Defensie kreeg in 2025 ongeveer 7.600 stageaanvragen voor 1.100 beschikbare plekken. Dat is enorm! Zeker als je beseft dat die verhouding in de meeste sectoren andersom is.
De belangstelling groeit, mede door de veranderde veiligheidssituatie in Europa. De beschikbare begeleidingscapaciteit bepaalt echter hoeveel studenten daadwerkelijk geplaatst kunnen worden.
In deze aflevering van Brand & Jansen spreken we op de Dumoulin Kazerne in Soesterberg met Dennis Klungel, hoofd van het Defensie Stagebureau.
Van infanterist naar Stagebureau
Dennis kwam in 2006 bij Defensie terecht via een bon uit de Veronica-gids. Voor mensen die alleen Snapchat kennen: dat was papieren internet. Je kon er niet op klikken, inzoomen of scrollen. Interessante berichten bewaarde je met een schaar: een screenshotapparaat met twee messen en zonder undo-knop.
Hij werkte zestien jaar als infanterist. Na een stevige zet van zijn leidinggevende ging hij Bedrijfskunde studeren. Via de groene personeelszaken, de S1, werd hij uiteindelijk hoofd van het Defensie Stagebureau.
Techniek in de modder
Defensie digitaliseert snel. Drones, sensoren, communicatiesystemen en voertuigen vragen om praktisch opgeleide technici. Dennis herkent zich dan ook niet in het idee dat mbo-opleidingen op het gebied van ICT door AI minder relevant worden.
Technologie moet binnen Defensie onder moeilijke omstandigheden blijven werken. Een drone kan veel. Zichzelf uit een nat weiland repareren staat voorlopig nog niet in het functieprofiel.
Jaar van de Stagebegeleider
Defensie heeft 2026 uitgeroepen tot het Jaar van de Stagebegeleider. Met een campagne in vijf fasen wil de organisatie meer begeleiders aantrekken en bestaande begeleiders beter ondersteunen.
Volgens Dennis speelt de verwachte werkdruk hierbij een belangrijke rol. Medewerkers zien een stagiair al snel als extra werk. Defensie wil ook de opbrengsten zichtbaar maken: actuele kennis, extra capaciteit en mogelijke toekomstige collega’s.
Begeleiders ontvangen een speciale begeleidingscoin als erkenning. Een stagiair ontwierp de munt. De zeven regionale stagebureaus strijden daarnaast om de titel Stagebureau van het Jaar. Het bureau dat begeleiders het beste ondersteunt en administratieve lasten vermindert, wint de bokaal.
Drie dagen zonder telefoon
In september start een pilot met een driedaags stagebivak voor zestig studenten. Zij maken kennis met het operationele deel van Defensie.
Tijdens het bivak gaan de telefoons in een kluis. Studenten ervaren wat discipline en operationele veiligheid in de praktijk betekenen. Een telefoon zorgt in een klaslokaal vooral voor afleiding. In het veld kan hij een locatie verraden.
Na drie dagen krijgen de studenten hun telefoon terug. De groepsapps zullen het vermoedelijk hebben overleefd.
Wat leveren stages op?
Iedere nieuwe collega krijgt bij Defensie een uniek personeelsnummer. Dat blijft bestaan wanneer iemand later terugkeert als medewerker of reservist. Voor het volgen van stagiairs is dit natuurlij goud. Je kunt precies zien wie er blijft of terugkomt. En die cijfers zijn behoorlijk rooskleurig:
De cijfers:
33 procent stroomt direct door.
15 procent van de vertrokken stagiairs keert binnen drie jaar terug.
Defensie werkt ook samen met organisaties als KLM en ASML. Medewerkers kunnen ervaring opdoen in verschillende sectoren en later opnieuw overstappen. Dennis noemt dat ‘het hengeltje delen’: samen opleiden voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
Links is gewoon links
Luuk Groenmakers van Visma | Lease a Bike vraagt Dennis hoe vrije en mondige studenten passen binnen een hiërarchische organisatie.
In de dagelijkse bedrijfsvoering is ruimte voor vragen, ideeën en discussie. Tijdens een operatie is directe duidelijkheid nodig. Dennis vat dat eenvoudig samen:
‘Links is gewoon links.’
Zijn vraag aan de volgende gast, leraar en topauteur Dimitri van Dillen:
Hoe zorg je ervoor dat studenten goed voorbereid aan hun stage beginnen en begrijpen wat de praktijk van hen vraagt?
Dennis sluit af met zijn belangrijkste advies voor stagebegeleiders:
‘Eerst de relatie, dan de prestatie.’
Goede begeleiding begint met contact. Een begeleider kijkt hoe een student binnenkomt, stelt vragen en merkt veranderingen op. Want 7.600 jongeren voor de poort is mooi. Vervolgens moet iemand de deur opendoen.