In onze serie over de Filippenzen-brief staan we stil bij hoofdstuk 3. Die bevat een boodschap voor alle mensen van alle tijden.
Transcriptie
Is de Bijbel nog relevant voor ons in de 21e eeuw? Uit onderzoek van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap blijkt dat slechts dertig procent van alle Nederlanders die vraag met ‘ja’ beantwoordt.
Kijk je naar redenen om de Bijbel helemaal NIET te lezen, dan zeggen mensen dingen als ‘Ik zie geen aanleiding’, ‘Ik weet niet wat ik ermee kan’, ‘Het heeft geen waarde voor mijn leven’, ‘De Bijbel is niet meer van nu’ en ‘Het interesseert me te weinig’. Eigenlijk zeggen ze in andere bewoordingen allemaal hetzelfde: de Bijbel is niet relevant.
Hoe kan dat? Het heeft er voor een groot deel mee te maken dat mensen niet weten hoe ze de Bijbel moeten lezen en interpreteren. Neem nou de brief aan de Filippenzen. Die brief is al tweeduizend jaar oud. Hij is geschreven door iemand in een heel andere cultuur en tijd, en gericht aan mensen die ook al heel lang niet meer leven. Zij hadden totaal andere problemen en uitdagingen dan wij.
Waarom zou deze brief ons nog wel wat te zeggen hebben?
Eigenlijk moeten we het zo zien. Stel dat ik ergens een brief zou vinden die mijn grootouders hebben ontvangen van een geloofsheld zoals Corrie ten Boom (die Joden onderdak bood in de Tweede Wereldoorlog en tijd in een concentratiekamp zat) of Anne van der Bijl (die Bijbels smokkelde naar vervolgde christenen). Of misschien wel een brief van Dietrich Bonhoeffer uit de gevangenis (een Duitse predikant die werd gefusilleerd omdat hij zich uitsprak tegen Hitler).
Zo’n brief is niet aan mij geschreven, maar aan mijn grootouders. Hij is echter geschreven door iemand die een zeer nauwe band met God onderhield en die door de Heilige Geest op een krachtige manier werd gebruikt. Alleen daarom al zou ik zo’n brief zeker nauwgezet bestuderen.
Hoewel Corrie ten Boom, Anne van der Bijl en Dietrich Bonhoeffer hun werk in een heel andere tijd deden, zou ik er zeker van kunnen leren. Zou ik precies begrijpen wat ze allemaal schreven en alles een-op-een overnemen?
Nee, dat niet. Misschien zaten mijn opa en oma wel in een bepaalde situatie en kregen ze daar specifiek advies over.
Het gekke aan het lezen van de brieven in de Bijbel is dat we de post van een ander lezen. Natuurlijk was het de bedoeling dat de brief aan de Filippenzen niet alleen door de christenen in Filippi zou worden gelezen. Dit soort brieven werd overgeschreven en verspreid onder andere huiskerken. Toch blijft overeind dat de brief niet primair aan ons is gericht. Wij lezen mee.
Je zou het ook anders kunnen zien. Het is alsof we met een telefoongesprek meeluisteren. We krijgen alleen mee wat één van beide bellers zegt. Wat er aan de andere kant van de lijn wordt gezegd, dat horen we niet.
In de Bijbel lezen we de brief van Paulus aan de kerk in Filippi, maar niet wat zij aan hem schrijven. Dit maakt het lastig om de situationele context te begrijpen. Wat speelde er precies?
Hier gaan we in Filippenzen 3 iets van proeven. Laten we dit nu eerst gaan lezen.
Lees nu: Filippenzen 3:1-21
Zie je wat ik zojuist zei over de situatie in Filippi? Als ik het goed heb, is dit de enige brief van Paulus in het Nieuwe Testament die geen enkele vermaning bevat. Maar hij waarschuwt de christenen wel. Blijkbaar was er een discussie of zelfs een bedreiging gaande over de besnijdenis.
Wie zijn de ‘honden met hun kwalijke praktijken’? Dat weten we niet exact. Omdat Paulus vervolgens fel uithaalt naar mensen die blijkbaar de besnijdenis van mannen promoten, is het waarschijnlijk dat hij een groep Joden bedoelt die eisen dat mannen die de God van Israël willen volgen zich moeten laten besnijden.
Misschien noemen zij zich ware Israëlieten, maar ze hebben niets voor op de oude apostel Paulus. Die heeft zich immers ook laten besnijden en hij heeft zich altijd strak aan Gods wetten gehouden. Maar dat geeft hem geen enkel voordeel. ‘Het enige waar je trots op kunt zijn, is dat je bij de Christus hoort’, zegt hij.
Bij ons speelt zo’n discussie over de besnijdenis niet, vooral omdat Paulus en de andere apostelen zo duidelijk uitleggen dat die niet meer nodig is. Toch is wat Paulus zegt relevant voor onze tijd.
‘Alles is afval’
Want de Joden die Christus volgden, lieten zich voorstaan op hun afkomst en het feit dat zij zich aan Gods wetten hielden. Ook in ons leven kunnen er omstandigheden zijn waardoor wij ons verheven voelen boven anderen. Ook dan moeten wij ons realiseren dat er maar één ding is waar we echt trots op mogen zijn: dat we door Jezus zijn gered.
‘Al het andere is verlies’, zegt Paulus. Afval eigenlijk. Je diploma? Je baan? Je succes? Je sportieve prestaties? Je geld? Allemaal vuilnis.
Wat doe je met vuilnis? Weggooien. Niet omdat je pas dan acceptabel bent in Jezus’ ogen. Dat heeft er niets mee te maken. Maar Paulus is zo radicaal. Hij geeft alles op, zodat hij zich voor de volle honderd procent kan inzetten voor Jezus.
Je ziet hoe gericht hij is op Jezus. Hem de eer geven, dat is Paulus’ doel. Vergeleken met de schoonheid van de Messias kennen, is alles gelijk aan afval.
Toch heeft Paulus niet alles wat hij had en bezat echt weggegooid. Hij bedoelt het niet letterlijk. Wat hij bedoelt en in praktijk brengt is dat hij al zijn bezittingen, al zijn gaven en al zijn talenten inzet voor Jezus.
Een burger in het hemelse koninkrijk
Weet je nog wat hij in hoofdstuk 1 zei? ‘Leven is Christus.’ Dat is het voorbeeld dat wij mogen volgen. Met dezelfde gerichtheid op onze Redder als Paulus mogen wij God dienen.
Het doet Paulus verdriet dat veel mensen – zelfs mensen die God volgen – liever bezig zijn met aardse verlangens dan met de Christus.
‘Maar,’ zegt Paulus, ‘wij hebben ons burgerrecht in de hemel.’ Dat is een pikante uitspraak. Hij schrijft dit aan christenen in een Romeinse stad. De meeste inwoners van deze stad zijn er bijzonder trots op dat zij deel uitmaken van het ‘eeuwige en beschaafde’ Romeinse Rijk.
Maar ook dat is afval, weet Paulus. Zelfs het Romeinse staatsburgerschap biedt je geen voordeel. Nee, wij zijn burgers van de hemel. Onze normen en waarden zijn anders. Wij dienen de Koning van de hemel. Ooit zullen we bij Hem wonen. Dat is een boodschap die relevant is voor alle mensen van alle tijden.