Door het minder horen luister ik met mijn ogen. Maar hoe zit dat als je niets kunt zien? Ik heb een man geïnterviewd in mijn radioprogramma. Hij is blind. Ik mocht hem van alles erover vragen. Hoe beleeft hij de wereld om zich heen?
(Het radioprogramma is in april 2026 elke zondagavond te beluisteren, van 20.00 tot 21.00 uur).
(Foto is een afbeelding gemaakt door Daniela Postma)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Den podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel ook over zien en horen, 2 zintuigen die ik ook heel veel gebruik. En die ik ook nodig heb, naast mijn fysieke zintuig evenwicht en daar vertel ik ook graag over. Maar dit keer gaat het over zien en horen. Seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien?
Dat doet me denken aan het spelletje van vroeger wat wij wel deden. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En dat was altijd een spelletje wat we konden doen in elke omgeving waar we waren. Je had er ook verder niets voor nodig, dan alleen je ogen en dat je dus kon rondkijken. En dit spelletje doe ik ook af en toe in de gebarengroep en dan doen we het in gebaren. En dan gaat iedereen mee rondkijken. En wat ze dan bedoelen? Zo van: dan zeg ik ..ehm.. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is blauw. Dan gaan ze om zich heen kijken, waar vinden we iets wat blauw is. En dat kunnen ze aanwijzen, maar anders moeten ze het uitbeelden. Van wat ze dan precies bedoelen. Helemaal als ze er niet bij kunnen. Dus zo veel mogelijk in gebaren doen we dat dan.
En ik luister dan ook met mijn ogen. Ik heb het mondbeeld nodig om iemand goed te kunnen verstaan en dat komt natuurlijk omdat ik zelf veel minder goed kan horen. Nou, wat als je blind bent? Hoe ervaar je dan je omgeving? En hoe belangrijk is horen dan?
In het boek 'Evenwicht, in uitvoering' staat daar een heel verhaal over. En misschien heb ik het ooit eerder wel een keer voorgelezen, maar ik ga het nu nog een keer doen, want dit is een mooie inleiding om daarna ook nog een ander verhaal over dat blind-zijn te kunnen vertellen. Dit is een verhaal van Marco en het staat in de ik-vorm. Dus overal waar ik 'ik' zeg dat is dan Marco die dat vertelt:
Kijken met mijn oren. Ik heb een visuele beperking of eigenlijk ben ik blind. En tijdens mijn geboorte had ik een zicht van 25 %. En langzaamaan werd het zicht minder. Vanaf mijn 25e jaar is mijn zicht nog maar 5 %. Ik kan nét licht en donker onderscheiden. En heel soms zie ik wat contrast. Als het donker is, zie ik helemaal niets. Het lopen in een vertrouwde omgeving, zoals in mijn huis en tuin, dat gaat goed. Ik heb dan geen stok nodig. Daarbuiten gebruik altijd een stok. En sinds mijn zicht 5 % is heb ik een hulphond. Hij behoedt mij voor obstakels op de weg en ook voor obstakels die uitsteken, zoals uithangborden. De hond kijkt tot zo'n twee meter hoog. En bij onveilige situatie blokkeert hij mij de weg door voor me te gaan staan. Of hij begeleidt mij ergens omheen. Hij zoekt altijd de meest veilige weg. De hond fungeert als mijn ogen. De stok is een hulpmiddel om ook zelf de obstakels te voelen of te ondergrond.
En ik maak de hele dag gebruik van mijn oren. Door mijn hoofd te bewegen, richting het geluid, weet ik waar het vandaan komt. En hoor ik ook of het geluid dichtbij of veraf is. En veel geluiden worden weerkaatst door de omgeving. Een muur klinkt anders dan een houden schutting of metalen deur. Ik voel het ook als ik dichtbij een muur kom. De temperatuur is dan anders. Als ik in een onbekende ruimte kom, is het moeilijker om een beeld te vormen van de omgeving. Ik moet dan veel heen en weer bewegen met mijn hoofd om het goed te kunnen horen. Daar word ik wel eens duizelig van. Ik denk ook dat dit komt doordat ik geen horizon kan zien. Toen ik vroeger nog wel wat zicht had, maakte ik gebruik van de horizon. En nu kan ik mij niet meer ergens op richten. Ik heb geen houvast. Ik doe niet meer aan bewegingssport. Want ik vind het moeilijk namelijk om te rennen, want ik ben bang om te vallen en te botsen. Dus ik heb een andere sport gevonden: luchtbuks-schieten met een geweer. Dat is geweldig om te doen!
Dit verhaal heb ik zelf van deze Marco (het is een andere naam, ik weet zijn naam niet meer, ik heb hem Marco genoemd) van Marco zélf gehoord. En die vertelde ook over dat luchtbuks-schieten, waarbij ik dat dan ook gek vind, je ziet niet waar je naartoe schiet. Hoe doe je dat dan? En dan blijkt ook dat alles op gehoor gaat en dat dan iemand anders moet melden of het wel of niet ..ehm.. gelukt is.
Voor mijn radioprogramma wilde ik ook écht een keer iemand interviewen die blind is. En zo kwam ik in contact met een man die vlak na de geboorte blind is geworden. Deze man is ook DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde, dus eigenlijk is het een soort collega van mij. Maar we kenden elkaar nog helemaal niet. Via de mail had ik contact met hem. En hij schreef toen ook naar mij terug: en leuk, ik kijk ernaar uit! Dat vind ik al bijzonder, dat iemand die blind is, toch de woorden gebruikt van zien en kijken. En dat waren natuurlijk voor mij ook allemaal vragen die naar boven kwamen; hoe zit dat dan? Ik mocht ook alles vragen! Dat heb ik ook gedaan. En in het begin toen ik net begon met het interview, of eigenlijk voordat we het interview begonnen, wilde ik gaan uitleggen hoe de studio eruitzag. Hij zei toen al: je hoeft het niet uit te leggen, hoe de studio er helemaal uitziet, want ik heb er toch geen beeld van. Ik kan er ook geen beeld van maken!
Maar toen kwam dus het interview en heb ik alles mogen vragen wat ik wilde vragen. En ik heb ook gevraagd hoe het was in zijn jeugd. Hoe hij is opgegroeid en naar welke school hij is geweest. Nou dat is in Bartiméus, onder andere, geweest in Zeist. Daar zit een groot instituut waar kinderen naar school gaan en waar ze dan ook van alles leren wat nodig is om in de maatschappij te kunnen functioneren. En ook de gewone dingen die je op school moet leren.
Ik heb ook gevraagd van: we hebben communicatie via de mail. Hoe gaat dat dan? Hoe lees jij de mail? En dan blijkt dat alles gaat met voorlezen. Een mechanische stem die dan voorleest wat er is geschreven. Dat gebeurt met WhatsApp en dat gebeurt dan ook met de mail. Dat is een bepaalde instelling die je kunt gebruiken. Hij gebruikt verder ook geen beeldscherm. Maar hij heeft dus wel een computer om dus wel op die manier contact te maken. Ik heb gevraagd naar braille. En hij heeft braille wel leren lezen, maar dat gaat best langzaam. En tegenwoordig is geluid en geluidsopnames en het laten ..ehm.. voorlezen dat is zo ver gevorderd, dat als je het allemaal zou moeten voelen, via braille, via lezen, dat dat veel langer duurt dan wanneer je er even naar luistert. Dat gaat veel sneller. Dus dat vindt hij veel prettiger om te gebruiken.
Ik heb ook gevraagd wat hij doet als ie in een onbekende omgeving komt. En waar let ie dan op? En hoe die buiten loopt. Dat is onder andere met een blindegeleidestok. En toen heeft hij ook uitgelegd hoe hij daar dan precies mee loopt en dat die daarmee ook kan horen op wat voor een ondergrond hij loopt. Obstakels kan hij daarmee voelen. En hij gaat ook niet zonder blindegeleidestok naar buiten. Dat is iets wat heel belangrijk is. En voor hem is het een bewuste keuze om geen hulphond te nemen.
Ik heb ook gevraagd naar het verkeer, hoe hij zichzelf verplaatst. Wat hij daar speciaal over vertelde is dat hij bij het station vaak vraagt om reisassistentie. Dat moet je allemaal van tevoren aanvragen. Maar dan is er op het station iemand die jou begeleidt naar de trein of uit de trein naar waar je verder mee laat vervoeren. Dat kan een regiotaxi zijn. Daar maakt hij ook vaak gebruik van. En dan staat de regiotaxi klaar, maar dan is er iemand die vanaf het station hem daarnaar toe brengt.
Dat is wel wat ie steeds weer aangeeft, je moet het zelf allemaal organiseren. Je moet het regelen van tevoren. Dus op het moment dat je ergens naartoe wilt, moet je goed nadenken: wat is mijn reis, hoe ga ik reizen en wat heb ik daarvoor nodig? En wie heb ik daarvoor nodig? Hij maakt dan ook graag gebruik -ik heb het idee dankbaar gebruik- van mensen die hem komen ophalen en hem weer thuisbrengen.
Ik heb ook gevraagd naar kermisattracties. Of hij daar wel eens in heeft gezeten. En hij vindt het geweldig! Dat gevoel wat het geeft om in een kermisattractie te zitten, of eigenlijk zo'n pretpark attractie. In zo'n grote boot, die Vliegende Hollander, in de Efteling. Of in een achtbaan. Hij vindt dat écht heel fijn om te voelen. En dat is natuurlijk ook wat extra ontwikkeld is, dat je, als je blind bent, en je kunt het niet zien, dat je alles ook op gevoel doet. Niet alleen op het gehoor, maar dus ook heel erg op het gevoel.
We hebben het ook gehad over het feit dat als je blind bent, hoef je bepaalde dingen helemaal niet te leren. Wat je vroeger op de basisschool leerde, al heel vroeger, dat zijn de kleuren. Je leert op een gegeven moment afstanden; kilometers, centimeters. Kleuren heeft hij helemaal natuurlijk nooit geleerd. Dat kan ook helemaal niet. Hij weet dat het bestaat, maar hij heeft er geen enkel beeld van. Maar ook afstanden, kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Dan weet hij wel dat als hij ergens naartoe gaat, dat het een tijdje duurt voordat je er bent, maar hij heeft niet echt ideeën van wat een afstand dan precies is, omdat hij dat nooit gezien heeft.
En toen gaf ik ook aan van: als ik nadenk over woorden voor zien, dan hebben we het over zien en kijken. We hebben het over turen en loeren, focussen en staren. En toen heb ik gevraagd aan hem, maar hoe zit het dan eigenlijk bij horen? Hebben we bij horen wel andere woorden? En we kwamen daar eigenlijk niet op! We konden niet bedenken wat voor andere woorden er voor ‘horen’ zijn die vergelijkbaar zijn met dat staren en dat loeren, wat bij het woord zien wel past.
Ik heb het zelf wel even opgezocht, want daar word ik zelf wel heel erg nieuwsgierig van hoe zit dat dan? Je hebt naast het horen, heb je natuurlijk het luisteren. En luisteren kan je op verschillende manieren doen. Je kunt heel selectief luisteren. Je kunt doen alsof je luistert. Je kunt ..ehm.. waarderend luisteren. Empathisch luisteren. Begrijpend luisteren. Kritisch luisteren. En andere woorden voor luisteren zijn dan ook vernemen, verstaan, opvangen, waarnemen, aanhoren. En toch weet ik niet of dat nou net zulke woorden zijn als die we bij zien hebben. Ik ben er dus nog niet helemaal over uit. Ik weet ook niet wat voor andere woorden er passen bij de manier waarop je hoort.
En ik heb hem ook gevraagd van: als je iemand voor het eerst ontmoet, hoe gaat dat dan? En wat is belangrijk? Waar let jij dan op? En dan blijkt ook dat hij aangeeft, ik vind de stem heel belangrijk. Als het een prettige stem is, dan wil ik daar ook graag het gesprek mee aangaan. Maar er zijn mensen waarbij ik de stem niet prettig vind. En dan vindt hij het moeilijker om zo'n gesprek aan te gaan. Daarbij is ook de geur is belangrijk. Hoe iemand ruikt. En ook hoe die persoon zich verhoudt tot hem zelf. Het gaat dus niet om uiterlijkheden, want daar kan hij helemaal niets van zien. Het gaat echt om hoe iemand innerlijk is. En dat is een vraag waar ik nog wel verder op in had kunnen gaan, van wat bedoel je dan precies met innerlijk? Wat is voor jou een prettig iemand waarvan jij zegt: die heeft een fijn innerlijk? Die vraag heb ik niet gesteld., want ik had ook nog een heleboel andere vragen. Dus wie weet, ga ik die vraag ook nog wel een keer stellen.
Ik heb ook gevraagd hoe die thuis zorgt voor het schoonmaken en voor het koken. Ik heb gevraagd naar het werk. Hij gaat binnenkort ook met een nieuwe baan beginnen. En ook daar moeten eerst een heleboel dingen geregeld worden zodat hij goed kan horen, kan verstaan, de mensen die hij moet spreken, de mensen die met hem in contact komen. En daar zijn een heleboel dingen voor nodig om dat goed, makkelijk te gebruiken. En dat moet eerst geregeld worden. En dan moet hij ook voor dat werk een cursus volgen, maar dat moet iedereen die dat werk gaat doen. En dan hoopt hij dat hij daar ook heel veel plezier uit haalt, om dat werk te kunnen doen.
Ik had nog veel meer willen weten! Ik had ook nog willen vragen over de smaakbeleving, van het eten. Of over de reuk, klopt het dan dat dat bij mensen die blind zijn, beter is ontwikkeld? Want zo is het wel met het gehoor, dat het gehoor zelf, je hoort veel meer nuance. Je hoort veel meer verschillen tussen geluiden in de omgeving en zo. Veel meer dan wat wij doen, omdat wij het met onze ogen zien en dan het gehoor minder nodig hebben.
Ik wilde ook nog weten van hoe hij zijn radioprogramma maakt voor de Lokale Omroep. Want hij vertelde dat hij daar helemaal geen microfoon bij gebruikt. Dan denk ik oké, maar als jij dan wat inspreekt hoe doe je dat dan? En ik wilde ook graag weten van, hoe kies jij je kleding 's morgens vroeg? Rekening houdend met het weer. En hoe weet je dan ook wat voor weer het is buiten?
En ja, zo probeerde ik mij -tijdens dat hele gesprek- ook een voorstelling te maken hoe het is om zonder zicht te bewegen, in deze wereld. Maar dan is het natuurlijk wel een heel groot verschil met mijn gast, want ik heb namelijk wél beelden. Ik kan wél zien. Ik weet hoe de wereld eruitziet. Wel vanuit mijn ogen. Vanuit mijn perspectief. Maar ik zou me dus nooit kunnen verplaatsen in mensen die blind zijn geboren. Of die van baby af aan blind zijn, zoals mijn gast ook is. Ik kan hoogstens meedenken, in wat er nodig is voor een toegankelijke en inclusieve samenleving. En dat kan alleen maar wanneer ik zelf ook contact heb met mensen die gebruik maken van de omgeving. Hoe meer ik daarover weet en hoe meer ik mij daar toch een beetje in kan verplaatsen, kan ik aangeven wat er dus nodig is om dingen aan te passen. Zodat iedereen mee kan doen in deze maatschappij!
Ook mijn gast en ook de mensen die doof zijn en de mensen die in een rolstoel zitten. Die inclusieve maatschappij daar wil ik aan bijdragen om dat nog meer vorm te geven. Dit was seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien? Van de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.