Wij zijn vreemden totdat wij elkaar ontmoeten. Ik kon het niet laten om over deze uitspraak te schrijven en te vertellen. Bij deze.
(afbeelding Pixabay Vincent Grenon)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de laatste aflevering van seizoen 11. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een groot deel daarvan gaat over ons fysieke evenwicht. Maar alle andere onderwerpen zoals ik steeds in de inleiding zeg: evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 11, aflevering 20: We zijn vreemden.
We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Dat is een uitspraak die ik hoorde in een Netflix-serie, ja wij kijken af en toe naar Netflix, omdat er geen andere leuke programma's op de gewone televisie zijn. En deze uitspraak die hoorden we aan het begin van de serie. ‘We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.’ En ik weet niet of deze toebehoort aan een belangrijke historische figuur of filosoof, het zou namelijk zo maar kunnen. Ik vind het namelijk best een bijzondere uitspraak. Eigenlijk wel geweldig! Maar waarom vind ik dat? We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.
We ontmoeten zo veel mensen. En toch voelen ze dan als vreemden. Bijvoorbeeld als ik in de bus of trein zit met andere mensen die ik nooit eerder heb gezien. En ook al is er oogcontact of maken we een opmerking naar elkaar, het blijven vreemden. Ik weet niets van ze. Behalve dat wat ik zie. Ik kan het uiterlijk zien. Ik weet of het een man of een vrouw is. Iemand van een bepaalde leeftijd of juist heel jong. Kleding. Wat ze bij zich hebben. Dat ze op de mobiel kijken of rustig naar buiten aan het staren zijn. Er is soms een geur die mij bereikt. En die is prettig of onprettig. En ze zitten in dezelfde bus of trein waar ik in zit.
Ja, als ik dit zo zeg, dan lijkt het alsof ik dan wel heel wat weet van die ander. En soms hoor ik dan ook de naam. Als ze gebeld worden en ze nemen op en ze noemen dan hun naam. En dan hoor ik ook de stem. De stem zegt ook iets over die persoon. En toch zijn het vreemden. Het zijn wel medereizigers op weg naar, nou ja, in ieder geval dezelfde kant op waar ik ook naartoe ga.
En wanneer verandert dan een vreemde in een persoon die niet meer vreemd voor mij is? Is daar een omslagpunt? Is dat wanneer we in gesprek raken en het een en ander uitwisselen? Dat we naar elkaar luisteren of een vraag stellen. Ja als dat eenmalig gebeurd, is die persoon dan nog steeds een vreemde? En het is logisch als ik iemand vaker zie en spreek, dat diegene dan geen vreemde meer is. Zelfs als ik de naam niet weet, voelt diegene niet meer als een vreemde. Bijvoorbeeld ook als je naar een winkel gaat en daar de verkoper spreekt, dan weet ik vaak helemaal geen naam en toch spreek ik die vaker en dan is het dus geen vreemde meer.
Maar dan gaat het ook eigenlijk om het woord 'ontmoeten' in die uitspraak. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Want wanneer ontmoet je iemand? Zou zelfs alleen een enkele blik -oogcontact- al genoeg zijn om te spreken over een ontmoeting? Want hoe vaak heb ik oogcontact met wildvreemde mensen? Is het dan wel eens dat het helemaal niet meer vreemd voelt? En soms heb ik dan de neiging om iets te zeggen. En helemaal als dat nodig is, dan kan ik ook heel makkelijk iets zeggen tegen die persoon. Of is het oogcontact in gradaties te meten? Heb je vluchtig contact zonder dat je de ander echt ziet! Of elkaar aankijken, zonder dat er verder iets gebeurt? Of een blik van kort contact, een soort ..ehm.. blik van verstandhouding? Er is ook oogcontact waarbij je elkaar écht even ziet. Dan kan het zijn dat.. dat je echt bij iemand naar binnen kijkt. Dat je de ziel van de ander ontmoet. Zoals zo mooi gezegd kan worden.
Ja, ik denk dat er echt gradaties zijn dus in dit soort ontmoetingen. Dat dan zo'n ja, een beetje een diepe, intense blik dat die zelfs veel meer teweeg kan brengen dan wanneer je iets tegen elkaar had gezegd. Want vaak zijn er wel van die kleine gesprekjes over koetjes en kalfjes en ook al duurt zo'n gesprek een tijdje, het kan dan voelen als heel oppervlakkig. En dan is er wel sprake van een ontmoeting en toch voelt dat niet helemaal echt. Je zegt elkaar gedag en je ziet elkaar nooit meer. En dan vergeet je dat gesprek. En ook de persoon zelf blijft dan heel vaag. Dan weet ik eigenlijk helemaal niet meer wat die persoon aan had, wat voor kleur haar, wat diegene bij zich had. Of ie zich wel of niet op z'n gemak voelde. Daar heb ik helemaal geen idee meer van. Dat onthoud ik dan niet. Maar af en toe met zo'n hele intense blik, zonder woorden, dan kan ik dat wel onthouden.
En af en toe is er zo'n ontmoeting die heel lang blijft hangen. En dat doet me denken aan de ontmoeting met een jonge vrouw. Het bleek dat ze studente was. En die reisde van Groningen naar Nijmegen. Het was een vrouw met een hele grote bos krullen. En zij kwam naast me zitten in de trein, want we waren in de trein. En ze zei even gedag. En toen pakte ze een boek en dat boek was: De zeven eigenschappen van Stephen Covey. En daar heb ik een vraag over gesteld. Zij vertelde hoe ze aan het boek was gekomen en ze liet het briefje zien wat ze erbij had gekregen. En daar stond haar naam op. Paula, was haar naam. En wat geweldig dat ze dit boek nu al op jonge leeftijd las! Want ik was veel ouder toen ik dat boek in handen kreeg en dat boek heeft mijn kijk op de wereld veranderd. En ik wenste haar dat ook toe. Zo ontstond er een heel bijzonder gesprek, totdat we bij het station waren waar zij eruit moest. En we hebben elkaar in dankbaarheid gedag gezegd. En volgens mij zwaaide ze nog toen ze buiten langs de trein liep en ik wenste haar in gedachte alle goeds.
Dit was járen geleden. Misschien wel meer dan 15 jaar geleden, denk ik. En toch weet ik dit nog precies. En zou zij zich dat nog herinneren? Voor mij maakt het niet zo heel veel uit. Want zo'n bijzondere ontmoeting met een vreemde die in korte tijd even heel dichtbij was, is op dat moment geen vreemde meer.
En is dat wat er meer zou moeten gebeuren?! Mensen écht ontmoeten. Elkaar zien en horen. Dus kijken en luisteren. En dan het liefst zonder oordeel of verwachting. Met wederzijds respect. Als gelijkwaardig mens. Gelijkwaardig, ja daar zeg ik dus iets; gelijkwaardig. Dat zou de basis moeten zijn en daar gaat het heel vaak mis. Als je niet op gelijkwaardig niveau de ander kunt zien, is er een disconnectie. Dan gaat het over meer- en minderwaardigheid. En dan is die ontmoeting scheef. Zoals helaas bij alle machthebbers zo is en ook bij vele leiders. Ik zou wel eens die leider willen ontmoeten die op gelijkwaardigheid met andere mensen omgaat. En zolang we dat niet kunnen, en uitgaan van meer- en minderwaardigheid, zullen we volgens mij, vreemden blijven.
Maar dan lees ik over alle problemen die er zijn op dit moment, ook rondom de asielzoekers. En als je vindt dat deze mensen geen recht hebben om te leven in dit land, wat zegt dat dan over jezelf?! Dan gedraag jij je als meerderwaardig ten opzichte van de vreemde mensen. Die zie je als minderwaardig. Maar eigenlijk voel je je zelf minder waard. Want je gaat uit van tekorten. En van schaarste. En dat leidt tot angst, angst voor de toekomst. En dat is dan je reactie door dan boos te worden, omdat je daar bang voor bent. Zonder dat je beseft dat deze vreemde mensen juist gevlucht zijn uit een omgeving waar zij bang zijn voor hun toekomst! En wat heel terecht is, want ze leven dan in een land van oorlog. En met niets zijn ze in een vreemd land aangekomen, en dan worden ze gehaat door de mensen omdat ze niets meer hebben, omdat ze gevlucht zijn! En voor deze mensen is de angst voor de toekomst juist heel terecht. En ook de onzekerheid wat het ze met zich meebrengt. Ze komen in een vreemd land en alles is onzeker. Maar waar wij in een democratie leven, is onze toekomst toch iets zekerder. Het is toch wat meer geregeld hier allemaal, zolang hier dan geen oorlog is.
En daar schrik ik af en toe van, dat bekende mensen, hoe zij dan kijken naar die vreemden. En ook de uitspraken die zij doen met zo'n negatief beeld en ook denigrerende opmerkingen. Dat had ik dan niet achter ze gezocht en daar schrik ik dus echt van! En als er wel een oorlog komt, kan het zijn dat die bekenden, die nu naast je staan, dat ze ineens vreemden worden. Maar ik denk zolang we elkaar écht blijven ontmoeten, in gelijkwaardigheid, dan ontdekken we dat we allemaal mensen zijn. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.
Dit was seizoen 11, aflevering 20: 'We zijn vreemden' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. En tot de volgende keer!