantwoord? Iets kan heel maatschappelijk verantwoord zijn, maar als het je niets oplevert, alleen geld of arbeid kost, dan is het niet duurzaam in mijn ogen. Dan houden we dat namelijk niet vol.</p><p>Inge Diepman: Is dat anders voor jou als je de pet van waterschapbestuurder opzet? Want jullie hebben volgens mij zeven of acht jaar geleden als waterschap gezegd van jongens we hebben een probleem: bodemdaling. Daarnaast hebben we een bijkomend probleem dat is CO2-uitstoot, wij gaan wat aan dat waterpeil doen.</p><p>Bert de Groot: Nee, wij hebben gezegd: we gaan wat aan het bodemdaling doen. We proberen dat op die manier te doen. Dan kom je misschien wel in het verdienmodel, want wij kunnen dat natuurlijk dwingend opleggen en dan krijgen wij heel veel weerstand. Dan gebeurt er niks in de eerste twee bestuursperiodes, dan zit je voor de rechter en ben je aan het vechten. Dus het is veel handiger om om te draaien en te zeggen: dit is onze doelstelling, we gaan praten met de ondernemers en vragen: kunnen jullie ons helpen en wat hebben jullie nodig? De waterinfiltratiesysteem blijkt lijkt er één te zijn. Zeggen van: als jullie dat nu als waterschap of overheden betalen, want voor ons zit er niet een verdienmodel in, willen wij dat wel toepassen om die bodemdaling te remmen. Dat is dan één maatregel waar je merkt, daar is draagvlak voor. En zoals tot nog toe uitgerekend kost acht jaren geen geld. Het levert hem ook niet zo veel op. Men zegt altijd: de ene verdient er wat aan en bij de ander kost het wat. Maar dat hoort bij het spel.</p><p>Inge Diepman: Als we deze stal uitlopen zien we het prachtige land liggen wat van jou is, hoeveel hectare hebben jullie?</p><p>Bert de Groot: Wij beheren in totaal 250 hectare, dus ongeveer één koe per hectare.</p><p>Inge Diepman: We lopen even om de trekker heen.
</p><p>Bert de Groot: Er wordt gewerkt zoals je ziet en hoort. Als je de stal uitloopt geen weiland en nieuwe stal he! Mijn opa, mijn vader, mijn zoon en ik hebben een nieuwe stal gebouwd en iedere keer was de stal twee keer zo groot als de vorige.<br></p><p>Inge Diepman: Waar eindigt dat? Want is dit dan intensivering of extensivering?</p><p>Bert de Groot: Het is extensieve schaalvergroting.</p><p>Inge Diepman: Leg uit!</p><p>Bert de Groot: Ik merk dat grotere bedrijven veel beter maatschappelijke doelen kunnen inpassen. Als je een bedrijf hebt wat klein is en een paar hectares heeft, 30, 40, en je zegt kan je voor de weide fonds twee hectare onder water zetten? Zegt hij: maar ik kan dat allemaal niet missen, want ik heb dat nodig voor m'n koeien. Wij hebben 250 hectare in beheer en als de veldcoördinator van de weideveld zegt: kan je hier wat later maaien? Dan is dat niet zo een probleem, want we hebben nog zoveel ander land waar je wel weer goed voedsel van af kan houden. Ik geloof er wel in dat grote bedrijven extensivering niet hoeft te botsen, het kan ook met klein.</p><p>Inge Diepman: Wel gezellig hier!</p><p>Bert de Groot: Ja, dat is de radio van de melkers. Want mijn zoon zei: ik wil geen melkrobot, ik ga met personeel werken, want dan kan ik af en toe gewoon het weekend vrij hebben. Hij is nu ook op vakantie, want het personeel doet het werk en dat gaat door. Als je grote investeringen doet op melkrobots, is dat wat lastiger.</p><p>Inge Diepman: Ze liggen hier heerlijk in het stro, een stuk of zes.</p><p>Bert de Groot: Ja, dit zijn de koeien die hoog drachtig zijn, die vandaag, morgen of overmorgen een kalfje krijgt.</p><p>Inge Diepman: En waar hebben we uitzicht op het land van jou?</p><p>Bert de Groot: Dan moeten we nog achter de stal gaan wandelen.</p><p>Inge Diepman: Even over het schietdraad heen. Er staat geen stroom op.</p><p>Bert de Groot: Onze koeien zie je doordat je best groot bent. We hebben hier voor de koeien een ruim 100 hectare land om te weiden. Die lopen dan allemaal in een groep ver weg.</p><p>Inge Diepman: Ja, loop maar even een stukje die kant op!</p><p>Bert de Groot: En in deze polder zie je eigenlijk nog maar twee koppels koeien van twee boeren. Links is van de buurman die heeft een kleine 200 koeien en wij 250, dus twee flinke boeren, beiden ook biologisch. Daardoor zie je ook wat biodivers land. Er staat een hartijzer in. De meeste boeren zijn er helemaal niet blij mee. Ik ook niet, maar een enkele is niet erg. Verder zie je wat begroeiing. Dat proberen wij ook als bedrijf, een stuk productief grasland en een stuk biodiversiteit natuur. Ik denk dat wij op langere termijn die verhouding iets anders moeten maken dan het nu is.</p><p>Inge Diepman: Vanwege de opgave die hier ook ligt?</p><p>Bert de Groot: De totale opgave; CO2 in het veen--</p><p>Inge Diepman: We hebben het dossier stikstof, we hebben bodemdaling.</p><p>Bert de Groot: Dus waterpeil omhoog, dossier stikstof. Ik denk dat het ook kan alleen dat vereist van alle partijen dat ze echt luisteren naar elkaar waar de verlangens liggen. Nu is het vaak dat de boeren zeggen van: ja, maar wat jullie zeggen dat kan allemaal niet, dat willen we niet en wij doen het al goed. De overheid zegt: ja, maar er moet al begonnen worden met de koeien te halveren en het peil moet omhoog. Nee, je moet met elkaar in gesprek gaan van: ons probleem is CO2/ons probleem is biodiversiteit/ons probleem is stikstof en elkaar de ruimte geven om de oplossing te zoeken.
</p><p>Inge Diepman: Komt de nadruk dan te liggen op de baten of de kosten? Want uiteindelijk moet je eruit komen samen, maar hoe?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat als een agrariër die op dit moment het land beheert zijn boterham verdient met het melken van koeien. En daardoor een bepaalde productie nodig heeft van zijn land, wat gewoon 60 a 70 duizend euro hectare kost. Je kan dan moeilijk zeggen: betaal dat maar, maar haal er maar niks van af. Hij moet er wat van af halen, dus voor mijn gevoel zit daar ook de crux. Je moet als overheden zorgen dat er ook een ander verdienmodel op een hectare komt. Dus niet alleen melk, maar wellicht ook landschap of CO2.</p><p>Inge Diepman: Oké, wij kijken om ons heen is het is 2021. Ik doe even mijn ogen dicht. Joke doet ze weer open. Het is 2050. Wat zien we hier dan?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat er nog best een heel aantal van dit soort plekken in het gebied zijn.</p><p>Inge Diepman: Beschrijf dat eens.</p><p>Bert de Groot: Gras, water en wellicht wat meer biodiversiteit. Ik hoop ook echt koeien in het weiland en agrariërs die dat beheren. Aan de andere kant zie ik ook velden met zonnepanelen, meer recreatiegebieden, want er komen steeds meer mensen in dit gebied wonen. Die zullen ook ergens moeten recreëren, dus het wordt nog meer divers en de agrarische sector zal zeker een rol hebben. En ik hoop ook echt dat er een aantal van dit soort mooie, unieke polderlandschap op de wereld overblijven en daar moeten we hard voor werken.</p><p>Inge Diepman: Ik zie daar verder op mijn geliefde lakenvelders velden staan. Die moet wel blijven.</p><p>Bert de Groot: De Lakenvelders, daar zien we een aantal van in Nederland. Die zijn vaak van de oudere boeren die opgehouden zijn met boeren. En die zeggen: Ik vind het toch wel leuk om een paar koeien te houden, die houden dan een lakenvelder.</p><p>Inge Diepman: Welke waarde heeft die lakenvelder dan nu? Voor mij heeft die zowel maatschappelijk als psychische waarde.</p><p>Bert de Groot: Ja, het heeft waarde. De agrariër, als die hem wil houden kost dat hem geld. Als die zegt; maar ik vind het ook leuk om wat te houden en hij heeft nog een hectare land over, dan houden die een paar lakenvelders. Daar zit geen economische voordeel aan. Hij kan alleen zijn vlees verkopen eens in het leven, want melk geven doet hij te weinig in verhouding met de kosten die hij heeft. Het is dus een soort hobbydier. Dat zou wel een mooi item kunnen zijn, dat je zegt: dat willen we houden, adopteer dan een lakenvelder! Adopteer een koe heb je, dat is bij de reguliere melkveehouderij. Maar als er wordt gezegd: zo een lakenvelder die willen we hier in deze omgeving houden, dan hadden ze een andere baten tegenover moeten laten staan. Wij zijn biologisch geworden, dan word je al extensiever en dat lukte door de meerprijs op de melk. Net hadden we het over adopteer een koe. Maar je kan ook valuta voor veen CO2 betalen. Ik kan ook zeggen: zijn die maatschappelijke diensten om te zetten in extra waarde op je product? Biologisch is eigenlijk tot nog toe de enige die gelukt heeft. Het is een hele kleine markt gebleven tot nog toe, een nichemarkt. Nu zien we daar wel een groei in. Dus dat zou ook een kans zijn om het in je product te verwaarden, want dan hoef je niet iedere dienst afzonderlijk te doen. Dat is op dit moment heel lastig. Dat zou ook een mogelijkheid zijn, maar die is ingewikkeld. Planet-proof melk gaat om één of twee centjes, en dat is eigenlijk te kort. Je moet echt op meerdere centen gaan per liter.</p>
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/BN4oLQ8VyUYEnBPQCzgGkDytFToxZYNEaSMeFf77.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42312/QGbJICdxsgmm9DtnzquuJPsANEDm9RI4.mp3"
                        length="17323023"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/de-waarde-van-slootkanten-stompe-toren</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>8</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:12:00</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42313</episode_id>
                    <title>Methaan vangen in een model op de meetlocatie in Ankeveen</title>
                    <itunes:title>Methaan vangen in een model op de meetlocatie in Ankeveen
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/methaan-vangen-in-een-model-op-de-meetlocatie-in-ankeveen</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Ko van Huisstede: Zo te zien werkt het netjes. Even openmaken. We staan nu bij eenzelfde meetapparaat als we daarnet bij Assendelft gezien hebben, in de Korremof bij Ankeveen. Dit is een half-natuurlijke vegetatie. Er liepen ooit koeien hier. Er zit hier veen. De veenlaag is hier veel dunner. Het is hier ook heel onregelmatig. Dit is vroeger een petgat geweest. Hier is ooit turf gestoken, en later is dat onder water gezet en is het weer dichtgegroeid. Dit is eigenlijk nieuw veen wat hier ontstaan is.</p><p>Inge Diepman: Hier meet je dan ook heel anders?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, hier meten we ook anders, want het is een andere vegetatie. De grondwaterstand is veel hoger. Je ziet hier overal water staan tussendoor. Hier moet je dus ook rekening houden met methaan. Methaan is een broeikasgas dat ongeveer 28 keer zo sterk als CO2 op een termijn van 100 jaar, en dus een veel sterker broeikaseffect heeft. Dat komt uit moerassige bodems, uit mest en uit koeien. Dus daar moet je ook rekening mee houden, dat je hier wat meer methaan hebt. Het valt hier overigens reuze mee, blijkt uit de metingen. Hier is het natuurlijk belangrijk dat het model methaan goed kan simuleren, de methaanflux. Je hebt hier dus echt methaan-metingen voor nodig, behalve--</p><p>Inge Diepman: Maar dat is moeilijk, toch? Het vangen van methaanflux?</p><p>Ko van Huisstede: Tegenwoordig niet meer. Toen ik hiermee begon was dat echt een klus. Toen moest je monstertjes met een injectiespuit omhoog halen. Dat moest naar het lab, en dan moest het daar geanalyseerd worden met een gaschromatograaf, een groot apparaat. Tegenwoordig heb je apparatuur gebaseerd op lasers. Ik kan hem zo laten zien. Het is een heel klein kastje.</p><p>Inge Diepman: Oké, doe hem even open.</p><p>Ko van Huisstede: Die meet methaanflux. Je kan hier ook de resultaten zichtbaar maken. .</p><p>Inge Diepman: We staan op een plank, midden in drassig veld.</p><p>Ko van Huisstede: Even de sleutels pakken, dan zal ik de kast even openmaken. Kijken of ik de goede sleutel heb.</p><p>Inge Diepman: Het is altijd de laatste.</p><p>Ko van Huisstede: Het is altijd de laatste ja. Dat zal je altijd net zien.</p><p>Inge Diepman: Maar er gaat een kamer dicht.</p><p>Ko van Huisstede: Dit hier is de elektronica die alles aanstuurt.</p><p>Inge Diepman: De leek ziet alleen een toetsenbord en daaronder heel veel aansluitingen.</p><p>Ko van Huisstede: En toetsenbord en een klein computertje, een Raspberry Pi, en een luchtpomp om luchtcirculatie te regelen.</p><p>Inge Diepman: We zien de aanwijzingen kamer één, twee, drie en vier.</p><p>Ko van Huisstede: Ik moet daar even de iPad pakken. Dat gele kastje is de gas-analyser. Die analyseert CO2 en methaan, dat doet hij één keer per seconde. Dat is een enorme prestatie, dat konden we 20 jaar geleden niet.</p><p>Inge Diepman: Je doet even de iPad aan. Hoe voorspelbaar zijn eigenlijk nu al de metingen? Kom je nog veel onzekerheden tegen?</p><p>Ko van Huisstede: Ik had verwacht op basis van eerdere ervaring dat hier best wel veel methaan uitkomt, maar dat valt eigenlijk wel mee. Je ziet dat het concentratieverschil zit in de orde van tienden ppm.</p><p>Inge Diepman: Kun je daarmee ook weer het model aanscherpen?</p><p>Ko van Huisstede: Zeker. Eén van de dingen die je hiermee kunt doen, is het model kalibreren op bepaalde types vegetatie. Ga je dit neerzetten op de lisdodde daar verderop, dan komt er meer methaan uit. En riet nog verderop, daar komt nog veel meer methaan uit. Al die planten hebben verschillende eigenschappen wat betreft het transport van methaan. Riet bijvoorbeeld gooit 's morgens vroeg alles eruit. 's Morgens vroeg, als het licht wordt, gaat de CO2 omlaag, gaat hij fotosynthese doen, en gooit hij ook meteen alle methaan eruit.</p><p>Inge Diepman: En lisdodde?</p><p>Ko van Huisstede: Lisdodde doet het veel meer geleidelijk over de dag.</p><p>Inge Diepman: Wat kun je met deze gegevens?</p><p>Ko van Huisstede: Dat is eigenlijk allemaal nog een beetje nieuw, dat je dit soort verschillen ziet. Twintig jaar geleden kon je dit gewoon nog niet meten.</p><p>Inge Diepman: Zullen we even naar de lisdodde en het riet lopen?</p><p>Ko van Huisstede: Ik doe hem even dicht.</p><p>Inge Diepman: Dan gaat de grote groene kist weer dicht, de iPad gaat uit, terwijl ondertussen de vier kamers wisselend open- en dichtgaan.</p><p>Ko van Huisstede: Hier staan de rietstengels. Je ziet dat hier ook lisdodde tussen staat, die houdt van dezelfde omstandigheden. Die is een beetje opdringerig. Maar er staat hier ook heel veel riet, dat begint nu pas een beetje te komen. Lisdodde gaat veel harder. Je ziet dat het riet nu ongeveer op de helft van de lengte te komen van de lisdodde, maar hij gaat er op een gegeven moment wel bovenuit.</p><p>Inge Diepman: Het is nu begin mei.</p><p>Ko van Huisstede: Het is nu begin mei, inderdaad, dus dat gaat toch niet zo hard.</p><p>Inge Diepman: Wat is belangrijk voor jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Dit soort verschillen tussen hoe snel die planten groeien en hoe snel ze reageren op de temperatuur, zijn heel belangrijk voor het model. Want dat betekent ook dat op een ander moment die methaanemissie op gang komt. Die lisdodde staat hier nu al volop methaan uit de grond te puffen, terwijl dat riet nog maar net begint. Als je in het volle groeiseizoen zit, staat dat riet behoorlijk hoog, en dan zie je dus dat er, althans op deze locatie, veel meer methaan uit het riet komt dan uit de lisdodde. Dit is wel leuk, hier je zie je methaan als bellen omhoogkomen. Dat maakt het meten ook zo lastig.</p><p>Inge Diepman: Waarom?</p><p>Ko van Huisstede: Dit soort verstoring, doordat je hier loopt, moet je zien te voorkomen, want anders beetje veel te veel methaan. Overigens zit dat transport via bellen ook weer in het model, want dat gebeurt ook. Dat zie je ook in de metingen, af en toe zie je ineens: de methaan schiet omhoog ineens, dan is er een belletje uit gekomen. Die belletjes zijn allemaal methaan.</p><p>Inge Diepman: Kom maar, Ko!</p><p>Ko van Huisstede: De andere teelt die hier nog is, ligt wat verderop, ik weet niet of we daar naartoe moeten lopen. De andere teelt is veenmos, sfagnum. Het leuke van veenmos is dat het symbiose heeft met methaan-etende bacteriën, methanotrofe bacteriën, die methaan omzetten in CO2. Dat wordt dan weer direct opgenomen door de plant. Dus uit een veenmosvegetatie komt vaak heel weinig methaan.</p><p>Inge Diepman: Dat zie je ook in de metingen.</p><p>Ko van Huisstede: Dat zie je heel goed in de metingen. Hoe voedselarmer de bodem is, des te minder methaan, vaak. We staan hier nu bij een hoop riet- en lisdodde-afval van de oogst van deze winter. Als het goed is, is dat een heel mooie illustratie van hoe goed isolatiemateriaal dit is. Je kunt je voorstellen, al die luchtkanaaltjes maken dit heel goed isolatiespul. Daar kun je platen van maken en gebruiken voor isolatie van een huis. Ga nu eens even kijken, er is toen een heleboel sneeuw en ijs meegekomen tijdens die oogst, en een hele hoop is hier neergelegd. Met een beetje geluk... Een paar weken geleden zat hier nog ijs in. Even graven. Ja, kijk eens!</p><p>Inge Diepman: Heel veel! Hele klompen ijs!</p><p>Ko van Huisstede: Hele klompen ijs. Dit is dus van februari. Die hoop is wel een stuk kleiner geworden, want er is natuurlijk wel ijs gesmolten, maar dit spul isoleert zo vreselijk goed. Waarschijnlijk zit het er in juni nog in.</p><p>Inge Diepman: Heeft dat effect op gegevens in jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Ja. Veenbodems bestaan voor een groot deel uit plantenafval, organische stof.</p><p>Inge Diepman: Zoals je dat hier nu in je hand hebt.</p><p>Ko van Huisstede: Zoals ik nu in mijn hand heb, en mossen, enzovoort. Dat heeft dus ook een hele eigen specifieke manier van warmte geleiden. Dat moet je in je model verwerken. Die warmtegeleiding in veenbodems gaat helemaal niet zo snel. Dat is in het model weer van belang voor de bacteriële omzetting van het materiaal, omdat bacteriën heel snel reageren op meer warmte. Dan gaat ze veel harder werker, dan gaan ze feestvieren.</p><p>Inge Diepman: Ze gaan feestvieren! Zo, we gooien het weer even dicht. Het ijs verdwijnt op deze manier. Zitten er zowel anaerobe als aerobe bacteriën in je model, in je computer?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, beide groepen bacteriën zitten in het model. Van de anaerobe alleen de methaanbacteriën, en verder zitten er aerobe bacteriën in die het veen afbreken. En er zitten bacteriën in die methaan afbreken. Dus je moet in een model rekening houden met het feit dat er bacteriën zijn die methaan afbreken, en dus ook een deel van die methaan die in de natte bodem gevormd wordt voordat het de atmosfeer bereikt.</p><p>Inge Diepman: Er zit al ongelooflijk veel in dat model. We weten zoveel meer dan in de tijd dat jij student was, en toen al interesse had in broeikasgassen. We weten nog niet alles. Wat weten we nu, waar we in 2030 echt heel veel aan hebben als het gaat om jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Ik denk dat we met zo'n model beter in de vingers gaan krijgen wanneer en onder welke omstandigheden het veen het hardste afbreekt en er de meeste methaan en CO2 uitkomt. En onder welke weersomstandigheden, waarmee we dus ook het effect van klimaatverandering op die methaan- en CO2-uitstoot kunnen gaan modelleren.</p><p>Inge Diepman: En dan nemen we de natte teelten, zoals de groot en de kleine lisdodde en het riet, het landschap waar wij nu in staan, daarin mee.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, inderdaad, dat kun je daarin meenemen. Je kunt gaan kijken of die maatregelen echt de hoeveelheid broeikasgassen reduceren.</p><p>Inge Diepman: Je kan nooit met pensioen, Ko!</p><p>Ko van Huisstede: Er zijn steeds meer mensen bij het project betrokken die het lekker van me kunnen overnemen op een gegeven moment!</p>
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Ko van Huisstede: Zo te zien werkt het netjes. Even openmaken. We staan nu bij eenzelfde meetapparaat als we daarnet bij Assendelft gezien hebben, in de Korremof bij Ankeveen. Dit is een half-natuurlijke vegetatie. Er liepen ooit koeien hier. Er zit hier veen. De veenlaag is hier veel dunner. Het is hier ook heel onregelmatig. Dit is vroeger een petgat geweest. Hier is ooit turf gestoken, en later is dat onder water gezet en is het weer dichtgegroeid. Dit is eigenlijk nieuw veen wat hier ontstaan is.Inge Diepman: Hier meet je dan ook heel anders?Ko van Huisstede: Ja, hier meten we ook anders, want het is een andere vegetatie. De grondwaterstand is veel hoger. Je ziet hier overal water staan tussendoor. Hier moet je dus ook rekening houden met methaan. Methaan is een broeikasgas dat ongeveer 28 keer zo sterk als CO2 op een termijn van 100 jaar, en dus een veel sterker broeikaseffect heeft. Dat komt uit moerassige bodems, uit mest en uit koeien. Dus daar moet je ook rekening mee houden, dat je hier wat meer methaan hebt. Het valt hier overigens reuze mee, blijkt uit de metingen. Hier is het natuurlijk belangrijk dat het model methaan goed kan simuleren, de methaanflux. Je hebt hier dus echt methaan-metingen voor nodig, behalve--Inge Diepman: Maar dat is moeilijk, toch? Het vangen van methaanflux?Ko van Huisstede: Tegenwoordig niet meer. Toen ik hiermee begon was dat echt een klus. Toen moest je monstertjes met een injectiespuit omhoog halen. Dat moest naar het lab, en dan moest het daar geanalyseerd worden met een gaschromatograaf, een groot apparaat. Tegenwoordig heb je apparatuur gebaseerd op lasers. Ik kan hem zo laten zien. Het is een heel klein kastje.Inge Diepman: Oké, doe hem even open.Ko van Huisstede: Die meet methaanflux. Je kan hier ook de resultaten zichtbaar maken. .Inge Diepman: We staan op een plank, midden in drassig veld.Ko van Huisstede: Even de sleutels pakken, dan zal ik de kast even openmaken. Kijken of ik de goede sleutel heb.Inge Diepman: Het is altijd de laatste.Ko van Huisstede: Het is altijd de laatste ja. Dat zal je altijd net zien.Inge Diepman: Maar er gaat een kamer dicht.Ko van Huisstede: Dit hier is de elektronica die alles aanstuurt.Inge Diepman: De leek ziet alleen een toetsenbord en daaronder heel veel aansluitingen.Ko van Huisstede: En toetsenbord en een klein computertje, een Raspberry Pi, en een luchtpomp om luchtcirculatie te regelen.Inge Diepman: We zien de aanwijzingen kamer één, twee, drie en vier.Ko van Huisstede: Ik moet daar even de iPad pakken. Dat gele kastje is de gas-analyser. Die analyseert CO2 en methaan, dat doet hij één keer per seconde. Dat is een enorme prestatie, dat konden we 20 jaar geleden niet.Inge Diepman: Je doet even de iPad aan. Hoe voorspelbaar zijn eigenlijk nu al de metingen? Kom je nog veel onzekerheden tegen?Ko van Huisstede: Ik had verwacht op basis van eerdere ervaring dat hier best wel veel methaan uitkomt, maar dat valt eigenlijk wel mee. Je ziet dat het concentratieverschil zit in de orde van tienden ppm.Inge Diepman: Kun je daarmee ook weer het model aanscherpen?Ko van Huisstede: Zeker. Eén van de dingen die je hiermee kunt doen, is het model kalibreren op bepaalde types vegetatie. Ga je dit neerzetten op de lisdodde daar verderop, dan komt er meer methaan uit. En riet nog verderop, daar komt nog veel meer methaan uit. Al die planten hebben verschillende eigenschappen wat betreft het transport van methaan. Riet bijvoorbeeld gooit 's morgens vroeg alles eruit. 's Morgens vroeg, als het licht wordt, gaat de CO2 omlaag, gaat hij fotosynthese doen, en gooit hij ook meteen alle methaan eruit.Inge Diepman: En lisdodde?Ko van Huisstede: Lisdodde doet het veel meer geleidelijk over de dag.Inge Diepman: Wat kun je met deze gegevens?Ko van Huisstede: Dat is eigenlijk allemaal nog een beetje nieuw, dat je dit soort verschillen ziet. Twintig jaar geleden kon je dit gewoon nog niet meten.Inge Diepman: Zullen we even naar de lisdodde en het riet lopen?Ko van Huisstede: Ik doe hem even dicht.Inge Diepman: Dan gaat de grote groene kist weer dicht, de iPad gaat uit, terwijl ondertussen de vier kamers wisselend open- en dichtgaan.Ko van Huisstede: Hier staan de rietstengels. Je ziet dat hier ook lisdodde tussen staat, die houdt van dezelfde omstandigheden. Die is een beetje opdringerig. Maar er staat hier ook heel veel riet, dat begint nu pas een beetje te komen. Lisdodde gaat veel harder. Je ziet dat het riet nu ongeveer op de helft van de lengte te komen van de lisdodde, maar hij gaat er op een gegeven moment wel bovenuit.Inge Diepman: Het is nu begin mei.Ko van Huisstede: Het is nu begin mei, inderdaad, dus dat gaat toch niet zo hard.Inge Diepman: Wat is belangrijk voor jouw model?Ko van Huisstede: Dit soort verschillen tussen hoe snel die planten groeien en hoe snel ze reageren op de temperatuur, zijn heel belangrijk voor het model. Want dat betekent ook dat op een ander moment die methaanemissie op gang komt. Die lisdodde staat hier nu al volop methaan uit de grond te puffen, terwijl dat riet nog maar net begint. Als je in het volle groeiseizoen zit, staat dat riet behoorlijk hoog, en dan zie je dus dat er, althans op deze locatie, veel meer methaan uit het riet komt dan uit de lisdodde. Dit is wel leuk, hier je zie je methaan als bellen omhoogkomen. Dat maakt het meten ook zo lastig.Inge Diepman: Waarom?Ko van Huisstede: Dit soort verstoring, doordat je hier loopt, moet je zien te voorkomen, want anders beetje veel te veel methaan. Overigens zit dat transport via bellen ook weer in het model, want dat gebeurt ook. Dat zie je ook in de metingen, af en toe zie je ineens: de methaan schiet omhoog ineens, dan is er een belletje uit gekomen. Die belletjes zijn allemaal methaan.Inge Diepman: Kom maar, Ko!Ko van Huisstede: De andere teelt die hier nog is, ligt wat verderop, ik weet niet of we daar naartoe moeten lopen. De andere teelt is veenmos, sfagnum. Het leuke van veenmos is dat het symbiose heeft met methaan-etende bacteriën, methanotrofe bacteriën, die methaan omzetten in CO2. Dat wordt dan weer direct opgenomen door de plant. Dus uit een veenmosvegetatie komt vaak heel weinig methaan.Inge Diepman: Dat zie je ook in de metingen.Ko van Huisstede: Dat zie je heel goed in de metingen. Hoe voedselarmer de bodem is, des te minder methaan, vaak. We staan hier nu bij een hoop riet- en lisdodde-afval van de oogst van deze winter. Als het goed is, is dat een heel mooie illustratie van hoe goed isolatiemateriaal dit is. Je kunt je voorstellen, al die luchtkanaaltjes maken dit heel goed isolatiespul. Daar kun je platen van maken en gebruiken voor isolatie van een huis. Ga nu eens even kijken, er is toen een heleboel sneeuw en ijs meegekomen tijdens die oogst, en een hele hoop is hier neergelegd. Met een beetje geluk... Een paar weken geleden zat hier nog ijs in. Even graven. Ja, kijk eens!Inge Diepman: Heel veel! Hele klompen ijs!Ko van Huisstede: Hele klompen ijs. Dit is dus van februari. Die hoop is wel een stuk kleiner geworden, want er is natuurlijk wel ijs gesmolten, maar dit spul isoleert zo vreselijk goed. Waarschijnlijk zit het er in juni nog in.Inge Diepman: Heeft dat effect op gegevens in jouw model?Ko van Huisstede: Ja. Veenbodems bestaan voor een groot deel uit plantenafval, organische stof.Inge Diepman: Zoals je dat hier nu in je hand hebt.Ko van Huisstede: Zoals ik nu in mijn hand heb, en mossen, enzovoort. Dat heeft dus ook een hele eigen specifieke manier van warmte geleiden. Dat moet je in je model verwerken. Die warmtegeleiding in veenbodems gaat helemaal niet zo snel. Dat is in het model weer van belang voor de bacteriële omzetting van het materiaal, omdat bacteriën heel snel reageren op meer warmte. Dan gaat ze veel harder werker, dan gaan ze feestvieren.Inge Diepman: Ze gaan feestvieren! Zo, we gooien het weer even dicht. Het ijs verdwijnt op deze manier. Zitten er zowel anaerobe als aerobe bacteriën in je model, in je computer?Ko van Huisstede: Ja, beide groepen bacteriën zitten in het model. Van de anaerobe alleen de methaanbacteriën, en verder zitten er aerobe bacteriën in die het veen afbreken. En er zitten bacteriën in die methaan afbreken. Dus je moet in een model rekening houden met het feit dat er bacteriën zijn die methaan afbreken, en dus ook een deel van die methaan die in de natte bodem gevormd wordt voordat het de atmosfeer bereikt.Inge Diepman: Er zit al ongelooflijk veel in dat model. We weten zoveel meer dan in de tijd dat jij student was, en toen al interesse had in broeikasgassen. We weten nog niet alles. Wat weten we nu, waar we in 2030 echt heel veel aan hebben als het gaat om jouw model?Ko van Huisstede: Ik denk dat we met zo'n model beter in de vingers gaan krijgen wanneer en onder welke omstandigheden het veen het hardste afbreekt en er de meeste methaan en CO2 uitkomt. En onder welke weersomstandigheden, waarmee we dus ook het effect van klimaatverandering op die methaan- en CO2-uitstoot kunnen gaan modelleren.Inge Diepman: En dan nemen we de natte teelten, zoals de groot en de kleine lisdodde en het riet, het landschap waar wij nu in staan, daarin mee.Ko van Huisstede: Ja, inderdaad, dat kun je daarin meenemen. Je kunt gaan kijken of die maatregelen echt de hoeveelheid broeikasgassen reduceren.Inge Diepman: Je kan nooit met pensioen, Ko!Ko van Huisstede: Er zijn steeds meer mensen bij het project betrokken die het lekker van me kunnen overnemen op een gegeven moment!
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Ko van Huisstede: Zo te zien werkt het netjes. Even openmaken. We staan nu bij eenzelfde meetapparaat als we daarnet bij Assendelft gezien hebben, in de Korremof bij Ankeveen. Dit is een half-natuurlijke vegetatie. Er liepen ooit koeien hier. Er zit hier veen. De veenlaag is hier veel dunner. Het is hier ook heel onregelmatig. Dit is vroeger een petgat geweest. Hier is ooit turf gestoken, en later is dat onder water gezet en is het weer dichtgegroeid. Dit is eigenlijk nieuw veen wat hier ontstaan is.</p><p>Inge Diepman: Hier meet je dan ook heel anders?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, hier meten we ook anders, want het is een andere vegetatie. De grondwaterstand is veel hoger. Je ziet hier overal water staan tussendoor. Hier moet je dus ook rekening houden met methaan. Methaan is een broeikasgas dat ongeveer 28 keer zo sterk als CO2 op een termijn van 100 jaar, en dus een veel sterker broeikaseffect heeft. Dat komt uit moerassige bodems, uit mest en uit koeien. Dus daar moet je ook rekening mee houden, dat je hier wat meer methaan hebt. Het valt hier overigens reuze mee, blijkt uit de metingen. Hier is het natuurlijk belangrijk dat het model methaan goed kan simuleren, de methaanflux. Je hebt hier dus echt methaan-metingen voor nodig, behalve--</p><p>Inge Diepman: Maar dat is moeilijk, toch? Het vangen van methaanflux?</p><p>Ko van Huisstede: Tegenwoordig niet meer. Toen ik hiermee begon was dat echt een klus. Toen moest je monstertjes met een injectiespuit omhoog halen. Dat moest naar het lab, en dan moest het daar geanalyseerd worden met een gaschromatograaf, een groot apparaat. Tegenwoordig heb je apparatuur gebaseerd op lasers. Ik kan hem zo laten zien. Het is een heel klein kastje.</p><p>Inge Diepman: Oké, doe hem even open.</p><p>Ko van Huisstede: Die meet methaanflux. Je kan hier ook de resultaten zichtbaar maken. .</p><p>Inge Diepman: We staan op een plank, midden in drassig veld.</p><p>Ko van Huisstede: Even de sleutels pakken, dan zal ik de kast even openmaken. Kijken of ik de goede sleutel heb.</p><p>Inge Diepman: Het is altijd de laatste.</p><p>Ko van Huisstede: Het is altijd de laatste ja. Dat zal je altijd net zien.</p><p>Inge Diepman: Maar er gaat een kamer dicht.</p><p>Ko van Huisstede: Dit hier is de elektronica die alles aanstuurt.</p><p>Inge Diepman: De leek ziet alleen een toetsenbord en daaronder heel veel aansluitingen.</p><p>Ko van Huisstede: En toetsenbord en een klein computertje, een Raspberry Pi, en een luchtpomp om luchtcirculatie te regelen.</p><p>Inge Diepman: We zien de aanwijzingen kamer één, twee, drie en vier.</p><p>Ko van Huisstede: Ik moet daar even de iPad pakken. Dat gele kastje is de gas-analyser. Die analyseert CO2 en methaan, dat doet hij één keer per seconde. Dat is een enorme prestatie, dat konden we 20 jaar geleden niet.</p><p>Inge Diepman: Je doet even de iPad aan. Hoe voorspelbaar zijn eigenlijk nu al de metingen? Kom je nog veel onzekerheden tegen?</p><p>Ko van Huisstede: Ik had verwacht op basis van eerdere ervaring dat hier best wel veel methaan uitkomt, maar dat valt eigenlijk wel mee. Je ziet dat het concentratieverschil zit in de orde van tienden ppm.</p><p>Inge Diepman: Kun je daarmee ook weer het model aanscherpen?</p><p>Ko van Huisstede: Zeker. Eén van de dingen die je hiermee kunt doen, is het model kalibreren op bepaalde types vegetatie. Ga je dit neerzetten op de lisdodde daar verderop, dan komt er meer methaan uit. En riet nog verderop, daar komt nog veel meer methaan uit. Al die planten hebben verschillende eigenschappen wat betreft het transport van methaan. Riet bijvoorbeeld gooit 's morgens vroeg alles eruit. 's Morgens vroeg, als het licht wordt, gaat de CO2 omlaag, gaat hij fotosynthese doen, en gooit hij ook meteen alle methaan eruit.</p><p>Inge Diepman: En lisdodde?</p><p>Ko van Huisstede: Lisdodde doet het veel meer geleidelijk over de dag.</p><p>Inge Diepman: Wat kun je met deze gegevens?</p><p>Ko van Huisstede: Dat is eigenlijk allemaal nog een beetje nieuw, dat je dit soort verschillen ziet. Twintig jaar geleden kon je dit gewoon nog niet meten.</p><p>Inge Diepman: Zullen we even naar de lisdodde en het riet lopen?</p><p>Ko van Huisstede: Ik doe hem even dicht.</p><p>Inge Diepman: Dan gaat de grote groene kist weer dicht, de iPad gaat uit, terwijl ondertussen de vier kamers wisselend open- en dichtgaan.</p><p>Ko van Huisstede: Hier staan de rietstengels. Je ziet dat hier ook lisdodde tussen staat, die houdt van dezelfde omstandigheden. Die is een beetje opdringerig. Maar er staat hier ook heel veel riet, dat begint nu pas een beetje te komen. Lisdodde gaat veel harder. Je ziet dat het riet nu ongeveer op de helft van de lengte te komen van de lisdodde, maar hij gaat er op een gegeven moment wel bovenuit.</p><p>Inge Diepman: Het is nu begin mei.</p><p>Ko van Huisstede: Het is nu begin mei, inderdaad, dus dat gaat toch niet zo hard.</p><p>Inge Diepman: Wat is belangrijk voor jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Dit soort verschillen tussen hoe snel die planten groeien en hoe snel ze reageren op de temperatuur, zijn heel belangrijk voor het model. Want dat betekent ook dat op een ander moment die methaanemissie op gang komt. Die lisdodde staat hier nu al volop methaan uit de grond te puffen, terwijl dat riet nog maar net begint. Als je in het volle groeiseizoen zit, staat dat riet behoorlijk hoog, en dan zie je dus dat er, althans op deze locatie, veel meer methaan uit het riet komt dan uit de lisdodde. Dit is wel leuk, hier je zie je methaan als bellen omhoogkomen. Dat maakt het meten ook zo lastig.</p><p>Inge Diepman: Waarom?</p><p>Ko van Huisstede: Dit soort verstoring, doordat je hier loopt, moet je zien te voorkomen, want anders beetje veel te veel methaan. Overigens zit dat transport via bellen ook weer in het model, want dat gebeurt ook. Dat zie je ook in de metingen, af en toe zie je ineens: de methaan schiet omhoog ineens, dan is er een belletje uit gekomen. Die belletjes zijn allemaal methaan.</p><p>Inge Diepman: Kom maar, Ko!</p><p>Ko van Huisstede: De andere teelt die hier nog is, ligt wat verderop, ik weet niet of we daar naartoe moeten lopen. De andere teelt is veenmos, sfagnum. Het leuke van veenmos is dat het symbiose heeft met methaan-etende bacteriën, methanotrofe bacteriën, die methaan omzetten in CO2. Dat wordt dan weer direct opgenomen door de plant. Dus uit een veenmosvegetatie komt vaak heel weinig methaan.</p><p>Inge Diepman: Dat zie je ook in de metingen.</p><p>Ko van Huisstede: Dat zie je heel goed in de metingen. Hoe voedselarmer de bodem is, des te minder methaan, vaak. We staan hier nu bij een hoop riet- en lisdodde-afval van de oogst van deze winter. Als het goed is, is dat een heel mooie illustratie van hoe goed isolatiemateriaal dit is. Je kunt je voorstellen, al die luchtkanaaltjes maken dit heel goed isolatiespul. Daar kun je platen van maken en gebruiken voor isolatie van een huis. Ga nu eens even kijken, er is toen een heleboel sneeuw en ijs meegekomen tijdens die oogst, en een hele hoop is hier neergelegd. Met een beetje geluk... Een paar weken geleden zat hier nog ijs in. Even graven. Ja, kijk eens!</p><p>Inge Diepman: Heel veel! Hele klompen ijs!</p><p>Ko van Huisstede: Hele klompen ijs. Dit is dus van februari. Die hoop is wel een stuk kleiner geworden, want er is natuurlijk wel ijs gesmolten, maar dit spul isoleert zo vreselijk goed. Waarschijnlijk zit het er in juni nog in.</p><p>Inge Diepman: Heeft dat effect op gegevens in jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Ja. Veenbodems bestaan voor een groot deel uit plantenafval, organische stof.</p><p>Inge Diepman: Zoals je dat hier nu in je hand hebt.</p><p>Ko van Huisstede: Zoals ik nu in mijn hand heb, en mossen, enzovoort. Dat heeft dus ook een hele eigen specifieke manier van warmte geleiden. Dat moet je in je model verwerken. Die warmtegeleiding in veenbodems gaat helemaal niet zo snel. Dat is in het model weer van belang voor de bacteriële omzetting van het materiaal, omdat bacteriën heel snel reageren op meer warmte. Dan gaat ze veel harder werker, dan gaan ze feestvieren.</p><p>Inge Diepman: Ze gaan feestvieren! Zo, we gooien het weer even dicht. Het ijs verdwijnt op deze manier. Zitten er zowel anaerobe als aerobe bacteriën in je model, in je computer?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, beide groepen bacteriën zitten in het model. Van de anaerobe alleen de methaanbacteriën, en verder zitten er aerobe bacteriën in die het veen afbreken. En er zitten bacteriën in die methaan afbreken. Dus je moet in een model rekening houden met het feit dat er bacteriën zijn die methaan afbreken, en dus ook een deel van die methaan die in de natte bodem gevormd wordt voordat het de atmosfeer bereikt.</p><p>Inge Diepman: Er zit al ongelooflijk veel in dat model. We weten zoveel meer dan in de tijd dat jij student was, en toen al interesse had in broeikasgassen. We weten nog niet alles. Wat weten we nu, waar we in 2030 echt heel veel aan hebben als het gaat om jouw model?</p><p>Ko van Huisstede: Ik denk dat we met zo'n model beter in de vingers gaan krijgen wanneer en onder welke omstandigheden het veen het hardste afbreekt en er de meeste methaan en CO2 uitkomt. En onder welke weersomstandigheden, waarmee we dus ook het effect van klimaatverandering op die methaan- en CO2-uitstoot kunnen gaan modelleren.</p><p>Inge Diepman: En dan nemen we de natte teelten, zoals de groot en de kleine lisdodde en het riet, het landschap waar wij nu in staan, daarin mee.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, inderdaad, dat kun je daarin meenemen. Je kunt gaan kijken of die maatregelen echt de hoeveelheid broeikasgassen reduceren.</p><p>Inge Diepman: Je kan nooit met pensioen, Ko!</p><p>Ko van Huisstede: Er zijn steeds meer mensen bij het project betrokken die het lekker van me kunnen overnemen op een gegeven moment!</p>
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/g9bsfDAEXuhxJSny2Ucz3w8qBfyU8FhBULvewWtA.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42313/XPfAd0NAhmQSXwOqQ8BNIDlwucNCIWLN.mp3"
                        length="19165965"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/methaan-vangen-in-een-model-op-de-meetlocatie-in-ankeveen</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>6</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:13:17</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42314</episode_id>
                    <title>Uitleg van modellen vanaf de meetlocatie in Assendelft</title>
                    <itunes:title>Uitleg van modellen vanaf de meetlocatie in Assendelft
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/uitleg-van-modellen-vanaf-de-meetlocatie-in-assendelft</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: Ko, waar zijn we?</p><p>Ko van Huisstede: We zijn hier in Assendelft, bij een melkveehouderij met 200 koeien. Daar zijn twee meetlocaties, waar we kunnen meten hoeveel CO2 er uit de bodem komt, en wat dat eventueel doet met de bodemdaling.
</p><p>Inge Diepman: Laten we maar richting die meet plots lopen. Je hebt de grondboor bij je, maar een nog veel belangrijker tool voor jou is datgene wat in je rugzak zit, dat is de computer.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, dat klopt. Ik doe beiden, ik meet CO2- en methaanemissies, en ik heb ook een model ontwikkeld voor het uitrekenen van CO2- en methaanemissies als je gegevens hebt over het weer, over de bodem, plantengroei en dergelijke.</p><p>Inge Diepman: Sinds wanneer ben je met dat model bezig?</p><p>Ivo de Wijs: Nou, dit is al heel lang. Dat is een ontwikkeling waar ik in 2000 zoveel aan ben begonnen, geloof ik.</p><p>Inge Diepman: Er zit er heel wat in dat model, onder andere bodemfysica. Dan lopen we even verder langs de koeien. Stoppen we die koeien er ook in?</p><p>Ko van Huisstede: De koeien zitten ook in het model.</p><p>Inge Diepman: Op welke manier?</p><p>Ko van Huisstede: Je kunt erin stoppen hoeveel gras wordt afgegraasd, hoeveel biomassa, hoeveel gras zij van het land afhalen. Mooi vee, hè!</p><p>Inge Diepman: Prachtig vee! Dit is de Holstein Friesian, denk ik, de bekende Nederlandse koe.</p><p>Ko van Huisstede: De hoogproductieve melkkoe.</p><p>Inge Diepman: En die staat nu op een weiland met een grondwaterpeil van?
</p><p>Ko van Huisstede: Aan de linkerkant van de weg is het grondwaterpeil hoog, het wordt hoog gehouden door drukdrainage. Daar staan ze nu op. Kijk, ze vinden het allemaal erg spannend, erg leuk om even mee te lopen.<br></p><p>Inge Diepman: Koeien zijn nieuwsgierig.</p><p>Ko van Huisstede: Koeien zijn ontzettend nieuwsgierig, ja.</p><p>Inge Diepman: Een aan de rechterkant?</p><p>Ko van Huisstede: Aan de rechterkant is het normale peil, zonder enige maatregel. Dus aan de linkerkant hebben we de maatregelplot waar die instrumenten staan, en de rechterkant is het controleplot.</p><p>Inge Diepman: En wat stop jij daarvan in de computer?</p><p>Ko van Huisstede: Een heleboel. In de eerste plaats de bodemeigenschappen. Het weer vooral ook, want wat er allemaal gebeurt in die bodem is heel erg afhankelijk van temperatuur en grondwaterstand, en dus van hoeverre het verdampt en in hoeverre het regent.</p><p>Inge Diepman: Neem je het vliegtuig ook mee?</p><p>Ko van Huisstede: Nee, zo ver ga ik niet, gelukkig. Daar zou ik niet aan moeten denken.</p><p>Inge Diepman: Maar ja, het ik kan invloed hebben, toch? Alle processen kunnen verstoord worden.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, alle processen kunnen verstoord worden. Wat er wel in het model zit, is de toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, want dat beïnvloedt ook weer de plantengroei.</p><p>Inge Diepman: We doen het hek van het meetplot open. Overal schrikdraad!</p><p>Ko van Huisstede: Ik zie daar ook een snoer waar we overheen moeten stappen, dat hoog ligt. Dat komt waarschijnlijk omdat het binnenkort gemaaid moeten worden.</p><p>Inge Diepman: Maar het is voorzichtig lopen, omdat je anders processen verstoort?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, of instrumenten verstoort.</p><p>Inge Diepman: De computer komt uit de rugzak. Gelukkig dat het droog is vandaag.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, computers en het veld gaan soms niet helemaal goed samen.</p><p>Inge Diepman: En hier staan we omheind door hekken in dat meetplot bij een peilbuis, neem ik aan?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, dit is een peilbuis. Daarin meten we de grondwaterstand. Dat doen we automatisch met een apparaatje dat erin hangt. Dat registreert ieder uur de grondwaterstand, zodat je heel precies de grondwaterstand in dit meetplot weet. We gebruiken dit om het model op te ijken. Dat model kan zelf de grondwaterstanden uitrekenen, en we willen weten hoe goed het model dat doet. Als het model dat niet goed genoeg doet, kunnen we zeggen: "Gebruik de grondwaterstanden maar die hier gemeten zijn.". En dat is op dit moment even de praktijk, want veen is heel lastig spul, waar je ontzettend lastig de grondwaterstand van kunt modelleren. Want al die vergelijkingen voor stroming van grondwater en dergelijke, zijn vaak niet zo heel goed aangepast op veenbodems. Het eerste wat we gaan doen is even met de hand meten. Het is altijd wel handig om referentie van een handmeting te hebben. Dat doen we met dit ploppertje. Dit zakt erin, en als je op een gegeven moment bij het wateroppervlak bent, hoor je plop. Ik hoop dat het te horen is. Nou, eens horen waar 'ie zit, want ik denk dat we er al overheen zijn. Ja, hij is nat hier.</p><p>Inge Diepman: Op hoeveel?</p><p>Ko van Huisstede: Nee, dat is niet goed te zien, ik moet toch echt meekijken. Ja, nou hoor ik hem. Een grondwaterstand van 100-- van 30 centimeter onder het oppervlak. Dat valt nog mee inderdaad.</p><p>Inge Diepman: Even opschrijven, niet in de computer, maar nu doe je dat in de smartphone.
</p><p>Ko van Huisstede: Even op de tablet.<br></p><p>Inge Diepman: Dit is eigenlijk een van de basisparameters.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, dot is één van de basisparameters die je nodig hebt, die grondwaterstand. Dit is een apparaatje dat daar in het water hangt, en dat meet de grondwaterstand aan de hand van drukverschillen. Ik ga het nu even uitlezen.<br></p><p>Inge Diepman: Het goede programma staat voor, en hij leest nu de peilbuis uit.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, de logger. Dit apparaatje heet een waterstandslogger. Die leest het uit. Je ziet hier nu in deze grafiek twee jaar grondwaterstandgegevens. In de zomer zie je het omlaag gaan, en 's winters gaat het weer omhoog.<br></p><p>Inge Diepman: Welke data moet je vanuit dit meetplot nog meer in de computer stoppen?<br></p><p>Ko van Huisstede: Heel veel gegevens over de bodem. Dus de hoeveelheid organische stof in de bodem, de worteldiepte moeten we erin stoppen. Wat ook heel belangrijk is, is de temperatuur, want bacteriën die dat veen afbreken reageren ontzettend sterk op temperatuur. Dat is een exponentieel verband.<br></p><p>Inge Diepman: Als ik hier nu in het gras op de plek waar ik mag rondlopen kijk, dan zie ik geen warmtesensoren, klopt dat? Die zitten diep in de grond?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, die zitten diep in de grond. Die staan daar bij die stokjes, bij die witte kastjes daar. Daar staat ook een regenmeter. Wat er verder in de grond zit, zijn sensoren om bodembewegingen te meten.<br></p><p>Inge Diepman: We kijken even rond.<br></p><p>Ko van Huisstede: Er staan hier apparaatjes, zogenaamde lysimeters, om grondwater te bemonsteren voor de chemische samenstelling. Daar is een apparaatje dat de zonnestraling meet, en een klein weerstation dat de windrichting meet. Dat heb je ook allemaal nodig als invoer voor zo'n model.<br></p><p>Inge Diepman: Kan ik eromheen, Ko?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, je kunt er omheen. Deze plexiglas cilinders meten de hoeveelheid CO2 die uit de bodem komt. Ze worden automatisch bediend. Je ziet dat er eentje dicht zit daar, die is nu aan het meten. Waarschijnlijk gaat hij straks open, dat hoop ik wel, want anders is hij stuk.<br></p><p>Jan Strijker: Dat kan natuurlijk, er kan er eentje stukgaan! Kan jouw model dat opvangen?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, het model kan dat opvangen, want je kunt gaan interpoleren tussen de metingen die je mist. Als het model het goed doet, kun je inderdaad stukken waarin je metingen mist omdat de apparatuur niet goed gewerkt heeft, en je kalibreert dat goed op de gegevens die je wel hebt, dan kun je dat model gebruiken om te interpoleren.<br></p><p>Inge Diepman: Maar zal het model uiteindelijk dusdanig ingeregeld kunnen zijn dat we deze meetplots helemaal niet meer nodig hebben?<br></p><p>Ko van Huisstede: Nee, absoluut niet. Er zitten zoveel onzekerheden in de gegevens die je in zo'n model moet stoppen, dat je altijd een vorm van meten nodig zult hebben. Dus je kunt niet zonder meten, daar ben ik heilig van overtuigd. Vaak worden modellen ingezet want ja, meten is te duur. Nou ja, modelberekening die je niet kunt kalibreren op metingen, kunnen ook hele dure gevolgen hebben, omdat je dan maatregelen gaat nemen die op onvoldoende gegevens gebaseerd zijn.<br></p><p>Inge Diepman: Wanneer weet je of het model af is?</p><p>Ko van Huisstede: Het model is nooit af.</p><p>Inge Diepman: Maar kunnen we het nu al gebruiken?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, je kunt het gebruiken, natuurlijk onder de voorwaarde dat je heel duidelijk vertelt wat je nog niet weet en wat nog niet in een model zit. En dat je daar rekening mee houdt met beslissingen die gebaseerd worden op zo'n model. Eén ding dat er nu nog niet in zit, is dat er ook onder de grondwaterspiegel organische stof afgebroken wordt, en dat produceert ook CO2. Dat zit er nog niet precies genoeg in.
</p><p><br></p>
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Inge Diepman: Ko, waar zijn we?Ko van Huisstede: We zijn hier in Assendelft, bij een melkveehouderij met 200 koeien. Daar zijn twee meetlocaties, waar we kunnen meten hoeveel CO2 er uit de bodem komt, en wat dat eventueel doet met de bodemdaling.
Inge Diepman: Laten we maar richting die meet plots lopen. Je hebt de grondboor bij je, maar een nog veel belangrijker tool voor jou is datgene wat in je rugzak zit, dat is de computer.Ko van Huisstede: Ja, dat klopt. Ik doe beiden, ik meet CO2- en methaanemissies, en ik heb ook een model ontwikkeld voor het uitrekenen van CO2- en methaanemissies als je gegevens hebt over het weer, over de bodem, plantengroei en dergelijke.Inge Diepman: Sinds wanneer ben je met dat model bezig?Ivo de Wijs: Nou, dit is al heel lang. Dat is een ontwikkeling waar ik in 2000 zoveel aan ben begonnen, geloof ik.Inge Diepman: Er zit er heel wat in dat model, onder andere bodemfysica. Dan lopen we even verder langs de koeien. Stoppen we die koeien er ook in?Ko van Huisstede: De koeien zitten ook in het model.Inge Diepman: Op welke manier?Ko van Huisstede: Je kunt erin stoppen hoeveel gras wordt afgegraasd, hoeveel biomassa, hoeveel gras zij van het land afhalen. Mooi vee, hè!Inge Diepman: Prachtig vee! Dit is de Holstein Friesian, denk ik, de bekende Nederlandse koe.Ko van Huisstede: De hoogproductieve melkkoe.Inge Diepman: En die staat nu op een weiland met een grondwaterpeil van?
Ko van Huisstede: Aan de linkerkant van de weg is het grondwaterpeil hoog, het wordt hoog gehouden door drukdrainage. Daar staan ze nu op. Kijk, ze vinden het allemaal erg spannend, erg leuk om even mee te lopen.Inge Diepman: Koeien zijn nieuwsgierig.Ko van Huisstede: Koeien zijn ontzettend nieuwsgierig, ja.Inge Diepman: Een aan de rechterkant?Ko van Huisstede: Aan de rechterkant is het normale peil, zonder enige maatregel. Dus aan de linkerkant hebben we de maatregelplot waar die instrumenten staan, en de rechterkant is het controleplot.Inge Diepman: En wat stop jij daarvan in de computer?Ko van Huisstede: Een heleboel. In de eerste plaats de bodemeigenschappen. Het weer vooral ook, want wat er allemaal gebeurt in die bodem is heel erg afhankelijk van temperatuur en grondwaterstand, en dus van hoeverre het verdampt en in hoeverre het regent.Inge Diepman: Neem je het vliegtuig ook mee?Ko van Huisstede: Nee, zo ver ga ik niet, gelukkig. Daar zou ik niet aan moeten denken.Inge Diepman: Maar ja, het ik kan invloed hebben, toch? Alle processen kunnen verstoord worden.Ko van Huisstede: Ja, alle processen kunnen verstoord worden. Wat er wel in het model zit, is de toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, want dat beïnvloedt ook weer de plantengroei.Inge Diepman: We doen het hek van het meetplot open. Overal schrikdraad!Ko van Huisstede: Ik zie daar ook een snoer waar we overheen moeten stappen, dat hoog ligt. Dat komt waarschijnlijk omdat het binnenkort gemaaid moeten worden.Inge Diepman: Maar het is voorzichtig lopen, omdat je anders processen verstoort?Ko van Huisstede: Ja, of instrumenten verstoort.Inge Diepman: De computer komt uit de rugzak. Gelukkig dat het droog is vandaag.Ko van Huisstede: Ja, computers en het veld gaan soms niet helemaal goed samen.Inge Diepman: En hier staan we omheind door hekken in dat meetplot bij een peilbuis, neem ik aan?Ko van Huisstede: Ja, dit is een peilbuis. Daarin meten we de grondwaterstand. Dat doen we automatisch met een apparaatje dat erin hangt. Dat registreert ieder uur de grondwaterstand, zodat je heel precies de grondwaterstand in dit meetplot weet. We gebruiken dit om het model op te ijken. Dat model kan zelf de grondwaterstanden uitrekenen, en we willen weten hoe goed het model dat doet. Als het model dat niet goed genoeg doet, kunnen we zeggen: "Gebruik de grondwaterstanden maar die hier gemeten zijn.". En dat is op dit moment even de praktijk, want veen is heel lastig spul, waar je ontzettend lastig de grondwaterstand van kunt modelleren. Want al die vergelijkingen voor stroming van grondwater en dergelijke, zijn vaak niet zo heel goed aangepast op veenbodems. Het eerste wat we gaan doen is even met de hand meten. Het is altijd wel handig om referentie van een handmeting te hebben. Dat doen we met dit ploppertje. Dit zakt erin, en als je op een gegeven moment bij het wateroppervlak bent, hoor je plop. Ik hoop dat het te horen is. Nou, eens horen waar 'ie zit, want ik denk dat we er al overheen zijn. Ja, hij is nat hier.Inge Diepman: Op hoeveel?Ko van Huisstede: Nee, dat is niet goed te zien, ik moet toch echt meekijken. Ja, nou hoor ik hem. Een grondwaterstand van 100-- van 30 centimeter onder het oppervlak. Dat valt nog mee inderdaad.Inge Diepman: Even opschrijven, niet in de computer, maar nu doe je dat in de smartphone.
Ko van Huisstede: Even op de tablet.Inge Diepman: Dit is eigenlijk een van de basisparameters.Ko van Huisstede: Ja, dot is één van de basisparameters die je nodig hebt, die grondwaterstand. Dit is een apparaatje dat daar in het water hangt, en dat meet de grondwaterstand aan de hand van drukverschillen. Ik ga het nu even uitlezen.Inge Diepman: Het goede programma staat voor, en hij leest nu de peilbuis uit.Ko van Huisstede: Ja, de logger. Dit apparaatje heet een waterstandslogger. Die leest het uit. Je ziet hier nu in deze grafiek twee jaar grondwaterstandgegevens. In de zomer zie je het omlaag gaan, en 's winters gaat het weer omhoog.Inge Diepman: Welke data moet je vanuit dit meetplot nog meer in de computer stoppen?Ko van Huisstede: Heel veel gegevens over de bodem. Dus de hoeveelheid organische stof in de bodem, de worteldiepte moeten we erin stoppen. Wat ook heel belangrijk is, is de temperatuur, want bacteriën die dat veen afbreken reageren ontzettend sterk op temperatuur. Dat is een exponentieel verband.Inge Diepman: Als ik hier nu in het gras op de plek waar ik mag rondlopen kijk, dan zie ik geen warmtesensoren, klopt dat? Die zitten diep in de grond?Ko van Huisstede: Ja, die zitten diep in de grond. Die staan daar bij die stokjes, bij die witte kastjes daar. Daar staat ook een regenmeter. Wat er verder in de grond zit, zijn sensoren om bodembewegingen te meten.Inge Diepman: We kijken even rond.Ko van Huisstede: Er staan hier apparaatjes, zogenaamde lysimeters, om grondwater te bemonsteren voor de chemische samenstelling. Daar is een apparaatje dat de zonnestraling meet, en een klein weerstation dat de windrichting meet. Dat heb je ook allemaal nodig als invoer voor zo'n model.Inge Diepman: Kan ik eromheen, Ko?Ko van Huisstede: Ja, je kunt er omheen. Deze plexiglas cilinders meten de hoeveelheid CO2 die uit de bodem komt. Ze worden automatisch bediend. Je ziet dat er eentje dicht zit daar, die is nu aan het meten. Waarschijnlijk gaat hij straks open, dat hoop ik wel, want anders is hij stuk.Jan Strijker: Dat kan natuurlijk, er kan er eentje stukgaan! Kan jouw model dat opvangen?Ko van Huisstede: Ja, het model kan dat opvangen, want je kunt gaan interpoleren tussen de metingen die je mist. Als het model het goed doet, kun je inderdaad stukken waarin je metingen mist omdat de apparatuur niet goed gewerkt heeft, en je kalibreert dat goed op de gegevens die je wel hebt, dan kun je dat model gebruiken om te interpoleren.Inge Diepman: Maar zal het model uiteindelijk dusdanig ingeregeld kunnen zijn dat we deze meetplots helemaal niet meer nodig hebben?Ko van Huisstede: Nee, absoluut niet. Er zitten zoveel onzekerheden in de gegevens die je in zo'n model moet stoppen, dat je altijd een vorm van meten nodig zult hebben. Dus je kunt niet zonder meten, daar ben ik heilig van overtuigd. Vaak worden modellen ingezet want ja, meten is te duur. Nou ja, modelberekening die je niet kunt kalibreren op metingen, kunnen ook hele dure gevolgen hebben, omdat je dan maatregelen gaat nemen die op onvoldoende gegevens gebaseerd zijn.Inge Diepman: Wanneer weet je of het model af is?Ko van Huisstede: Het model is nooit af.Inge Diepman: Maar kunnen we het nu al gebruiken?Ko van Huisstede: Ja, je kunt het gebruiken, natuurlijk onder de voorwaarde dat je heel duidelijk vertelt wat je nog niet weet en wat nog niet in een model zit. En dat je daar rekening mee houdt met beslissingen die gebaseerd worden op zo'n model. Eén ding dat er nu nog niet in zit, is dat er ook onder de grondwaterspiegel organische stof afgebroken wordt, en dat produceert ook CO2. Dat zit er nog niet precies genoeg in.

                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: Ko, waar zijn we?</p><p>Ko van Huisstede: We zijn hier in Assendelft, bij een melkveehouderij met 200 koeien. Daar zijn twee meetlocaties, waar we kunnen meten hoeveel CO2 er uit de bodem komt, en wat dat eventueel doet met de bodemdaling.
</p><p>Inge Diepman: Laten we maar richting die meet plots lopen. Je hebt de grondboor bij je, maar een nog veel belangrijker tool voor jou is datgene wat in je rugzak zit, dat is de computer.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, dat klopt. Ik doe beiden, ik meet CO2- en methaanemissies, en ik heb ook een model ontwikkeld voor het uitrekenen van CO2- en methaanemissies als je gegevens hebt over het weer, over de bodem, plantengroei en dergelijke.</p><p>Inge Diepman: Sinds wanneer ben je met dat model bezig?</p><p>Ivo de Wijs: Nou, dit is al heel lang. Dat is een ontwikkeling waar ik in 2000 zoveel aan ben begonnen, geloof ik.</p><p>Inge Diepman: Er zit er heel wat in dat model, onder andere bodemfysica. Dan lopen we even verder langs de koeien. Stoppen we die koeien er ook in?</p><p>Ko van Huisstede: De koeien zitten ook in het model.</p><p>Inge Diepman: Op welke manier?</p><p>Ko van Huisstede: Je kunt erin stoppen hoeveel gras wordt afgegraasd, hoeveel biomassa, hoeveel gras zij van het land afhalen. Mooi vee, hè!</p><p>Inge Diepman: Prachtig vee! Dit is de Holstein Friesian, denk ik, de bekende Nederlandse koe.</p><p>Ko van Huisstede: De hoogproductieve melkkoe.</p><p>Inge Diepman: En die staat nu op een weiland met een grondwaterpeil van?
</p><p>Ko van Huisstede: Aan de linkerkant van de weg is het grondwaterpeil hoog, het wordt hoog gehouden door drukdrainage. Daar staan ze nu op. Kijk, ze vinden het allemaal erg spannend, erg leuk om even mee te lopen.<br></p><p>Inge Diepman: Koeien zijn nieuwsgierig.</p><p>Ko van Huisstede: Koeien zijn ontzettend nieuwsgierig, ja.</p><p>Inge Diepman: Een aan de rechterkant?</p><p>Ko van Huisstede: Aan de rechterkant is het normale peil, zonder enige maatregel. Dus aan de linkerkant hebben we de maatregelplot waar die instrumenten staan, en de rechterkant is het controleplot.</p><p>Inge Diepman: En wat stop jij daarvan in de computer?</p><p>Ko van Huisstede: Een heleboel. In de eerste plaats de bodemeigenschappen. Het weer vooral ook, want wat er allemaal gebeurt in die bodem is heel erg afhankelijk van temperatuur en grondwaterstand, en dus van hoeverre het verdampt en in hoeverre het regent.</p><p>Inge Diepman: Neem je het vliegtuig ook mee?</p><p>Ko van Huisstede: Nee, zo ver ga ik niet, gelukkig. Daar zou ik niet aan moeten denken.</p><p>Inge Diepman: Maar ja, het ik kan invloed hebben, toch? Alle processen kunnen verstoord worden.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, alle processen kunnen verstoord worden. Wat er wel in het model zit, is de toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, want dat beïnvloedt ook weer de plantengroei.</p><p>Inge Diepman: We doen het hek van het meetplot open. Overal schrikdraad!</p><p>Ko van Huisstede: Ik zie daar ook een snoer waar we overheen moeten stappen, dat hoog ligt. Dat komt waarschijnlijk omdat het binnenkort gemaaid moeten worden.</p><p>Inge Diepman: Maar het is voorzichtig lopen, omdat je anders processen verstoort?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, of instrumenten verstoort.</p><p>Inge Diepman: De computer komt uit de rugzak. Gelukkig dat het droog is vandaag.</p><p>Ko van Huisstede: Ja, computers en het veld gaan soms niet helemaal goed samen.</p><p>Inge Diepman: En hier staan we omheind door hekken in dat meetplot bij een peilbuis, neem ik aan?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, dit is een peilbuis. Daarin meten we de grondwaterstand. Dat doen we automatisch met een apparaatje dat erin hangt. Dat registreert ieder uur de grondwaterstand, zodat je heel precies de grondwaterstand in dit meetplot weet. We gebruiken dit om het model op te ijken. Dat model kan zelf de grondwaterstanden uitrekenen, en we willen weten hoe goed het model dat doet. Als het model dat niet goed genoeg doet, kunnen we zeggen: "Gebruik de grondwaterstanden maar die hier gemeten zijn.". En dat is op dit moment even de praktijk, want veen is heel lastig spul, waar je ontzettend lastig de grondwaterstand van kunt modelleren. Want al die vergelijkingen voor stroming van grondwater en dergelijke, zijn vaak niet zo heel goed aangepast op veenbodems. Het eerste wat we gaan doen is even met de hand meten. Het is altijd wel handig om referentie van een handmeting te hebben. Dat doen we met dit ploppertje. Dit zakt erin, en als je op een gegeven moment bij het wateroppervlak bent, hoor je plop. Ik hoop dat het te horen is. Nou, eens horen waar 'ie zit, want ik denk dat we er al overheen zijn. Ja, hij is nat hier.</p><p>Inge Diepman: Op hoeveel?</p><p>Ko van Huisstede: Nee, dat is niet goed te zien, ik moet toch echt meekijken. Ja, nou hoor ik hem. Een grondwaterstand van 100-- van 30 centimeter onder het oppervlak. Dat valt nog mee inderdaad.</p><p>Inge Diepman: Even opschrijven, niet in de computer, maar nu doe je dat in de smartphone.
</p><p>Ko van Huisstede: Even op de tablet.<br></p><p>Inge Diepman: Dit is eigenlijk een van de basisparameters.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, dot is één van de basisparameters die je nodig hebt, die grondwaterstand. Dit is een apparaatje dat daar in het water hangt, en dat meet de grondwaterstand aan de hand van drukverschillen. Ik ga het nu even uitlezen.<br></p><p>Inge Diepman: Het goede programma staat voor, en hij leest nu de peilbuis uit.<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, de logger. Dit apparaatje heet een waterstandslogger. Die leest het uit. Je ziet hier nu in deze grafiek twee jaar grondwaterstandgegevens. In de zomer zie je het omlaag gaan, en 's winters gaat het weer omhoog.<br></p><p>Inge Diepman: Welke data moet je vanuit dit meetplot nog meer in de computer stoppen?<br></p><p>Ko van Huisstede: Heel veel gegevens over de bodem. Dus de hoeveelheid organische stof in de bodem, de worteldiepte moeten we erin stoppen. Wat ook heel belangrijk is, is de temperatuur, want bacteriën die dat veen afbreken reageren ontzettend sterk op temperatuur. Dat is een exponentieel verband.<br></p><p>Inge Diepman: Als ik hier nu in het gras op de plek waar ik mag rondlopen kijk, dan zie ik geen warmtesensoren, klopt dat? Die zitten diep in de grond?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, die zitten diep in de grond. Die staan daar bij die stokjes, bij die witte kastjes daar. Daar staat ook een regenmeter. Wat er verder in de grond zit, zijn sensoren om bodembewegingen te meten.<br></p><p>Inge Diepman: We kijken even rond.<br></p><p>Ko van Huisstede: Er staan hier apparaatjes, zogenaamde lysimeters, om grondwater te bemonsteren voor de chemische samenstelling. Daar is een apparaatje dat de zonnestraling meet, en een klein weerstation dat de windrichting meet. Dat heb je ook allemaal nodig als invoer voor zo'n model.<br></p><p>Inge Diepman: Kan ik eromheen, Ko?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, je kunt er omheen. Deze plexiglas cilinders meten de hoeveelheid CO2 die uit de bodem komt. Ze worden automatisch bediend. Je ziet dat er eentje dicht zit daar, die is nu aan het meten. Waarschijnlijk gaat hij straks open, dat hoop ik wel, want anders is hij stuk.<br></p><p>Jan Strijker: Dat kan natuurlijk, er kan er eentje stukgaan! Kan jouw model dat opvangen?<br></p><p>Ko van Huisstede: Ja, het model kan dat opvangen, want je kunt gaan interpoleren tussen de metingen die je mist. Als het model het goed doet, kun je inderdaad stukken waarin je metingen mist omdat de apparatuur niet goed gewerkt heeft, en je kalibreert dat goed op de gegevens die je wel hebt, dan kun je dat model gebruiken om te interpoleren.<br></p><p>Inge Diepman: Maar zal het model uiteindelijk dusdanig ingeregeld kunnen zijn dat we deze meetplots helemaal niet meer nodig hebben?<br></p><p>Ko van Huisstede: Nee, absoluut niet. Er zitten zoveel onzekerheden in de gegevens die je in zo'n model moet stoppen, dat je altijd een vorm van meten nodig zult hebben. Dus je kunt niet zonder meten, daar ben ik heilig van overtuigd. Vaak worden modellen ingezet want ja, meten is te duur. Nou ja, modelberekening die je niet kunt kalibreren op metingen, kunnen ook hele dure gevolgen hebben, omdat je dan maatregelen gaat nemen die op onvoldoende gegevens gebaseerd zijn.<br></p><p>Inge Diepman: Wanneer weet je of het model af is?</p><p>Ko van Huisstede: Het model is nooit af.</p><p>Inge Diepman: Maar kunnen we het nu al gebruiken?</p><p>Ko van Huisstede: Ja, je kunt het gebruiken, natuurlijk onder de voorwaarde dat je heel duidelijk vertelt wat je nog niet weet en wat nog niet in een model zit. En dat je daar rekening mee houdt met beslissingen die gebaseerd worden op zo'n model. Eén ding dat er nu nog niet in zit, is dat er ook onder de grondwaterspiegel organische stof afgebroken wordt, en dat produceert ook CO2. Dat zit er nog niet precies genoeg in.
</p><p><br></p>
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/codg4PANMTua3Vv9thPJ50OAcHlXQEpXGQERGoqK.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42314/028Y9mFqrY8FaOCVaLpuRGafMDHqW0Yc.mp3"
                        length="17027549"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/uitleg-van-modellen-vanaf-de-meetlocatie-in-assendelft</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>5</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:11:48</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42315</episode_id>
                    <title>Boer Bert in Kamerik over verdienmodellen</title>
                    <itunes:title>Boer Bert in Kamerik over verdienmodellen
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/boer-bert-in-kamerik-over-verdienmodellen</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: Ik zit hier op de boerderij van mijn vader, opa en overgrootvader. Ik ben hier geboren en als jong kind opgegroeid met de melkbussen. Dat was toch wel het belangrijkste verdiencapaciteit van mijn vader: melk in bussen afleveren aan de weg.</p><p>Inge Diepman: Dit zijn de twee melkbussen. Hoeveel had hij er?</p><p>Bert de Groot: Wij hadden er eigenlijk twaalf; zes voor de ochtend en zes voor de avond aan de weg. En 's winters werden ze maar één keer opgehaald en dan moesten we ze in gewoon slootwater koelen, want dan konden ze 's ochtends opgehaald worden.</p><p>Inge Diepman: En het was toentertijd volgens mij zo dat je naar het aantal melkbussen keek dat je aan de weg had staan.</p><p>Bert de Groot: Ja, het was een beetje een competitie aan deze straat 's Gravensloot. Er zaten toen twaalf achtjarigen, nu nog twee en die keken bij de buren hoeveel bussen staan er aan de weg; en kan ik iets meer? Nou, dat was ook de sport en later is die helemaal omgezet in de snelle controle om te kijken: welke koe geeft het meest?</p><p>Inge Diepman: Maar dat is eigenlijk ook het verdienmodel wat men in die tijd had.</p><p>Bert de Groot: Mijn vader had 35 melkkoeien en 20 zeugen, daar kwam eigenlijk maar heel weinig geld van binnen. Maar er was ook maar heel weinig geld nodig. Want zowel mijn vader als moeder en wij als kinderen op de lagenschool moesten meehelpen met melken, er was geen tijd om geld uit te geven. Eten dat was er. We hadden melk, vlees, een groentetuin en dus ook aardappels. En op vakantie gaan hadden we ook geen tijd voor. Het leefde dus eigenlijk heel circulair op de boerderij. Wat de minister nu zegt, dat moet gebeuren! Dat was wat we vroeger deden. Alleen dat is niet meer van deze tijd.</p><p>Inge Diepman: Nee, van deze tijd is boer Bert, dat ben jij. Niet alleen jij, maar zo heet ook het bedrijf. Zullen we eens even doorlopen. Is dit het episch centrum van dat bedrijf?</p><p>Bert de Groot: Ja, dit is het centrum. Hier komt alles samen. Het is aan de achterkant van de boerderij; daar zie je een kantine, een winkel, een zorgboerderij voor ouderen, paardenstallen en recreatiehutten.</p><p>Inge Diepman: Ik zie de nodige kinderen hier voorbij hollen.</p><p>Bert de Groot: Ja, die logeren hier in een paar nachten om het te beleven.</p><p>Inge Diepman: We lopen nu naar de boerderij-shop. Dat is wel een bekend fenomeen voor veel agrarische ondernemers.</p><p>Bert de Groot: Ja, met name mijn schoondochter vond het een heel mooi idee om ook echt de producten te verkopen aan de mensen dichtbij. En eigenlijk is het idee vooral ook eigen producten.</p><p>Bert de Groot: Gaan we even naar de kast met allerlei soorten boer-Bert-bier. Dat is heel lekker bier. We hebben tientallen smaken. Met name de lichte bieren vind ik lekker, de zware ben ik niet zo van, maar die worden ook gebrouwen. Is misschien ook leuk om te vermelden, we hebben ook wat kalmoes staan. Dus dan maken ze kalmoes bier. Wat kruiden uit het land probeer je dus ook in bier te doen. We hebben ook een keer grasbier geprobeerd, smaakt wel, maar daar moet nog iets aan gewerkt worden om die echt lekker te krijgen. Die geeft een wat groenige kleur.</p><p>Inge Diepman: Ja, geweldig om te horen Bert! Want je staat hier gewoon je eigen bier te promoten.</p><p>Bert de Groot: Ja.</p><p>Inge Diepman: Is dat wat de agrarische ondernemer nu moet doen?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat de agrariër eigenlijk met name moet kijken. Hij bezit grond, dat is zijn grootste bezit en macht en hij onderhoudt al eeuwen het Nederlandse landschap. Ik denk dat de kunst is dat hij dat ook de komende eeuw kan blijven doen. Er verandert zoveel en er komen ook zoveel meer mensen hier in dit gebied. En hoe kan je dat dan voor elkaar krijgen om daar inderdaad een verantwoord verdienmodel op te vinden?</p><p>Bert de Groot: Dat is wel een uitdaging en dat ga je niet met een flesje bier winnen. Het koeien melken is, ondanks dat we tientallen takken doen, echt het hart van het bedrijf. Ik denk dat als je dat niet meer doet je een onderneming wordt die van alles doet. Dan ga je veel meer de financiële kosten en baten doen. Dus zonder koeien eigenlijk geen bedrijf.</p>
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Bert de Groot: Ik zit hier op de boerderij van mijn vader, opa en overgrootvader. Ik ben hier geboren en als jong kind opgegroeid met de melkbussen. Dat was toch wel het belangrijkste verdiencapaciteit van mijn vader: melk in bussen afleveren aan de weg.Inge Diepman: Dit zijn de twee melkbussen. Hoeveel had hij er?Bert de Groot: Wij hadden er eigenlijk twaalf; zes voor de ochtend en zes voor de avond aan de weg. En 's winters werden ze maar één keer opgehaald en dan moesten we ze in gewoon slootwater koelen, want dan konden ze 's ochtends opgehaald worden.Inge Diepman: En het was toentertijd volgens mij zo dat je naar het aantal melkbussen keek dat je aan de weg had staan.Bert de Groot: Ja, het was een beetje een competitie aan deze straat 's Gravensloot. Er zaten toen twaalf achtjarigen, nu nog twee en die keken bij de buren hoeveel bussen staan er aan de weg; en kan ik iets meer? Nou, dat was ook de sport en later is die helemaal omgezet in de snelle controle om te kijken: welke koe geeft het meest?Inge Diepman: Maar dat is eigenlijk ook het verdienmodel wat men in die tijd had.Bert de Groot: Mijn vader had 35 melkkoeien en 20 zeugen, daar kwam eigenlijk maar heel weinig geld van binnen. Maar er was ook maar heel weinig geld nodig. Want zowel mijn vader als moeder en wij als kinderen op de lagenschool moesten meehelpen met melken, er was geen tijd om geld uit te geven. Eten dat was er. We hadden melk, vlees, een groentetuin en dus ook aardappels. En op vakantie gaan hadden we ook geen tijd voor. Het leefde dus eigenlijk heel circulair op de boerderij. Wat de minister nu zegt, dat moet gebeuren! Dat was wat we vroeger deden. Alleen dat is niet meer van deze tijd.Inge Diepman: Nee, van deze tijd is boer Bert, dat ben jij. Niet alleen jij, maar zo heet ook het bedrijf. Zullen we eens even doorlopen. Is dit het episch centrum van dat bedrijf?Bert de Groot: Ja, dit is het centrum. Hier komt alles samen. Het is aan de achterkant van de boerderij; daar zie je een kantine, een winkel, een zorgboerderij voor ouderen, paardenstallen en recreatiehutten.Inge Diepman: Ik zie de nodige kinderen hier voorbij hollen.Bert de Groot: Ja, die logeren hier in een paar nachten om het te beleven.Inge Diepman: We lopen nu naar de boerderij-shop. Dat is wel een bekend fenomeen voor veel agrarische ondernemers.Bert de Groot: Ja, met name mijn schoondochter vond het een heel mooi idee om ook echt de producten te verkopen aan de mensen dichtbij. En eigenlijk is het idee vooral ook eigen producten.Bert de Groot: Gaan we even naar de kast met allerlei soorten boer-Bert-bier. Dat is heel lekker bier. We hebben tientallen smaken. Met name de lichte bieren vind ik lekker, de zware ben ik niet zo van, maar die worden ook gebrouwen. Is misschien ook leuk om te vermelden, we hebben ook wat kalmoes staan. Dus dan maken ze kalmoes bier. Wat kruiden uit het land probeer je dus ook in bier te doen. We hebben ook een keer grasbier geprobeerd, smaakt wel, maar daar moet nog iets aan gewerkt worden om die echt lekker te krijgen. Die geeft een wat groenige kleur.Inge Diepman: Ja, geweldig om te horen Bert! Want je staat hier gewoon je eigen bier te promoten.Bert de Groot: Ja.Inge Diepman: Is dat wat de agrarische ondernemer nu moet doen?Bert de Groot: Ik denk dat de agrariër eigenlijk met name moet kijken. Hij bezit grond, dat is zijn grootste bezit en macht en hij onderhoudt al eeuwen het Nederlandse landschap. Ik denk dat de kunst is dat hij dat ook de komende eeuw kan blijven doen. Er verandert zoveel en er komen ook zoveel meer mensen hier in dit gebied. En hoe kan je dat dan voor elkaar krijgen om daar inderdaad een verantwoord verdienmodel op te vinden?Bert de Groot: Dat is wel een uitdaging en dat ga je niet met een flesje bier winnen. Het koeien melken is, ondanks dat we tientallen takken doen, echt het hart van het bedrijf. Ik denk dat als je dat niet meer doet je een onderneming wordt die van alles doet. Dan ga je veel meer de financiële kosten en baten doen. Dus zonder koeien eigenlijk geen bedrijf.
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Bert de Groot: Ik zit hier op de boerderij van mijn vader, opa en overgrootvader. Ik ben hier geboren en als jong kind opgegroeid met de melkbussen. Dat was toch wel het belangrijkste verdiencapaciteit van mijn vader: melk in bussen afleveren aan de weg.</p><p>Inge Diepman: Dit zijn de twee melkbussen. Hoeveel had hij er?</p><p>Bert de Groot: Wij hadden er eigenlijk twaalf; zes voor de ochtend en zes voor de avond aan de weg. En 's winters werden ze maar één keer opgehaald en dan moesten we ze in gewoon slootwater koelen, want dan konden ze 's ochtends opgehaald worden.</p><p>Inge Diepman: En het was toentertijd volgens mij zo dat je naar het aantal melkbussen keek dat je aan de weg had staan.</p><p>Bert de Groot: Ja, het was een beetje een competitie aan deze straat 's Gravensloot. Er zaten toen twaalf achtjarigen, nu nog twee en die keken bij de buren hoeveel bussen staan er aan de weg; en kan ik iets meer? Nou, dat was ook de sport en later is die helemaal omgezet in de snelle controle om te kijken: welke koe geeft het meest?</p><p>Inge Diepman: Maar dat is eigenlijk ook het verdienmodel wat men in die tijd had.</p><p>Bert de Groot: Mijn vader had 35 melkkoeien en 20 zeugen, daar kwam eigenlijk maar heel weinig geld van binnen. Maar er was ook maar heel weinig geld nodig. Want zowel mijn vader als moeder en wij als kinderen op de lagenschool moesten meehelpen met melken, er was geen tijd om geld uit te geven. Eten dat was er. We hadden melk, vlees, een groentetuin en dus ook aardappels. En op vakantie gaan hadden we ook geen tijd voor. Het leefde dus eigenlijk heel circulair op de boerderij. Wat de minister nu zegt, dat moet gebeuren! Dat was wat we vroeger deden. Alleen dat is niet meer van deze tijd.</p><p>Inge Diepman: Nee, van deze tijd is boer Bert, dat ben jij. Niet alleen jij, maar zo heet ook het bedrijf. Zullen we eens even doorlopen. Is dit het episch centrum van dat bedrijf?</p><p>Bert de Groot: Ja, dit is het centrum. Hier komt alles samen. Het is aan de achterkant van de boerderij; daar zie je een kantine, een winkel, een zorgboerderij voor ouderen, paardenstallen en recreatiehutten.</p><p>Inge Diepman: Ik zie de nodige kinderen hier voorbij hollen.</p><p>Bert de Groot: Ja, die logeren hier in een paar nachten om het te beleven.</p><p>Inge Diepman: We lopen nu naar de boerderij-shop. Dat is wel een bekend fenomeen voor veel agrarische ondernemers.</p><p>Bert de Groot: Ja, met name mijn schoondochter vond het een heel mooi idee om ook echt de producten te verkopen aan de mensen dichtbij. En eigenlijk is het idee vooral ook eigen producten.</p><p>Bert de Groot: Gaan we even naar de kast met allerlei soorten boer-Bert-bier. Dat is heel lekker bier. We hebben tientallen smaken. Met name de lichte bieren vind ik lekker, de zware ben ik niet zo van, maar die worden ook gebrouwen. Is misschien ook leuk om te vermelden, we hebben ook wat kalmoes staan. Dus dan maken ze kalmoes bier. Wat kruiden uit het land probeer je dus ook in bier te doen. We hebben ook een keer grasbier geprobeerd, smaakt wel, maar daar moet nog iets aan gewerkt worden om die echt lekker te krijgen. Die geeft een wat groenige kleur.</p><p>Inge Diepman: Ja, geweldig om te horen Bert! Want je staat hier gewoon je eigen bier te promoten.</p><p>Bert de Groot: Ja.</p><p>Inge Diepman: Is dat wat de agrarische ondernemer nu moet doen?</p><p>Bert de Groot: Ik denk dat de agrariër eigenlijk met name moet kijken. Hij bezit grond, dat is zijn grootste bezit en macht en hij onderhoudt al eeuwen het Nederlandse landschap. Ik denk dat de kunst is dat hij dat ook de komende eeuw kan blijven doen. Er verandert zoveel en er komen ook zoveel meer mensen hier in dit gebied. En hoe kan je dat dan voor elkaar krijgen om daar inderdaad een verantwoord verdienmodel op te vinden?</p><p>Bert de Groot: Dat is wel een uitdaging en dat ga je niet met een flesje bier winnen. Het koeien melken is, ondanks dat we tientallen takken doen, echt het hart van het bedrijf. Ik denk dat als je dat niet meer doet je een onderneming wordt die van alles doet. Dan ga je veel meer de financiële kosten en baten doen. Dus zonder koeien eigenlijk geen bedrijf.</p>
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/GnDPsTAIkARoxp6Ty7S2PW9bFPNvjaQ2ZEDTGj6k.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42315/M2Z0a59wMMI79DCKciRQnhESu3VUWrlf.mp3"
                        length="23297565"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/boer-bert-in-kamerik-over-verdienmodellen</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>7</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:16:09</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42316</episode_id>
                    <title>Meten met een eddy covariance-mast in Zegveld</title>
                    <itunes:title>Meten met een eddy covariance-mast in Zegveld
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/meten-met-een-eddy-covariance-mast-in-zegveld</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen is monitoren van belang en voor monitoren is het belangrijk om te meten. Hoe doen we dat nu en hoe gaan we dat in de toekomst doen? Onderzoeker Ronald Hutjes ging met presentator Inge Diepman het veld in in Zegveld waar hij uitleg gaf over de metingen door middel van een EC-mast.</p><p>Ronald Hutjes: Nou, als we kijken naar het kleinste, meest lokale niveau, dat doen we hier met zogenaamde kamermetingen. Daar lopen we zo dadelijk wel eventjes naartoe. Dat zijn eigenlijk transparante bakken van een halve vierkante meter groot die op de bodem staan. En daar kunnen we al de emissies heel gedetailleerd mee meten. Maar dat is dus heel lokaal, dus steeds per vierkante meter. Dus het kan zijn dat er de ene keer net een koeien vla in ligt, en kleine variaties pak je daar niet helemaal in mee. Het tweede niveau doen we met zogenaamde eddy correlatie metingen, die pakken eigenlijk een heel perceel mee. Die hebben een footprint: het gebied wat die meting ziet, van een paar hectare. En het derde niveau is dan de vliegtuigmeting waar we het hele landschap meepakken. Het idee is eigenlijk: van elke stap moet je steeds een soort opschaling maken naar de volgende. Dus van die kamers moet je naar een heel perceel.</p><p>Ronald Hutjes: Wat je dus uiteindelijk gaat doen, is die halve vierkante meter vermenigvuldigen met het areaal van perceel en dan hoop je dat het sommetje klopt. Daar zijn dus die EC metingen op dat kleine torentje voor: dan kunnen we checken of dat klopt. De volgende schaal is dat je al die verschillende percelen, met elk hun eigen veenkarakteristieken, veendiktes, eigen peilbeheer en eigen landbeheer. En die ga je straks ook allemaal optellen om voor het hele veenweidegebied wat te kunnen zeggen. En dan heb je dus het vliegtuig wat kijkt of die sommatie ook weer klopt. Dus dat is één functie van die verschillende schaalniveaus verbinden: dat je steeds een check hebt: doe ik mijn optel, doe ik mijn huiswerk, doe ik dat goed?</p><p>Inge Diepman: En wordt er op elk niveau elk broeikasgas gemeten?</p><p>Ronald Hutjes: Bijna, nog niet helemaal. Eigenlijk kun je zeggen: het wordt moeilijker en duurder en je hebt ingewikkeldere apparatuur als je gaat van CO2 naar methaan en naar lachgas. Lachgas heeft de laagste concentratie in de lucht, en daarom is het het moeilijkst en heb je de duurste spullen nodig. Dus lachgas, methaan en CO2 kunnen we eigenlijk alleen maar goed in die kamers meten, de kleinste schaal. Je ziet daar een aanhangwagen van TNO staan. Sinds kort kan TNO ook lachgas op de perceel schaal meten maar die apparatuur is gewoon absoluut te groot en te veel energie vragend en meer van dat soort dingen, om dat in een vliegtuig te zetten. Lachgas lukt ons nog niet op de schaal van het hele landschap, wel CO2, en met methaan zijn we nu ook bezig.</p><p>Inge Diepman: Hoe belangrijk is het dat we dat lachgas ook goed meepakken? En laten we ondertussen maar even naar de auto van TNO en naar de mast lopen.</p><p>Ronald Hutjes: Lachgas is, zoals je misschien weet, één van de sterkere broeikasgassen. De emissies in kilogram zijn niet supergroot maar het is wel een 300 keer sterker broeikasgas dan CO2. Dus het is wel heel belangrijk om dat mee te nemen, en juist het landgebruik, de weidegang, de mestmanagement en dergelijke, die zijn erg bepalend voor de lachgas uitstoot. Dus het hele NOBV is er eigenlijk op gericht om te zoeken naar maatregelen die de emissie van veengebieden tegengaan, terwijl je ondertussen toch wel een economisch rendabel bedrijfsmodel overhoudt. Dat is eigenlijk waar de maatregelen op gericht zijn. En dan moet je naar alle drie de gassen kijken, want zodra je er één probeert te onderdrukken, komt de ander omhoog, of andersom. Die dingen zijn heel erg met elkaar verweven, die verschillende emissies.</p><p>Inge Diepman: Wij staan nu bijna pal voor die EC mast, die 'eddy covariance' mast.</p><p>Ronald Hutjes: Ja.</p><p>Inge Diepman: Waar komt die naam vandaan?</p><p>Ronald Hutjes: Eddy coverance, daar zitten eigenlijk twee woorden in. Eddy's zijn de wervels in de lucht. We hebben het al eerder gehad over turbulentie, ook in het vliegtuig. We meten dus eigenlijk de turbulentie en dat doe je door heel snel, heel vaak in drie richtingen de windsnelheid te meten, dus de verticale wind is dan veruit het belangrijkst daarvoor. Het idee is dat, als je bijvoorbeeld opgaande bewegingen hebt in de lucht, en die hebben gemiddeld een iets hogere concentratie dan de neergaande beweging, dan voorspel je dat je netto transport hebt omhoog. Dus we hebben daar een zogenaamde sonische windmeter. Je ziet, er zitten geen bewegende delen in, die meet wind met behulp van geluid. Daardoor kan die dat zo supersnel doen.</p><p>Inge Diepman: Hij is een meter of vier hoog?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, een meter of drie, ik denk dat de sensoren zelf bijna vier meter hoog staan.</p><p>Inge Diepman: Wat ie je dan bovenaan op de top?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, het rechter instrument is de sonische windmeter, en het linker instrument hebben we vanochtend ook op het vliegveld gezien. Dat is precies dezelfde 'infrared gas analyser', zoals dat dan heet, het instrument wat de CO2 concentratie heel snel meet. In dit geval zit er een slangetje naast en die gaat naar de trailer, en in de trailer wordt dan onder andere ook lachgas en zelfs ook nog andere dingen gemeten. Omdat op die mast de instrumenten op een meter of vier staan, is het zichtbereik, de footprint, een meter of 3, 400. In dit geval is dat de gehele lengte van dit perceel. Het perceel heeft verschillende manieren van waterbeheer, de grondwater manipulatie, dus die vallen eigenlijk allemaal binnen dat meetbereik van deze meetmast.</p><p>Inge Diepman: Er is hier altijd wel iets te doen op Zegveld, hè? Wat zijn ze hier nu vlakbij die EC mast aan het doen? Dat heeft namelijk niks met die mast te maken.</p><p>Ronald Hutjes: Dit heeft niks met de mast te maken, ik denk dat ze een monster nemen van het veen, maar laten we het maar eens gaan vragen, denk ik?</p><p>Inge Diepman: We lopen er even naartoe, het weiland in, langs de mast. Hi! Er is een groot gat gegraven, er staan wat meters hier op de grond. Hi, wij zijn van de podcast Studio Veenweide, wat zijn jullie hier aan het doen?</p><p>Zegveld #1: Kolommen aan het steken om onderzoek aan te doen op het gebied van krimp van veen onder verschillende vochtomstandigheden en broeikasgasuitstoot.</p><p>Inge Diepman: En dit is wat je eigenlijk net vertelde, hè? Dus zowel op de grond als vanuit de lucht, als vanuit die mast.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, wat we dus met die kamertjes en die mast niet kunnen, of niet eenvoudig kunnen, is echt het scheiden van de emissies van enerzijds wat er uit de bodem komt en anderzijds wat er door de vegetatie wordt opgenomen. En wat je dus wel kan doen op het moment dat je zo'n kolom steekt, dan kun je echt emissies alleen uit dat veen kunnen kwantificeren, en dat is denk ik het doel van wat ze hier aan het doen zijn.</p><p>Inge Diepman: Ja, er staat er één tot zijn middel in het veen, en die kolom is dus een meter diep? 1 meter 20.</p><p>Zegveld #1: 1 meter 20.</p><p>Inge Diepman: Want wat is hij nu aan het doen?</p><p>Zegveld #1: Foto's aan het nemen van het profiel, dus de verschillende bodemlagen die je vindt in dit soort veen, daar kunnen we ook van leren.</p><p>Inge Diepman: Het is wel mooi, hè? Want hoe dieper hij komt, hoe meer je echt in het verse veen komt.</p><p>Zegveld #1: Dat klopt, ja. Vanaf ongeveer 60, 70 centimeter zit je in het veen, dat nog nauwelijks blootgesteld is aan zuurstof uit de lucht. Wij noemen dat ook wel het maagdelijke veen. Dat is nu voor het eerst blootgelegd.</p><p>Inge Diepman: Hij laat jou het werk doen, hé?</p><p>Zegveld #2: Ja precies, hij weet wel--</p><p>Inge Diepman: Succes! Dankjewel!</p><p>Inge Diepman: We lopen weer even die kant op, zodat we hen het werk kunnen laten doen, of we lopen even langs de meetplots.</p><p>Ronald Hutjes: Wat denk ik wel één van de sterke dingen van het NOBV is, is dat we nu op heel veel verschillende locaties in de veenweide gebieden overal echt precies dezelfde opstelling hebben gemaakt. Dus wat je hier ziet, deze lay-out, die wordt herhaald in Rouveen, wat je hier ziet aan lay-out wordt herhaald in alle [onhoorbaar 00:39:27], zodat we zeker weten dat die metingen heel vergelijkbaar zijn gedaan en dat we straks alle verschillen die we zien in emissies van die broeikasgassen echt kunnen toebedelen aan de betreffende perceel en niet aan toevallige verschillen in meetomstandigheden. Dan sluiten we dat er in ieder geval mee uit, en dan weten we zeker dat die verschillen moeten komen, óf van de vegetatie óf van het peilbeheer.</p><p>Inge Diepman: Hoe denk je dat er in de toekomst gemonitord wordt?</p><p>Ronald Hutjes: Naast dit soort hele dure, intensieve metingen zie je steeds meer opkomen dat we ook gebruik gaan maken van simpelere sensoren. Je ziet het zelfs al luchtverontreiniging met je telefoon meten, bij wijze van spreken. We kunnen ook iets vergelijkbaar met broeikasgassen doen. Dus we denken zeker dat er ruimte is voor veel goedkopere instrumenten, maar waar je een heleboel van hebt, en dan kun je met allerlei rekenmethodes toch met een vergelijkbare precisie misschien iets gaan zeggen over die emissies.</p><p>Inge Diepman: Dus elke agrariër.</p><p>Ronald Hutjes: Elke agrariër.</p><p>Inge Diepman: In plaats van dat hij een meetplot heeft.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, er staat één sensortje op het dak van de boerderij bij wijze van spreken, of ergens in het perceel. Dat is wat je tegenwoordig citizen science noemt, de burgerwetenschappen, die betrekken we erbij. Die doen zelf de metingen en als we die maar op één plek verzamelen en een goed datapark daarachter hebben, dan kunnen we daar wat mee.</p><p>Inge Diepman: Dan heb je bottom-up voor elkaar, maar top-down?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, top-down. Als je vanuit het vliegtuig naar een nog een grotere schaal redeneert, dan kom je bij...
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen is monitoren van belang en voor monitoren is het belangrijk om te meten. Hoe doen we dat nu en hoe gaan we dat in de toekomst doen? Onderzoeker Ronald Hutjes ging met presentator Inge Diepman het veld in in Zegveld waar hij uitleg gaf over de metingen door middel van een EC-mast.Ronald Hutjes: Nou, als we kijken naar het kleinste, meest lokale niveau, dat doen we hier met zogenaamde kamermetingen. Daar lopen we zo dadelijk wel eventjes naartoe. Dat zijn eigenlijk transparante bakken van een halve vierkante meter groot die op de bodem staan. En daar kunnen we al de emissies heel gedetailleerd mee meten. Maar dat is dus heel lokaal, dus steeds per vierkante meter. Dus het kan zijn dat er de ene keer net een koeien vla in ligt, en kleine variaties pak je daar niet helemaal in mee. Het tweede niveau doen we met zogenaamde eddy correlatie metingen, die pakken eigenlijk een heel perceel mee. Die hebben een footprint: het gebied wat die meting ziet, van een paar hectare. En het derde niveau is dan de vliegtuigmeting waar we het hele landschap meepakken. Het idee is eigenlijk: van elke stap moet je steeds een soort opschaling maken naar de volgende. Dus van die kamers moet je naar een heel perceel.Ronald Hutjes: Wat je dus uiteindelijk gaat doen, is die halve vierkante meter vermenigvuldigen met het areaal van perceel en dan hoop je dat het sommetje klopt. Daar zijn dus die EC metingen op dat kleine torentje voor: dan kunnen we checken of dat klopt. De volgende schaal is dat je al die verschillende percelen, met elk hun eigen veenkarakteristieken, veendiktes, eigen peilbeheer en eigen landbeheer. En die ga je straks ook allemaal optellen om voor het hele veenweidegebied wat te kunnen zeggen. En dan heb je dus het vliegtuig wat kijkt of die sommatie ook weer klopt. Dus dat is één functie van die verschillende schaalniveaus verbinden: dat je steeds een check hebt: doe ik mijn optel, doe ik mijn huiswerk, doe ik dat goed?Inge Diepman: En wordt er op elk niveau elk broeikasgas gemeten?Ronald Hutjes: Bijna, nog niet helemaal. Eigenlijk kun je zeggen: het wordt moeilijker en duurder en je hebt ingewikkeldere apparatuur als je gaat van CO2 naar methaan en naar lachgas. Lachgas heeft de laagste concentratie in de lucht, en daarom is het het moeilijkst en heb je de duurste spullen nodig. Dus lachgas, methaan en CO2 kunnen we eigenlijk alleen maar goed in die kamers meten, de kleinste schaal. Je ziet daar een aanhangwagen van TNO staan. Sinds kort kan TNO ook lachgas op de perceel schaal meten maar die apparatuur is gewoon absoluut te groot en te veel energie vragend en meer van dat soort dingen, om dat in een vliegtuig te zetten. Lachgas lukt ons nog niet op de schaal van het hele landschap, wel CO2, en met methaan zijn we nu ook bezig.Inge Diepman: Hoe belangrijk is het dat we dat lachgas ook goed meepakken? En laten we ondertussen maar even naar de auto van TNO en naar de mast lopen.Ronald Hutjes: Lachgas is, zoals je misschien weet, één van de sterkere broeikasgassen. De emissies in kilogram zijn niet supergroot maar het is wel een 300 keer sterker broeikasgas dan CO2. Dus het is wel heel belangrijk om dat mee te nemen, en juist het landgebruik, de weidegang, de mestmanagement en dergelijke, die zijn erg bepalend voor de lachgas uitstoot. Dus het hele NOBV is er eigenlijk op gericht om te zoeken naar maatregelen die de emissie van veengebieden tegengaan, terwijl je ondertussen toch wel een economisch rendabel bedrijfsmodel overhoudt. Dat is eigenlijk waar de maatregelen op gericht zijn. En dan moet je naar alle drie de gassen kijken, want zodra je er één probeert te onderdrukken, komt de ander omhoog, of andersom. Die dingen zijn heel erg met elkaar verweven, die verschillende emissies.Inge Diepman: Wij staan nu bijna pal voor die EC mast, die 'eddy covariance' mast.Ronald Hutjes: Ja.Inge Diepman: Waar komt die naam vandaan?Ronald Hutjes: Eddy coverance, daar zitten eigenlijk twee woorden in. Eddy's zijn de wervels in de lucht. We hebben het al eerder gehad over turbulentie, ook in het vliegtuig. We meten dus eigenlijk de turbulentie en dat doe je door heel snel, heel vaak in drie richtingen de windsnelheid te meten, dus de verticale wind is dan veruit het belangrijkst daarvoor. Het idee is dat, als je bijvoorbeeld opgaande bewegingen hebt in de lucht, en die hebben gemiddeld een iets hogere concentratie dan de neergaande beweging, dan voorspel je dat je netto transport hebt omhoog. Dus we hebben daar een zogenaamde sonische windmeter. Je ziet, er zitten geen bewegende delen in, die meet wind met behulp van geluid. Daardoor kan die dat zo supersnel doen.Inge Diepman: Hij is een meter of vier hoog?Ronald Hutjes: Ja, een meter of drie, ik denk dat de sensoren zelf bijna vier meter hoog staan.Inge Diepman: Wat ie je dan bovenaan op de top?Ronald Hutjes: Ja, het rechter instrument is de sonische windmeter, en het linker instrument hebben we vanochtend ook op het vliegveld gezien. Dat is precies dezelfde 'infrared gas analyser', zoals dat dan heet, het instrument wat de CO2 concentratie heel snel meet. In dit geval zit er een slangetje naast en die gaat naar de trailer, en in de trailer wordt dan onder andere ook lachgas en zelfs ook nog andere dingen gemeten. Omdat op die mast de instrumenten op een meter of vier staan, is het zichtbereik, de footprint, een meter of 3, 400. In dit geval is dat de gehele lengte van dit perceel. Het perceel heeft verschillende manieren van waterbeheer, de grondwater manipulatie, dus die vallen eigenlijk allemaal binnen dat meetbereik van deze meetmast.Inge Diepman: Er is hier altijd wel iets te doen op Zegveld, hè? Wat zijn ze hier nu vlakbij die EC mast aan het doen? Dat heeft namelijk niks met die mast te maken.Ronald Hutjes: Dit heeft niks met de mast te maken, ik denk dat ze een monster nemen van het veen, maar laten we het maar eens gaan vragen, denk ik?Inge Diepman: We lopen er even naartoe, het weiland in, langs de mast. Hi! Er is een groot gat gegraven, er staan wat meters hier op de grond. Hi, wij zijn van de podcast Studio Veenweide, wat zijn jullie hier aan het doen?Zegveld #1: Kolommen aan het steken om onderzoek aan te doen op het gebied van krimp van veen onder verschillende vochtomstandigheden en broeikasgasuitstoot.Inge Diepman: En dit is wat je eigenlijk net vertelde, hè? Dus zowel op de grond als vanuit de lucht, als vanuit die mast.Ronald Hutjes: Ja, wat we dus met die kamertjes en die mast niet kunnen, of niet eenvoudig kunnen, is echt het scheiden van de emissies van enerzijds wat er uit de bodem komt en anderzijds wat er door de vegetatie wordt opgenomen. En wat je dus wel kan doen op het moment dat je zo'n kolom steekt, dan kun je echt emissies alleen uit dat veen kunnen kwantificeren, en dat is denk ik het doel van wat ze hier aan het doen zijn.Inge Diepman: Ja, er staat er één tot zijn middel in het veen, en die kolom is dus een meter diep? 1 meter 20.Zegveld #1: 1 meter 20.Inge Diepman: Want wat is hij nu aan het doen?Zegveld #1: Foto's aan het nemen van het profiel, dus de verschillende bodemlagen die je vindt in dit soort veen, daar kunnen we ook van leren.Inge Diepman: Het is wel mooi, hè? Want hoe dieper hij komt, hoe meer je echt in het verse veen komt.Zegveld #1: Dat klopt, ja. Vanaf ongeveer 60, 70 centimeter zit je in het veen, dat nog nauwelijks blootgesteld is aan zuurstof uit de lucht. Wij noemen dat ook wel het maagdelijke veen. Dat is nu voor het eerst blootgelegd.Inge Diepman: Hij laat jou het werk doen, hé?Zegveld #2: Ja precies, hij weet wel--Inge Diepman: Succes! Dankjewel!Inge Diepman: We lopen weer even die kant op, zodat we hen het werk kunnen laten doen, of we lopen even langs de meetplots.Ronald Hutjes: Wat denk ik wel één van de sterke dingen van het NOBV is, is dat we nu op heel veel verschillende locaties in de veenweide gebieden overal echt precies dezelfde opstelling hebben gemaakt. Dus wat je hier ziet, deze lay-out, die wordt herhaald in Rouveen, wat je hier ziet aan lay-out wordt herhaald in alle [onhoorbaar 00:39:27], zodat we zeker weten dat die metingen heel vergelijkbaar zijn gedaan en dat we straks alle verschillen die we zien in emissies van die broeikasgassen echt kunnen toebedelen aan de betreffende perceel en niet aan toevallige verschillen in meetomstandigheden. Dan sluiten we dat er in ieder geval mee uit, en dan weten we zeker dat die verschillen moeten komen, óf van de vegetatie óf van het peilbeheer.Inge Diepman: Hoe denk je dat er in de toekomst gemonitord wordt?Ronald Hutjes: Naast dit soort hele dure, intensieve metingen zie je steeds meer opkomen dat we ook gebruik gaan maken van simpelere sensoren. Je ziet het zelfs al luchtverontreiniging met je telefoon meten, bij wijze van spreken. We kunnen ook iets vergelijkbaar met broeikasgassen doen. Dus we denken zeker dat er ruimte is voor veel goedkopere instrumenten, maar waar je een heleboel van hebt, en dan kun je met allerlei rekenmethodes toch met een vergelijkbare precisie misschien iets gaan zeggen over die emissies.Inge Diepman: Dus elke agrariër.Ronald Hutjes: Elke agrariër.Inge Diepman: In plaats van dat hij een meetplot heeft.Ronald Hutjes: Ja, er staat één sensortje op het dak van de boerderij bij wijze van spreken, of ergens in het perceel. Dat is wat je tegenwoordig citizen science noemt, de burgerwetenschappen, die betrekken we erbij. Die doen zelf de metingen en als we die maar op één plek verzamelen en een goed datapark daarachter hebben, dan kunnen we daar wat mee.Inge Diepman: Dan heb je bottom-up voor elkaar, maar top-down?Ronald Hutjes: Ja, top-down. Als je vanuit het vliegtuig naar een nog een grotere schaal redeneert, dan kom je bij satellieten uit, vanuit de ruimte kijken naar broeikasgassen. Dat doen we ook steeds beter. Sinds een paar jaar is er een satelliet die CO2 goed kan meten. Methaan en lachgas staan er ongetwijfeld ook aan te komen, op kortere of op langere termijn. Dus ik denk op termijn van...
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen is monitoren van belang en voor monitoren is het belangrijk om te meten. Hoe doen we dat nu en hoe gaan we dat in de toekomst doen? Onderzoeker Ronald Hutjes ging met presentator Inge Diepman het veld in in Zegveld waar hij uitleg gaf over de metingen door middel van een EC-mast.</p><p>Ronald Hutjes: Nou, als we kijken naar het kleinste, meest lokale niveau, dat doen we hier met zogenaamde kamermetingen. Daar lopen we zo dadelijk wel eventjes naartoe. Dat zijn eigenlijk transparante bakken van een halve vierkante meter groot die op de bodem staan. En daar kunnen we al de emissies heel gedetailleerd mee meten. Maar dat is dus heel lokaal, dus steeds per vierkante meter. Dus het kan zijn dat er de ene keer net een koeien vla in ligt, en kleine variaties pak je daar niet helemaal in mee. Het tweede niveau doen we met zogenaamde eddy correlatie metingen, die pakken eigenlijk een heel perceel mee. Die hebben een footprint: het gebied wat die meting ziet, van een paar hectare. En het derde niveau is dan de vliegtuigmeting waar we het hele landschap meepakken. Het idee is eigenlijk: van elke stap moet je steeds een soort opschaling maken naar de volgende. Dus van die kamers moet je naar een heel perceel.</p><p>Ronald Hutjes: Wat je dus uiteindelijk gaat doen, is die halve vierkante meter vermenigvuldigen met het areaal van perceel en dan hoop je dat het sommetje klopt. Daar zijn dus die EC metingen op dat kleine torentje voor: dan kunnen we checken of dat klopt. De volgende schaal is dat je al die verschillende percelen, met elk hun eigen veenkarakteristieken, veendiktes, eigen peilbeheer en eigen landbeheer. En die ga je straks ook allemaal optellen om voor het hele veenweidegebied wat te kunnen zeggen. En dan heb je dus het vliegtuig wat kijkt of die sommatie ook weer klopt. Dus dat is één functie van die verschillende schaalniveaus verbinden: dat je steeds een check hebt: doe ik mijn optel, doe ik mijn huiswerk, doe ik dat goed?</p><p>Inge Diepman: En wordt er op elk niveau elk broeikasgas gemeten?</p><p>Ronald Hutjes: Bijna, nog niet helemaal. Eigenlijk kun je zeggen: het wordt moeilijker en duurder en je hebt ingewikkeldere apparatuur als je gaat van CO2 naar methaan en naar lachgas. Lachgas heeft de laagste concentratie in de lucht, en daarom is het het moeilijkst en heb je de duurste spullen nodig. Dus lachgas, methaan en CO2 kunnen we eigenlijk alleen maar goed in die kamers meten, de kleinste schaal. Je ziet daar een aanhangwagen van TNO staan. Sinds kort kan TNO ook lachgas op de perceel schaal meten maar die apparatuur is gewoon absoluut te groot en te veel energie vragend en meer van dat soort dingen, om dat in een vliegtuig te zetten. Lachgas lukt ons nog niet op de schaal van het hele landschap, wel CO2, en met methaan zijn we nu ook bezig.</p><p>Inge Diepman: Hoe belangrijk is het dat we dat lachgas ook goed meepakken? En laten we ondertussen maar even naar de auto van TNO en naar de mast lopen.</p><p>Ronald Hutjes: Lachgas is, zoals je misschien weet, één van de sterkere broeikasgassen. De emissies in kilogram zijn niet supergroot maar het is wel een 300 keer sterker broeikasgas dan CO2. Dus het is wel heel belangrijk om dat mee te nemen, en juist het landgebruik, de weidegang, de mestmanagement en dergelijke, die zijn erg bepalend voor de lachgas uitstoot. Dus het hele NOBV is er eigenlijk op gericht om te zoeken naar maatregelen die de emissie van veengebieden tegengaan, terwijl je ondertussen toch wel een economisch rendabel bedrijfsmodel overhoudt. Dat is eigenlijk waar de maatregelen op gericht zijn. En dan moet je naar alle drie de gassen kijken, want zodra je er één probeert te onderdrukken, komt de ander omhoog, of andersom. Die dingen zijn heel erg met elkaar verweven, die verschillende emissies.</p><p>Inge Diepman: Wij staan nu bijna pal voor die EC mast, die 'eddy covariance' mast.</p><p>Ronald Hutjes: Ja.</p><p>Inge Diepman: Waar komt die naam vandaan?</p><p>Ronald Hutjes: Eddy coverance, daar zitten eigenlijk twee woorden in. Eddy's zijn de wervels in de lucht. We hebben het al eerder gehad over turbulentie, ook in het vliegtuig. We meten dus eigenlijk de turbulentie en dat doe je door heel snel, heel vaak in drie richtingen de windsnelheid te meten, dus de verticale wind is dan veruit het belangrijkst daarvoor. Het idee is dat, als je bijvoorbeeld opgaande bewegingen hebt in de lucht, en die hebben gemiddeld een iets hogere concentratie dan de neergaande beweging, dan voorspel je dat je netto transport hebt omhoog. Dus we hebben daar een zogenaamde sonische windmeter. Je ziet, er zitten geen bewegende delen in, die meet wind met behulp van geluid. Daardoor kan die dat zo supersnel doen.</p><p>Inge Diepman: Hij is een meter of vier hoog?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, een meter of drie, ik denk dat de sensoren zelf bijna vier meter hoog staan.</p><p>Inge Diepman: Wat ie je dan bovenaan op de top?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, het rechter instrument is de sonische windmeter, en het linker instrument hebben we vanochtend ook op het vliegveld gezien. Dat is precies dezelfde 'infrared gas analyser', zoals dat dan heet, het instrument wat de CO2 concentratie heel snel meet. In dit geval zit er een slangetje naast en die gaat naar de trailer, en in de trailer wordt dan onder andere ook lachgas en zelfs ook nog andere dingen gemeten. Omdat op die mast de instrumenten op een meter of vier staan, is het zichtbereik, de footprint, een meter of 3, 400. In dit geval is dat de gehele lengte van dit perceel. Het perceel heeft verschillende manieren van waterbeheer, de grondwater manipulatie, dus die vallen eigenlijk allemaal binnen dat meetbereik van deze meetmast.</p><p>Inge Diepman: Er is hier altijd wel iets te doen op Zegveld, hè? Wat zijn ze hier nu vlakbij die EC mast aan het doen? Dat heeft namelijk niks met die mast te maken.</p><p>Ronald Hutjes: Dit heeft niks met de mast te maken, ik denk dat ze een monster nemen van het veen, maar laten we het maar eens gaan vragen, denk ik?</p><p>Inge Diepman: We lopen er even naartoe, het weiland in, langs de mast. Hi! Er is een groot gat gegraven, er staan wat meters hier op de grond. Hi, wij zijn van de podcast Studio Veenweide, wat zijn jullie hier aan het doen?</p><p>Zegveld #1: Kolommen aan het steken om onderzoek aan te doen op het gebied van krimp van veen onder verschillende vochtomstandigheden en broeikasgasuitstoot.</p><p>Inge Diepman: En dit is wat je eigenlijk net vertelde, hè? Dus zowel op de grond als vanuit de lucht, als vanuit die mast.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, wat we dus met die kamertjes en die mast niet kunnen, of niet eenvoudig kunnen, is echt het scheiden van de emissies van enerzijds wat er uit de bodem komt en anderzijds wat er door de vegetatie wordt opgenomen. En wat je dus wel kan doen op het moment dat je zo'n kolom steekt, dan kun je echt emissies alleen uit dat veen kunnen kwantificeren, en dat is denk ik het doel van wat ze hier aan het doen zijn.</p><p>Inge Diepman: Ja, er staat er één tot zijn middel in het veen, en die kolom is dus een meter diep? 1 meter 20.</p><p>Zegveld #1: 1 meter 20.</p><p>Inge Diepman: Want wat is hij nu aan het doen?</p><p>Zegveld #1: Foto's aan het nemen van het profiel, dus de verschillende bodemlagen die je vindt in dit soort veen, daar kunnen we ook van leren.</p><p>Inge Diepman: Het is wel mooi, hè? Want hoe dieper hij komt, hoe meer je echt in het verse veen komt.</p><p>Zegveld #1: Dat klopt, ja. Vanaf ongeveer 60, 70 centimeter zit je in het veen, dat nog nauwelijks blootgesteld is aan zuurstof uit de lucht. Wij noemen dat ook wel het maagdelijke veen. Dat is nu voor het eerst blootgelegd.</p><p>Inge Diepman: Hij laat jou het werk doen, hé?</p><p>Zegveld #2: Ja precies, hij weet wel--</p><p>Inge Diepman: Succes! Dankjewel!</p><p>Inge Diepman: We lopen weer even die kant op, zodat we hen het werk kunnen laten doen, of we lopen even langs de meetplots.</p><p>Ronald Hutjes: Wat denk ik wel één van de sterke dingen van het NOBV is, is dat we nu op heel veel verschillende locaties in de veenweide gebieden overal echt precies dezelfde opstelling hebben gemaakt. Dus wat je hier ziet, deze lay-out, die wordt herhaald in Rouveen, wat je hier ziet aan lay-out wordt herhaald in alle [onhoorbaar 00:39:27], zodat we zeker weten dat die metingen heel vergelijkbaar zijn gedaan en dat we straks alle verschillen die we zien in emissies van die broeikasgassen echt kunnen toebedelen aan de betreffende perceel en niet aan toevallige verschillen in meetomstandigheden. Dan sluiten we dat er in ieder geval mee uit, en dan weten we zeker dat die verschillen moeten komen, óf van de vegetatie óf van het peilbeheer.</p><p>Inge Diepman: Hoe denk je dat er in de toekomst gemonitord wordt?</p><p>Ronald Hutjes: Naast dit soort hele dure, intensieve metingen zie je steeds meer opkomen dat we ook gebruik gaan maken van simpelere sensoren. Je ziet het zelfs al luchtverontreiniging met je telefoon meten, bij wijze van spreken. We kunnen ook iets vergelijkbaar met broeikasgassen doen. Dus we denken zeker dat er ruimte is voor veel goedkopere instrumenten, maar waar je een heleboel van hebt, en dan kun je met allerlei rekenmethodes toch met een vergelijkbare precisie misschien iets gaan zeggen over die emissies.</p><p>Inge Diepman: Dus elke agrariër.</p><p>Ronald Hutjes: Elke agrariër.</p><p>Inge Diepman: In plaats van dat hij een meetplot heeft.</p><p>Ronald Hutjes: Ja, er staat één sensortje op het dak van de boerderij bij wijze van spreken, of ergens in het perceel. Dat is wat je tegenwoordig citizen science noemt, de burgerwetenschappen, die betrekken we erbij. Die doen zelf de metingen en als we die maar op één plek verzamelen en een goed datapark daarachter hebben, dan kunnen we daar wat mee.</p><p>Inge Diepman: Dan heb je bottom-up voor elkaar, maar top-down?</p><p>Ronald Hutjes: Ja, top-down. Als je vanuit het vliegtuig naar een nog een grotere schaal redeneert, dan kom je bij...
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[Om de effectiviteit van maatregelen vast te stellen is monitoren van belang en voor monitoren is het belangrijk om te meten. Hoe doen we dat nu en hoe gaan we dat in de toekomst doen? Onderzoeker Ronald Hutjes ging met presentator Inge Diepman het veld in]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/dZKig9Sm825WGqLJjke0LopUF2usd2wS8RRDnrDG.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42316/WkvsMyF3inlq4MvvKh7UZ3W5hKj2uPWu.mp3"
                        length="17351193"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/meten-met-een-eddy-covariance-mast-in-zegveld</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>13</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:12:01</itunes:duration>
                </item>
                                                <item>
                    <episode_id>42317</episode_id>
                    <title>De uitstoot van broeikasgassen bij lisdodde in KTC Zegveld</title>
                    <itunes:title>De uitstoot van broeikasgassen bij lisdodde in KTC Zegveld
                    </itunes:title>
                    <link>https://app.springcast.fm/17077/de-uitstoot-van-broeikasgassen-bij-lisdodde-in-ktc-zegveld</link>
                    <description>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: Dat is hem, hè?</p><p>Youri Egas: Ja, dit is de mast waar het NOBV de broeikasgasuitstoot van dit lisdoddeveld meet.</p><p>Inge Diepman: Het staat midden in een lisdoddeveld. Hoe groot is het ongeveer?</p><p>Youri Egas: Dit lisdoddeveld is zo'n halve hectare, en die mast staat op deze plek, juist omdat we over het algemeen zuidwestenwind hebben hier, dus dan komt de wind daar vandaan. Eigenlijk al die uitstoot uit dit veld komt zo richting die mast. En die mast weet precies wat er in die lucht zit hier.</p><p>Inge Diepman: Het zijn buizen en witte kastjes.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt, dat is een stellage met allemaal sensoren eraan. Je ziet de witte kastjes daar zitten.</p><p>Inge Diepman: Met die ribbels?</p><p>Youri Egas: Ja, met die ribbels. Eentje meet bijvoorbeeld de methaanuitstoot van dit veld, er is er ook één die de CO2-uitstoot meet en de verdamping dus de hoeveelheid vocht. Onderin zie ook allemaal nog kabels lopen, daar meten ze weer de grondwaterstand, dus wat is het waterniveau eigenlijk in dit lisdoddeveld? Bovenop wordt gemeten waar de wind vandaan komt: windrichting, windsnelheid om allemaal weer te kunnen kijken naar: wat is die uitstoot geweest in dit lisdoddeveld?</p><p>Inge Diepman: Hij is wel wat hoger dan de grote lisdodde als die tot bloei komt en die mooie sigaar laat zien. Hij is denk ik een meter of drie hoog?</p><p>Youri Egas: Hoe de mast zo is ingericht, is dat de sensoren met de plant mee omhoog gezet worden. Straks gaat die plant gaat groeien. Die lisdodde wordt wel twee meter hoog. Dan kan je je voorstellen als die sensor op een halve meter boven de grond blijft, net als die onderste die je daar ziet en er staat lisdodde omheen van twee meter, dan pakt die waarschijnlijk dat stukje lucht heel dicht om die sensor heen. Niet zozeer wat die wind meeneemt over dat veld heen. Dus daarom is die mast zo ingericht dat die mee omhoog kan groeien.</p><p>Inge Diepman: Dit is wel het meten van de meest extreme maatregelen.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt. Als je kijkt naar het veenweidegebied dan kunnen we ervan uitgaan dat we gaan vernatten, alleen het is natuurlijk de vraag wanneer, hoe en in welke mate. En dan inderdaad, het veld wat je hier ziet is wel de extreme mate. We zetten gewoon water op maaiveld dus we zetten het gewoon onder water. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat kan je er nog mee?</p><p>Inge Diepman: Kunnen we er doorheen lopen, of doen we het dan kwaad?</p><p>Youri Egas: Nou, ik zal mijn lange laarzen even aantrekken, dan zal ik er doorheen lopen, want het kan zomaar zijn dat je natte voeten haalt.</p><p>Inge Diepman: Nou, deze kun je met recht de lieslaarzen noemen.</p><p>Youri Egas: Ja, die doe ik ook niet voor niets aan, want het kan zomaar zijn in dit veld dat je voorbij je knieën erin zakt en dan kom je met kaplaarzen niet ver genoeg. Zie je dat goed als ik erdoorheen loop?</p><p>Inge Diepman: Je zakt weg.</p><p>Youri Egas: Dat is één en wat zie je nog meer gebeuren?</p><p>Inge Diepman: Je ziet belletjes.</p><p>Youri Egas: Ja, je ziet heel veel belletjes. Dat zijn eigenlijk allemaal gassen die uit die natte veenbodem komen. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat zit er in die belletjes? Zit daar methaan bij of zit daar geen methaan bij? Dat wordt allemaal door die mast die hiernaast staat, door die toren, gemeten. Dus die zal inderdaad, als wij het hele veld hier doorlopen, of we hebben activiteiten in dat veld, andere dingen meten dan als we bijvoorbeeld niet door dat veld lopen.</p><p>Youri Egas: Die kaplaarzen, daar red je het niet mee, en je weet niet waar je wegzakt.</p><p>Inge Diepman: Youri, kom terug! Je zakt echt helemaal weg. Je hebt ook geen wortelmat natuurlijk waar je op kan steunen.</p><p>Youri Egas: Die lisdodde, als je goed naar die plant zelf kijkt, is het geen plant die een dichte wortelmat vormt. Een rietland bijvoorbeeld drijft ook, maar daar kan je altijd nog overheen lopen vanwege die wortelmat, en lisdodde heeft eigenlijk niet die wortelmat die het sterk maakt dat je eroverheen kan, want als ik hier doorheen loop, voel ik ook dat ik gewoon door de wortels heen zak.</p><p>Inge Diepman: Kun je zo'n wortelstok laten zien?</p><p>Youri Egas: Ja, ik zal er één uittrekken. Je ziet hier, dit is een wortel van de lisdodde, dus hier maakt die uitlopers mee, en hier komt weer een nieuwe plant en die komt weer omhoog. Maar je kan je voorstellen, deze wortel drijft dus eigenlijk in de bagger. Dus als ik hierop sta, je ziet het zelf hoe breekbaar, hoe kwetsbaar die is. Als ik hier doorheen zak dan gaat die wortel ook weer rotten, hij kan daar ook niet tegen.</p><p>Gilles Erkens: Met welk gevolg?</p><p>Youri Egas: Dat dit stukje doodgaat, dus deze plant gaat dood en je krijgt open plekken in je veld. Je kan ook heel goed zien met oogsten waar de oogstmachine heeft gereden. Precies op die plekken komt die gewoon niet gelijk weer terug, dus dan moet het weer helemaal opnieuw gaan groeien.</p><p>Inge Diepman: Zo'n natte teelt is een oplossing. Of, het wordt onderzocht of een natte teelt een oplossing is, maar dan kom je gaandeweg allerlei problemen tegen.</p><p>Youri Egas: Het interessante van dit veld is dat, doordat we het onder water zetten, je meerdere dingen ziet gebeuren. De ene is dat de bodem verweekt, dus je zakt er in één keer doorheen, je hebt geen draagkracht meer. Maar aan de andere kant zie je ook dat die bodem bijna gaat drijven, zelfs, doordat die als het ware helemaal opzwelt door het water, omdat die altijd onder water staat. En als je het over bodemdaling hebt, dan is de grote vraag voor mij in ieder geval in dit veld: hoe moet ik die meten? Omdat, je ziet het als ik hier ga staan, dan zak ik weg, waar is de bodem? En hoe moet ik dan bodemdaling meten, zeker langjarig? Dus het antwoord wat het bijdraagt aan de bodemdaling, dat kunnen we absoluut nog niet zeggen, omdat we het eigenlijk nog niet eens kunnen meten.</p><p>Inge Diepman: Ja, met andere woorden, we staan in één groot proefveld. Waarin proeven ook voortdurend worden aangepast.</p><p>Youri Egas: Precies, wat we in dit veld doen, is dus echt de lisdoddeteelt ontwikkelen. Dus wat is er nodig om die lisdoddeplant te houden? Wat is er nodig om hem langjarig te houden? Wat is het effect van waterstand bijvoorbeeld op die teelt? Dus heeft die lisdodde een hogere waterstand of lagere waterstand nodig? En wat je dan ziet is, al die stapjes die we in die teeltontwikkeling maken hebben ook weer effect op die broeikasgasmeting of de broeikasgassen die uit dat veld komen. Als ik bijvoorbeeld hier het water aflaat om bijvoorbeeld de oogsten zien we dat dat effect heeft op die broeikasgassen: dat die veranderen. Dus dat is eigenlijk een wisselwerking, enerzijds wil je de teelt optimaal ontwikkelen, maar anderzijds wil je ook teelt hebben, die de broeikasgasuitstoot maximaal reduceert.</p>
                        ]]>
                    </description>
                    <description_item_stripped>
                        <![CDATA[Inge Diepman: Dat is hem, hè?Youri Egas: Ja, dit is de mast waar het NOBV de broeikasgasuitstoot van dit lisdoddeveld meet.Inge Diepman: Het staat midden in een lisdoddeveld. Hoe groot is het ongeveer?Youri Egas: Dit lisdoddeveld is zo'n halve hectare, en die mast staat op deze plek, juist omdat we over het algemeen zuidwestenwind hebben hier, dus dan komt de wind daar vandaan. Eigenlijk al die uitstoot uit dit veld komt zo richting die mast. En die mast weet precies wat er in die lucht zit hier.Inge Diepman: Het zijn buizen en witte kastjes.Youri Egas: Ja, dat klopt, dat is een stellage met allemaal sensoren eraan. Je ziet de witte kastjes daar zitten.Inge Diepman: Met die ribbels?Youri Egas: Ja, met die ribbels. Eentje meet bijvoorbeeld de methaanuitstoot van dit veld, er is er ook één die de CO2-uitstoot meet en de verdamping dus de hoeveelheid vocht. Onderin zie ook allemaal nog kabels lopen, daar meten ze weer de grondwaterstand, dus wat is het waterniveau eigenlijk in dit lisdoddeveld? Bovenop wordt gemeten waar de wind vandaan komt: windrichting, windsnelheid om allemaal weer te kunnen kijken naar: wat is die uitstoot geweest in dit lisdoddeveld?Inge Diepman: Hij is wel wat hoger dan de grote lisdodde als die tot bloei komt en die mooie sigaar laat zien. Hij is denk ik een meter of drie hoog?Youri Egas: Hoe de mast zo is ingericht, is dat de sensoren met de plant mee omhoog gezet worden. Straks gaat die plant gaat groeien. Die lisdodde wordt wel twee meter hoog. Dan kan je je voorstellen als die sensor op een halve meter boven de grond blijft, net als die onderste die je daar ziet en er staat lisdodde omheen van twee meter, dan pakt die waarschijnlijk dat stukje lucht heel dicht om die sensor heen. Niet zozeer wat die wind meeneemt over dat veld heen. Dus daarom is die mast zo ingericht dat die mee omhoog kan groeien.Inge Diepman: Dit is wel het meten van de meest extreme maatregelen.Youri Egas: Ja, dat klopt. Als je kijkt naar het veenweidegebied dan kunnen we ervan uitgaan dat we gaan vernatten, alleen het is natuurlijk de vraag wanneer, hoe en in welke mate. En dan inderdaad, het veld wat je hier ziet is wel de extreme mate. We zetten gewoon water op maaiveld dus we zetten het gewoon onder water. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat kan je er nog mee?Inge Diepman: Kunnen we er doorheen lopen, of doen we het dan kwaad?Youri Egas: Nou, ik zal mijn lange laarzen even aantrekken, dan zal ik er doorheen lopen, want het kan zomaar zijn dat je natte voeten haalt.Inge Diepman: Nou, deze kun je met recht de lieslaarzen noemen.Youri Egas: Ja, die doe ik ook niet voor niets aan, want het kan zomaar zijn in dit veld dat je voorbij je knieën erin zakt en dan kom je met kaplaarzen niet ver genoeg. Zie je dat goed als ik erdoorheen loop?Inge Diepman: Je zakt weg.Youri Egas: Dat is één en wat zie je nog meer gebeuren?Inge Diepman: Je ziet belletjes.Youri Egas: Ja, je ziet heel veel belletjes. Dat zijn eigenlijk allemaal gassen die uit die natte veenbodem komen. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat zit er in die belletjes? Zit daar methaan bij of zit daar geen methaan bij? Dat wordt allemaal door die mast die hiernaast staat, door die toren, gemeten. Dus die zal inderdaad, als wij het hele veld hier doorlopen, of we hebben activiteiten in dat veld, andere dingen meten dan als we bijvoorbeeld niet door dat veld lopen.Youri Egas: Die kaplaarzen, daar red je het niet mee, en je weet niet waar je wegzakt.Inge Diepman: Youri, kom terug! Je zakt echt helemaal weg. Je hebt ook geen wortelmat natuurlijk waar je op kan steunen.Youri Egas: Die lisdodde, als je goed naar die plant zelf kijkt, is het geen plant die een dichte wortelmat vormt. Een rietland bijvoorbeeld drijft ook, maar daar kan je altijd nog overheen lopen vanwege die wortelmat, en lisdodde heeft eigenlijk niet die wortelmat die het sterk maakt dat je eroverheen kan, want als ik hier doorheen loop, voel ik ook dat ik gewoon door de wortels heen zak.Inge Diepman: Kun je zo'n wortelstok laten zien?Youri Egas: Ja, ik zal er één uittrekken. Je ziet hier, dit is een wortel van de lisdodde, dus hier maakt die uitlopers mee, en hier komt weer een nieuwe plant en die komt weer omhoog. Maar je kan je voorstellen, deze wortel drijft dus eigenlijk in de bagger. Dus als ik hierop sta, je ziet het zelf hoe breekbaar, hoe kwetsbaar die is. Als ik hier doorheen zak dan gaat die wortel ook weer rotten, hij kan daar ook niet tegen.Gilles Erkens: Met welk gevolg?Youri Egas: Dat dit stukje doodgaat, dus deze plant gaat dood en je krijgt open plekken in je veld. Je kan ook heel goed zien met oogsten waar de oogstmachine heeft gereden. Precies op die plekken komt die gewoon niet gelijk weer terug, dus dan moet het weer helemaal opnieuw gaan groeien.Inge Diepman: Zo'n natte teelt is een oplossing. Of, het wordt onderzocht of een natte teelt een oplossing is, maar dan kom je gaandeweg allerlei problemen tegen.Youri Egas: Het interessante van dit veld is dat, doordat we het onder water zetten, je meerdere dingen ziet gebeuren. De ene is dat de bodem verweekt, dus je zakt er in één keer doorheen, je hebt geen draagkracht meer. Maar aan de andere kant zie je ook dat die bodem bijna gaat drijven, zelfs, doordat die als het ware helemaal opzwelt door het water, omdat die altijd onder water staat. En als je het over bodemdaling hebt, dan is de grote vraag voor mij in ieder geval in dit veld: hoe moet ik die meten? Omdat, je ziet het als ik hier ga staan, dan zak ik weg, waar is de bodem? En hoe moet ik dan bodemdaling meten, zeker langjarig? Dus het antwoord wat het bijdraagt aan de bodemdaling, dat kunnen we absoluut nog niet zeggen, omdat we het eigenlijk nog niet eens kunnen meten.Inge Diepman: Ja, met andere woorden, we staan in één groot proefveld. Waarin proeven ook voortdurend worden aangepast.Youri Egas: Precies, wat we in dit veld doen, is dus echt de lisdoddeteelt ontwikkelen. Dus wat is er nodig om die lisdoddeplant te houden? Wat is er nodig om hem langjarig te houden? Wat is het effect van waterstand bijvoorbeeld op die teelt? Dus heeft die lisdodde een hogere waterstand of lagere waterstand nodig? En wat je dan ziet is, al die stapjes die we in die teeltontwikkeling maken hebben ook weer effect op die broeikasgasmeting of de broeikasgassen die uit dat veld komen. Als ik bijvoorbeeld hier het water aflaat om bijvoorbeeld de oogsten zien we dat dat effect heeft op die broeikasgassen: dat die veranderen. Dus dat is eigenlijk een wisselwerking, enerzijds wil je de teelt optimaal ontwikkelen, maar anderzijds wil je ook teelt hebben, die de broeikasgasuitstoot maximaal reduceert.
                        ]]>
                    </description_item_stripped>
                    <itunes:summary>
                        <![CDATA[<p>Inge Diepman: Dat is hem, hè?</p><p>Youri Egas: Ja, dit is de mast waar het NOBV de broeikasgasuitstoot van dit lisdoddeveld meet.</p><p>Inge Diepman: Het staat midden in een lisdoddeveld. Hoe groot is het ongeveer?</p><p>Youri Egas: Dit lisdoddeveld is zo'n halve hectare, en die mast staat op deze plek, juist omdat we over het algemeen zuidwestenwind hebben hier, dus dan komt de wind daar vandaan. Eigenlijk al die uitstoot uit dit veld komt zo richting die mast. En die mast weet precies wat er in die lucht zit hier.</p><p>Inge Diepman: Het zijn buizen en witte kastjes.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt, dat is een stellage met allemaal sensoren eraan. Je ziet de witte kastjes daar zitten.</p><p>Inge Diepman: Met die ribbels?</p><p>Youri Egas: Ja, met die ribbels. Eentje meet bijvoorbeeld de methaanuitstoot van dit veld, er is er ook één die de CO2-uitstoot meet en de verdamping dus de hoeveelheid vocht. Onderin zie ook allemaal nog kabels lopen, daar meten ze weer de grondwaterstand, dus wat is het waterniveau eigenlijk in dit lisdoddeveld? Bovenop wordt gemeten waar de wind vandaan komt: windrichting, windsnelheid om allemaal weer te kunnen kijken naar: wat is die uitstoot geweest in dit lisdoddeveld?</p><p>Inge Diepman: Hij is wel wat hoger dan de grote lisdodde als die tot bloei komt en die mooie sigaar laat zien. Hij is denk ik een meter of drie hoog?</p><p>Youri Egas: Hoe de mast zo is ingericht, is dat de sensoren met de plant mee omhoog gezet worden. Straks gaat die plant gaat groeien. Die lisdodde wordt wel twee meter hoog. Dan kan je je voorstellen als die sensor op een halve meter boven de grond blijft, net als die onderste die je daar ziet en er staat lisdodde omheen van twee meter, dan pakt die waarschijnlijk dat stukje lucht heel dicht om die sensor heen. Niet zozeer wat die wind meeneemt over dat veld heen. Dus daarom is die mast zo ingericht dat die mee omhoog kan groeien.</p><p>Inge Diepman: Dit is wel het meten van de meest extreme maatregelen.</p><p>Youri Egas: Ja, dat klopt. Als je kijkt naar het veenweidegebied dan kunnen we ervan uitgaan dat we gaan vernatten, alleen het is natuurlijk de vraag wanneer, hoe en in welke mate. En dan inderdaad, het veld wat je hier ziet is wel de extreme mate. We zetten gewoon water op maaiveld dus we zetten het gewoon onder water. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat kan je er nog mee?</p><p>Inge Diepman: Kunnen we er doorheen lopen, of doen we het dan kwaad?</p><p>Youri Egas: Nou, ik zal mijn lange laarzen even aantrekken, dan zal ik er doorheen lopen, want het kan zomaar zijn dat je natte voeten haalt.</p><p>Inge Diepman: Nou, deze kun je met recht de lieslaarzen noemen.</p><p>Youri Egas: Ja, die doe ik ook niet voor niets aan, want het kan zomaar zijn in dit veld dat je voorbij je knieën erin zakt en dan kom je met kaplaarzen niet ver genoeg. Zie je dat goed als ik erdoorheen loop?</p><p>Inge Diepman: Je zakt weg.</p><p>Youri Egas: Dat is één en wat zie je nog meer gebeuren?</p><p>Inge Diepman: Je ziet belletjes.</p><p>Youri Egas: Ja, je ziet heel veel belletjes. Dat zijn eigenlijk allemaal gassen die uit die natte veenbodem komen. En dan is natuurlijk de grote vraag: wat zit er in die belletjes? Zit daar methaan bij of zit daar geen methaan bij? Dat wordt allemaal door die mast die hiernaast staat, door die toren, gemeten. Dus die zal inderdaad, als wij het hele veld hier doorlopen, of we hebben activiteiten in dat veld, andere dingen meten dan als we bijvoorbeeld niet door dat veld lopen.</p><p>Youri Egas: Die kaplaarzen, daar red je het niet mee, en je weet niet waar je wegzakt.</p><p>Inge Diepman: Youri, kom terug! Je zakt echt helemaal weg. Je hebt ook geen wortelmat natuurlijk waar je op kan steunen.</p><p>Youri Egas: Die lisdodde, als je goed naar die plant zelf kijkt, is het geen plant die een dichte wortelmat vormt. Een rietland bijvoorbeeld drijft ook, maar daar kan je altijd nog overheen lopen vanwege die wortelmat, en lisdodde heeft eigenlijk niet die wortelmat die het sterk maakt dat je eroverheen kan, want als ik hier doorheen loop, voel ik ook dat ik gewoon door de wortels heen zak.</p><p>Inge Diepman: Kun je zo'n wortelstok laten zien?</p><p>Youri Egas: Ja, ik zal er één uittrekken. Je ziet hier, dit is een wortel van de lisdodde, dus hier maakt die uitlopers mee, en hier komt weer een nieuwe plant en die komt weer omhoog. Maar je kan je voorstellen, deze wortel drijft dus eigenlijk in de bagger. Dus als ik hierop sta, je ziet het zelf hoe breekbaar, hoe kwetsbaar die is. Als ik hier doorheen zak dan gaat die wortel ook weer rotten, hij kan daar ook niet tegen.</p><p>Gilles Erkens: Met welk gevolg?</p><p>Youri Egas: Dat dit stukje doodgaat, dus deze plant gaat dood en je krijgt open plekken in je veld. Je kan ook heel goed zien met oogsten waar de oogstmachine heeft gereden. Precies op die plekken komt die gewoon niet gelijk weer terug, dus dan moet het weer helemaal opnieuw gaan groeien.</p><p>Inge Diepman: Zo'n natte teelt is een oplossing. Of, het wordt onderzocht of een natte teelt een oplossing is, maar dan kom je gaandeweg allerlei problemen tegen.</p><p>Youri Egas: Het interessante van dit veld is dat, doordat we het onder water zetten, je meerdere dingen ziet gebeuren. De ene is dat de bodem verweekt, dus je zakt er in één keer doorheen, je hebt geen draagkracht meer. Maar aan de andere kant zie je ook dat die bodem bijna gaat drijven, zelfs, doordat die als het ware helemaal opzwelt door het water, omdat die altijd onder water staat. En als je het over bodemdaling hebt, dan is de grote vraag voor mij in ieder geval in dit veld: hoe moet ik die meten? Omdat, je ziet het als ik hier ga staan, dan zak ik weg, waar is de bodem? En hoe moet ik dan bodemdaling meten, zeker langjarig? Dus het antwoord wat het bijdraagt aan de bodemdaling, dat kunnen we absoluut nog niet zeggen, omdat we het eigenlijk nog niet eens kunnen meten.</p><p>Inge Diepman: Ja, met andere woorden, we staan in één groot proefveld. Waarin proeven ook voortdurend worden aangepast.</p><p>Youri Egas: Precies, wat we in dit veld doen, is dus echt de lisdoddeteelt ontwikkelen. Dus wat is er nodig om die lisdoddeplant te houden? Wat is er nodig om hem langjarig te houden? Wat is het effect van waterstand bijvoorbeeld op die teelt? Dus heeft die lisdodde een hogere waterstand of lagere waterstand nodig? En wat je dan ziet is, al die stapjes die we in die teeltontwikkeling maken hebben ook weer effect op die broeikasgasmeting of de broeikasgassen die uit dat veld komen. Als ik bijvoorbeeld hier het water aflaat om bijvoorbeeld de oogsten zien we dat dat effect heeft op die broeikasgassen: dat die veranderen. Dus dat is eigenlijk een wisselwerking, enerzijds wil je de teelt optimaal ontwikkelen, maar anderzijds wil je ook teelt hebben, die de broeikasgasuitstoot maximaal reduceert.</p>
                        ]]>
                    </itunes:summary>
                    <itunes:subtitle><![CDATA[]]>
                    </itunes:subtitle>
                    <itunes:author>STOWA</itunes:author>
                    <itunes:image
                        href="https://app.springcast.fm/storage/artwork/3467/17077/17077/m3JpqXr5A4mjKRQPg8OiLCfgnJJvljpe6U5zKNKR.jpg"/>
                    <enclosure
                        url="https://app.springcast.fm/download/42317/uNRSEOR8I5Lij7XOt7PcxvVVZmmjiU4A.mp3"
                        length="11836182"
                        type="audio/mpeg"/>
                    <itunes:episodeType>full</itunes:episodeType>
                    <guid>https://app.springcast.fm/17077/de-uitstoot-van-broeikasgassen-bij-lisdodde-in-ktc-zegveld</guid>
                    <pubDate>Fri, 26 Nov 2021 01:00:00 +0100</pubDate>
                    <pubDate_friendly>Friday 26 Nov 2021</pubDate_friendly>
                    <pubDate_sortable>2021-11-26 01:00:00</pubDate_sortable>
                    <itunes:episode>11</itunes:episode>
                    <itunes:season></itunes:season>
                    <itunes:explicit>no</itunes:explicit>
                    <itunes:duration>0:08:09</itunes:duration>
                </item>
                        </channel>
</rss>
