Onvolwassen Jeugdrecht - S0 / E41

Rechter benadrukt de grote inspanningsverplichting voor omgang, maar dat is hier een lege huls.

omgang wordt overgelaten aan GI

Het gerechtshof benadrukt grote inspanningsverplichting om omgang mogelijk te maken, maar laat de invulling over aan de gecertificeerde instelling en die lukte het al jaren niet om omgang te realiseren. Een lege huls. 

Uitspraak gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 augustus 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5235 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5235 

Raad voor de kinderbescherming woont bij rechtbank Den Haag niet langer zitting bij zonder de stukken te kennen. 
https://www.kinderbescherming.nl/actueel/nieuws/2025/04/01/onze-herziene-werkwijze-in-den-haag. 

Geen vrijwillige uithuisplaatsing sinds de wetswijziging in 2015. 

- artikel 1:265a BW: “Plaatsing van de minderjarige gedurende dag en nacht buiten het gezin geschiedt 

uitsluitend met een machtiging tot uithuisplaatsing.“

- Memorie van toelichting: “Dit artikel bepaalt dat een minderjarige die onder toezicht is gesteld slechts met een machtiging tot uithuisplaatsing uit huis kan worden geplaatst. Dit is een wijziging ten opzichte van het huidige derde lid van artikel 258. Tot nu toe kon het bureau jeugdzorg een minderjarige dag en nacht uit huis plaatsen zonder machtiging uithuisplaatsing, indien van geen bezwaar van de ouders was gebleken.” Kamerstukken II, 32015, blz. 29. 

- Enkele vindplaatsen van uitspraken: ECLI:NL:GHARL:2016:8083 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:8083  ECLI:NL:GHARL:2021:1736 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:1736 , ECLI:NL:RBZWB:2026:5131 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5131 , en ECLI:NL:RBDHA:2026:2311 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2311


Hoge Raad 12 juli 2024: gecertificeerde instelling is informant (en geen belanghebbende) in een procedure tussen ouders terwijl het kind ook onder toezicht staat. ECLI:NL:HR:2024:1079 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2024:1079 . “Een beslissing in een dergelijke zaak kan de taakuitoefening van de gecertificeerde instelling weliswaar raken, maar dat betekent niet dat de zaak rechtstreeks betrekking heeft op de rechten of verplichtingen van de gecertificeerde instelling. De beslissing heeft immers niet tot gevolg dat de ondertoezichtstelling eindigt en brengt geen verandering in de wettelijke taken en bevoegdheden van de gecertificeerde instelling, zoals onder meer vermeld in titel 14, afdeling 4, van Boek 1 BW. “ 

Hoge Raad: invulling omgang kan een rechter tijdelijk overlaten aan een derde, maar ouder kan altijd terug naar rechtbank:

Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:748 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2014:748  

“Gelet op het voorgaande berust de beslissing van het hof om de moeder te verplichten medewerking te verlenen aan een voorlopige omgangsregeling waarbij vorm, frequentie en duur van de omgang aan het Omgangshuis worden overgelaten, op een wettelijke grondslag en is dit oordeel niet in strijd met art. 8 EVRM. Daarop stuit het onderdeel af.

Dit laat onverlet dat het in het algemeen aanbeveling verdient dat de rechter aanwijzingen geeft over frequentie en duur van de aldus te organiseren contacten tussen het kind en de niet-verzorgende ouder. Voorts kan iedere ouder zich tot de rechter wenden indien hij of zij meent dat de nadere vormgeving van de omgangsregeling door het Omgangshuis op enig punt niet aanvaardbaar is. De rechter die de nadere vormgeving van een voorlopige omgangsregeling overlaat aan een instantie als het Omgangshuis, blijft immers verantwoordelijk voor de vaststelling van de omgangsregeling en behoudt dan ook de mogelijkheid deze te veranderen.”

Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2321 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:2321  

“Dit brengt mee dat de gecertificeerde instelling niet langer aan de algemene aanwijzingsbevoegdheid van art. 1:263 BW de bevoegdheid kan ontlenen tot het geven van contactbeperkende aanwijzingen. Buiten het geval van uithuisplaatsing (waarvoor art. 1:265f BW een bijzondere regeling bevat) dient de gecertificeerde instelling zich dus steeds op de voet van art. 1:265g BW tot de kinderrechter te wenden wanneer zij voor de duur van de ondertoezichtstelling contactbeperkende maatregelen in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht. Dit betekent dat niet langer grond bestaat voor een verruiming van het toepassingsbereik van art. 1:265f BW tot andere gevallen dan uithuisplaatsing.”

Hoge Raad 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1664 https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1664 

“In dit geval is het echter de rechter zelf die, in het kader van de vaststelling van de zorgregeling, de gezinsvoogd ruimte laat om – tijdelijk, voor de duur van de ondertoezichtstelling – de contacten tussen de minderjarige en een van de ouders te beperken. Indien de rechter dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, staat hem dat vrij. (…) Opmerking verdient dat indien de vader of de moeder het niet eens is met de wijze waarop de gezinsvoogd gebruikmaakt van de hem door het hof gegeven bevoegdheid om de zorgregeling te wijzigen, hij of zij zich op de voet van art. 1:262b BW tot de kinderrechter kan wenden. Verder kan hij of zij in geval van gewijzigde omstandigheden de rechtbank verzoeken de zorgregeling te wijzigen (art. 1:253a lid 4 BW in verbinding met art. 1:377e BW).”

Reageren? podcast@eadvocaten.nl 




Over Onvolwassen Jeugdrecht

Advocaten Marco Erkens en Rogier Scheele hebben veel ervaring met hoe jeugdzorg en rechters omgaan met ondertoezichtstelling en uithuisplaatsingen. Daar gaat in hun ogen veel mis en kan er veel verbeterd worden. In elke aflevering bespreken ze aan de hand van een uitspraak problemen vanuit hun juridische blik.

Luister via ...

Volg ons op ...