Plassen, ook dat gaat al eens minder vlot met het ouder worden en het is ook iets waar we met wat schroom mee naar de dokter gaan. Dr. An-Sofie Goessaert richtte daarom de vzw Plaspraat op. Want in veel gevallen is er een oplossing voor de plasproblemen. Bekkenbodemkine kan vaak al veel oplossen.
INHOUDELIJKE SAMENVATTING
🚽 Hoe werkt plassen eigenlijk?
Plassen is een cyclisch samenspel tussen blaas, hersenen en bekkenbodem. De blaas vult zich, geeft signalen op verschillende momenten, en pas in een veilige omgeving ontspan je de bekkenbodem zodat alles vlot verloopt. Klinkt eenvoudig maar veel mensen doen het helemaal verkeerd zonder het te beseffen. Denk aan: zweven boven het toilet, duwen, voorzorgsplasjes…
Het advies: zit rechtop, knieën uit elkaar, broek op de enkels, en laat gewoon los. Ontspanning is het sleutelwoord.
📏 Wat is normaal?
• 3 tot 8 keer per dag plassen is normaal bij een vochtinname van 1,5 tot 2 liter.
• 's Nachts één keer opstaan is nog oké. Twee keer of meer verdient aandacht.
• Een gezonde blaascapaciteit ligt tussen de 300 en 500 ml.
⚠️ Wat zijn de gevolgen van slecht plasgedrag?
Jarenlang je plas ophouden of voortdurend voorzorgsplasjes doen, heeft gevolgen. De blaas kan lui worden, minder goed samentrekken en uiteindelijk kan dit leiden tot urineverlies en infecties. En nee, een blaasontsteking komt níét van een vies toilet — die komt van je eigen bacteriën bij slecht plasgedrag.
👵 Plasproblemen met ouder worden
Met de leeftijd nemen bijna alle plasproblemen toe, maar dat is geen onvermijdelijk lot:
• Bij vrouwen speelt de bekkenbodem een grote rol. Zwangerschappen, de menopauze en erfelijkheid spelen hier een rol. Blaasverzakking en stressincontinentie (urineverlies bij hoesten of niezen) zijn veelvoorkomende klachten die goed behandelbaar zijn.
• Bij mannen vergroot de prostaat vaak met de leeftijd, wat druk geeft op de plasbuis. Dit kan leiden tot een overactieve blaas, moeizamer plassen of nachtelijk plassen. Maar opgelet: een grotere prostaat is niet altijd de oorzaak van nachtelijk opstaan — slaapapneu en hormonale veranderingen spelen minstens zo'n grote rol.
🌙 Nachtelijk plassen: oorzaken en oplossingen
Nachtelijk plassen treft mannen én vrouwen evenveel. Mogelijke oorzaken zijn hormonale veranderingen, slaapapneu, medicatie, suikerziekte…
Praktische tip: stop 3 uur voor het slapengaan met drinken. Drink je 1,5 tot 2 liter gespreid over de dag, dan hoef je 's avonds niet meer bij te tanken.
💪 Urineverlies: behandelbaar op elke leeftijd
Urineverlies is geen onvermijdelijk gevolg van ouder worden. Er zijn twee hoofdvormen:
1. Stressincontinentie (verlies bij hoesten/niezen), de bekkenbodemkinesitherapie helpt bij de helft van de vrouwen.
2. Overactieve blaas (plotse aandrang, niet op tijd op het toilet geraken), daar is een andere aanpak nodig: zenuwstimulatie, medicatie, botox in de blaas of een implanteerbare zenuwstimulator.
Dr. Goessaert pleit ervoor dat alle vrouwen om de tien jaar een paar sessies bekkenbodemkine volgen preventief, niet alleen als er al problemen zijn.
🚨 Wanneer een arts raadplegen?
• Bloed in de urine — altijd laten onderzoeken, ook als het vanzelf verdwijnt.
• Elke verandering in uw plaspatroon: meer aandrang, vaker 's nachts opstaan, druppeltjes verlies, wacht er niet jaren mee.
DE GOUDEN TIP VAN DR. GOESSAERT
"Drink 1,5 tot 2 liter per dag, mooi gespreid, niet de hele dag door kleine slokjes. Plás op gezette tijden. Doe geen rare dingen in dat plashokje. Dat advies geef ik aan iedereen mee: jong, oud, man of vrouw."
LINKS
📱 Plas Praat vzw → www.plaspraat.be 🎙️ Podcast van Plas Praat: ook beschikbaar via de website
LUISTER NU NAAR DEZE AFLEVERING
Heb je wel eens problemen bij het plassen? Luister dan zeker naar deze aflevering. Zet je koptelefoon op en ontdek hoe kleine gewoontes een wereld van verschil maken. 🎧
TRANSCRIPT (automatisch)
Plaspraat vzw is een heuse vzw met een website met laagdrempelige en heldere informatie. En u hebt ook een podcast zelfs. Dokter An-Sofie Goessaert. U bent uroloog en u hebt Plaspraat opgericht. Wat was de aanleiding?
Wel, de aanleiding van Plaspraat komt echt voort vanuit mijn dagdagelijkse praktijk. Ik spits mij specifiek toe op plasproblemen. En ja, ik word daar dus dagdagelijks mee geconfronteerd. Maar ik merk ook dat heel veel mensen bijzonder weinig weten over plassen. Dus dat heel wat problemen eigenlijk strikt genomen voorkomen kunnen worden door het juiste gedrag. Drink en plasgedrag. Maar ook gewoon dat als er een probleem is, dat wel echt een medisch probleem is. Dat mensen eigenlijk niet weten: wat kunnen we verwachten van onderzoeken van behandelingen? Wat is er mogelijk? Mensen wachten vaak lang om de stap te zetten naar medische hulp omdat ze denken o nee, ik ga moeten geopereerd worden. Terwijl dat dat eigenlijk in heel veel situaties niet nodig is. Of dat ze schrik hebben dat ze medicatie gaan voorgeschreven krijgen. Maar eigenlijk voor elk probleem bestaat er een scala aan oplossingen. En dus Plaspraat wil eigenlijk een beetje die lacune opvullen om mensen duidelijk te maken van: kijk, heb je een specifieke plasklacht, dan kan je dat verwachten bij de arts van onderzoeken. Dan kan je dit zelf doen of dan kan dat van behandeling mogelijk zijn. En dat kan je allemaal terugvinden op onze website. En een stukje inderdaad ook op onze podcast.
Ja. Is het ook nog altijd een beetje een taboe? Je gaat sneller naar een arts met een met pijn in je schouder dan als je problemen hebt met plassen.
Zeker. Ja. Ja, er is een reden waarom dat we in een hokje gaan zitten plassen. Dat is cultureel bepaald dat dat iets is dat we moeten wegsteken. Maar dat wil ook zeggen dat de drempel om problemen daarrond te bespreken zeer groot is. Vooral ook omdat mensen niet altijd weten is het normaal of niet normaal dat er daar gebeurt. Dus het is zeker een heel groot taboe. En dat was een, of misschien zelfs de belangrijkste reden om Plas praat op te richten. Om het ook gewoon bespreekbaar te maken. Om mensen inzicht te geven, maar ook te zorgen dat die die ja, die drempel dus lager wordt.
Wat is dan normaal en wat is niet normaal?
Ik denk dat het eigenlijk begint met weten hoe het plassen verloopt. Eigenlijk is dat een heel cyclisch gebeuren. Dus de nieren die maken urine aan de blaas die vult en je krijgt eigenlijk verschillende keren een soort gevoel dat je wel naar toilet zou kunnen gaan. Dat is normaal als de blaas halfvol is, dan ga je dat al een beetje voelen, maar dat gaat weer weg. Driekwart vol, dan wordt dat wat sterker en als het quasi volledig gevuld is dat wel naar toilet moeten. Dus dat is belangrijk om dat al te weten. Maar dus als we voelen van oké, nu moet ik echt naar het toilet, dan gaan we eigenlijk onbewust communiceren tussen die blaas en de hersenen. We gaan naar het toilet, we zoeken een veilige omgeving en eenmaal dat we veilig zijn is de bedoeling dat we ons ontspannen, dat we de bekkenbodem ontspannen, dat de sluitspier opengaat en dan loopt eigenlijk alles vanzelf. De hersenen zeggen tegen de blaas nu is het oké, dus de blaashals gaat open, de blaas trekt samen, de blaas ontspant en dan gaan wij terug zelf bewust die bekkenbodem opspannen en kunnen we het toilethokje verlaten. Maar dat is belangrijk om weten omdat heel veel mensen de neiging hebben om van alles te doen dat ze eigenlijk niet horen te doen. Duwen bij het plassen dus. Dus niet goed ontspannen bij het plassen. Een keer rechtstaan en terug gaan zitten. Zweven boven het toilet. Van alles gebeurt er daar dat eigenlijk niet moet en dat er juist voor zorgt op langere termijn dat er echt problemen ontstaan. Ook voor mannen eigenlijk best zittend. Waarom? Omdat de bekkenbodem dan goed ondersteund wordt. En rechte rug de knieën uit elkaar, de broek helemaal op de enkels zodat er ook geen spanning zit en het gewoon loslaten. En mensen zeggen soms tegen mij hier in de praktijk of elders van ja maar ja, ik haast mij altijd voor te gaan plassen. Ik heb niet veel tijd. Of dat u nu haast of niet haast, eigenlijk duurt plassen niet lang en je moet eigenlijk dat momentje efkes nemen en efkes gewoon zen zijn en die bekkenbodem ontspannen en die blaas haar werk laten doen. En dan kan je eigenlijk al veel problemen voorkomen.
Hoeveel keer is dat dan per dag gemiddeld?
Dat hangt natuurlijk vooral af van het drinken van wat er binnenkomt, maar ook van de voeding die je inneemt. Omdat je lichaam zorgt, streeft eigenlijk naar de vochtbalans in evenwicht houden en dat bepaalt eigenlijk hoeveel of hoe snel dat die blaas zich vult. Maar gemiddeld genomen tussen de drie en de acht keer is normaal. Dus voor een vochtinname van anderhalve à twee liter ga je 3 tot 8 keer plassen op een dag eigenlijk. Een normale blaascapaciteit is ergens tussen de 300 en de 500 milliliter, dus als je goed je best doet, is dat wat je zou moeten kunnen ophouden. Dat wil niet zeggen dat je elke keer voor zo een volume moet gaan plassen. Maar dus alles tussen die drie en die acht keer is normaal.
's Nachts is één keer opstaan om te plassen nog wordt dat ook nog als normaal beschouwd. Van zodra dat je twee of meer keer opstaat, dan wordt daar best naar gekeken omdat uw slaap dan zodanig onderbroken wordt gefragmenteerd wordt dat je daar andere gezondheidsproblemen van kan ondervinden. Maar dus als daar een goede - hoe moet ik het zeggen - cadans in zit, de blaas goed gevuld wordt en regelmatig geleegd wordt, maar ook niet voor elk klein plasdrangetje naar toilet wordt gespurt.
Of ook niet uit voorzorg gaan plassen?
Dat ook. Dat is ook een belangrijke. Als je niks voelt, heb je sowieso al de neiging om je meer te forceren bij het plassen. Maar eigenlijk moet je niet naar het toilet als je niks voelt. Dus in die zin moet je echt ook luisteren naar je lichaam. Dat is wel een belangrijke.
Ik denk dat veel mensen dat doen. Ik moet nog ergens naartoe. Ik ga voor alle zekerheid eerst eens plassen.
Ja, ja, ja. Ik denk dat dat inderdaad zeer vaak gebeurt en dat is ook ergens logisch. Maar op de lange termijn doet dat meer kwaad dan goed die voorzorgplasjes. En ik denk, we doen het allemaal voor het slapengaan, wat dan ook een logische is. Maar ook daar is eigenlijk je drinkpatroon een belangrijke aansteker, om het zo te zeggen. Als je eigenlijk op regelmatige tijdstippen goed drinkt, dan gaat die blaas ook goed vol zijn, dus je kan dat ook wel wat sturen. Maar die voorzorgplasjes zorgen er gewoon voor dat je blaas kleiner maakt en dat je op den duur het gevoel een beetje kwijtgeraakt met een normale blaasvulling en daardoor dus dingen gaat doen die eigenlijk niet oké zijn.
Wat kan er misgaan als je ofwel te weinig keren plast of het uitstelt? Of de verkeerde houding hebt? Of wat kan er dan gebeuren?
Wel, als je langdurig en dan gaat het wel over jaren de neiging hebt om je plas te veel op te houden. Sommige mensen doen dat omdat ze zeggen ja, het werk laat mij niet echt toe om te gaan plassen wanneer ik voel dat ik moet gaan plassen. Bijvoorbeeld kinderen doen dat ook soms op school. Ik wil niet naar de vieze toiletten, dus ik hou het dan ook op. Maar als je dat langdurig doet, dan gaat op den duur eigenlijk die blaas wat lui worden. Die gaat ook gewoon minder signaal geven. Dus die gaat op een gegeven moment ook gewoon zeggen ja maar ja, je luistert toch niet naar mij, dan geef ik het ook gewoon op en dan ga je die blaas eigenlijk gaan overrekken. Wordt die slapper, is de stevigheid van die blaas spier minder goed. Wat wil zeggen dat als je gaat plassen dat er ook minder kracht is zodat je minder vlot leeg plast, dat er meer urine achterblijft. Heb je risico's op infecties, maar ook op urineverlies. Dus dat kan wel echt een een heel scala aan klachten in gang zetten. En een luie blaas kunnen we eigenlijk niet goed behandelen. Dan gaat het er vooral om om dat ontspannen zo goed mogelijk te doen, alle vormen van weerstand weg te nemen, wat dat dan ook is. Een blaasverzakking of bij mannen een vergrote prostaat. Moeten we zorgen dat dat niet te veel meespeelt omdat dat die blaas nog meer hindert. Maar dus ja, dat dat ophoudt gedrag is op lange termijn wel echt schadelijk. Dus vandaar is is het nogmaals belangrijk om te luisteren naar uw lichaam en naar uw blaas. Wat die wat die u zegt en ook gewoon echt daar de tijd voor nemen en dat dat af te dwingen zo nodig. Maar bij sommige mensen is het uit een schrik van toiletten buitenshuis ook dat eigenlijk. Ja, veel mensen zeggen ja maar ja, ik wil geen blaasontsteking krijgen. Je krijgt geen blaasontsteking van een vies toilet. Dat is niet zo. Je krijgt eigenlijk blaasontsteking van van uw eigen bacteriën vanuit de darmen die als je niet goed plast, niet goed ontspannen plast, gaat persen, van alles gaat doen bij het plassen die hun weg vinden naar de blaas en daar een ontsteking gaan veroorzaken. Dus eigenlijk het het gedrag dat je stelt omdat je schrik hebt van dat vies toilet zorgt er juist voor dat je infecties krijgt. Dus het is eigenlijk beter om goed ontspannen op een vies toilet te gaan zitten, want dan ga je minder risico hebben op infecties omdat je daar hangt te bengelen boven dat toilet of van alles gaat doen om juist te vermijden dat er iets, iets vies zou gebeuren. Maar natuurlijk, dat zit tussen de oren om het zo te zeggen. Dat klinkt misschien wat negatief, maar dat is ja, dat is een stukje. Ook hoe dat je het aangeleerd krijgt. Vaak krijg je te horen van moeder vader, van: o, dat is een vuil toilet, dat gaan we niet doen. Dat dat wordt toch een stuk doorgegeven hoe je omgaat met plassen, toilet enzovoort. Maar natuurlijk, eenmaal dat je dat je kan plassen zit je daar alleen in dat hokje en kan je van alles gaan doen. Dus en dat komt pas vaak pas laat aan het licht, hoor. Zelfs in, in, in mijn consultaties. Ik vraag natuurlijk wel naar het plasgebeuren, maar soms toch schrik ik er nog van wat voor vreemde dingen naar boven komen. Terwijl dat mensen niet doorhebben dat dat iets vreemds is. Maar als ik dan een plastest doe en, en, en zeg van: ah, ik zie hier op die curve dat je rare dingen doet en pas dan vertellen ze wat ze allemaal uitspoken. Dat ik toch soms denk van: neen, dat is toch grappig om te horen wat de mensen eigenlijk allemaal doen.
En wat kan dat dan zijn?
Ja, ik zeg het dat, dat zweven. Soms-- sommige mensen gaan echt met de voeten op de bril gaan staan. Ja. Een keer rechtstaan. Een keer efkes in dat toilethokje rondlopen. Dat kan van alles zijn.
Het bekendste zijn denk ik blaasinfecties. Ja. Is dat iets wat meer toeneemt naarmate je ouder wordt? Of maakt dat geen verschil?
Euhm, ja, eigenlijk quasi alle plasproblemen nemen wel toe met ouder worden, maar dat heeft eigenlijk vooral te maken omdat er andere medische zaken ook beginnen te spelen. Dat heeft te maken met medicatie, met andere aandoeningen, suikerziekte enzovoort. Dus er zijn heel wat zaken die ervoor zorgen dat naarmate je ouder wordt, je vatbaarder wordt voor infecties. Maar blaasontsteking vooral bij de vrouwen, want bij mannen komt dat eigenlijk niet zo vaak voor, maar bij de vrouwen omdat wij anatomisch gezien niet zo verstandig in mekaar zitten op dat vlak. Alles ligt dicht bij mekaar, die bekkenbodem is toch wel een gevoelig punt. We krijgen kinderen, dus dat doet daar ook allemaal geen deugd aan. Wij gaan in de menopauze, doet er ook geen deugd aan. Dus er gebeuren heel wat zaken die er gewoon voor zorgen dat als je dat plassen eigenlijk niet goed onder controle hebt of niet goed die blaas gebruikt zoals je ze moet gebruiken, dat je echt wel meer risico loopt op blaasontstekingen.
Bij blaasontstekingen moet je heel veel plassen en heb je ook pijn bij het plassen. Maar met het ouder worden kan het zijn dat je die pijn niet meer voelt en dan weet je het eigenlijk niet.
Klopt ja. En dat is zeker zo bij, ik haalde daarnet al het probleem van een luie blaas aan. Met ouder worden gaat die blaas vaak vanzelf ook wat minder goed samentrekken, wat minder signaal geven. Maar inderdaad ook die pijngevoeligheid wordt wel minder. Uhm, en dan uit zich dat eigenlijk vooral door urineverlies, uh, door, uh, soms andere pijnklachten rugpijn, uh, uh, buikpijn. Maar die niet noodzakelijk gelinkt wordt aan dat plassen zelf. Dus, vaak komt dat inderdaad maar laattijdig aan het licht dat er eigenlijk een blaasontsteking is. Dus vandaar dat dat ook wel actief moet gaan bekeken worden als er andere klachten zijn. Je kan natuurlijk stellen als er eigenlijk niets van klachten is en daar is een bacterie, ja, daar hoef je daar op zich ook niks aan te doen. Het is maar als er klachten zijn en er zijn ontstekingstekenen, maar puur bacteriën in de blaas, die gaan we niet behandelen. maar natuurlijk meestal komt dat aan het licht als, als mensen dan voor andere klachten komen. Zoals ik zei het meestal dan urineverlies. Dus van zodra dat er iets niet, niet loopt zoals het moet met dat plassen, is het een kleintje om al is het maar die urine te controleren, al is het maar om het gesprek met de huisarts een keer aan te gaan van: wat moet ik hiermee? En daarom hoeven nog niet alle toeters en bellen erbij betrokken te worden. Maar ja, er zijn inderdaad zeker heel wat problemen te voorkomen door al een keer een urineanalyse te doen en infecties uit te sluiten. En als ze gevonden worden uiteraard te behandelen.
Ja, u had het daarnet over blaasverzakking. Hoe kom je daar aan?
Ja, dat is, dat is ook een samengaan. Dat is ook zo een puzzel: erfelijke factoren. Heel vaak is dat toch iets dat van moeder op dochter op een stukje wordt doorgegeven. Maar ik zei het daarnet ook al wij zetten de kinderen op de wereld als vrouw en dat is toch wel een aanslag op ons lichaam. We moeten daar niet lacherig om doen. We zien die kinderen doodgraag, maar we voelen het wel hè. En is het niet kort na de bevalling, dan is het misschien wel jaren later. Dus door alleen al zwanger te zijn. Niet zozeer de bevalling daarom, maar de zwangerschap op zich. Ja, je lichaam bereidt zich voor op de komst van dat kind en de weefsels worden allemaal slapper om te zorgen dat de passage van dat kind mogelijk is. Maar dat, dat recupereert maar niet altijd volledig. En uiteraard, ja, hoe meer zwangerschappen, hoe groter dat risico. Maar ik zeg het is niet alleen de zwangerschappen, het gaat ook om dus erfelijke factoren. Het gaat ook om wat jij zelf doet. Als je bijvoorbeeld longproblemen hebt en heel veel moet hoesten, ga je heel veel druk zetten vaak op de bekkenbodem, kan het er ook voor zorgen dat je makkelijker blaasverzakking krijgt als dat een langdurig probleem is natuurlijk. Hetzelfde met stoelgangsproblemen. Als je heel veel constipatie problemen hebt, dan heb je de neiging om veel meer te persen. Maar eigenlijk, ja, zowel voor stoelgang als voor plassen moet je niet moeten duwen. Moet dat eigenlijk vlot gaan. dus als je dat langdurig ervaart, kan dat ervoor zorgen dat die druk op die blaas ervoor zorgt dat na verloop van tijd de blaas gaat zakken. Ook de darm kan verzakken trouwens de baarmoeder ook. Dus die blaasverzakking kan inderdaad wel uh ja, voor al die klachten ook zorgen kan ervoor zorgen dat je minder goed leeg plast. Dat je dus ook kwetsbaarder wordt voor infecties. Dat je de neiging hebt om zelf ook meer te gaan duwen. Dus het begint vaak met een duwprobleem, maar waardoor dat je voelt van ik moet eigenlijk alsmaar meer druk gaan zetten. Urineverlies omdat er veel achterblijft of omdat die blaas de neiging heeft om tegen die weerstand wat te gaan reageren en, en dat is altijd de eerste fase voordat de blaas het wat opgeeft, dat ze eerst overactief wordt en dus meer signaal geeft en dat je moet spurten naar het toilet om er op tijd te geraken. Dus dat kan een eerste teken zijn. Nu, het is ook niet omdat je een blaasverzakking hebt dat dat de oorzaak is van uw klachten. Dat is niet altijd één op één zo. We weten dat ook dat, dat niet iedereen die behandeld wordt voor een blaasverzakking van al zijn klachten gaat verlost zijn. Dus ook daar is het belangrijk om dat te passen in het verhaal van wat is er hier aan de hand en te kijken van is dat nu werkelijk de oorzaak of is dat een toevallige vondst bij al de rest? Maar het kan zeker heel wat plasklachten teweegbrengen.
Ja, en als je dan niet de aandrang hebt om te plassen door een of andere reden, is het dan goed om om de zoveel tijd naar het toilet te gaan?
Ja, dat is wel zo. Je mag dat niet te snel doen, want je moet zorgen dat je blaas goed vult. Een belangrijke richtlijn bij een blaas die minder gevoel geeft en dus minder plasdrang heeft, is juist op vaste tijdstippen drinken en plassen. Om de drie vier uur een goed volume drinken en dan gaat dat echt over vier tot 500 milliliter. Dat moet niet in één keer, maar rond het ontbijt, rond het middageten, late namiddag bij het avondeten. Dus een goed volume drinken. Dan ook gaan plassen en dan drie, 4.00u later opnieuw drinken, plassen. En als je dat aanhoudt kan je eigenlijk wel zorgen dat je die blaas goed vult en toch genoeg druk nog hebt om ze te ledigen. Want als je 8.00u gaat wachten is die overvol. Is die zodanig uitgerekt dat die nog minder kracht heeft. Dus je moet eigenlijk dat ideale punt vinden tussen voldoende vulling om toch vlot genoeg te kunnen plassen en niet overvullen om te vermijden dat je dan geen druk meer kan zetten.
Dan even over naar het nachtelijk plassen. Is dat iets wat vooral bij mannen voorkomt? Evenveel bij mannen als bij vrouwen?
Ja dus. Dat gaat eigenlijk vrij gelijk op. Maar globaal genomen komt dat eigenlijk evenveel bij mannen als bij vrouwen voor en neemt dat ook toe met ouder worden.
Ja, en is dat dan bij de mannen vooral een probleem van prostaat?
Wel, hoe ouder mannen worden, hoe groter de prostaat wordt. Sowieso ja. Dus sowieso. Maar je kan als man geluk hebben dat dat minimaal toeneemt. Bij sommigen neemt dat een vlucht en gaat dat heel snel en worden die prostaat heel groot. Dus ook dat is zeer individueel verschillend. Maar bij alle mannen wordt met de leeftijd de prostaat groter en dat groter worden van die prostaat op zich hoeft geen probleem te zijn. Maar die prostaat, daar hebben de mannen dan een anatomische minpuntje. Die prostaat zit tussen de uitwendige sluitspier en de blaas rond die plasbuis. Dus hoe groter dat die prostaat wordt, hoe meer dat die druk geeft naar de blaas toe op de plasbuis. Dus dat plassen kan moeilijker gaan. Je kan een reactie krijgen zoals ik daarnet zei bij een blaasverzakking dat de blaas eigenlijk wat overactief wordt omdat ze een weerstand voelt. Kan je datzelfde hebben bij een vergrote prostaat dat die blaas in het begin zegt wat is dat hier? En eigenlijk meer prikkels geeft waardoor dat je moet haasten. Maar dus na verloop van tijd, na jaren gaat dat juist afzwakken, dat gevoel. Maar daar moet je niet op wachten natuurlijk. Maar dus die grotere prostaat zorgt er wel vaak voor dat het plassen moeilijker gaat, dat je minder goed uit plast. Dus dat kan ervoor zorgen dat je 's nachts moet opstaan. Maar ook daar het is niet omdat je een grote prostaat hebt dat dat de oorzaak van het nachtelijk plassen is. Dus ook daar hebben we in wetenschappelijke studies gezien dat de operatie van de prostaat eigenlijk bij veel mannen geen oplossing biedt naar dat nachtelijk plassen. En dat is omdat er daar ook andere factoren spelen, bijvoorbeeld slaapapneu. Snurken 's nachts en stoppen met ademhalen. Dat zorgt ervoor dat er hormonen worden vrijgegeven die de nieren echt aansporen om heel veel urine aan te maken. Dus als, als, als uw man naast u ligt te snurken en je hoort dat hij soms een keer stopt met ademhalen, kan dat een reden zijn waarom dat hij verschillende keren naar het toilet moet. Los van of hij dan een grote prostaat heeft of niet. Maar sowieso ook met ouder worden gaan de hormonen wat meer afvlakken, minder een dag-nachtritme hebben. En dan heb ik het niet over de vrouwelijke en de mannelijke hormonen. Dan heb ik het echt over de hormonen die de nieren gaan aanzetten om de vochtbalans dus in evenwicht te houden. En als dat nacht-, dag-nachtritme vervalt, dan gaan die nieren 's nachts gewoon meer produceren. Dus ga je ook gewoon sneller die blaas vullen, wat er al voor kan zorgen dat je meer naar toilet moet. Allerlei medicaties kunnen dat ook geven. Ik haalde daarnet al eens suikerziekte aan. Suikerziekte heeft heel veel implicaties, ook voor de blaas, ook voor de nieren, enzovoort. Als uw suikerziekte niet goed onder controle is, ga je die suikers ook uitplassen. Dat trekt water mee. Zorgt ervoor dat je heel vaak naar het toilet moet, zowel overdag als 's nachts. Dus het is, het is nooit één enkel iets.
Kan je het nachtelijk plassen vermijden door bijvoorbeeld 2 uur voor je gaat slapen niets meer te drinken.
Dat helpt dus dat raden we sowieso aan. Eigenlijk een drietal uur voor het slapengaan is ideaal. Dus eigenlijk na het avondeten gewoon ook niet meer drinken. Dat is op zich geen probleem eigenlijk is het ideaal om 1,5 à twee liter te drinken tussen uw ontbijt en uw avondeten en dan eigenlijk niets meer om te zorgen dat ook die nieren tot rust kunnen komen. Dat ze ook minder moeten produceren om dat vocht te verwerken. Dus dat helpt. Maar ook dat is maar 1 deeltje van de oplossing. Bij sommige mensen gaat dat echt genoeg zijn en gaat dat ervoor zorgen dat ze er niet meer uit moeten. Maar bij sommigen gaat dat ook weinig effect hebben omdat er andere oorzaken zijn.
Het meest vervelende wellicht voor mensen is zo dat kleine urineverlies ,vrouwen die bijvoorbeeld als ze hoesten een beetje urine verliezen. Is dat te behandelen?
Zeker ja. Bij het urineverlies bij hoesten, niezen enzovoort gaat het heel vaak om de bekkenbodem die eigenlijk verzwakt is en die de plasbuis niet mooi op haar plaats houdt, waardoor dat die gaat bewegen en dat er dus makkelijk wat druppels of meer dan druppels ontsnappen. Dus de eerste stap is die bekkenbodem gaan trainen. Dus echt leren van hoe moet ik die spieren gebruiken En dat eigenlijk vrij intensief te doen waardoor dat die spieren terug sterker worden. Je leert dan ook van wat moet ik doen als ik voel dat ik ga moeten hoesten of niezen? Dat kan je wel voorbereiden en dat kan ook al heel veel problemen voorkomen. Maar ook daar gaat het om om het geheel van van drink en plasgedrag. Hoe gebruik je die blaas en dus hoe gebruik je die bekkenbodem? Als dat niet voldoende is, dan moet er extra ondersteuning voorzien worden van die plasbuis. Dat kan met een pessarium. Dat is een hulpmiddel, een soort siliconen ring die vaginaal wordt ingebracht en die tegendruk kan geven. Of met een ingreep. Een ingreep is het meest definitieve. Daarbij wordt er een netje onder de plasbuis geplaatst zodat die plasbuis mooi op haar plaats blijft. Dat is geen grote ingreep, maar voor sommige mensen is dat geen optie of zien ze dat niet zitten. Wel, dan heb je zoiets als een pessarium wat een mooie oplossing kan zijn. Dus er zijn eigenlijk veel oplossingen, maar het begint wel altijd met de bekkenbodem trainen. Want eigenlijk bij bij tot de helft van de vrouwen kunnen we daarmee het probleem echt oplossen. Bij tot driekwart van de vrouwen zien we zeker verbetering en ongeveer een kwart zal sowieso daar geen baat bij hebben omdat ze door spierproblemen zenuwproblemen die bekkenbodem niet genoeg kunnen trainen. Maar dus daar is heel veel marge door gewoon bewustzijn van hoe dat je die spieren gebruikt, die spieren trainen. Dan moet je natuurlijk thuis ook je oefeningen doen. Maar eenmaal dat dat een gewoonte wordt, onderhoud je dat en kan je dus die spieren echt wel sterker maken. Dus dat valt zeker te behandelen. En ook op oudere leeftijd, want die vraag krijg ik soms: oh, is dat nog de moeite? Ja, dat is eigenlijk altijd wel de moeite. Omdat ik zeg dit gaat ook om een soort bewustwording van wat moet ik doen, op welk moment en, en hoe kan ik zorgen dat ik dat wel onder controle krijg. Dus ik ben heel erg fan van bekkenbodemkine. Dat is laagdrempelig in de zin van het, het ja, het vraagt natuurlijk wel wat inspanning, maar je leert zoveel over uw lichaam en over uw gedrag en wat dat je kan doen. Eigenlijk vind ik dat alle vrouwen dat om de tien jaar zo een keer een paar sessies zouden moeten doen. Want als we wachten totdat er problemen zijn, dan is het ook moeilijker als we het kunnen voorkomen. Ja, dat zou nog beter zijn.
Dus als je dan te kampen hebt met incontinentie of urineverlies, dan zal de arts je in de eerste plaats naar een kinesist sturen?
Bij stressincontinentie, dus bij dat urineverlies bij hoesten en niezen. Als het duidelijk is door de patiënt onderzoeken van ah, die bekkenbodem inderdaad, die is heel zwak. We zien dat die ondersteuning van die plasbuis er niet is. Dan heeft bekkenbodemkine zeer veel zin. Gaat het om een overactieve blaas die plots samentrekt en het loopt eruit en je bent niet op tijd, dan is dat een heel ander probleem. En daarmee is niet gezegd dat bekkenbodemkine niet zinvol is, maar dat gaat het probleem niet oplossen. Dus bij dat hoesten en niezen is het echt de bekkenbodem. Dat is de oorzaak. Bij een overactieve blaas die plots samentrekt, waarbij je gewoon de tijd niet hebt om op tijd op het toilet te geraken, zit het probleem in de blaas. Dus daarmee ga je hooguit met bekkenbodemkine ja, het urineverlies wat kunnen beperken doordat je die wat sterker maakt. Maar daarmee los je het probleem van die blaas niet op. Dus als dat aanwezig is, moet je echt die blaas gaan behandelen. Dat kan ook op verschillende manieren. Dat kan dan niet met oefeningen, maar bijvoorbeeld met zenuwstimulatie. Dat kan bij een bekkenbodemkinesist. Dat is een behandeling waarbij de zenuwen naar de blaas worden gestimuleerd om beter te werken. Dat kan met een apparaatje thuis of bij de kine, maar dat kan ook met medicatie. Dat kan bijvoorbeeld met botox in de blaas. De botox voor de rimpels wordt dus ook ingespoten in de blaas om die blaas rustiger te maken. Er is een implanteerbare zenuwsimulator die continu stroom kan afgeven naar de zenuwen voor de blaas om die blaas rustig te houden en te zorgen dat die geen eigen leven gaat leiden. Dus er zijn heel wat verschillende behandelingen mogelijk, dus het is heel belangrijk bij urineverlies. Er is niet zoiets als één vorm van urineverlies. Er zijn echt verschillende vormen van ook daar te gaan kijken van waar zit het probleem, wat draagt er bij tot dat urineverlies en en wat moeten we gaan aanpakken? De blaas, de bekkenbodem, de manier van plassen. Want de bekkenbodem kan te slap zijn, maar ook te te gespannen zijn en dat kan ook urineverlies veroorzaken. Dus we moeten eerst begrijpen van wat is het en dan kan je heel gericht gaan behandelen, maar dan ga je ook snel effect hebben.
Wanneer moet je nu echt naar een arts? Wat is echt een alarmsignaal?
Wanneer je moet is als je bloed plast. Dus dat is absoluut iets dat moet uitgeklaard worden. Waarom? Omdat dat ja, potentieel zeer, ja, levensbedreigende oorzaak kan hebben. Dan denken we aan blaastumoren, of niertumoren. Dus dat dat is iets waarbij je absoluut niet mag denken van: o ja, het is alweer gepasseerd, ik laat het zo. Nu, in de meerderheid van de gevallen gaat dat om een steentje of om een blaasontsteking. Dat kan heel bloederig zijn. Dus in de meerderheid van de gevallen is er niet veel erg aan de hand, maar dat moet je toch wel uituitsluiten. Voor de rest wanneer moet je gaan als je plasproblemen hebt? Als je last van hebt. Nu, het is ook wel zo een plasprobleem wordt zelden vanzelf beter. Dus hoe langer je wacht, hoe groter het probleem en hoe moeilijker het wordt om het snel aan te pakken. Ook bij de minste problemen vind ik: kijk ernaar. Kijk wat je zelf kan doen. ik kijk ernaar in de zin van ga toch naar een arts, bespreek dat. Kijk wat er laagdrempelig al kan en, en er hoeft niet meteen heel veel te gebeuren. Niet veel van onderzoeken, niet veel van behandeling als dat uw vraag niet is, maar gewoon weten van waar moet ik op letten? Hoe kan ik het voorkomen dat het erger wordt kan al zoveel betekenen. Dus, dus ik vind van zodra dat je merkt van: oei, hier, hier is iets aan het veranderen. Ik moet veel meer gaan plassen. Ik moet veel meer opstaan. Ik verlies toch al een druppeltje. Wacht niet tot je nergens meer naartoe durft gaan, want dat is het vaak. Ik zie heel veel schrijnende dingen. Ik heb heel veel zakdoekjes nodig in mijn praktijk want heel veel mensen een keer dat ze hier zitten valt er iets van hen af. En, en als je het dan vraagt ja, hoe lang loop je er al mee? Jàren. Maar dat is jammer. Dat is gewoon jammer. Maar je moet gaan plassen. Je kan er niet van uit. Iedereen ja, dus daarin zijn we allemaal gelijk. Je kan dat niet vermijden. Dus als dat niet loopt zoals het moet lopen, dan, uh, dan laat je daar toch best een keer naar kijken. Het vraagt niet veel. Uhm, je moet dan een keer een plaskalender bijhouden. Sommige mensen zuchten en dat vraagt wel wat inspanning, maar dat geeft heel veel inzichten, zowel voor de patiënt als voor de arts. En dat is vaak de eerste stap, hè. Een urinestaaltje onderzoeken, een keer een klinisch onderzoek kijken. Is er daar iets van verzakking, een vergrote prostaat, wat dan ook. Plezant is dat allemaal niet, hè. In mijn job zijn er weinig plezante onderzoeken of dingen die als uh, ja, niet, uh, erg worden ervaren, maar met de juiste omkadering. En als ge dan weer gerustgesteld bent en, en een lesje krijgt in waar let je toch best op bij het plassen, dan kun je eigenlijk alweer verder. En is er meer nodig? Ja bon, dan, uh, dan weet je ook en het gaat om geïnformeerd zijn, weten wat is er mogelijk? Uhm, en we gaan altijd in dialoog aan, hè. Vroeger was de arts degene die zei: en ge gaat nu dat doen, dat is niet meer, hè. Dus we luisteren naar wat, wat, wat zie als patiënt zit, hè. Er zijn altijd verschillende opties. Er is altijd van alles mogelijk, maar in sommige gevallen is het gewoon weten van oké, daar zit er een probleem. Dat kan ik eraan doen. Maar als dat nog niet aan de orde is, uh, omwille van andere redenen. Oké, ook goed, maar dan weet je toch tenminste van: wat kan ik verwachten naar de toekomst toe? Of als er toch iets verder moet gebeuren.
Om af te sluiten: wat is het advies dat u het meeste geeft als patiënten voor u zitten?
Uhm, eigenlijk, uh, vooral het, het drinken. Ja, dat, dat het meest. Dat dat onlosmakelijk verbonden is met dat plassen. En als je daar aandacht voor hebt, voor die blaas goed te vullen en ook op een goede manier te legen. Dus dat, dat drink- en plasgedrag, dat geef ik eigenlijk aan iedereen mee. En, en het gebeurt zelden dat mensen zeggen: oh ja, maar dat wist ik al. Dus er komt altijd iets uit van: ah, oei, ah ja, oké, ik wist niet dat dat zo belangrijk was. Of, dus, dus ja, daar toch aandacht voor hebben en dat toch op een goede manier aanpakken omdat dat voor alles goed is. Voldoende drinken, maar dan ook niet geen vier liter gaan drinken, hè, dat ook niet. Maar dus anderhalve à twee liter mooi gespreid. Niet de hele dag door kleine slokjes, want dat is dan voor de blaas weer minder goed, dus ja, gewoon zorgen dat je een soort vast ritme hebt in dat drinken, in dat plassen. Dat vermijden van voorzorgsplasjes daar eigenlijk, uhm, niet te veel, ja, rond te doen, maar wel een, een ja een soort goede cadans vinden in dat drinken en dat plassen. En geen rare dingen doen in dat plashokje ook. En dat geef ik aan iedereen mee. Jong, oud, man, vrouw. Dus dat is mijn belangrijkste advies.